Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hoe effectief is uw altruïsme?

31 augustus 2018 Koen Smets
pleasedonate

Dat is tenminste wat de conventionele economische theorie uit uw kassaticket zou afleiden. Iedereen die rationeel zijn eigenbelang nastreeft zou immers de nodige berekeningen maken om niet alleen na te gaan welke van twee potten jam de grootste baat oplevert, maar ook of een pot jam meer baat oplevert dan een zak aardappelen.

In de praktijk is er natuurlijk bijna niemand die op die manier winkelt. We gaan helemaal niet expliciet na hoe doelmatig ons geld wordt besteed in de supermarkt. Zolang wat we uiteindelijk mee naar huis nemen goed genoeg is, en onze belangrijkste noden lenigt (beeldt u in dat u zodanig veel aardbeienjam in de aanbieding inslaat, dat u geen geld meer overhad voor toiletpapier), is die doelmatige besteding geen grote bekommernis.

Doelmatig goed doen

Maar dat is niet noodzakelijk zo voor liefdadigheid. Het geld dat we doneren kan letterlijk het verschil maken tussen leven en dood. Moeten we ons niet afvragen of de euro die we geven aan goed doel A meer levens redt dan een euro die we aan goed doel B zouden geven?

Dat is waar effectief altruïsme zich mee bezighoudt, een begrip dat aan kracht won dankzij de ideeën en het activisme van filosoof Peter Singer. Die is wellicht het meest bekend bij het brede publiek voor zijn gedachte-experiment van het verdrinkende kind, dat hij voor het eerst formuleerde in zijn artikel Famine, Affluence and Morality.

Wanneer we langs een ondiep vijvertje wandelen waarin een klein kind aan het verdrinken is, hebben we allemaal de morele plicht erin te waden, en het te redden – zelfs als we daarmee onze kleren en schoenen zouden vernielen. Moeten we dan ook niet bereid zijn een gelijkaardig offer te brengen als dat het leven van een klein kind zou redden, duizenden kilometers hiervandaan?

effective altruism
De ene duizend dollar is de andere niet. (Bron: The Moral Imperative toward Cost-Effectiveness in Global Health)

De beweging rond effectief altruïsme probeert ervoor te zorgen dat de middelen die we bereid zijn weg te schenken zodanig worden aangewend dat ze het grootste effect hebben. De inleiding op hun website illustreert wat 1.000 dollar kan bereiken, naargelang hoe dat bedrag wordt besteed.

De objectieve basis die gebruikt wordt is een maatstaf die DALY wordt genoemd (Disability-Adjusted Life Year, of aan invaliditeit aangepast levensjaar), gebruikt door de Wereldgezondheidsorganisatie. Een DALY vertegenwoordigt het verlies van een 'gezond' levensjaar. Waarom deze beperking? Ze erkent dat het nuttiger is de voortijdige dood te vermijden van een jonger en/of gezonder individu dan van een oudere en/of ziekere persoon.

Dit is een erg klinische, rationele, boekhouderachtige benadering van liefdadigheid die op nogal wat kritiek stuit. De BBC zond onlangs een programma uit rond het thema (aanbevolen luistervoer, via de BBC Radio Player), dat de bezwaren tegen effectief altruïsme op een rijtje zette. Altruïsme wordt bijvoorbeeld verondersteld een emotionele aangelegenheid te zijn, en mag niet zijn zoals de directie van een bedrijf dat beslist over investeringen met het grootste rendement. Uitrekenen welke levens het waard zijn gered te worden – laat staan het anders behandelen van ouderen en mensen met een handicap – voelt, wel, serieus verkeerd aan.

Denkt u toch nog dat doelmatigheid belangrijk is en dat het goed is ervoor te zorgen dat uw middelen zodanig worden besteed dat de wereld het meest verbetert? Wat dacht u van deze tegenwerping: is het OK meer te besteden aan uw eigen kinderen die, hoe je het ook bekijkt, sowieso al een veel beter leven hebben dan kinderen in de armste landen? Kunt u het rechtvaardigen dat u voor hen een nieuwe fiets koopt, terwijl zesduizend kilometer verderop kinderen omkomen door honger of malaria?

De kijk van de wetenschap

Recent onderzoek door Jim Everett, een sociale- en moraalpsycholoog aan de universiteit van Oxford en collega’s werpt een interessant licht op deze schrille tegenstelling. Effectief altruïsme sluit aan bij de gevolgenethiek: de morele rechtschapenheid van uw daden wordt beoordeeld aan de hand van de gevolgen ervan. Dit betekent dat het welzijn van elk individu – uw kind, of een kind in Mali – op dezelfde manier moet worden behandeld. Middelen moeten worden besteed aan vreemden eerder dan aan familieleden, als daardoor het totale nut voor de vreemden groter zou zijn dan het voordeel voor het familielid.

De onderzoekers voerden vier studies uit, waarin ze de deelnemers vroegen hun perceptie aan te geven van een hypothetische protagonist, die een al dan niet gevolgenethische keuze maakt in een onpartijdigheidsdilemma, waarin ofwel een familielid, ofwel vreemden worden bevoordeeld. De deelnemers moesten ook aangeven of ze die protagonist als geschikt zagen in verschillende rollen (levenspartner, vriend, baas of politiek leider).

