Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Doelen of grenzen?

door Koen Smets
autoverkeer
De prioriteit van autobestuurders is om zo snel mogelijk van A naar B te geraken. (© Kurt Desplenter (Belga))

Hoe kunnen we beoordelen of wat we doen – van de meest onbeduidende gewoonte tot de diepst ingrijpende beslissing – 'goed' of 'slecht' is? Daarvoor moeten we onze handelingen kaderen in twee concepten: wat we willen bereiken (doelen die we nastreven) en wat we moeten vermijden (grenzen die we niet mogen overschrijden).

Als ze ons dichter bij een doel brengen, zijn ze goed. Als ze ervan verwijderen of het moeilijker te realiseren maken, zijn ze dat niet. Op dezelfde manier is binnen de vereiste grenzen blijven goed, en ze overschrijden slecht.

Intuïtief verwachten we dat het na te streven doel onze eerste bekommernis is (anders komen we immers nergens!), met op de tweede plaats de eis om voldoende rekening te houden met de randvoorwaarden, om te ver gaan en onbedoelde gevolgen te voorkomen. Maar is dat altijd hoe we te werk gaan?

Bovenhand voor randvoorwaarden

Vias, het voormalige Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid, voert een campagne onder het motto All for zero. Dit is niet zomaar een concept, maar een concreet doel: nul verkeersdoden tegen 2050. Stel je voor dat er tot gisteren geen auto's of andere motorvoertuigen in onze wereld waren.

Het vervoer van goederen en mensen zou nog gebeuren met voertuigen die enkel gebruik maken van onze eigen spierkracht of die van trekdieren. En vandaag zouden we plots toegang krijgen tot technologie die het mogelijk maakt om lange afstanden te overbruggen met een ongekende snelheid en efficiëntie.

Maar, alsof het een pact met de duivel was, zou er een prijs te betalen zijn: zelfs met sterke maatregelen om de veiligheid te verzekeren, zouden er elk jaar vijftig tot honderd verkeersdoden zijn per miljoen inwoners.

De nieuwe technologie zou iedereen flink welvarender maken, dankzij economische efficiëntie (in logistiek en handel) en persoonlijke mobiliteit (met betere toegang tot banen en onderwijs, en sociale interactie over langere afstanden).

We zouden er dus voor kunnen kiezen om deze technologie te omarmen mits de nodige maatregelen om het aantal verkeersslachtoffers tot een minimum te beperken. Of we zouden ons kunnen laten leiden door het doel van Vias – nul verkeersdoden – en de nieuwe technologie verwerpen, en dus ook de aanzienlijke voordelen ervan mislopen.

De afgelopen weken is in het Britse Lagerhuis heftig gedebatteerd over een wetsvoorstel over begeleid sterven, dat moet leiden tot een cruciale stemming. Voorstanders willen terminaal zieke mensen (met naar schatting nog zes maanden te leven, al is het niet duidelijk hoe dit precies kan worden vastgesteld) wettelijk het recht geven om het tijdstip en de manier van hun dood te kiezen, met waarborgen om misbruik of oneigenlijk gebruik van de toekomstige wetgeving te voorkomen.

Tegenstanders stellen dat zulke waterdichte garanties om kwetsbare mensen te beschermen tegen dwang niet mogelijk zijn (mensen zouden zich bijvoorbeeld verplicht kunnen voelen om te kiezen voor geassisteerd sterven, om hun nakomelingen te bevrijden van de zorglast) en dat daarom de wet mensen dit recht niet zou mogen geven.

Zowel de hypothetische als de reële situatie illustreren het spanningsveld tussen doelstellingen en randvoorwaarden. Transport vervult het doel om mensen en goederen te verplaatsen, met zo min mogelijk verkeersslachtoffers als randvoorwaarde.

Maar het aantal verkeersdoden kan ook een doel worden (dat overigens enkel nul kan zijn – hoe zou je immers een hoger aantal rechtvaardigen?) De voorgestelde wetgeving voor hulp bij sterven heeft als doel het mentale en fysieke lijden van heel wat terminale patiënten te verminderen, door hen de keuze te geven om op een waardige manier te sterven, met minimaal misbruik als randvoorwaarde.

Maar dit laatste kan ook worden geformuleerd als een absoluut doel dat, bij gebrek aan een praktische manier om misbruik uit te sluiten, de categorische ontkenning van persoonlijke autonomie vereist. Beide illustreren op hun manier de typische kenmerken van situaties waarin randvoorwaarden prioriteit krijgen, ten koste van doelstellingen.

Randvoorwaarden houden meestal verband met risicobeheersing, en dat is geen verrassing. In onze lange lijn van voorouders heeft de evolutie risicomijdend gedrag bevoordeeld – risicozoekers slaagden er immers al te vaak niet in om zich voort te planten, en stierven lang geleden uit.

Dus, terwijl we wel begrijpen dat we “te veel van het goede” kunnen hebben (en dus over het algemeen een doel niet onvoorwaardelijk zullen nastreven), zien we het begrip “te weinig van het slechte” niet echt zitten. We willen gewoon helemaal geen slechte dingen – inclusief risico.

