In de twaalfde eeuw maakte de Luikse prins-bisschop Albert de Cuyck een charter. De voornaamste regel daarin, “Pauvre homme en sa maison est roi”, heeft de geschiedenis − inclusief twee wereldoorlogen − overleefd.
Daar is nu verandering in gekomen. Mensen zonder papieren die een uitvoerbare verwijderingsmaatregel hebben, die weigeren mee te werken én door hun gedrag een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid moeten kunnen worden aangehouden, zelfs indien daarvoor de woning moet worden betreden. Daarvoor is de tussenkomst van een onderzoeksrechter voorzien. Die kan een “machtiging” verlenen en de modaliteiten ervan bepalen. Ongeacht of deze ingreep nodig en grondwettelijk is, moet de vraag gesteld worden wat een onderzoeksrechter in deze “politiek-bestuurlijke” procedure komt doen.
Advocaten en onderzoeksrechters tegen
Een onderzoeksrechter is een rechter die in het kader van een strikte procedure even strikt omschreven opdrachten heeft. Hij treedt enkel op in een voorlopig strafonderzoek, een onderzoek naar mogelijke gepleegde strafbare feiten. Het is zijn opdracht alle maatregelen te nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken te oordelen. Daartoe kan hij ook, met aanhaling van de redenen, grondwettelijk beschermde rechten schenden, een aanhoudings- of een huiszoekingsbevel verlenen.
Deze maatregelen zijn enkel voorlopig. Vrijheidsberoving wordt door de onderzoeksgerechten, de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling, beoordeeld. Alles moet nadien door de strafrechter worden overgedaan in een openbare en tegensprekelijke procedure waartegen ook de rechtsmiddelen van verzet, beroep en cassatie openstaan. Geen wonder dat de onderzoeksrechters én de twee advocatenordes een negatief advies gaven.
In voorliggend wetsvoorstel gaat het niet om een strafonderzoek. Het gaat evenmin om een voorlopig vooronderzoek dat onder toezicht van de onderzoeksgerechten staat en evenmin wordt overgedaan in een openbare en tegensprekelijke procedure. Het enige doel is de verwijdering van mensen zonder papieren. Het gaat hierin ook niet om een rechterlijk bevel maar om een rechterlijke “machtiging”. De onderzoeksrechter kan weigeren en de modaliteiten bepalen. Toch is het duidelijk dat hier beroep gedaan wordt op een rechter omdat het niet anders kan, maar dat die daarvoor uit zijn eigen procedure en de daarin voorziene waarborgen moet treden. De essentie van zijn opdracht, zelf onderzoeken en voorlopige maatregelen nemen ontbreekt. Ook het toezicht van de onderzoeksgerechten en van de strafrechter in een openbare en tegensprekelijke behandeling ontbreekt.
“Verkrachters, drugsdelinquenten en haatpredikers”
Even opmerkelijk als de vorige bezwaren is het echte doel van de wet. Volgens de minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) gaat het om “verkrachters, drugsdelinquenten en haatpredikers” die uit het land moeten worden gezet. “Die mensen zullen zich nu niet langer achter een voordeur kunnen verschuilen”, zegt ze aan VRT.
De vraag is hoe er voor deze opvatting een meerderheid kon worden gevonden. Zelfs de beweerde liberalen van Anders stemden mee. Als het om de uitzetting van verkrachters, drugsdelinquenten en haatpredikers gaat is de wet de meest grove miskenning van de rechtsstaat. Voor dergelijke misdrijven is er immers een strafprocedure met een vooronderzoek, een tegensprekelijk en openbaar onderzoek ter zitting waarin de rechten van de verdediging moeten worden gerespecteerd.
Buiten de reguliere rechtspraak
In 1933 vaardigde Duits president Paul von Hindenburg de Rijksdagbrandverordening uit over de brand van de Reichstag, het Duitse parlementsgebouw, op 27 februari 1933. Door deze Schutzhaft (“beschermende bewaring”) konden de Gestapo (Geheime Staatspolizei), de SA (Sturmabteilung – de milities van de nazipartij) en de SS (Schutzstaffel – de lijfwacht van Hitler) volledig buiten de reguliere rechtspraak om burgers willekeurig en voor onbepaalde tijd opsluiten.
Deze Schutzhäftlinge kwamen niet in reguliere gevangenissen terecht maar werden direct naar concentratiekampen gestuurd. In het begin ging het om communisten, sociaaldemocraten, vakbondsleiders en tegenstanders van het regime. Daarna werden Joden, Roma en Sinti, Jehova’s getuigen en homoseksuelen opgepakt. Later ondergingen daklozen, bedelaars, sekswerkers en langdurig werklozen hetzelfde lot. Onder de benaming Sicherheitshaft werden tijdens de bezetting van België burgers en verzetsstrijders door de Sicherheitspolizei (Sipo-SD) opgepakt en naar het Fort van Breendonk gebracht en vandaar naar de concentratiekampen.
Machtiging
Het voorstel van de woonstbetredingen staat niet alleen. Ook bij de toepassing van de afkoopwet werd het rechterlijke bevel omgezet in een rechterlijke “machtiging”. Dat is een bevestiging van de toegenomen opdrachten en bevoegdheden van het openbaar ministerie als ambtenaar van het door slechts één minister bepaald strafrechtelijk beleid. Ook de afhandeling van het strafproces neigt steeds meer naar een enkele “machtiging” van de openbare vordering.
Vraag is natuurlijk wat de onderzoeksrechters er van gaan maken. Dat heeft het voorstel echter reeds voorzien. Als de éne weigert kan een andere worden aangesproken. Dat was onder de Sicherheitshaft evenzo: de onwillige rechters werden ook afgevoerd.