Cognitieve biases hebben een slechte naam. Ze verwijzen naar onze tendens om aan een bepaalde conclusie of beslissing de voorkeur te geven, vaak nog voordat we daarvoor bewijsmateriaal hebben bekeken: zo prefereren we vaak de status quo, of kiezen we automatisch de standaardoptie. Die slechte naam is echter grotendeels onverdiend. Biases – evolutionair ontstaan als aanpassing die cognitieve energie bespaart – zijn ons duizenden jaren lang dienstig geweest, en zijn dat meestal nog steeds, ook al zetten ze ons soms op het verkeerde been nu onze wereld complexer is geworden.
Biases zijn ons duizenden jaren lang dienstig geweest, en zijn dat meestal nog steeds
Onder onze talrijke biases is er echter één met veel verstrekkendere gevolgen dan de andere, die diepgaand het maatschappelijk-economische weefsel van onze samenleving beïnvloedt. Die wordt echter slechts zelden genoemd. Is dat niet vreemd?
De som is niet nul
Het gaat om onze neiging transacties van alle aard als nulsomspel te zien. Als er ergens winst wordt gemaakt, moet er onvermijdelijk elders verlies zijn. De intuïtieve logica hiervoor is sterk, en valt moeilijk te weerleggen. Tenzij iets uit het niets kan ontstaan, kan iets dat naar daar wordt gebracht, niet meer hier zijn. Dat is hoe het leven was voor onze voorouders, tot – evolutionair gezien – heel recent.
Zoals wijlen de econoom Paul Rubin ooit schreef: de wereld van de jager-verzamelaars was statisch. Zonder maatschappelijke of technologische verandering streden groepen om dezelfde hulpbronnen, en elke winst voor de ene groep kwam onvermijdelijk ten koste van een andere. Het was letterlijk een nulsomspel, zoals het miljoenen jaren was geweest voor al hun pre-menselijke voorouders. Zelfs toen mensen de win-win van samenwerking begonnen te omarmen, eerst binnen stammen en later ook ertussen, was de nulsom-intuïtie inmiddels al zo sterk ingebakken dat we ze vandaag de dag, in meer of mindere mate, nog steeds ervaren.
Met een nulsom-mentaliteit (NSM) gaan we ervan uit dat niet alleen materiële hulpbronnen maar ook immateriële goederen zoals status, sociale erkenning of macht slechts in een vaste hoeveelheid beschikbaar zijn, en zien we de wereld door een krachtige, vertekenende filter. Wanneer we ongelijkheid of nadeel ervaren, heeft degene die wint (uit een beperkte pool) dat gedaan ten koste van ons, en daarom is die persoon een tegenstander. Zelfs in een gewone verkooptransactie, waarbij nochtans zowel verkoper als koper beter af zijn, blijven we toch achter met minder geld (we zien wel gemakshalve over het hoofd dat we verkrijgen wat we kopen), en is de verkoper dus ook een opponent.
Met een nulsom-mentaliteit gaan we ervan uit dat niet alleen materiële hulpbronnen maar ook immateriële goederen zoals status, sociale erkenning of macht slechts in een vaste hoeveelheid beschikbaar zijn
Diefstal van je bezittingen, iets wat prehistorische jager-verzamelaars ongetwijfeld zullen hebben ervaren, is een voor de hand liggende nulsomsituatie. Maar in onze veel meer gecompliceerde wereld is het mechanisme waardoor iemand wint vaak niet duidelijk. Wanneer je er echter van overtuigd bent dat deze winst jouw verlies is, schiet je NSM in gang, en worden samenzweringstheorieën een natuurlijk verklaringsmechanisme. We weten niet precies hoe 'zij' het doen, maar we weten zeker dat ze ons uitbuiten.
Onderzoek van Patricia Fearon en Friedrich Götz bekrachtigt het idee dat NSM verder reikt dan het strikt materiële, en poneert ze als een bredere neiging om succes als nulsom te zien. Verder suggereert het dat het om een diepgewortelde wereldvisie gaat die stabiel blijft over langere perioden. Mensen met een sterke NSM blijken ook elke sociale interactie als inherent competitief te zien. Ze beschouwen uit-groepen automatisch als kwaadwillend, laten zich minder beïnvloeden door situatiegebonden factoren, en houden vast aan hun vijandige interpretaties. Dit alles maakt NSM een perfecte voedingsbodem waarop samenzweringstheorieën kunnen worden gekweekt.
