Een van de eerste opvallende nieuwsfeiten van 2025 was de aankondiging van Meta dat het bedrijf stopt met zijn externe factcheckingprogramma om misinformatie aan te pakken. In plaats daarvan zullen de socialemediaplatforms die Meta beheert (Facebook, Instagram en Threads) kiezen voor een aanpak met community notes (behalve voor posts die “illegaal of zeer ernstige overtredingen” zijn).
Dat is al in gebruik bij Twitter/X sinds Elon Musk het bedrijf twee jaar geleden overnam en vertrouwt op de inzet van gebruikers om mogelijk misleidende of onjuiste posts te identificeren en context toe te voegen, gebaseerd op “overeenstemming tussen mensen met verschillende perspectieven om bevooroordeelde evaluaties te helpen voorkomen”.
De reacties hierop liepen sterk uiteen langs ideologische lijnen: aan progressieve kant vond men het een verschrikkelijke verwaarlozing van de waarheid, terwijl het bij conservatieven gevierd werd als een uitstekende manier om verificatie te democratiseren. Maar als het mogelijk is om ondubbelzinnig vast te stellen of een stelling waar of onwaar is, dan zouden we dat toch ook kunnen doen voor “factcheckers zijn superieur om misinformatie aan te pakken dan community notes”? Is het niet vreemd dat dit nooit gedaan is?
Dubbelzinnige waarheid
Als we het over waarheid hebben, kunnen we twee heel verschillende dingen bedoelen: iets dat empirisch aantoonbaar is (“het regent” – om dat te verifiëren hoef je alleen maar naar buiten te kijken), maar ook iets dat op consensus rust (“ultra bewerkt voedsel is ongezond” – een overtuiging die breed wordt gedeeld, maar ook net zo breed wordt betwist). Omdat we geen onderscheid maken tussen deze types beschouwen we ze alsof ze ons evenveel zekerheid bieden, en dat kan problematisch zijn.
Wat we in feite doen, is bewijsmateriaal verzamelen voor onze overtuigingen (belief-based evidence), in plaats van onze overtuigingen te baseren op bewijzen (evidence-based beliefs). Neem bijvoorbeeld inflatie: de meesten onder ons hebben zich nooit verdiept in monetair beleid, maar dat weerhoudt ons er niet van om een uitgesproken mening te hebben over de vraag of het waar is dat overheidsuitgaven de belangrijkste aanjager zijn van prijsstijgingen. We beginnen niet met een schone lei, maar met initiële gezindheden, en gaan dan op zoek naar informatie die ze bevestigt.
Onze aanvankelijke overtuigingen kunnen uit meerdere bronnen komen: gezaghebbende figuren zoals ouders en leraren, consensus onder gelijkgezinden en, sterkst van al, door associatie – en slechts zelden werkelijke primaire evidentie.
Keren we nog even terug naar ultra verwerkt voedsel: iemand die de winstmotieven van Big Food al sterk wantrouwt, zal gauw concluderen dat zulke producten ongezond moeten zijn. Wie gekant is tegen overheidsbemoeienis zal dan weer de bezorgdheid over dit soort producten al snel afwimpelen als ongefundeerde paniekzaaierij.
Dit op associaties gebaseerde redeneren maakt van ons reductionisten. We forceren complexe realiteiten in simpele waar-of-niet-waar categorieën. De invloed van voedselverwerking op de voedingswaarde varieert echter per ingrediënt, methode, individuele reactie en wat al meer – maar die nuance erkennen vereist flink wat meer mentale inspanning dan een simpel “gezond” of “ongezond” etiket plakken op voedingsmiddelen.
Onze interpretatie van feiten lijdt aan hetzelfde binaire denken. We zien Elon Musk zijn rechterarm krachtig uitstrekken tijdens een toespraak – dat is een feit. Maar sommigen zien een ondubbelzinnige Hitlergroet, terwijl anderen een onschuldig (zij het misschien ondoordacht) gebaar zien dat benadrukt “mijn hart gaat uit naar jou”. Hetzelfde feit, verschillende waarheden, maar wel even zeker.
Een klassieke serie experimenten van Solomon Asch illustreert hoe krachtig een consensusvisie op de waarheid kan zijn: deelnemers moesten zeggen welke van drie lijnen overeenkwam met de lengte van een voorbeeld, terwijl ze deel uitmaakten van een groep acteurs die met opzet verkeerde antwoorden gaven.
Driekwart van de deelnemers ging minstens één keer mee met deze onjuiste 'consensus' (en een kwart zelfs elke keer). Als we ons gedwongen voelen om ons te conformeren, zelfs wanneer we duidelijk kunnen zien dat we het mis hebben, stel je dan eens voor hoeveel sterker de aantrekkingskracht van de consensus is als deze overeenkomt met onze bestaande overtuigingen. Wat onze medestanders als waarheid aannemen, is voor ons veel belangrijker dan de waarheid zelf. Consensus overtroeft bewijsmateriaal.
De eerlijke waarheid
Is onafhankelijke factchecking door experts beter dan community notes om ons te helpen laveren tussen waarheid en onwaarheid? De eerste aanpak wordt al lang beschuldigd van het pushen van linkse, gefilterde waarheden, de laatste wordt weggezet als rechtse propaganda zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar beide kritieken vertellen ons minder over de effectiviteit van de methoden dan over onze neiging om elke conclusie te verwerpen die onze overtuigingen in vraag stelt.
Geen van beide benaderingen ontsnapt echter aan de eigen fundamentele beperkingen. Factcheckers hebben geen direct bewijs voor veel beweringen en moeten vertrouwen op selectieve meningen van experts, die dan weer onvermijdelijk hun eigen vooroordelen weerspiegelen.
Community notes putten uit verschillende perspectieven, maar tegenstrijdige standpunten met elkaar verzoenen is niet hetzelfde als bepalen wat waar is. De interpretatie van een erkende expert is nog steeds niet meer dan dat – een interpretatie. En duizend ongeïnformeerde meningen, hoe ideologisch uitgebalanceerd ook, kunnen geen echt inzicht opleveren. Beide methoden weerspiegelen uiteindelijk wat mensen geloven, en niet wat aantoonbaar waar is.
Het debat tussen factchecking en community notes onthult overigens een amusante ironie: we geloven allemaal dat het anderen zijn die beschermd moeten worden tegen verkeerde informatie, terwijl we zelf rotsvast waarheid van onwaarheid kunnen onderscheiden. Toch zijn we allemaal even vatbaar voor het omarmen van 'waarheden' die slechts onze bestaande overtuigingen bevestigen.
We komen hier enkel uit door intellectuele eerlijkheid aan de dag te leggen: onze eigen belief-based evidence neigingen erkennen, en inzien dat zekerheid niet gelijk staat aan waarheid. Dit ligt niet comfortabel – het is gemakkelijker om te geloven dat alleen wij helder zien, terwijl anderen feitencheckers nodig hebben om hen te leiden.
Zodra we dit aanvaarden, kunnen zowel factchecking als community notes ons beter dienen, elk op hun eigen manier. In plaats van conclusies die onze overtuigingen in twijfel trekken af te wimpelen, of kritiekloos beweringen te accepteren die onze overtuigingen ondersteunen, kunnen we ze gebruiken zoals ze bedoeld zijn: niet als scheidsrechter van waarheden en onwaarheden, maar als een uitnodiging om onze eigen zekerheden in vraag te stellen.