Ben jij een compromisloos persoon? Het al dan niet bezitten van deze eigenschap ontsnapt aan simpele overwegingen van sociale wenselijkheid. Is het beter bevestigend te antwoorden, en jezelf voor te stellen als resoluut en standvastig, principieel en vastberaden, toegewijd en volhardend, dan het etiket af te wijzen en gezien te worden als een aarzelende weifelaar, toegeeflijk en zwak, bereid om over alles te onderhandelen?
Of is het beter om de categorisering te verwerpen en te stellen dat je een pragmatische realist bent, in staat tot een genuanceerd oordeel, klaar om te geven en te nemen om een win-win te realiseren, dan om over te komen als een dogmatische hardliner, koppig en onverzettelijk, onwillig om ook maar een duimbreed toe te geven?
Stel je voor dat je een ouder bent die de kinderen af en toe trakteert op wat ze allemaal het beste ijs in de ruime omgeving vinden. Op een dag blijkt de eigenaar van de gelateria een uitgesproken aanhanger te zijn van een politieke beweging die in jouw vriendenkring niet door de beugel kan.
Kies je er compromisloos voor om die zaak niet langer te bezoeken en zo het respect van je vrienden te winnen (alsook de mateloze teleurstelling van je kinderen), of doe je water bij de wijn, en zorg je ervoor dat je spruiten van dat superieure ijs kunnen blijven genieten (terwijl je het risico loopt door sommige van je vrienden als verrader te worden bestempeld)?
Niet alleen is compromisloosheid op zijn minst een dubbelzinnig concept, het hangt ook nogal van je perspectief af of het een wenselijke eigenschap is of niet. Betekent dit dat de term uiteindelijk betekenisloos is, zo subjectief dat hij ons niets relevants vertelt? Of is er een middenweg doorheen deze dubbelzinnigheid?
Waarom we compromissen sluiten
Het is misschien leerzaam om te kijken waarom we überhaupt compromissen sluiten. Compromissen zijn een essentieel onderdeel van handel drijven. Als klant streven we ernaar om, wanneer we iets willen kopen, zo weinig mogelijk geld uit te geven, waardoor elke prijs boven nul een compromis is. We oordelen – weliswaar misschien met tegenzin – dat het beter is om wat geld uit te geven (tot een bepaalde limiet) om de gewenste goederen of diensten te verkrijgen, dan om met lege handen weg te gaan.
Net zo wanneer wij de verkoper zijn: we willen zoveel mogelijk krijgen voor wat we aanbieden en dus is elke prijs een compromis ten opzichte van welke hogere prijs dan ook. Maar die optie is beter dan een potentiële klant te verliezen en uiteindelijk niets te verkopen. Het feit dat zowel kopers als verkopers grenzen hebben waarboven ze geen deal willen sluiten, betekent niet dat ze compromisloos zijn: elke succesvolle commerciële transactie is immers een compromis.
We kunnen deze observatie verder uitbreiden naar andere vormen van samenwerking. Collega's in een werkteam zullen zelden 100% eensgezind zijn over de manier waarop een project moet worden uitgevoerd – van de technische aanpak tot de afweging tussen overwerken of het missen van een deadline. Verschillende bedrijfseenheden kunnen beslissen om samen te werken zodat ze grotere projecten kunnen aanpakken, maar dan wel ten koste van het opgeven van wat autonomie en van het afleiden van capaciteit van inkomstengenererende activiteiten naar gezamenlijke marktprospectie.
De vorming van een coalitieregering betekent vaak een enorme uitdaging om een coherent regeringsbeleid te smeden uit soms zeer tegenstrijdige beloften uit de partijprogramma’s. Zelfs binnen een gezin hebben verschillende leden waarschijnlijk verschillende voorkeuren wat betreft de bestemming voor de jaarlijkse vakantie.
Zulke conflicten zijn onontkoombaar wanneer meerdere partijen, met uiteenlopende belangen, samen iets willen doen. Compromissen sluiten is een cruciaal instrument om dit mogelijk te maken – om samen te werken zijn compromissen essentieel.
Waarom we compromissen afwijzen
Maar soms staan ze niet op de agenda. Sommige werknemers zullen vierkant weigeren wanneer de baas erop staat dat ze, om eerder opgelopen achterstand in te halen, komen werken op de dag van de bruiloft van hun kind of op een belangrijke religieuze feestdag. Naast zulke morele overtuigingen kan ook eigenbelang een rol spelen, bijvoorbeeld het NIMBY-standpunt van waaruit iemand een broodnodig woningbouwproject wil tegenhouden om de waarde van zijn eigendom te behoeden.
Loyaliteit aan een vriend of familielid die campagne voert tegen een dergelijk initiatief kan je ertoe aanzetten om dit compromisloze standpunt te delen, zelfs als je eigenlijk persoonlijk voorstander bent van meer huisvesting (vooral als de waarde van je eigen huis er niet onder lijdt!). Het belangrijkste obstakel voor een compromis kan zelfs pure emotie zijn, bijvoorbeeld wanneer broers en zussen koppig een verzoening blijven weigeren na een erfenisgeschil dat tot diepe woede en wrok heeft geleid.
