De sociaaldemocratie als politieke stroming staat op de schouders van intellectuele reuzen, die zorgden voor de theoretische onderbouw achter het beleid van de afgelopen decennia. Van economen als John Maynard Keynes leerde ze waarom de staat moet ingrijpen in tijden van crisis, van sociologen als Émile Durkheim waarom solidariteit institutioneel nodig is en van politieke filosofen als John Rawls waarom herverdeling moreel gerechtvaardigd is. Recenter leerde ze van economen als Thomas Piketty en Gabriel Zucman dat het rendement op kapitaal structureel hoger is dan economische groei, van sociale epidemiologen als Richard Wilkinson en Kate Pickett dat meer gelijke samenlevingen ook voor rijken beter functioneren, enzovoort, enzovoort.
Media met ruimte voor diepgang zijn geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor emancipatorische politiek
Ook in eigen land zorgen academici zoals Bea Cantillon of André Decoster, en met hen vele honderden en honderden anderen, voor de theoretische onderbouw van hoe een sociaaldemocratische samenleving er zou kunnen uitzien. Zonder denken is er geen links. Nooit geweest.
Tegelijk is er vandaag een andere vaststelling: namelijk dat het politieke debat steeds meer wordt gedomineerd door snelheid en door morele in plaats van intellectuele reflexen, en dat analyse, onderzoek en nuance steeds vaker als ballast worden gezien. Dat is vooral voor de sociaaldemocratie een serieuze verarming. Want zonder historische kennis en theoretische diepgang blijft ze steken in reactie en defensie.
Media met ruimte voor diepgang zijn daarom geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor emancipatorische politiek. Zonder plekken waar ideeën mogen rijpen, botsen en falen, blijft links gevangen in het ritme van nieuwscycli. Natuurlijk win je met kennis alleen geen verkiezingen. Maar zonder kennis verlies je op lange termijn wel het ideologische gevecht − en dus macht.
Zonder kennis verlies je op lange termijn het ideologische gevecht − en dus macht
Precies daar ligt de uitdaging voor ons mooie blad, dat in deze vernieuwde vorm wil inbeuken in het bestaande medialandschap: SamPol wil een platform zijn voor academici, experts, middenveld en politiek, het denken mee organiseren en zo culturele hegemonie helpen herwinnen. SamPol wil voor links Vlaanderen zijn wat archieven zijn voor geschiedenis: een geheugen, een laboratorium en een startpunt voor elke volgende stap. Een blad waar al sinds 1994 kritische analyses en opinies verschijnen, maar evenzeer een blad waar ideeën groeien. Want wie geen eigen ideeënecosysteem opbouwt, leeft in dat van zijn tegenstander.
Een idee kan jarenlang als ‘politiek onverkoopbaar’ of als ‘een mooi maar onhaalbaar idee uit de koker van academici en experts’ worden weggezet, en plots zijn het moment en de omstandigheden daar om het in te voeren. Zo is het in verleden altijd gegaan. Zonder eigen ideeënecosysteem verliest links zijn vermogen om de wereld te begrijpen én te veranderen.
De grote media komen steeds meer in handen van mediamagnaten
Het is daarbij werken in een hypercompetitieve, en bij momenten zelfs ronduit vijandige, omgeving. Het zijn niet bepaald fijne tijden voor alternatieve media. Mo*, Ons Erfdeel en DeWereldMorgen verliezen Vlaamse subsidies, Apache wordt belaagd door rechtszaken van rijke bouwpromotoren en Oikos moet verder met minder middelen na de verkiezingsnederlaag van Groen. Crowdfunding is vaak het laatste redmiddel.
De grote media, daarentegen, komen steeds meer in handen van mediamagnaten: Rupert Murdoch in de VS en het VK, Vincent Bolloré in Frankrijk, en Christian Van Thillo in Nederland en België. Meer kiezen voor abonnementen op alternatieve media, zou een voornemen voor 2026 kunnen zijn.
Dit stuk verscheen ook in het januari-nummer van het volledig vernieuwde SamPol Magazine.