Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Spanning, buiten en binnen

28 januari 2022 Koen Smets
illustratiebeeld
Vooral de spanning in onszelf beïnvloedt ons gedrag en onze keuzes. (© Freepik)

Terwijl deze woorden worden geschreven is de spanning tussen Rusland en het westen prominent in het nieuws, net als die tussen de westerse bondgenoten onderling over het antwoord op de Russische troepen die zich verzamelen aan de grens met Oekraïne. Op een wat kleinere schaal zien we ook geregeld spanningen tussen collega’s op het werk, of tussen leden van ons huisgezin. Niet zo vreemd, eigenlijk. We zijn allemaal subtiel – of niet zo subtiel – verschillend van elkaar, en sommige van die verschillen leiden onvermijdelijk tot onenigheid en conflict. Maar om spanning en conflict te ervaren hebben we anderen niet eens nodig. Dat kunnen we perfect helemaal alleen.

Met hem, of tegen hem?

Boris Johnson, de Britse premier, zit al een tijdlang in lastige papieren, na een reeks controverses waaraan geen einde lijkt te komen. Zijn belangrijkste probleem – beslist in termen van de hoeveelheid commotie die het genereert – houdt verband met meerdere feestjes die zouden hebben plaatsgehad in de (tuin van) zijn ambtswoning, in strijd met de destijds van kracht zijnde Covid-wetten, en waaraan hij persoonlijk zou hebben deelgenomen. Mag hij aanblijven, of moet hij opstappen?

Naarmate de roep om zijn aftreden luider werd, schaarden vele van zijn naaste medestanders – waaronder tot dusver zijn voltallige kabinet – zich achter hem, en betuigden hun onvoorwaardelijke steun. Er zijn ongetwijfeld ook vele gewone burgers die ofwel geloven dat hij niets verkeerds heeft gedaan, of als dat toch zo was, dat het om een onschuldige misstap ging, en zeker niet om een zaak waarover hij ontslag moet nemen. Aan de andere kant zijn er ook diegenen die een diepe afkeer koesteren voor Johnson, en hem nooit als premier wilden: zij grijpen met plezier om het even welke reden aan om te betogen dat hij moet gaan.

Wanneer onze overtuiging onwrikbaar is, wanneer we onvoorwaardelijk iemand steunen (of er een tegenstander van zijn), dan zullen we het liefst alle feiten die deze overtuiging aanvechten wegwimpelen als onwaar of irrelevant.

Deze twee categorieën van mensen zijn erg gelijkaardig. Wanneer onze overtuiging onwrikbaar is, wanneer we onvoorwaardelijk iemand steunen (of er een tegenstander van zijn), dan zullen we het liefst alle feiten die deze overtuiging aanvechten wegwimpelen als onwaar of irrelevant. Dit is een voorbeeld van wat gemotiveerd redeneren wordt genoemd: we gebruiken een schijnbaar rationeel proces om aan te tonen – vooral aan onszelf – dat de overtredingen van de persoon die we steunen valse beschuldigingen zijn, onschuldige vergissingen, of van geen betekenis. Zo blijft de reputatie van de persoon in kwestie in onze beleving intact (en blijft onze mening geldig). Op dezelfde manier zorgt gemotiveerd redeneren ervoor dat het, in onze ogen, verwerpelijke karakter van iemand die we verfoeien behouden blijft, hoe nobel ook wat ze doen. Om niet met innerlijke spanningen om te moeten gaan is ze vermijden in de eerste plaats de perfecte manier.

Vele parlementaire partijgenoten van Boris Johnsons partij zijn echter niet zo dogmatisch. Sommige voormalige medestanders zijn blijkbaar al van mening veranderd, terwijl anderen het verslag van een hoge ambtenaar over de feestjes afwachten. Hoe ervaren zij de innerlijke spanning en hoe gaan ze ermee om?

illustratiebeeld
Een boekhouding om goede en slechte eigenschappen bij te houden, net als Sinterklaas? (© Tumisu/Pixabay)

Ons denken is niet zo systematisch en netjes als een boekhouding, maar wanneer we een oordeel vormen over een persoon, dan gaan we toch na wat hun ‘goede’ en ‘slechte’ kanten zijn, en telkens wanneer er een nieuw feit aan het licht komt, passen we ons oordeel aan. Hoe sterker onze opinie in de ene of de andere richting, hoe gewichtiger de feiten zullen moeten zijn om ons van mening te doen veranderen.  Maar dat is geen eenvoudig proces, omdat de plussen en minnen niet noodzakelijk zo gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken.

Hoe sterker onze opinie in de ene of de andere richting, hoe gewichtiger de feiten zullen moeten zijn om ons van mening te doen veranderen.  Maar dat is geen eenvoudig proces, omdat de plussen en minnen niet noodzakelijk zo gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken.

