Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Zijn we allemaal morele bullshitters?

door Koen Smets
moral bullshit compass
Het is mogelijk om te handelen zonder enige bekommernis voor de moraal. (© Koen Smets)

De meesten van ons kunnen wel iemand voor de geest halen die niet echt een leugenaar is, maar die wel spreekt met een totale onverschilligheid voor de waarheid. We horen ze in de kroeg: “X wordt overschat. Natuurlijk scoort hij goals, maar dat zou ik ook wel kunnen als ik zijn teamgenoten had!”, of in de politiek: “Onze hervormingen zijn wat de mensen willen – iedereen die ik spreek, is het daarmee eens”.

Zoals filosoof Harry Frankfurt uitlegt in On Bullshit zijn zulke uitspraken niet bedoeld om te misleiden maar voor het “manipuleren van de meningen en houdingen” van hun publiek. Nog gevaarlijker is morele bullshit – het claimen van morele rechtschapenheid aan de hand van oppervlakkig plausibele maar irrelevante principes.

De gemakkelijkste weg

Liegen en bullshitten dienen allebei het eigenbelang, maar verder verschillen ze fundamenteel. Leugenaars geven wel degelijk om de waarheid, maar bepleiten een coherente onwaarheid voor specifiek gewin. De doelen van bullshitters zijn minder concreet en veel breder: ze doen aan zelfpromotie en trachten autoriteit uit te stralen in hun streven naar invloed en reputatie. Daarbij zeggen ze om het even wat – waar, onwaar of niet-verifieerbaar – om die doelen te bereiken.

Op dezelfde manier gaat het bij moreel bullshitten niet om het schenden van morele principes en dat vervolgens proberen te verbergen – het gaat om totale onverschilligheid voor moraliteit, terwijl deugdzaamheid wordt uitgestraald.

Toen de Israëlische premier Netanyahu onlangs besloot om de vrijlating van Palestijnse gevangenen op te schorten vanwege de manier waarop Israëlische gijzelaars werden behandeld tijdens de uitwisselingen, beriep hij zich niet op morele argumenten – hij beweerde gewoon dat de schending van het akkoord door de andere partij zijn eigen schending rechtvaardigde. Dit illustreert hoe moreel bullshitten het mogelijk maakt om te ontsnappen aan verantwoording door je te verschuilen achter morele taal.

loaf of bread
Diefstal toegelaten? (Christos Giakkas/Pixabay)

Moreel redeneren is moeilijk omdat er geen eenvoudige mechanismen zijn om verschillende morele uitkomsten met elkaar te vergelijken. In plaats van afwegingen te kunnen maken worden we zo gedwongen om te beoordelen of het ene morele principe het andere overtreft: “je uitgehongerde familie te eten geven” kan zo een hogere morele verplichting zijn dan “eigendomsrechten respecteren”, waardoor het stelen van een brood moreel aanvaardbaar wordt – als er geen andere morele regel is die boven de verplichting gaat om voor je familie te zorgen.

Morele bullshitters hebben geen tijd voor de complexiteit van morele argumenten, maar de hiërarchische aard ervan geeft hen een handige manier om selectief de morele regels te kiezen die hun eigenbelang dienen.

Het bestaan van meerdere morele kaders (uitkomstgericht consequentialisme, op regels gebaseerde deontologie, en karaktergerichte deugdethiek) geeft morele bullshitters overigens nog meer macht. Het stelt hen in staat om niet alleen de regels te kiezen, maar ook hele morele systemen die het beste passen bij hun onmiddellijke doeleinden.

Dit maakt moreel bullshitten perfect om een positief zelfbeeld te behouden en naar buiten te brengen, terwijl je je gedraagt zonder enige bekommernis voor de moraal. In tegenstelling tot trachten om overtredingen te verhullen (en het risico om ontdekt te worden), kun je hiermee plausibel beweren dat je niets misdoet, en maakt het zelfbedrog mogelijk door de duidelijke morele rechtvaardiging die je voor je handelingen claimt.

Morele bullshitbeweringen verzinnen vergt slechts een bescheiden cognitieve inspanning vergeleken met degelijk moreel redeneren en stelt bullshitters in staat om zich niet vast te pinnen op een bepaalde positie, zodat ze van standpunt kunnen veranderen naargelang de reacties of gewijzigde omstandigheden. En ze zijn meestal zo dubbelzinnig en vaag dat het risico klein is om als immoreel ontmaskerd te worden.

Het zal geen verbazing wekken dat organisaties en zelfs overheden ook bedreven zijn in moreel bullshitten. Bedrijven die 'reorganisaties' (zelf al een eufemisme voor massaontslagen) rightsizing noemen, laten het klinken als een objectief – en zelfs moreel – gerechtvaardigde ingreep, die niet ter discussie staat.

Modemerken die snel op de markt spelen, lanceren met veel poeha “duurzame” collecties, die de aandacht afleiden van hun fundamenteel niet-duurzame bedrijfsmodellen die onaangeroerd blijven. Wanneer vervoersvakbonden staken, beweren ze meestal (consequentialistische moraal indachtig!) dat ze dat ook doen om de veiligheid en de kwaliteit van de dienstverlening voor de passagiers te verbeteren.

Een Brits premier die offers vraagt van de burgers zou kunnen beweren dat die zullen helpen om de wachtlijsten van de nationale gezondheidsdienst te verminderen, waarbij een nationale heilige waarde wordt gebruikt voor het rechtvaardigen van ongerelateerd beleid, om morele vragen over het beleid zelf af te wenden.

train strike
“Wij staken ook voor u.” (Screenshot VRT)

Sociale mediaplatforms zijn door hun algoritmes krachtige versterkers van morele bullshit geworden. Het zijn de gepassioneerde posts, doorspekt met morele verontwaardiging en simplistische rechtschapenheid, hoe inconsistent ook, die likes en shares opleveren – niet de goed onderbouwde morele redeneringen. En wat nog belangrijker is: gebruikers kunnen verregaande morele uitspraken doen zonder dat hun morele inconsistenties op een zinvolle manier onder de loep worden genomen.

