Apache Magazine #19 is vanaf 11 juni te koop in een krantenwinkel of boekhandel in jouw buurt. Of je kan het zomernummer ook online bestellen.
Alleen al om ‘permanent online’ te kunnen zijn, verbruikten datacenters vorig jaar 415 terawattuur aan stroom. Dat is ‘slechts’ 1,5% van het totale wereldwijde elektriciteits- verbruik. Maar het Internationaal Energieagentschap voorspelt dat dit verbruik door datacenters tegen 2030 meer dan verdubbeld zal zijn. De belangrijkste verantwoordelijke voor die voorspelde toename? Allerhande AI-toepassingen.
Geen wonder dat ook Big Tech zelf op zoek is naar manieren om aan die energievraag te kunnen voldoen. En daarbij kijken ze verder dan de atmosfeer hoog is: datacenters in de ruimte bouwen, het is geen al te verre droom meer. Al blijft ook de aarde zelf in het vizier. Op deze planeet worden SMR’s – small modular reactors, of kleine kernreactoren – als alternatief naar voren geschoven.
Deze SMR's wekken ook elders enthousiasme op, zoals bij de regering- De Wever. Al blijft het niet bij kleine reactoren. Aan de kust, niet ver van de Belgische grens, plannen zowel Nederland als Frankrijk de installatie van nieuwe kerncentrales: in Borssele en Gravelines. Met zes kernreactoren van elk 900 megawatt is Gravelines de grootste nucleaire productiesite van Frankrijk en, op die van Zaporizja in Oekraïne na, van Europa. Met de twee geplande nieuwe reactoren zou het de grootste van de wereld worden. Maar hoe verantwoord is het om aan de kust kerncentrales bij te bouwen? Lokaal groeit de weerstand, ondanks de grote politieke wil.
En voor kernenergie blijft die politieke wil onontbeerlijk, stelt Danielle Devogelaer. “In een vrije markt is kernenergie meestal niet rendabel zonder de inzet van overheidssteun of -garanties.” In een uitgebreid interview buigt de energiesysteemspecialist van netbeheerder Elia zich over onze energetische toekomst: hoe geven we de transitie verder vorm?
Met dit Apache Magazine willen we een stroomstoot(je) aan het energiedebat geven. Energie en hoe die op te wekken wordt, met het oog op de klimaatcrisis, alleen maar belangrijker. En het antwoord op veel energievraagstukken maakt ook (geo)politieke discussie los. Hoe kunnen we bijvoorbeeld onze afhankelijkheid van Russische, maar ook Amerikaanse brand- en grondstoffen afbouwen?
Dat ook voor een transitie naar een duurzamer, hernieuwbaar energiesysteem grondstoffen nodig zijn, staat buiten kijf. Net als met de opgewekte energie zelf, gaan we maar beter ook zuinig met die grondstoffen om. Dan is recyclage het codewoord, ook voor afgedankte zonnepanelen en windmolens. Kunnen we daarvan weer nieuwe maken, dan worden die energiebronnen echt helemaal hernieuwbaar. Succesvolle pilootprojecten zijn er alvast, zoals in het Limburgse Lommel.
In Zeebrugge werd begin dit jaar gestart met een ander soort project: Hyoffwind. Dat moet de allereerste groene waterstoffabriek van België worden. Vlaanderen en Europa investeren miljoenen in waterstof, zowel de – al dan niet groene – productie ervan, als de distributie. De Europese Rekenkamer, de financiële waakhond van de EU, trok eerder al aan de alarmbel over de sturm und drang waarmee de Commissie de Europese waterstofstrategie lanceerde. “De Commissie vaart blind”, was het strenge oordeel. Verschillende Belgische energie-experts zijn nog strenger en waarschuwen voor de vergissing van de eeuw.
In deze energiespecial buigen we ons ook – met de Brusselse renovatie- plicht als voorbeeld – over de sociale kant van de transitie: hoe zorgen we ervoor dat iederéén mee is? Dat ook mensen die niet meteen kunnen investeren in een warmtepomp betrokken worden? Energiecoöperaties hebben die betrokkenheid van burgers in hun DNA zitten. En ze hebben ook de wind in de zeilen. Klaar voor een volgende stap, hebben 34 coöperaties, met in totaal 125.000 leden, zich verenigd om ook op zee windenergie op te wekken. Samen dingen ze nu mee naar de concessie van de eerste Prinses Elizabethzone in de Noordzee.
Alle groene en hernieuwbare inspanningen ten spijt blijven we met z’n allen nog steeds verslaafd aan fossiele brandstoffen. Apache voerde de voorbije maanden uitgebreid onderzoek naar de handel in ‘dirty diesel’. Deze brandstoffen, die onder andere te veel zwavel bevatten om in Europa verkocht te mogen worden, worden vanuit Europa geëxporteerd naar bijvoorbeeld West-Afrika. België en Nederland legden die export intussen aan banden, maar olie kruipt waar ze niet gaan kan. Tekenaar en datatovenaar Jonas Verstraete ging met dit onderzoek aan de slag en bouwde erop verder. Het resulteerde in een wonderlijke mix van strip, grafieken, tabellen en onderzoeksjournalistiek die we met veel trots in dit magazine presenteren.
Na 85 dagen vastzitten in India – waarvan 17 in de cel – werd persfotograaf Simon Clément op 26 mei eindelijk vrijgesproken. Toen hij op 5 maart op de luchthaven van het Indiase Aizawl werd gearresteerd, was hij op de terugweg van Myanmar. Daar trok hij heen om voor Apache Magazine een reportage te maken over de burgeroorlog tegen de militaire junta die er al sinds 2021 woedt, maar die door de rest van de wereld vergeten lijkt. In dit zomernummer frist hij ons geheugen op met een aangrijpend fotoverslag.
Voor enige rust in dit onder hoogspanning staande nummer zorgt Pablo Janssen. Hij trekt naar het Spaanse Pyreneeëndorp Lakabe. En daarvoor heeft hij voldoende redenen. Ontstaan uit het verzet tegen de dictatuur van Francisco Franco, illegaal gekraakt, zo goed als zelfvoorzienend, rebels en toch ook een warme thuis: deze “school voor activisten” is een bijzondere plek met vele gezichten.
Dichterlijke vrijheid geven we in dit nummer aan Lotte Brown. Het domein van haar tweetalige poëzie – Nederlands en Engels – situeert zich buiten geëffende paden in een gebied waar de vrijheid heerst om “door de tijd heen te gaan”, “naar het binnenste van de dingen”. Door hard naar die binnenkant te gaan, gelooft ze uit te komen “op een plaats waar het echt over moet gaan”.
Ook van Tom Lanoye kan je bezwaarlijk beweren dat hij het niet over zaken heeft waar het over zou moeten gaan. Dat geldt ook voor ReinAard, zijn herwerking, noem het eer- herstel van het vulgaire, sadistische, burleske epos. Bert Moerman sprak met de meest recente laureaat van de Prijs der Nederlandse Letteren.
Huiscolumnist Juicy IJsselmuiden vond deze keer inspiratie bij een groep bijdehante theatermakende jongeren. En als Bart Vliegen je met zijn strip over giraffenkaas en olifantenboter niet aan het lachen krijgt, dan weten we het ook niet meer.