Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Een goed argument

door Koen Smets
a good argument
Ons vermogen om te redeneren is vooral geëvolueerd om ons toe te laten argumenten op te bouwen en te beoordelen. (Wal_172619/Pixabay)

In een stukje van enkele maanden geleden verwees ik naar een theorie die suggereert dat het menselijk vermogen om te redeneren zich niet in de eerste plaats ontwikkelde om ons in staat te stellen de waarheid te ontdekken (of er dichter bij te komen), of om goede beslissingen te nemen. In plaats daarvan ontwikkelde het zich als een sociale vaardigheid, een manier om anderen te overtuigen (en soms zelfs onszelf!) en om hun beweringen te beoordelen.

Beide doelen zijn beslist nuttig om samenwerking te bevorderen. Maar het leven zou toch wat saai zijn als we de vaardigheden die we hebben verworven niet zouden kunnen hergebruiken. Het specifieke evolutionaire voordeel van voetballen, bier of croissants maken of piano spelen is twijfelachtig, maar onze fysieke en psychologische capaciteiten stellen ons in staat om deze dingen te doen, die ons veel genot opleveren.

Dus zelfs als deze theorie correct is, weerhoudt niets ons ervan om ons redeneervermogen aan te wenden om tot juiste conclusies en een beter begrip van de wereld te komen.

Redeneren om te communiceren

Hugo Mercier en Dan Sperber, twee Franse cognitieve wetenschappers, formuleerden hun Argumentatieve Theorie van het Redeneren voor het eerst in een paper in 2011. Ze definiëren redeneren als een bewust proces van inferentie, waarbij een of meer premissen leiden tot een conclusie. Maar sommige evolutionaire verklaringen voor het ontstaan van het redeneervermogen overtuigen niet echt, merken ze op.

Zo wordt gesuggereerd dat redeneren ons helpt om betere beslissingen te nemen, door gebruik te maken van wat Daniel Kahneman in Thinking, Fast and Slow 'Systeem 2' noemt (ons bewuste, analytische cognitieve systeem) om fouten van ons intuïtieve, automatische 'Systeem 1' te corrigeren. Maar dat is niet noodzakelijk het geval, pareren ze.

Doelbewust, analytisch redeneren kan bijvoorbeeld signalen in sociale interactie verkeerd interpreteren (we kunnen de motieven van iemand die een onschuldig grapje maakt in twijfel trekken), of onaangepast gedrag (tv kijken in plaats van sporten) of onjuiste overtuigingen (ik heb mijn symptomen gegoogled en ik heb vast een vreselijke ziekte) rationaliseren.

Een andere verklaring is dat redeneren ons in staat stelt om met nieuwe situaties om te gaan en op de toekomst te anticiperen. Dit perspectief lijkt echter eerder leren te beschrijven en niet zozeer redeneren.

Redeneren kan zeker nuttig zijn om onnauwkeurige, intuïtieve conclusies recht te zetten, of ons helpen om ons aan te passen aan nieuwe omstandigheden, maar de auteurs zien dit als incidentele voordelen, die niet volstaan om de evolutie van zo'n kostbaar vermogen te verklaren (redeneren kost immers tijd en flink wat energie – de hersenen verbruiken niet minder dan 20% van onze totale energie-opname).

persuasion
Wanneer we argumenteren is dat om te overtuigen, met nauwkeurigheid houden wij ons niet bezig. (DALL·E)

Wat was er dan zo belangrijk dat het tot dit vermogen leidde? Communicatie, en meer precies overtuigingskracht, stellen Mercier en Sperber. Voor de sociale soort die we zijn, is effectieve communicatie een cruciale aanpassing: samenwerken aan een wederzijds tevredenstellend doel vereist niet alleen een middel om te communiceren en informatie te delen, maar ook om dat effectief te doen, met name om te overtuigen.

Dit is de basis van het begrip argumentatief redeneren: het stelt de ene persoon in staat om zijn bewering te beargumenteren en de andere om dat te beoordelen. Vervolgens zetten ze hun eigen argument op om ons te overtuigen: redeneren is een effectief hulpmiddel voor het produceren en evalueren van argumenten, vooral in groepen.

Ons redeneren vertoont vaak een duidelijk bevestigingsvooroordeel, want als we iets beweren, proberen we dat natuurlijk te ondersteunen met het meest overtuigende bewijs. Dezelfde bekommernis verklaart waarom we zoveel gemotiveerd redeneren zien: we weten wat de conclusie is en dus bouwen we ons argument op in overeenkomst daarmee.

En als we een beslissing nemen waarvoor we de steun van anderen nodig hebben (wat vaak voorkomt in een sociale soort), gaat het er vooral om hen te overtuigen, dus redeneren we in de richting van conclusies die we kunnen rechtvaardigen, en niet noodzakelijk diegenen die optimaal zijn.

Er is iets opmerkelijks aan dit perspectief. Aan de ene kant zullen we, wanneer we een argument opbouwen, geneigd zijn om overtuigingskracht prioriteit te geven boven nauwkeurigheid. We willen bovenal de anderen voor onze zaak winnen. Als we daarvoor selectief moeten zijn in ons argument (door alleen ondersteunend bewijs op te nemen en alles wat het tegenspreekt te negeren) en gemotiveerde of misleidende redeneringen moeten gebruiken, dan is dat maar zo.

