Moeten en kúnnen bedrijven moreel zijn? Laten we ons niet vastrijden in de semantiek – “het zijn niet de organisaties, het zijn de mensen die ze leiden” – de keuzes die mensen maken in hun rol als leidinggevende weerspiegelen de cultuur en de waarden van de organisatie.
John Paul Rollert, de interne ethicus van de Chicago Booth Business School, schreef onlangs een mooi stuk waarin hij de stelling onder de loep neemt dat het doel van een bedrijf het maximaliseren van de winst is, en waarin hij het alternatief van “gewoon winstgevend zijn” overweegt.
Firma’s maken onvermijdelijk morele keuzes bij het nemen van beslissingen over hun bedrijfsvoering, en soms kan een hogere winst worden gerealiseerd door een moreel compromis te maken. Maar zijn het enkel bedrijven die geconfronteerd worden met het morele dilemma tussen zoveel mogelijk winst maken en gewoon winstgevend zijn, of staan ook wij als individuen voor zulke knelpunten?
Moeilijke morele keuzes
Net als bedrijven maken ook wij keuzes die enerzijds ons inkomen bepalen en anderzijds morele consequenties hebben. Ik durf te wedden dat vrijwel iedereen van ons, als letterlijk al het andere gelijk is, liever een hoger inkomen zou hebben.
Natuurlijk is alles nooit gelijk, en meer loon betekent meestal dat we offers moeten brengen. Misschien moeten we dan overwerken of verder pendelen, of moeten we meer verantwoordelijkheid nemen voor allerlei zaken die ons dan ook in onze vrije tijd bezighouden. Sommigen zullen misschien zelfs activiteiten overwegen die moreel of juridisch wat twijfelachtig zijn.
Zulke opofferingen hebben niet alleen gevolgen voor ons, maar ook voor anderen, zoals onze naaste familie. Die betekenen in de praktijk dat de meeste mensen niet zover gaan er werkelijk naar te streven hun inkomen te maximaliseren. We maken allemaal afwegingen.
Maar afwegingen over welke baan we gaan nemen of welke activiteit we gaan uitoefenen om ons inkomen aan te vullen, komen niet zo vaak voor. Afwegingen over hoe we ons geld uitgeven, maken we daarentegen elke dag. Toch denken we daar zelden aan als we met onze betaalkaart zwaaien.
Technisch gezien zouden we kunnen overwegen of elk extra euro die we spenderen ons het maximale nut biedt: levert die koffie van 4 euro ons meer nut op dan, zeg maar, 1/5.000 van een nieuwe (tweedehands) auto, of dan 15 cent per jaar meer pensioeninkomen? Natuurlijk maken we die afweging niet bewust – we zouden snel kierewiet worden als we zouden proberen na te gaan en te rechtvaardigen hoe we elke marginale cent uitgeven.
Elke economische keuze die we maken is ook een moreel statement. Elke euro die we uitgeven aan iets dat ons eigen belang dient, is er een die we niet besteden aan het verlichten van honger, het bestrijden van ziekten, het sponsoren van een blindengeleidehond, of het steunen van het boekenfonds van de school van onze kinderen. Het is een euro die letterlijk uitdrukt dat we het bevredigen van een behoefte of verlangen belangrijker vinden dan bij te dragen aan zelfs het allerbeste goede doel.
Maar als we onmogelijk kunnen nadenken over de morele impact van elk van deze dagelijkse aankopen, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat we ons toch gedragen in overeenstemming met de moreel rechtschapen individuen die we graag denken te zijn?
Misschien kunnen we makkelijker een referentiepunt vinden door naar grotere uitgaven te kijken, en waar kunnen we dat beter doen dan bij de superrijken? We kunnen het toch beslist beter doen dan de man van Amazon, Jeff Bezos, en zijn 127 meter lange superjacht Koru van 500 miljoen dollar?
Het is aantrekkelijk om Bezos te beoordelen op het aantal hongerige monden dat gevoed had kunnen worden, of hoeveel malarianetten er gekocht hadden kunnen worden met dat geld. Wat is dit voor een verschrikkelijke morele afweging?
Maar misschien zijn we een beetje te snel met het beschuldigende vingertje naar miljardairs die tochtjes maken met hun miljoenenjachten terwijl er mensen zijn die sterven van ontbering. Onze eigen dagelijkse keuzes laten een vergelijkbaar patroon van morele compromissen zien.
