Zij waren niet de enigen met een diep geloof. Ook commentatoren en waarnemers (met inbegrip van uw dienaar), gesteund door de data van die dagelijkse peilingen, hadden hun overtuiging: de partijen lagen nek aan nek, maar zó ver verwijderd van het benodigde aantal zetels voor een absolute meerderheid dat dáárvan alvast geen sprake kon zijn. En wie de feiten aan zijn kant heeft, pleegt wat meewarig te kijken naar diegenen die, tegen beter weten in, aan hun niet op feiten berustende geloof vast blijven houden.
Intussen weten we dat de realiteit brandhout heeft gemaakt van niet minder dan tien peilingen: de Conservatieve partij behaalde een afgetekende absolute meerderheid. Dat roept natuurlijk vragen op. Sommigen betwijfelen of het Britse first-past-the-post systeem überhaupt voorspelbaar is. Maar ook de methodes die worden gehanteerd bij het peilen krijgen kritiek: het responspercentage bij telefoonpeilingen is vaak niet hoger dan 30%. En er speelt ook een soort van groepsdenken dat ervoor zorgt dat de peilingen in elkaars buurt blijven. Survation voerde daags voor de verkiezingen een telefonische peiling uit die zeer dicht bij het uiteindelijke resultaat lag, maar omdat ze zo ver lag van de heersende consensus besloot men ze niet te publiceren.
Irrationeel geloof
Beschikte David Cameron over andere informatie dan de opiniepeilers, waarop hij zijn geloof kon baseren? Dat is weinig waarschijnlijk. Gelijk hebben a posteriori is niet noodzakelijk een teken dat het a priori geloof terecht was. Zelfs al waren de opiniepeilingen onnauwkeurig, dan nog was het geloof in een verkiezingsoverwinning – zowel van Cameron als van Miliband – in afwezigheid van enig bewijsmateriaal hiervoor, eigenlijk irrationeel.
En toch is de meewarigheid van diegenen met een meer rationeel geloof misschien wat misplaatst. In zijn essay Why People Are Irrational about Politics beschrijft de filosoof Michael Huemer een aantal redenen waarom we er wel vaker de voorkeur aan geven onware, of althans niet bewezen zaken te geloven. Zo is er de self-interested bias: mensen geloven in datgene waarop ze hopen, datgene wat, mocht het waar zijn, in hun voordeel speelt. We geloven dat de vakantie die we net hebben geboekt zal meevallen, of dat de keuze van een huwelijksdatum in juni voor zonnig weer zal zorgen, of dat onze nieuwe job zeker het begin is van een succesvolle carrière.
We kunnen geloof ook gebruiken als onderbouw voor ons zelfbeeld. We geloven bijvoorbeeld dat we eerlijk zijn – ondanks het feit dat we wel eens een pen van op kantoor meenemen naar huis, of een leugentje om bestwil vertellen. Of we zijn ervan overtuigd dat we een beter dan gemiddeld chauffeur zijn. Zo’n positief verschil tussen zelfbeeld en de meer bescheiden realiteit is een belangrijke factor in onze levenskwaliteit.
Een derde element is het geloof als een instrument voor sociale cohesie. Mensen horen graag bij een groep, en een gemeenschappelijk geloof – bijvoorbeeld in de goede prestaties van de favoriete voetbalploeg – is een belangrijke factor die deze samenhorigheid bestendigt. Dat leidt tot een evangeliserende drang om anderen van ons geloof te overtuigen, maar meer nog tot de neiging om te gaan geloven wat diegenen met wie we ons graag willen associëren ook geloven.
Tenslotte haalt Huemer de coherence bias aan: de tendens datgene te geloven wat ons bestaande geloof versterkt. De realiteit is vaak ambigu, en feiten kunnen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd, maar we verkiezen zekerheid boven meerduidigheid, en dus zijn we selectief in onze lezing van de feiten. Bedrijfsleiders geloven in hun superieure vaardigheid en inzicht, en geloven dus ook dat hun succes, eerder dan aan een gelukkige combinatie van externe factoren, daaraan te danken is. Wie gelooft dat immigratie een probleem is, gelooft ook dat de werkloosheid van de eigen bevolking het gevolg is van vreemdelingen die alle jobs komen inpalmen.