Maar aan de andere kant, als we naar het argument van iemand anders luisteren, willen we voorkomen dat we het slachtoffer worden van verkeerde informatie. We vertonen wat Mercier en Sperber epistemische waakzaamheid noemen. We willen niet goedgelovig zijn en zomaar om het even welk argument slikken.

Vooral als het onze eigen overtuigingen tegenspreekt, zullen we ons niet gemakkelijk laten overtuigen en op zoek gaan naar de zwakke plekken. Hoewel we misschien niet per se op zoek zijn naar nauwkeurigheid, proberen we wel aanwijzingen te vinden van onnauwkeurigheid, naar redenen om het argument als niet overtuigend te verwerpen.

Deze asymmetrie is bijzonder nuttig voor groepsredeneringen en -besluitvorming, vooral als er een diversiteit aan standpunten is om mee te beginnen. De sterkste, meest overtuigende argumenten blootstellen aan de sterkste toetsing is een veelbelovende aanpak om tot een goede conclusie te komen.

Een argument voor nauwkeurigheid

Mercier en Sperber houden een – voor mij althans – overtuigend argument voor de evolutie van redeneren als een hulpmiddel voor het produceren en evalueren van argumenten die als doel hebben te overtuigen. Maar dit betekent niet dat we het alleen daarvoor kunnen gebruiken. De bouwstenen van het redeneren, het maken van gevolgtrekkingen en het construeren van argumenten, kunnen beslist worden ingezet om nauwkeurige conclusies te produceren (die anderen al dan niet zullen overtuigen).

In feite vereist dit dat we de twee verschillende elementen van argumentatief redeneren tegelijkertijd gebruiken: we moeten een overtuigend argument construeren voor de conclusie die we naar voor schuiven, én we moeten dit argument kritisch onderzoeken op gebreken en zwakheden. Dat kan een beetje een uitdaging zijn, omdat de intuïtie die we geërfd hebben van een lange lijn voorouders ons richt op overtuigingskracht, en daarvoor alles uit de kast te halen. 

unearthing the truth
De waarheid blootleggen kan best hard werk zijn. (Conall/Flickr CC BY 2.0)

Wanneer we nauwkeurigheid nastreven, moeten we er allereerst voor zorgen dat we de werktuigen van het redeneren correct gebruiken: onze inferenties moeten geldig zijn en de logica van ons argument moet kloppen. Ongeldige gevolgtrekkingen en argumenten die rusten op twijfelachtige logica zullen ons zeker niet in de juiste richting leiden.

Een goede manier om onze redenering te testen is te speuren naar drogredenen en denkfouten die gevolgtrekkingen en argumenten overtuigend, maar gebrekkig maken. (Hier is een uitgebreide lijst).  We kunnen echter nog steeds correct redeneren op basis van een scheefgetrokken, selectieve verzameling premissen die enkel onze eerdere overtuigingen bevestigen, of met een beperkte focus op een vooraf bepaalde conclusie die onze bestaande opvattingen of onze wensen weerspiegelt.

Dit is precies waar we kunnen kiezen voor nauwkeurigheid boven overtuigingskracht. We moeten dan op zoek gaan naar bewijsmateriaal dat onze hypothese tegenspreekt in plaats van bevestigt, en alternatieven voor onze eigen hypothese zoeken, daarvoor een zo sterk mogelijk argument opbouwen (de ‘stalen man’ aanpak) en dit vervolgens trachten te weerleggen.

We moeten ons ook hoeden voor ongepaste motieven die onze redenering sturen: enkel het streven naar een nauwkeurige conclusie mag ons drijven. Vooral de wens dat onze hypothese juist is, moet een rode vlag zijn – we proberen niet aan te tonen dat ze juist is, maar uit te zoeken of ze juist is.

Zo te werk gaan lijkt misschien simpel, maar het gaat in tegen duizenden generaties waarin overtuigingskracht gewaardeerd werd boven nauwkeurigheid, dus het is misschien niet zo eenvoudig als het lijkt. Ik zou kunnen proberen je te overtuigen door te zeggen dat het met de tijd makkelijker wordt – zoals het spreekwoord zegt: "oefening baart kunst" – en mijn argument ondersteunen door Malcolm Gladwells "10.000-urenregel" aan te halen (die beweert dat het zo lang duurt om meesterschap te bereiken).

Echter, niet alleen heeft de auteur van het originele onderzoek waarop de regel is gebaseerd, Anders Ericsson, herhaaldelijk verklaard dat Gladwell de conclusies verkeerd heeft begrepen, maar de meer algemene conclusie dat heel veel oefenen essentieel is voor het bereiken van topresultaten blijkt ook overdreven te zijn. Mijn bewering dat het oefenen van redeneren voor nauwkeurigheid ons tot expert-redeneerders maakt, mag dan al overtuigend zijn, accuraat is ze allerminst. 

Niettemin zal het ons ervaring geven, en dat alleen al maakt het de moeite waard.

LEES OOK
Koen Smets 13-12-2024

Twee soorten overtuigingen

Overtuigingen geven op zijn minst gedeeltelijk vorm aan bijna elke beslissing die we nemen.
barcelona - axioms and theorems
Koen Smets 24-05-2024

Is goed en fout louter een kwestie van feiten?

Morele besluitvorming zou geen kwestie van persoonlijke voorkeur mogen zijn.
logic
Koen Smets 26-04-2024

Snel denken, verkeerd denken

Snel denken is een adaptieve eigenschap die ons goed van pas komt.
marathon