Die fles single malt whisky van 50 euro, die stapel speelgoed in de kinderkamer, die impulsaankoop die we ons volgende maand nauwelijks zullen herinneren – zijn dat niet onze eigen versies van Bezos' superjacht?
Morele rekenkunde is fractaal
Het verschil zit hem in de schaal, niet in de inhoud. Net als een fractaal patroon, dat dezelfde structuren vertoont op verschillende schaalgroottes, zijn morele afwegingen opmerkelijk consistent. Of we nu jachten van honderden miljoenen dollars of alledaagse aankopen bekijken.
Zoom uit, en we zien Bezos' jacht. Zoom in, en we vinden onze eigen kleine uitingen van overvloed – het patroon van het kiezen voor persoonlijk plezier boven breder maatschappelijk belang is net hetzelfde.
Ongeacht hoe rijk we zijn, we dekken de morele afwegingen gewoon af met de sluier van wat we normaal vinden, zodat we ons niet bewust hoeven te zijn van de stille onderhandeling tussen persoonlijk comfort en de bredere behoeften van de mensheid. We zijn niet fundamenteel anders dan de miljardairs die we bekritiseren, we zijn er net zo bedreven in als zij om onze eigen tegenstrijdigheden niet te zien.
Het is wel duidelijk dat deze redenering ons niet helpt om beter deze onontkoombare afwegingen te maken. Het is even onmogelijk om een duidelijk argument te maken tegen die fles whisky als tegen dat jacht, zonder uiteindelijk te moeten concluderen dat alle plezier uit den boze is, wetende dat we in plaats daarvan extra ontwormingstabletten zouden kunnen financieren, of kunnen bijdragen aan een boorput die een dorp van schoon water voorziet.
Het maximaliseren van wat we doneren (en waarvoor we effectief ons eigen plezier elimineren) is net zo’n nutteloze richtlijn voor ons als het maximaliseren van winst is voor bedrijven.
We zullen het antwoord niet buiten onszelf vinden. Er bestaat immers geen objectieve formule die ons vertelt wanneer we de optimale fractie van onze rijkdom hebben bereikt die we zouden moeten delen met mensen die minder fortuinlijk zijn. Net als voor de winstgevendheid waar Rollerts essay het over heeft, is er ook voor liefdadigheid gewoon geen ideaal niveau.
Maar we hebben wel het innerlijke vermogen om te bepalen wat goed en fout is, dat ons kan helpen om te navigeren naar onze eigen persoonlijke balans tussen puur eigenbelang en bredere doelstellingen. Op de route daarheen kunnen we gebruikmaken van zowel intrinsieke signalen (de 'warme gloed' van prosociaal handelen, of een oplossing van de cognitieve dissonantie tussen wat we doen en wat we denken dat we horen te doen), als extrinsieke signalen (zoals sociale erkenning) die ons motiveren om te doen wat we denken dat goed is.
We hebben daarnaast ook de capaciteit om de omvang van 'kosten' en 'baten' te ramen, zelfs als die niet echt kwantificeerbaar zijn. De evolutie heeft ons uitgerust met verfijnde mechanismen om ons te helpen in te schatten hoe 'goed' of hoe 'slecht' opties zijn, en zelfs om ze met elkaar te vergelijken aan de hand van een soort vagere, benaderde kosten-batenanalyse.
De sleutel ligt niet in het streven naar perfecte optimalisatie, maar in het ontwikkelen van onze ethische geletterdheid – onze bekwaamheid om de morele dimensies van onze keuzes te (h)erkennen en doordacht te evalueren.
Net zoals bedrijven 'gewoon winstgevend' kunnen zijn en tegelijkertijd bredere sociale doelen kunnen dienen, kunnen wij 'gewoon comfortabel' zijn en een duurzame balans vinden tussen persoonlijk plezier en sociale verantwoordelijkheid.
Deze balans ontstaat niet door starre regels of opoffering gedreven door schuldgevoelens, maar door bewust na te denken over hoe onze keuzes, groot en klein, overeenkomen met onze diepste waarden en onze rol in de wereld.
Vrolijk kerstfeest en een prettig eindejaar!