Wanneer Johnson in het parlement op de korrel werd genomen, voerde hij aan dat hij vele grootse zaken heeft verwezenlijkt. Hij bracht Brexit tot een goed einde en bereikte een handelsovereenkomst met de EU die weinigen voor mogelijk hielden. Misschien nog belangrijker, hij orkestreerde de voorbeeldige vaccinatiecampagne in het VK, mede dankzij de slimme zet om snel voldoende dosissen aan te kopen, en herhaalde dit nog eens met de boosterprikken, waarbij hij ten tweede male de EU achter zich liet. Hij wees op zijn ambitieuze programma’s om de traditioneel achtergebleven regio’s een zet in de rug te geven en aan te sluiten bij de rest van het land, en om voor een degelijke financiële basis te zorgen voor de vanouds ondergefinancierde bejaardenzorg – beide lovenswaardige initiatieven, los van ideologie. Zelfs buiten het VK zijn er sterke tekens van steun voor de Britse premier en zijn can-do politieke stijl: Alexander von Schönburg, de hoofdredacteur van het meest verkochte Duitse dagblad, Bild, noemt hem een “spiffing winner”, en pleit voor clementie in verband met zijn feestjespekelzonden.

Maar de conservatieve parlementsleden worden ook geconfronteerd met overwegingen die niets met de persoon of de handelingen van Boris Johnson te maken hebben: is het afzetten van de premier van een G7-land wel een wijze zaak, terwijl het vooruitzicht op een militair conflict in centraal Europa sterker wordt (Metaculus, een solide open voorspellingsplatform, schat de kans op een nakende Russische invasie in op 5%, en op meer dan 50% vóór 2023) – zeker als het om een relatief frivole overtreding gaat?

Anderzijds, is die overtreding wel zo frivool? Men kan aanvoeren dat – ongeacht al het goede dat hij (of zij) heeft gerealiseerd – een premier die herhaaldelijk blijkt te hebben gelogen en wetten te hebben overtreden die hijzelf (of zijzelf) uitvaardigde, ongeschikt is voor het ambt. Dit is alvast de mening van voormalig Schots leider van de Tory’s, barones Davidson, en voormalig kabinetslid vertelde Johnson ronduit “in godsnaam, hoepel op!”

Niet enkel voor feestende eerste ministers

Zulke innerlijke spanningen ontstaan overigens niet enkel rond individuen en hun betwiste aanspraak op een hoog ambt. Een ander voorbeeld is het beleid dat vele landen momenteel voeren voor verplichte vaccinatie van het zorgpersoneel. Wie zich daar niet naar schikt wordt ontslagen. Een mooi, principieel standpunt: wie in de zorg werkt moet moet immers alle mogelijke maatregelen nemen om de kwetsbare mensen voor wie ze zorgen te beschermen.

illustratiebeeld
Geen vaccin, geen job: zal de bank binnenkort leeg zijn? (© OnCall team/Flickr)

Maar de realiteit roept hieromtrent inmiddels toch wat vragen op. Recente ervaring met de omikronvariant wijst erop dat boosterprikken weliswaar een goede bescherming bieden tegen ernstige ziekte, maar veel minder doelmatig zijn tegen besmetting en tegen de overdracht van het virus. Bovendien heeft de vaak meer dan 10% van het personeel dat niet is ingeënt tal van mogelijkheden om elders aan de slag te kunnen, en een uitstroom van die omvang zal beslist tot grote personeelstekorten zorgen.

Wat is dan beter? Moet de beleidsmaatregel worden gehandhaafd, en dus inderdaad voor 100% gevaccineerd personeel zorgen (maar wel 10% minder dan wat nodig is voor degelijke zorgverlening)? Of moet men hem laten varen, in de wetenschap dat zelfs gevaccineerde zorgverleners kunnen worden besmet, en op hun beurt het virus kunnen doorgeven, en zo de personeelsbezetting op peil houden?

Het feit dat de argumenten van beide kanten niet zo makkelijk te verzoenen zijn is overigens niet de enige reden waarom het zo moeilijk omgaan is met innerlijke spanning. We veranderen namelijk ook niet graag van mening. Wie houdt immers vast aan zijn standpunt? Dat zijn competente mensen met een sterke, goed onderbouwde mening. Bijgevolg – zo denken we – moet van mening veranderen wel een teken van zwakheid en incompetentie zijn. Daarom is vasthouden aan een overtuiging, en dat goedpraten door gemotiveerd redeneren, zo verleidelijk. En hoe meer we onszelf identificeren met onze voorkeuren, hoe meer we ertoe verleid worden een rechtvaardiging te vinden om niet van mening te hoeven veranderen.

Als we de wereld in zwart-wit zien vermijden we dat allemaal, en zoeken we een gemakkelijke uitweg. Maar de zekerheid die we zo krijgen is bijna altijd een illusie, en dan duikt vroeg of laat die spanning toch weer op.

LEES OOK