Er lijkt een rode draad te lopen door deze verschillende motieven om een compromisloze houding aan te nemen: ze kan steeds worden gekaderd als een kwestie van goed en fout – soms direct verbonden met morele beginselen, soms indirect, door een gevoel van verontwaardiging.
Als dat besef van goed en fout gedeeld wordt – in persoonlijke relaties of binnen de sociale normen van een bredere maatschappelijke groep – zal zo'n compromisloze houding toegejuicht en zelfs gerespecteerd worden. Ze wordt gezien als een teken van authenticiteit, van morele kracht en rechtschapenheid, wat de persoon die een hard standpunt inneemt reputatiewinst oplevert.
Navigeren doorheen de ambiguïteit
Het potentiële probleem van compromisloos zijn is niet dat dit ongewenste gevolgen kan hebben: het is dat het ons blind kan maken voor wat de gevolgen van onze onverzettelijkheid kunnen zijn, zowel op de korte als op de lange termijn.
Protestacties die wijdverspreide sympathie verwerven voor doelen die aanvankelijk als redelijk en waardevol worden beschouwd, kunnen snel averechts gaan werken wanneer de eisen radicaal en onrealistisch worden, of wanneer het activisme omslaat in compromisloos, moedwillig vandalisme of geweld.
Geopolitieke geschillen kunnen escaleren wanneer de ene partij weigert concessies te doen en maximalistische eisen stelt, waarop de andere partij hetzelfde doet, wat vervolgens leidt tot het afspringen van de diplomatie en tot steeds meer militair vertoon en schermutselingen, mogelijk zelfs oorlog.
En op persoonlijk niveau, in een geschil met een ouder, broer of zus of een collega, kunnen we er compromisloos van overtuigd zijn dat wij gelijk hebben, dat ons standpunt redelijk en rechtvaardig is en dat het niet aan ons is om sorry te zeggen of de eerste verzoenende stap te doen. Dat kan dan leiden tot een blijvende relatiebreuk, die beide partijen gekwetst achterlaat. Het is maar een klein stapje van compromisloos naar zelfvernietigend.
Een compromisloze houding kan in eerste instantie een impulsieve reactie zijn (het gaat immers bijna altijd om een reactie op een blijkbaar onaanvaardbare situatie of aanbod), maar het is vooral het gevoel dat het gaat om goed en fout, om rechtvaardigheid en eerlijkheid dat ons ervan zal weerhouden ons standpunt te herzien.
Als we ons gesteund voelen in onze onverzettelijkheid, zal dat zelfs nog meer het geval zijn. Maar het negeren van de mogelijkheid van een compromis en van de kostelijke gevolgen van het ontkennen daarvan is uiteindelijk vaak irrationeel en tegen ons langetermijnbelang.
Bemiddeling kan de impasse van compromisloosheid aan beide kanten helpen doorbreken, maar ook dat vereist enige bereidheid om op zijn minst onze onwrikbare positie in twijfel te trekken. Een betere manier is om te voorkomen dat we vast komen te zitten in een situatie waarin we het gevoel hebben dat we ons geen gezichtsverlies kunnen veroorloven, of waarin we gewend raken aan een status quo van een disfunctionele, terminaal gebroken relatie.
Het afwijzen van een compromis kan soms wel gerechtvaardigd zijn, maar na rijp beraad en een zorgvuldige afweging van de gevolgen, en niet als gevolg van een onvoorwaardelijke starre houding. Hier is het belangrijk om te herkennen wanneer we in feite onze weerstand tegen het doen van concessies aan het rationaliseren zijn, in plaats van voor een echt dilemma staan.
Het innemen van een compromisloze positie moet een uitzonderlijke gebeurtenis zijn, die uitzonderlijke, duidelijke, principiële voorwaarden vereist, en niet het resultaat van het onverbiddelijk vasthouden aan een halsstarrige weigering om te onderhandelen uit gewoonte.
De beste aanpak is het cultiveren van genuanceerd denken: geen binaire standpunten, maar een schaal van compromissen. We moeten ervoor oppassen dat we niet vast komen te zitten in het verdedigen van onbeduidende, symbolische eisen, of dat we niet de mogelijkheid tot het sluiten van compromissen afsnijden door ons vast te pinnen aan een alles-of-nietshouding die het heroverwegen en aanpassen op persoonlijk en reputatievlak ondoenbaar maakt.
In persoonlijke relaties of in complexe contexten met meerdere partijen – zoals de vorming van een coalitieregering – kunnen we verhinderen dat we overkomen als een irrationele dogmaticus of als een volgzaam doetje, door de tijd te nemen om de werkelijke voordelen van een compromis nuchter af te wegen. Waar we een metaforische rode lijn moeten trekken, en zelfs of dat is aangewezen, is een beslissing die gebaseerd moet zijn op coherent redeneren – niet op koppige trots, woede of zelfbedrog.
Als we echt die rode lijn moeten trekken voorbij dewelke geen compromis mogelijk is, laten we dat dan op een verstandige manier doen.