In een dilemma vinden we bijvoorbeeld Janet, een ingenieur, die haar weekend doorbracht ofwel met het opvrolijken van haar eenzame moeder, ofwel met het helpen van families getroffen door een overstroming bij het heropbouwen van hun woning. In een ander dilemma had Susan, een grootmoeder, 2.000 dollar gewonnen, en schonk die ofwel aan een liefdadige organisatie die families in ontwikkelingslanden van muggennetten voorzag om hen te beschermen tegen malaria, ofwel aan haar kleinzoon die er zijn auto mee kon herstellen.

De onderzoekers besluiten dat we eigenlijk partijdigheid verwachten van mensen met wie we nauwe persoonlijke banden hebben, en helemaal niet houden van onpartijdigheid.

oldbmw
Hier zal meer dan 2.000 dollar voor nodig zijn, maar alle beetjes helpen. (Foto: photobeppus CC/BY))

De resultaten van deze studies suggereren dat onpartijdige aanhangers van gevolgenethiek weinig populair zijn als partner, vriend of baas. De onderzoekers besluiten dat we eigenlijk partijdigheid verwachten van mensen met wie we nauwe persoonlijke banden hebben, en helemaal niet houden van onpartijdigheid.

 

In een ander recent onderzoek door Jonathan Berman, een econoom en professor marketing aan de London Business School, en collega’s wordt nagegaan wat zoal in de weg kan staan van schenkingen aan de meest doelmatige liefdadigheidsinstellingen. De onderzoekers bekeken verschillende aspecten van liefdadige giften, bijvoorbeeld de afweging tussen persoonlijke voorkeuren voor een goed doel en de resultaten ervan, of hoe anderen worden beoordeeld naargelang ze een doelmatige of ondoelmatige optie kiezen.

Zij stelden vast dat men het helemaal OK vindt zich bij het kiezen van een goed doel dat men wil steunen, te laten leiden door subjectieve voorkeuren eerder dan door het effect dat een gift zal hebben – zelfs wanneer er duidelijk meer doelmatige opties beschikbaar zijn. De emotionele connectie weegt meer door dan de resultaten.

Tegen de stroom in

Het lijkt er dus naar dat de effectieve altruïsten tegen een sterke stroom in moeten zwemmen. We willen geen mensen in onze omgeving die onpartijdig zijn in het besteden van hun middelen, en we denken dat het beter is een goed doel te steunen dat ons nauw aan het hart ligt, dan een goed doel dat meer levens redt.

En toch, misschien is hier wel sprake van een schijnargument tegen effectief altruïsme. De doelmatige aanwending van middelen afschilderen als iets wat belangrijk is in de absolute zin, waarbij elke euro, elk pond, elke dollar tot in het oneindige moet worden geanalyseerd, is een beetje onoprecht.

Bekijk de afwegingen waar beroepsmensen en beleidsmakers in de gezondheidszorg voor staan. Daar zijn de middelen beperkt, en moeten noodgedwongen economische afwegingen worden gemaakt. Zij gebruiken een maatstaf die nauw verwant is aan de DALY: de QALY, Quality-Adjusted Life Year.

Betekent dit dat er geen geld is voor kinesitherapie wanneer u uw enkel verzwikt, omdat al de middelen naar levensreddende kankerbehandelingen gaan? Welneen.

John Gray: "We kunnen kiezen tussen tijd doorbrengen met het verzachten van het leed van een stervende, of met werken om het verdiende geld aan een doelmatig goed doel te schenken. Er is geen juist antwoord."

Doelmatigheid, of dat nu in de zorgsector is, in ons gezinsbudget, of in de besteding van onze liefdadigheid, bereik je door intelligent te vergelijken – bijvoorbeeld verschillende kankerbehandelingen met elkaar. We vergelijken wijn niet met wasmiddel, maar we kunnen dat wel doen met Chileense wijn en Franse wijn. Dit is een vorm van mentale boekhouding, een belangrijk inzicht uit de gedragseconomie. Zoals de filosoof John Gray opmerkt in het eerder geciteerde BBC-programma: we kunnen kiezen tussen tijd doorbrengen met het verzachten van het leed van een stervende, of met werken om het verdiende geld aan een doelmatig goed doel te schenken. Er is geen juist antwoord.

We kunnen dus beslissen hoeveel geld we bereid zijn te besteden aan goede doelen, en hoeveel we voorbehouden voor onze eigen familie. En binnen de mentale liefdadigheidsrekening kunnen we bepalen hoeveel we schenken aan dementieonderzoek, aan steun voor de daklozen, aan de bestrijding van parasietworminfecties in de kinderen van de wereld, en aan de opvang van zwerfkatten.

Maar in elke categorie moeten we kiezen of we liever een doel steunen waarvoor we een subjectieve voorkeur hebben, of een doel dat het welzijn in de wereld maximaliseert. En als we voor het eerste kiezen, dan moeten we ons bewust zijn van de gevolgen – of we volgers zijn van de gevolgenethiek of niet.

 

LEES OOK