Luyendijk moet vandaag zowat de meest boeiende journalist uit de Lage Landen zijn. In zijn boek ‘Het zijn net mensen’ legde hij vijf jaar geleden al uit hoe buitenlandverslaggeving, zeker vanuit dictaturen, min of meer fictie is. Buitenlandverslaggeving komt (te) vaak neer op journalisten die vanuit het buitenland teksten declameren die hen vooraf door de redactie op het thuisfront zijn bezorgd.
Luyendijk etaleert een verfrissende kijk op wat moderne journalistiek zou kunnen zijn en in ‘Je hebt het niet van mij, maar’ hekelt hij de overmatige aandacht voor de poppetjes en het spel op het Binnenhof, de Nederlandse tegenhanger van de Wetstraat. Dat terwijl de journalistieke focus op Europa zou moeten liggen. In Brussel masseren lobbyisten immers zonder al te veel toezicht van de vierde macht doorlopend parlementsleden in de ‘de goede richting’.
Voor The Guardian schrijft Luyendijk momenteel een fel gesmaakte blog over de City. Zijn antropologische kijk levert boeiende gesprekken en notities op over hoe het er werkelijk aan toe gaat in het financiële hart van Groot-Brittannië. Echt hoopvol zijn de tussentijdse conclusies die hij in Humo formuleert niet. De huidige financiële crisis vergelijkt hij met een neerstortend vliegtuig … Met niemand in de cockpit.