Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Morele lafaards: waarom we niet zeggen wat we eigenlijk geloven

door Koen Smets
betoging UK
Tegenstanders van geassisteerd sterven demonstreren buiten de parlementsgebouwen terwijl het wetsvoorstel Terminally Ill Adults (End of Life) wordt besproken en in stemming gebracht in het House of Commons in november 2024.

Er woedt een heftige discussie in het Britse parlement. Het debat over de Terminally Ill Adults (End of Life) Bill, in de volksmond de ‘wet op hulp bij zelfdoding’, is misschien wel het meest controversiële sinds Brexit het land negen jaar geleden in tweeën spleet, dwars door alle partijlijnen heen. Brexit was voor velen een diep ideologische kwestie, maar dit wetsvoorstel gaat nog een stap verder: regelrecht naar de kern van de individuele en collectieve moraal van de Britten. En toch is, ondanks alle morele geladenheid, de moraal in het debat over deze beslissing een beetje zoek. Is dat niet vreemd?

Eenvoudig kader, ingewikkelde kwestie

Morele discussies zijn meestal terug te brengen tot een moreel dilemma. De ingrijpende en verstrekkende offers die daarbij komen kijken kunnen het hartverscheurend moeilijk maken om ze op te lossen, maar qua structuur zijn ze meestal best wel overzichtelijk. We kunnen ze op twee manieren benaderen: consequentialistisch, geworteld in het utilitarisme van Jeremy Bentham, en gebaseerd op plichten, vanuit de deontologische ethiek van Immanuel Kant . 

Het debat over de Terminally Ill Adults (End of Life) Bill is misschien wel het meest controversiële sinds Brexit het Verenigd Koninkrijk in tweeën spleet

De eerste beoordeelt handelingen of beleid op het algemene nut van de resultaten, de tweede op de mate waarin ze morele plichten en regels naleven, ongeacht de gevolgen. Argumenten kunnen ingaan op wie schade ondervindt van een handeling of beleid, hoe en hoeveel, en omgekeerd wie er baat bij heeft, op welke manier en in welke mate. En er kunnen argumenten worden aangevoerd over welke morele regels in acht worden genomen dan wel geschonden, en welke voorrang krijgen bij een conflict.

De argumenten voor en tegen het wetsvoorstel zijn beide in wezen utilitaristisch. Voorstanders zien hulp bij zelfdoding als een manier om waardigheid te herstellen in het sterfproces, zodat terminaal zieke patiënten hun leven kunnen beëindigen op een serene manier en wanneer zij dat willen, in plaats van zwaar verdoofd en onder hevige pijn, niet langer in staat om als normaal mens te functioneren. 

Tegenstanders zien legalisering van hulp bij zelfdoding als een mechanisme om kwetsbare mensen te dwingen tot een vroegtijdige dood met oneigenlijke motieven. Dit is geen eenvoudig dilemma: de voor- en nadelen van beide perspectieven tegen elkaar afwegen is lastig. Maar zo moeilijk is het beslist niet om degelijk bewijs en tegenbewijs aan te voeren, om zo de merites van beide standpunten vast te stellen.

ECG
Wie bepaalt wanneer het stilvalt? (© Koen Smets)

Dat is echter niet wat we zien gebeuren. Om hun zaak te ondersteunen grijpen de tegenstanders van het wetsvoorstel naar zwakke en soms hoogst twijfelachtige argumenten. Er wordt geen substantieel bewijs geleverd voor hun bewering dat kwetsbare patiënten onder druk zullen worden gezet, en in de landen waar hulp bij zelfdoding al geruime tijd legaal is - 80 jaar in Zwitserland, ruim 20 jaar in Nederland en België - is daarvoor ook nooit bewijs gevonden. 

Waarom zijn we zo terughoudend om open te zijn over onze morele standpunten? 

Ze tonen ook niet aan dat de waarborgen in het wetsvoorstel (terminale diagnose met minder dan 6 maanden levensverwachting, beoordeling van wilsbekwaamheid, meerdere medische opinies, verplichte bedenktijd, en juridisch toezicht) ontoereikend of ondoelmatig zijn. In plaats daarvan wordt geïnsinueerd dat familieleden een terminaal zieke patiënt het proces in zouden kunnen duwen om een verwachte erfenis te bespoedigen of van zorgplichten af te komen, of zelfs dat de staat dit zou doen om economische redenen. 

Ze voeren aan dat de kosten van hulp bij zelfdoding een fractie zijn van de potentiële kosten van palliatieve zorg, en gaan zelfs zo ver ze te vergelijken met (niet-palliatieve) chemotherapie. Ze suggereren dat zelfs gehandicapte mensen – een handicap is duidelijk geen terminale ziekte – zouden kunnen worden aangespoord om deze route te overwegen.

Kant vermomd als Bentham

Het gebrek aan onderbouwing van het aangevoerde risico voor kwetsbare personen, en aan constructief engagement omtrent maatregelen om dit te beperken of weg te nemen, suggereert dat er iets anders onder de oppervlakte schuilgaat. Een voor de hand liggende verklaring is dat de campagne tegen het wetsvoorstel in feite een campagne tegen hulp bij zelfdoding tout court is: niemand zou wettelijk recht mogen hebben op hulp om zijn leven te beëindigen – zelfs niet als hij het zwaarste lijden en de meest vernederende omstandigheden ondergaat.