Dat berekenen is ingewikkeld, maar het ideale risiconiveau bepalen is eenvoudig: nul risico is het beste. Omdat we automatisch risico's vermijden, moeten we bijgevolg een goede reden hebben om ze te accepteren.

We zouden dit kunnen benaderen als een kosten-batenoefening, waarbij we nagaan of de baten opwegen tegen de kosten (in dit geval het risico), maar dat is veel te omslachtig. In plaats daarvan stellen we de vraag wat de hoogste prioriteit heeft: het doel bereiken of de randvoorwaarde (nul risico) handhaven?

Risicomijding indammen

Het antwoord is niet alleen een kwestie van redeneren en oordelen, maar ook van omstandigheden. Als voetganger hebben we bijvoorbeeld wellicht een andere kijk op verkeersveiligheid dan als bestuurder, met tegengestelde prioriteiten.

Als voetganger kan de randvoorwaarde van lagere snelheidslimieten primeren, omdat wij er dan geen last van hebben, terwijl als bestuurder zo snel mogelijk van A naar B komen eerder onze prioriteit zal zijn, en voetgangers dan maar gewoon uit de weg moeten blijven.

Gelukkig is de kwestie van begeleid sterven voor de meesten van ons persoonlijk niet van direct belang, maar dat maakt het vormen van een oordeel alleen maar moeilijker, omdat we ons niet kunnen laten leiden door het onmiddellijke effect op onszelf.

We zouden onze verbeelding kunnen gebruiken en proberen ons te verplaatsen in een terminaal zieke patiënt, die hevige pijn lijdt en voor wie zelfs de meest elementaire waardigheid verloren is gegaan, en in een kwetsbaar persoon, wiens familieleden hun erfenis zo snel mogelijk in handen willen krijgen.

Als we dit op een evenwichtige manier doen, zouden we misschien wel tot een degelijk oordeel kunnen komen over het al dan niet ontzeggen van zelfbeschikkingsvrijheid aan de eerste categorie om de rechten van de tweede categorie absoluut te beschermen.

Maar we zijn zeer beïnvloedbaar, en ons risicomijdende instinct zal ons doen neigen naar de randvoorwaarde, te meer omdat we het wellicht veel gemakkelijker vinden om ons in te beelden hoe een oud en zwak persoon gemanipuleerd wordt door kwaadaardige kleinkinderen, dan het ondraaglijke fysieke en mentale lijden van iemand die terminaal ziek is.

We zouden ons zelfs kunnen beroepen op onze heilige waarden – het recht op leven (en niet gemanipuleerd te worden om voor een vroege dood te kiezen), of het recht om zelf te beslissen wanneer en hoe we sterven. Het blijft aartsmoeilijk.

Gelijkaardige dilemma's komen we trouwens ook voortdurend tegen in ons persoonlijke leven. Een jonge professional die nalaat een innovatief project voor te stellen uit angst voor mogelijke kritiek. Een ondernemer in spe die blijft aarzelen rond het opstarten van een bedrijf en, verlamd door faalangst, alle onzekerheden probeert af te dekken.

Iemand die blijft vasthouden aan een onbevredigende relatie, omdat zij of hij prioriteit geeft aan de randvoorwaarde van het vermijden van chaos boven het doel van persoonlijk geluk. De angst voor mogelijke negatieve uitkomsten kan ons er op eindeloos veel manieren van weerhouden zinvolle doelen na te streven.

Voorkomen is beter dan genezen zit in onze genen verankerd. Maar we zijn best wel in staat om deze onvoorwaardelijke tendens in vraag te stellen, en te beoordelen of onze voorzichtige houding gepast is. We kunnen redeneren over de vraag of “voorkomen” werkelijk beter is dan “genezen”, dan wel of wat we trachten te voorkomen onwaarschijnlijk is, of materieel niet opweegt tegen de voordelen van het bereiken van het doel.

Om met succes onze persoonlijke dilemma's tussen doel en randvoorwaarden aan te pakken, beginnen we best met het duidelijk formuleren van ons primaire doel en alle randvoorwaarden op een rijtje te zetten. Vervolgens moeten we nagaan of we niet te veel belang hechten aan deze laatste, en rekening houden met de opportuniteitskosten van een eventuele buitensporige voorzichtigheid.

Met wat filosofische hulp van het Aristoteliaanse begrip van de gulden middenweg en de stoïcijnse veerkracht, kunnen we evenwichtig nadenken op een manier die risico's op een intelligente manier probeert te beheren, niet om ze helemaal uit te sluiten.

Onze evolutionaire erfenis fluistert ons waakzaamheid in, maar ons menselijk verstand laat ons toe ernaar te luisteren zonder onderdanig te zijn – en ze, zo nodig, stevig van antwoord te dienen.

LEES OOK
Koen Smets 22-11-2024

De goeden en de slechten

Wij hebben de neiging om de wereld te verdelen in goede en slechte mensen.
Trump en Kennedy
Koen Smets 01-11-2024

Rationaliteit is bullshit - Deel 2

Rationaliteit deugt niet als criterium om onze eigen keuzes te beoordelen.
rationality scales