Het nieuws kwam enkele weken terug nog als ludiek fait divers aan bod in de media, en is intussen weer bedolven geraakt onder de waan van de dag: vanaf december dit jaar, zo kondigde Sam Altman, ceo van OpenAI, aan, zal ChatGPT ook de mogelijkheid tot “erotica” bevatten. Het kadert in een bredere visie op AI die al geruime tijd merkbaar is bij pioniers als Altman, die perfect wordt samengevat in volgende zin uit datzelfde bericht op X, waarin ook de “erotica” werd aangekondigd: “If you want your ChatGPT to respond in a very human-like way [...], ChatGPT should do it.”
Waarom willen we wat very human-like en wat human is onmogelijk van elkaar te onderscheiden maken?
Als jij wil dat de AI zich gedraagt als mens, dan moet dat kunnen. In het onderwijs verleert de jeugd het ondertussen in toenemende mate zelfstandig te lezen en schrijven; in Hollywood heeft men geheel ex nihilo een “AI-actrice” gecreëerd; in de muziekwereld wordt vlijtig geëxperimenteerd met AI-artiesten en dan is er natuurlijk het feit dat eender welk persoon op zijn computer een prompt kan intikken en zogenaamde kunst kan maken.
Zelfs indien het nooit de bedoeling was het menselijke en het artificiële onderling inwisselbaar te maken, blijkt nu toch dat er zeer weinig verschil lijkt te zijn tussen dat wat very human-like is en dat wat we al sinds zolang we het ons kunnen herinneren bestempelen als zijnde human. Waarom willen we die twee onmogelijk van elkaar te onderscheiden maken?
Beperkingen overstijgen
De wereld is complex en de mens zoekt eenheid, logica. Het is een eeuwenoud verschijnsel. Dat is waarom we religie hadden en tot op zekere hoogte nog steeds hebben. We hebben ook wetenschap, alsmede filosofie. Alleen geldt nu, om even Woody Allen te parafraseren, naar het voorbeeld van Vlaams volkszanger Johannes Verschaeve: God is dood en Nietzsche ook, en de mensheid voelt zich sindsdien niet zo lekker.
We kunnen onze menselijke beperkingen - ons beperkt vermogen tot een alomvattend begrip van de wereld, tot rechtvaardigheid, tot vrede, eenheid, orde - niet langer bij een godheid leggen. En dus lijkt het erop dat de mens in opstand komt tegen de mens, of, eerder gezegd: tegen de limieten van de mens.
Om Woody Allen te parafraseren: God is dood en Nietzsche ook, en de mensheid voelt zich sindsdien niet zo lekker
“[D]e impuls waarmee een mens zich tegen zijn bestaan en de hele schepping keert.” Het is met deze zinsnede dat de Franse existentialist Albert Camus in zijn boek L’homme révolté (1951) wat hij de metafysische opstand noemde beschreef. De opstand is metafysisch “omdat hij het doel van de mens en de schepping betwist.” In se is deze opstand voor Camus een waardengebonden “roep om duidelijkheid en eenheid. De meest elementaire rebellie drukt op paradoxale wijze het verlangen naar orde uit.”
Door de lens van deze opstand zouden we kunnen stellen dat kunstmatige intelligentie zich afzet tegen twee onze beperkingen: enerzijds onze creatieve vaardigheden, anderzijds ons vermogen tot begrip. Wat betreft de vaardigheden is het redelijk simpel: het gaat hier niet per se om een beperking in het maken van goede dingen. De mens heeft doorheen de geschiedenis herhaaldelijk bewezen een hoogst creatief en inventief wezen te zijn. De beperking zit hem in het gegeven dat deze creativiteit te traag zou gaan.
Zulke overwegingen rond de snelheid (en dus efficiëntie) van onze handelingen volgen natuurlijk een specifieke bril die leidt tot de dominante visie die wij hebben op onze rol in de wereld. We kunnen discussiëren over of dat al dan niet een goede visie is, maar de visie is er, en dat is meteen een eerste verklaring voor die artificiële intelligentie: we willen de beperkingen in de efficiëntie van onze vaardigheden overstijgen.
Schematische doortastendheid
Het tweede element betreft dan ons vermogen tot begrip. Langs de ene kant is er de wereld zoals wij die geheel zelfstandig moeten percipiëren: een complex allegaartje aan tegenstrijdigheden en abstracte begrippen met uitermate betwistbare betekenis. Weinig ligt vast, echt begrip is dus moeilijk. Men kan in deze zin dus nooit vat krijgen op de dingen, het menselijk denken is daar immers, wederom, te beperkt voor. De mens botst op zijn limieten wat betreft het begrijpen van de complexe wereld.
Net als religie zorgt kunstmatige intelligentie ervoor dat de wereld behapbaar, logisch en vanzelfsprekend wordt
Deze o zo complexe wereld verwordt langs de andere kant, na een interventie van een programma als ChatGPT, tot een simpel schema: met puntjes, duidelijkheid, met eenheid; met, in één woord, orde. Het zijn net die dingen waar de mens in zijn metafysische opstand tegen zijn beperkingen zo naar smacht. En net als religie zorgt kunstmatige intelligentie ervoor dat de wereld behapbaar, logisch en vanzelfsprekend wordt. Kritisch denken is niet meer nodig, en was sowieso altijd al nutteloos, is de redenering, want het leidde nooit tot het bereiken van die verhoopte helderheid.