Dit is een volkomen respectabel standpunt, maar het is wel Kantiaans. Voor sommige mensen is de heiligheid van het menselijk leven en de plicht om het te vrijwaren onaantastbaar, en vanuit die morele positie is hulp bij zelfdoding – ongeacht de situatie – problematisch. De moreel juiste handelwijze is dan om er alles aan te doen om het ongemak van de patiënt via palliatieve zorg tot een minimum te beperken, met de daarbij horende limieten.

Trolleyprobleem
Ook in het trolleyprobleem verkiezen we niet in te grijpen, ondanks de consequenties. (RV)

Deze vermomming van het ene argument als het andere kunnen we als lafheid beschouwen. De tegenstanders voeren een mank consequentialistisch argument (kwetsbare mensen zullen worden gedwongen), terwijl hun werkelijke bezwaren eigenlijk deontologisch zijn (het opzettelijk beëindigen van leven is een absolute schending van de heiligheid van het leven).

Het utilitaristische argument van de voorstanders is zowel empirisch onderbouwd als intuïtief moreel voor veel mensen, en steunt niet op twijfelachtige beweringen – het verminderen van lijden wordt algemeen als moreel goed beschouwd. Maar veel mensen aan die kant van het debat ontwijken dan weer de lastigere vraag welk niveau van autonomie over ons overlijden (buiten terminale ziekte) moreel juist is. 

We schijnen het vertrouwen in moreel discours te hebben verloren

In plaats daarvan schikken ze zich naar willekeurige beperkingen en voorwaarden. Waarom alleen fysiek lijden, en niet psychisch of existentieel lijden? Waarom terminale en niet chronische ziekten? Waarom een grens van zes maanden? Hun authentieke argument zou eigenlijk óók Kantiaans moeten zijn – pleiten voor volledige individuele zeggenschap over wanneer en waarom je kiest voor hulp bij zelfdoding, in plaats van schijnafwegingen maken.

Moraal in de kast

Waarom zijn we zo terughoudend om open te zijn over onze morele standpunten? Drie belangrijke redenen dienen zich aan. Ten eerste lijken we een cultuur te hebben omarmd die objectiviteit verheerlijkt en moreel redeneren als niet rigoureus beschouwt. We schijnen het vertrouwen in moreel discours te hebben verloren, niet bereid om te zeggen wat we juist vinden en dat als een coherent wereldbeeld te bepleiten. Feiten zijn respectabel in een discussie, terwijl waarden slechts meningen zijn, en dus hebben we geleerd onze waarden, vermomd als feiten, binnen te smokkelen in onze argumentatie.

Ten tweede voelen we ons ongemakkelijk te moeten erkennen, laat staan er verantwoordelijkheid voor te nemen, dat onze morele keuzes anderen schade berokkenen – zeker als het om onschuldigen gaat. De tegenstanders van de wet op hulp bij zelfdoding zijn niet verantwoordelijk voor het lijden van terminale patiënten - de moreel juiste oplossing is hen betere zorg te bieden. De voorstanders zijn niet verantwoordelijk voor eventuele schade aan mensen die kiezen voor hulp bij zelfdoding - zij hebben immers vrijelijk hun autonomie uitgeoefend. Dit soort framing helpt ons aan beide kanten om verantwoordelijkheid te ontkennen en morele gevolgen af te wentelen: we verschuiven van "ik kies voor X" naar "X is de enige rationele reactie op de omstandigheden".

Als we echt willen beslissen wat voor samenleving we willen zijn, moeten we bereid zijn een volwassen debat te voeren over morele principes

Dit hangt samen met een derde verklaring: we willen het negatieve (zelf)beeld vermijden dat volgt uit het innemen van standpunten die ons in een kwaad daglicht stellen. Door concrete feiten en invloeden buiten onze controle in te roepen slagen we erin dat positieve beeld te behouden: seculiere, utilitaristische argumenten zijn veel beter dan simpelweg zeggen "ik geloof dat het opzettelijk beëindigen van leven categorisch verkeerd is, ongeacht de omstandigheden", of "ik geloof dat het opzettelijk beëindigen van leven een kwestie van persoonlijke vrijheid is, ongeacht de omstandigheden".

De kern van de morele lafheid zit in de kloof tussen wat we diep in ons binnenste geloven en wat we publiekelijk beweren. Voorstanders die het lijden willen reduceren kunnen privé wel denken "eerlijk gezegd zouden mensen het recht moeten hebben om te sterven wanneer ze dat wensen", maar bepleiten toch enkel de medische gevallen. Tegenstanders die privé denken "dit is gewoon verkeerd omdat God/de natuur/morele intuïtie dat zegt", verpakken hun argumenten toch als concrete bezwaren tegen ingebeelde consequenties.

De oplossing kan er enkel in bestaan te veranderen hoe en wat we beargumenteren. Als we echt willen beslissen wat voor samenleving we willen zijn, moeten we bereid zijn een volwassen debat te voeren over morele principes, en ons niet bezighouden met plaatsvervangende schermutselingen over statistieken en waarborgen. Dat is wat we zouden moeten verwachten van beleidsmakers in parlement en regering – en eigenlijk ook van onszelf.

 

LEES OOK
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Pol Deltour, Dirk Voorhoof 05-10-2026

Kritische berichtgeving over bedrijven is ‘tricky business’

Nog meer misbruik van procedures en SLAPP’s liggen op de loer.
Een hamer voor een rechter in de rechtbank.
Mirre Verhoeven 29-09-2026

‘Fighting autism together’ met stamceltherapie? Autistische personen denken daar anders over

Ouders en zorgaanbieders kunnen leren van autistisch verzet tegen genezing.
Een persoon (niet in beeld) houdt een grote Autistic Pride-vlag vast op een Pride-betoging.