Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De speltheorie voorbij

30 juli 2021 Koen Smets
mens erger je niet
(Koen Smets)

Mocht je niet (meer) bekend zijn met de regels van Mens erger je niet!, die zijn in het kort als volgt. Twee, drie of vier spelers hebben elk vier pionnen die ze om de beurt helemaal rond de vakjes op het bord moeten bewegen naar hun ‘huis’. Om een stuk in het spel te brengen moet een zes worden geworpen. Als de pion van een speler op een vakje aanbelandt dat al wordt ingenomen door een stuk van een tegenspeler, dan wordt dit afgegooid en teruggeplaatst op het beginpunt van de tegenspeler, die dan natuurlijk een zes moet rollen om deze pion opnieuw in het spel te brengen.

Jenny had meer dan twintig beurten nodig voor ze een zes gooide en kon starten, maar Luka en ik hadden al gauw twee pionnen die rond het bord huppelden. Even later slaagde Luka erin tot zijn grote pret een van mijn stukken buiten te gooien. Toen begon zijn geluk echter te keren: zijn pionnen gingen nauwelijks vooruit doordat hij voortdurend enen en tweeën gooide en vervolgens landde ik op een vakje met een van zijn stukken. Uit mijn ooghoek kon ik zien dat zijn onderlip begon te trillen, en kort daarop begon hij zacht te snikken. Toch speelde hij moedig door, terwijl Jenny en ik hem probeerden te troosten.

Bij spellen komen natuurlijk bijna onvermijdelijk emoties te pas. Typisch is het de bedoeling te winnen, en het is dus niet verrassend dat er positieve emoties ontstaan wanneer iets gebeurt dat dit doel dichterbij brengt, terwijl we negatieve emoties ervaren wanneer onze kans op de overwinning afneemt. En terwijl het bij volwassen niet zo vaak gebeurt dat iemand in tranen uitbarst bij wat tegenslag, zijn ook daar de emoties bij een spel vaak duidelijk zichtbaar (tenzij, om begrijpelijke redenen, bij poker).

schaak
Aanschouw de emotie! (CC BY NC ND 2.0 Michael Summers (Flickr) )

In de speltheorie modelleert men de mogelijke zetten van deelnemers zowel in daadwerkelijke spellen, als in andere interacties met spelkarakteristieken (bijvoorbeeld het feit dat iemands keuzes de keuzes van de andere kunnen beperken). De theorie beperkt zich echter tot het gedrag van rationele beslissers van het homo oeconomicus-type. Afgezien van de impliciete aanname dat spelers willen winnen, komen emoties dus niet echt voor in de speltheorie. Nagaan wanneer een speler zal beginnen te huilen of boos het speelbord omgooien, maakt normaal gesproken geen deel uit van een speltheoretische analyse.

Emoties in het spel, en daarbuiten

Nochtans zijn de keuzes die we maken bij het spelen van een spel, net als in het echte leven, niet noodzakelijk rationeel. Je kunt je zelfs afvragen hoe rationeel het is te beslissen een spel te spelen: in dit geval moest ik een artikel afmaken en een presentatie van een collega nakijken – allebei taken die duidelijk baat zouden opleveren. En toch besloot ik Mens erger je niet! te spelen. Zo’n beslissing is niet zo ongewoon: we maken wel vaker materiële offers in geld, tijd of inspanning voor anderen zonder dat we daarvoor iets in de plaats krijgen, afgezien van een warm gevoel en misschien een teken van dankbaarheid.

En er waren nog meer van zulke ‘afwijkingen’ van het rationele op komst. Enkele keren had ik, met het aantal ogen dat ik had geworpen, Luka’s enige pion in het spel buiten kunnen gooien, en dat zou mij bijna zeker de overwinning hebben opgeleverd. De rationele beslisser uit de speltheorie zou dit ook vast hebben gedaan, maar ik koos ervoor een ander stuk te verschuiven, en zo mijn kansen op winnen te reduceren.

Men kan natuurlijk – geheel terecht – aanvoeren dat winnen in dit specifieke spel niet van groot belang was voor mij, en dat mijn opoffering eerder bescheiden was. Anderzijds, als mijn tegenstander geen kleuter was geweest, dan had ik beslist niet nagelaten zijn pionnetje buiten te gooien, zelfs niet in een vriendschappelijk spelletje dat verder geen betekenis had. Maar in dit geval zou het Luka nog verdrietiger hebben gemaakt, en daarbij zou ik me dan weer slecht hebben gevoeld (en ook wat verdrietig). Een klein offer dus, omwille van de emoties van een klein mens – en van mijzelf.

valsspelen
Laten de regels dit toe? (Screenshot The Shooting of Dan McGoo/Tex Avery)

Even later, met slechts een pion op het speelbord, gooide ik een zes, waarmee die pion zou belanden op een vakje met een van Luka’s stukken. Snel verzon ik een fictieve regel waarbij je, als je een zes rolt, meteen opnieuw mag gooien, de ogen samentellen en vervolgens het pionnetje in één beweging verplaatsen, zonder tussenin te stoppen. Een mooi staaltje van moreel gemotiveerd redeneren, vond ik zelf. En opnieuw, niet zo verschillend van wat geregeld gebeurt in de echte wereld. We zijn immers best in staat te redeneren dat het overtreden van een bepaalde regel of wet moreel te rechtvaardigen is – zeker wanneer we daardoor niemand schade berokkenen, en als het om een uitzondering gaat. Technisch is het dan wel sjoemelen, maar dit is waar zelfs geharde kantiaanse deontologen ontdekken dat ook zij een benthamiaanse utilitaristische kant hebben, en de voor- en nadelen van een overtreding van een regel kunnen afwegen.

Eind goed, al goed

Het duurde niet lang voor Luka opnieuw blij was, vooral nadat hij – en ik zweer op mijn eerstecommuniezieltje dat ik daarmee niets te maken had – vier zessen op een rij gooide.  En ook al was het uiteindelijk Jenny die het spelletje won, we hadden alle drie veel plezier gehad.

In bordspellen, net als in het echte leven, gedragen we ons als een homo oeconomicus. Maar we hebben niet veel nodig om daarvan af te wijken

In bordspellen, net als in het echte leven, is de basis van ons gedrag rationeel, door eigenbelang gedreven, en gericht op maximale baten – precies wat we van homo oeconomicus zouden verwachten. Maar we hebben niet veel nodig om daarvan af te wijken, en toe te laten dat emoties – die van anderen, én die van onszelf – onze beslissingen beïnvloeden, en zelfs te domineren. Daarbij zullen we vaak zonder verpinken regels omzeilen of met de voeten treden – niet uit direct eigenbelang, maar omwille van het emotionele welzijn van iemand om wie we geven.

Hier was het mijn bekommernis voor een jongetje dat toevallig mijn kleinzoon is, maar als we om ons heen kijken zien we talloze voorbeelden van mensen die bereid zijn gelijkaardige kleine zelfopofferingen te maken, zelfs voor totale vreemden. Misschien is het wel deze opmerkelijke combinatie van rede en emotie die de essentie van het mens-zijn belichaamt.

We zijn waarlijk homo emotionomici.

LEES OOK