Voeding voor samenzweringstheorieën
In een overzicht van het onderzoek naar nulsomovertuigingen identificeren Shai Davidai en Stephanie Tepper een breed scala aan domeinspecifieke gevallen van nulsomdenken, waarvan er vele kunnen worden geassocieerd met samenzweringstheorieën.
Sommige weerspiegelen een direct materialistisch perspectief (winstbeluste Big Pharma speelt onder één hoedje met corrupte regeringen om de kas te vullen door de bevolking schadelijke vaccins op te dringen). Andere projecteren hun NSM op verschillende dimensies, zoals macht (de autoriteiten profiteerden van de Covid-19-epidemie voor een grote machtsgreep middels vaccinatiemandaten en strikte lockdowns) of status (progressieve diversiteits- en positieve discriminatie-initiatieven bevoordelen vrouwen en zwarte mensen, ten nadele van witte mannen).
Onderzoek van Adam Enders en collega's trof samenzweringstheorieën over het hele politieke spectrum aan
Zelfs de theorie van de platte aarde positioneert wetenschappelijke elites als de exclusieve beheerders van kennis en status, door ons te misleiden over de fundamentele werkelijkheid. Hun autoriteit komt ten koste van ons vermogen om onze eigen zintuigen te vertrouwen en zelf te denken.
Belangrijk is dat NSM niet op ideologie is gebaseerd. Onderzoek van Sahil Chinoy en collega's toont aan dat zowel Democraten als Republikeinen nulsomdenkers zijn, maar dan wel in verschillende domeinen. De eersten geloven bijvoorbeeld dat de winsten van de rijken bekostigd worden door de armen, en de laatsten dat wat immigranten winnen wordt verloren door de autochtonen. Bijgevolg treffen we samenzweringstheorieën over het hele politieke spectrum, zoals onderzoek van Adam Enders en collega's vaststelde. NSM is in wezen een neiging die erop is gericht het eigenbelang te dienen, wat voor ons belangrijk is te beschermen tegen bedreigingen van anderen, en ons te motiveren om te concurreren over beperkte hulpbronnen.
Fearon en Götz vonden ook consistente bewijzen voor NSM in verschillende culturen, en Chinoy en collega's stelden vast dat nulsomdenken sterker is onder diegenen die werden geboren na de naoorlogse economische hausse, en een economie meemaakten waarin de taart slechts langzaam groeide (net zoals het moet zijn geweest voor onze prehistorische voorouders).
Beide waarnemingen ondersteunen het argument dat onze NSM kan worden toegeschreven aan het feit dat de mensheid gedurende het grootste deel van haar bestaan grotendeels in nulsomsituaties verkeerde. Tenslotte zou de link tussen NSM en een voorkeur om te concurreren in plaats van samen te werken ook kunnen verklaren waarom groepen gevormd rond samenzweringstheorieën, ondanks de gedeelde overtuigingen, geregeld in innerlijke twisten uiteenvallen.
NSM is geen marginaal verschijnsel – deze prehistorische nalatenschap hebben we allemaal geërfd
Het bewijs voor een sterke associatie van NSM met samenzweringsdenken is overtuigend. Maar er is zelfs een goed argument voor een causaal verband: de overtuiging dat winst voor iemand altijd verlies betekent voor iemand anders ligt immers ten grondslag aan vele samenzweringstheorieën. Voor wie alles verklaart aan de hand van nulsomsitaties, worden samenzweringen met hun inherente wij-tegen-zij kader het voor de hand liggende mechanisme achter complexe situaties waar die nulsomdynamiek niet onmiddellijk duidelijk is.
NSM is geen marginaal verschijnsel – deze prehistorische nalatenschap hebben we allemaal geërfd. Denk maar aan je eerste reactie wanneer je te horen krijgt over vastgoedondernemingen die wijken opkopen, consultants die worden ingehuurd om 'de efficiëntie te verbeteren', of – als je in het Verenigd Koninkrijk bent – nakende privatisering van de nationale gezondheidsdienst NHS. Die instinctieve achterdocht dat iemand profiteert ten koste van ons? Dat is NSM aan het werk. Hoewel echte nulsomituaties zeker bestaan, is de opgave voor ons te leren het onderscheid te maken tussen deze zeldzame gevallen, en situaties waar onze voorouderlijke instincten ons op het verkeerde been zetten en doordeweekse complexiteit omzetten in ingebeelde samenzweringen.