Zo heeft deze technologische architectuur op grote schaal moreel bullshitten geïnstitutionaliseerd – niet alleen door mensen de gelegenheid te geven zich ermee bezig te houden, maar ook door een omgeving te scheppen waarin zo’n gedrag actief wordt gestimuleerd en genormaliseerd. Dat ondermijnt ons collectieve vermogen tot een authentiek moreel discours.

Een halt aan morele bullshit

Helaas zijn we niet goed uitgerust om morele onzin te herkennen. We benaderen de wereld van nature alsof mensen een stabiel moreel kompas hebben, ook al valt het hunne niet helemaal samen met het onze. We beelden ons in dat mensen meestal in overeenstemming met dat kompas handelen, en als ze afwijken, dan weten ze dat en geven ze er ook om.

Dit laat ons toe de morele hiërarchieën van anderen te begrijpen, maar bullshitters passen niet in dit beeld – hun overtuigende bullshit vertelt ons dat ze morele wezens zijn, en toch kunnen we ze niet doorgronden.

Als we er niet achter kunnen komen hoe ze denken, blijft enkel over wat ze zeggen. En als de morele bewering van een bullshitter bij ons aanslaat – vooral als die betrekking heeft op een van onze heilige waarden – hebben we de neiging om achterstevoren te redeneren: als deze regel van toepassing is, moet die wel hoger in de hiërarchie staan dan welk principe dan ook dat overtreden zou kunnen worden... en hij krijgt onze goedkeuring.

Bullshitbeweringen, omdat ze meestal geformuleerd zijn in vage en dubbelzinnige termen, vinden gemakkelijk die weerklank. Als de bullshitter daarbij nog tot onze stam behoort, is dat nog waarschijnlijker (zo niet zouden we een stamloyaliteitsprincipe moeten schenden voor een hogere morele norm, en dat zou ons moeilijk vallen). We zullen eerder meegaan in de morele bullshit van een politicus van onze eigen partij die zich verweert tegen beschuldigingen van wangedrag, dan dat we hem of haar verwerpen. 

En toch moeten we ons zorgen maken over moreel bullshitten. Frankfurt schrijft: “Bullshit is een grotere vijand van de waarheid dan leugens”, en hetzelfde geldt voor morele bullshit, dat een grotere vijand van de samenleving is dan immoreel gedrag. Elke samenleving zou snel ophouden te functioneren als dat de norm zou worden: moreel taalgebruik zou alle betekenis verliezen, morele argumenten zouden zinloos worden en cynisme zou het vertrouwen in morele beweringen overtroeven.

Hoe kunnen we het dan herkennen, ondanks onze inherente blindheid? De psycholoog Ian McCarthy ontwikkelde een raamwerk voor het omgaan met organisatorische bullshit, onder de afkorting CRAP (geen toeval vermoed ik). Hierdoor geïnspireerd volgen hier vier duidelijke tekenen die wijzen op moreel bullshit.

Een eerste aanwijzing vinden we in de frequente en flagrante tegenstrijdigheden in iemands morele beweringen en de principes waarop een beroep wordt gedaan, omdat ze goed uitkomen. Vervolgens is er het gratuite herhalen van morele beweringen, zonder een spoor van onderliggend moreel redeneren.

Een derde indicator is de abstracte, vage en dubbelzinnige aard van de beweringen en de twijfelachtige toepasselijkheid van morele principes op de situatie. Ten slotte zijn morele bullshitters hypocrieten: ze wekken de schijn van morele diepgang en gedegenheid, terwijl ze zich in werkelijkheid niet in het minst bekommeren om de moraliteit van hun keuzes en handelingen.

Moreel bullshitten is niet enkel iets wat anderen doen – we kunnen dat allemaal. Als we ons vooral beroepen op morele principes omdat ze ons goed uitkomen en niet omdat ze een oprechte leidraad zijn, lopen we het risico ook morele bullshitters te worden. Uit recent onderzoek van Linda Dezső en collega's bleek dat mensen hun leugens voor geldelijk gewin na een onverwacht lange wachttijd rechtvaardigden door zich te beroepen op een moreel recht op compensatie in het ene domein (geld) voor onrecht in een ander domein (tijd).

Dit patroon van morele grensaanpassingen die goed uitkomen, is een voorbeeld van het soort denken dat moreel bullshitten mogelijk maakt en rechtvaardigt. Om de morele basis van onze samenleving te behouden doen we er goed aan onze eigen neigingen tot moreel gemak en die van anderen te herkennen, en eigenbelang dat zich voordoet als een moreel imperatief af te wijzen.

LEES OOK
Koen Smets 20-12-2024

De morele rekenkunde van alledaagse keuzes

Afwegingen maken kan moeilijk zijn, en als het om morele keuzes gaat, is het nog lastiger.
Een persoon met lang bruin haar en een lichte jeansvest aan, gefotografeerd op de rug, staat voor een blauwe deur (rechts) en een rode deur (links).
Koen Smets 23-08-2024

Wanneer winnen niet het juiste is

Atleten willen winnen. Maar soms gebeurt er iets vreemds.
Twee atleten staan tegenover elkaar, de ene als duivel, de andere als engel gekleed.
Koen Smets 06-05-2022

Moraal op de weegschaal

Handelen in overeenstemming met onze overtuiging levert niet altijd een aantoonbaar voordeel op.
balans