De mens stelt zich eeuwig vragen. De kunstmatige intelligentie biedt antwoorden. Gedaan met denken ad infinitum. Ook dit past weer binnen de efficiëntielogica: eeuwig nadenken is niet efficiënt. Eeuwige discussie verhindert doortastendheid, verhindert de volkomen vrijheid, de complete rechtvaardigheid; eeuwige discussie verhindert een wereld waarin we kunnen handelen naar de juiste principes op basis van een gemeenschappelijk begrip van, een gemeenschappelijke, eenvoudige, schematische kennis over de wereld, in plaats van er oeverloos over te zitten piekeren.
Pouvoir-savoir
Eeuwige discussie verhindert eveneens macht, vandaar ook het religieuze sfeertje. Camus had het wat betreft de metafysische rebellie nog over een opstand tegen een godheid, gevolgd door de mens die die godheid doodverklaart en een menselijke hemel op aarde uitbouwt.
Hier zien we echter dat we onze menselijke kennis tot zijn limieten hebben benut om een nieuw quasi-goddelijk ding (wezen?) te creëren dat die limieten overschrijdt. Om vervolgens verder te gaan dan wij ooit zouden kunnen - althans: vooral op vlak van efficiëntie.
AI is een soort goddelijk wezen, dat we zelf hebben gecreëerd, met schijnbaar religieuze vermogens en kennisproductie
AI is een soort goddelijk wezen, dat we zelf hebben gecreëerd, met schijnbaar religieuze vermogens en kennisproductie. Dat er over die kennis niet te discussiëren valt, komt de mensen aan de basis van die kennis goed uit. Zij die de “godheid” zowel controleren als vereren als vrezen en modelleren naar wat zij goed vinden, naar hun neoliberale logica. Dat dit niet ter discussie staat, komt de Elon Musks en Peter Thiels van deze wereld goed uit. Kennis, zo leerde Foucault al, is macht.
Dit is dus eveneens een kwestie van macht, zoals ook historicus en filosoof Jurgen Masure reeds aanstipte in een recent opiniestuk in De Morgen, en onlangs bij Apache ook herhaald is door Belgisch pionier in het AI-onderzoek Luc Steels. Want wie de kennis naar zijn hand zet, zet de manier waarop de mens naar de wereld kijkt naar zijn hand, en kan ervoor zorgen dat bepaalde handelingen gezien zullen worden als logisch, overeenkomstig met de kennis die we hebben over de wereld, en andere handelingen, handelingen die zouden indruisen tegen de macht, als abnormaal.
Artificiële eenheid
Drie zaken, met andere woorden: de mens wil ten eerste eenheid. Daarnaast wil hij zijn beperkingen overstijgen. Tot slot zijn er bepaalde figuren (de techbroeders, letterlijk vertaald) die die limietoverstijgende eenheid dan creëren, door middel van de kunstmatige intelligentie, en gebruik maken van deze nieuwe (manier van kijken naar de) werkelijkheid om er een macht op te vestigen. Daar moeten we nu tegenin kunnen gaan. Dat is de uitdaging waar we voor staan.
Er zal altijd iets zijn dat de kunstmatige intelligentie niet zal kunnen vatten, iets dat de AI dan ook zal onderscheiden van de mens
Niet alleen omdat we absoluut niet zouden moeten willen dat de Amerikaanse tech-elite de diepste structuren van onze samenleving nog verder aantast dan nu al gebeurt; maar ook omdat deze eenheid nooit sluitend zal zijn. De simpele schematische weergave van de werkelijkheid die AI ons voorschotelt bestaat niet, zal altijd een illusie zijn, zoals elke zogezegde waarheid dat is, en al zeker de waarheden aan de basis van machtssystemen - machtssystemen die zich ook nu weer vormen, ditmaal vanuit Silicon Valley.
Er zal altijd iets zijn dat de kunstmatige intelligentie niet zal kunnen vatten, iets dat de AI dan ook zal onderscheiden van de mens. Al wat de artificiële intelligentie zal produceren (zij het kennis dan wel kunst), zal steeds een simulacrum zijn van het hypothetisch menselijke en de complexe werkelijkheid. De grootste fout die we kunnen maken is om het simulacrum te erkennen als realiteit. Wat kunnen we doen om een dergelijke opheffing van het onderscheid tussen de nabootsing en de dingen zelf, de vorm en de inhoud, het artificiële en het natuurlijke te vermijden?
Dit is geen poging de basis te leggen voor een luddistische revolutie. Vooruitgang is goed. Het is fundamenteel stil te staan bij de volgende vragen: wat staat er op het spel? Hoeveel diepgang verliezen we door deze vooruitgang? Hoe wenselijk is de artificiële eenheid? En wat hebben we aan inhoudsloze antwoorden?