Geloof doet (over)leven
Er zijn (zoals Huemer in zijn essay aangeeft) vast meer factoren die leiden tot irrationeel geloof, maar deze vier lijken alvast ook toepasselijk op het pre-electorale geloof van Cameron en Miliband. Uiteraard is het in het belang van de partij (en van de leider!) een overwinning te behalen, en het geloof in die meerderheid onderbouwt ook het (zelf)beeld van een sterke beweging met een breed draagvlak.
Een solide geloof in de overwinning van een partijleider werkt ook mobiliserend naar gelijkgezinde kiezers toe. Al weten we dat die overwinning niet zeker is, we voelen ons gesterkt door het gemeenschappelijke geloof, en dat kan leiden tot een positieve spiraal. En de uitbundige, hoopvolle receptie die de leiders automatisch krijgen tijdens de hustings draagt ongetwijfeld ook bij tot het bevestigen van hun geloof in de overwinning.
Waarom is dat geloof zo belangrijk? De econoom Eyal Winter heeft het in een Guardian opiniestuk over de overheersende rol van emoties in verkiezingen. We hunkeren naar ideologie – de seculiere versie van religie – en het geloof van de partijleiders speelt daar goed op in.
We zijn weliswaar afhankelijk van onze zintuigen voor feitelijke informatie over de wereld rondom, maar het beeld dat we daarvan krijgen beperkt zich tot het hier en nu. Onze capaciteit om te geloven helpt dat probleem op te lossen. Van waar ik zit, kan ik bijvoorbeeld mijn auto niet zien, maar toch “geloof” ik dat hij een eindje verder in de straat staat, waar ik hem laatst achterliet.
We danken ons bestaan aan het feit dat onze verre voorouders niet enkel op hun zintuigen vertrouwden wanneer ze het woud introkken op zoek naar voedsel: ook wanneer er geen dreiging te zien, te horen of te ruiken was, waren ze op hun hoede want ze geloofden dat de bossen vol gevaren zaten.
De psycholoog Gregory Lester noemt geloof dan ook een overlevingsinstrument. En het is precies die functie die vereist dat geloof ten allen tijde stand moet houden, zelfs wanneer de feiten het tegenspreken. Geloof dat meteen verandert zodra men iets waarneemt dat er niet mee overeenkomt, zou niet veel soeps zijn om te overleven. Onze holbewonende voorouder zou het niet lang hebben uitgehouden mocht zijn geloof in de gevaren van het woud telkens verdwijnen zodra zijn zintuigen geen dreigend onraad aangaven.
Toch maar liever rationeel
Dat geloof in een absolute overwinning van Cameron en Miliband is dus niet zo opmerkelijk, maar heeft het ook geholpen? Het resultaat van de Conservatieve partij zou suggereren van wel. Dat is echter wellicht eerder een geval van hindsight bias. De nederlaag van Labour, waar men natuurlijk niet minder sterk geloofde in de overwinning, wijst immers uit dat geloof alleen niet voldoende is om te overleven.
Maar misschien nog belangrijker is de vraag of zij die zich door de feiten – de opiniepeilingen – lieten leiden nu hun standpunt moeten herzien. Niet alleen is de neiging tot irrationeel geloof een essentieel overlevingsmechanisme, diepgeworteld in onze natuur, de wetenschappelijke, rationele, data-driven aanpak is afgelopen donderdagnacht ook nog eens flink vernederd. Geen wonder dat velen denken dat opiniepeilingen nu wel hebben afgedaan. (Jan Walraven gaat daar dieper op in op deze site.)
Dat besluit is echter wat voorbarig. Data en feiten zijn zelden zo eenduidig dat ze maar één conclusie toelaten, en wanneer we ook maar een beetje onachtzaam zijn, zetten ze ons op het verkeerde spoor. Dat geldt ook voor peilingen. Wanneer de realiteit eerdere feiten blijkt tegen te spreken, dan is dat geen reden om rationeel, op feiten berust geloof te verwerpen (en de facto te vervangen door ongefundeerd, irrationeel geloof). Beter is het na te gaan hoe we in de toekomst aan meer accurate feiten kunnen komen, en ons te herinneren dat feiten, hoe elegant en aantrekkelijk ook, best met omzichtigheid worden behandeld.
Tenminste... dat is mijn irrationele geloof.