Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Straatintimidatie door militairen: veiligheid is geen zero-sum game

door Nina Henkens
De foto toont soldaten van het Belgische leger, terwijl de veiligheidsmaatregelen in Antwerpen zijn verscherpt na de antiterroristische operaties van woensdag, zaterdag 17 januari 2015.
Soldaten van het Belgische leger waren meer dan zes jaar aanwezig in Antwerpen. Verschillende jonge vrouwen dienden klacht in bij de politie na straatintimidatie door de militairen. (© Nicolas Maeterlinck (Belga))

Op 31 mei 2015 fietste ik door de Lange van Ruusbroecstraat in Antwerpen onderweg naar de bibliotheek. Het was weekend en het regende. Op een bepaald moment hoorde ik een man naar me roepen. Toen ik omkeek zag ik dat het een van de militairen was die sinds januari 2015 in de wijk opgesteld stonden in het kader van de terreurdreiging, in dit geval naast de Joodse school. Ik ging ervan uit dat ik me vergiste − waarom zou die man mij in godsnaam naroepen − en fietste verder. De man riep mij nog eens na − “hey” − en ik stopte. Hij kwam op mij afgewandeld met een andere militair. 

Iedereen die straatintimidatie heeft meegemaakt weet dat het geen poging is om contact te maken, maar om macht uit te oefenen via angst en vernedering

Ze waren piepjong, een pak jonger dan ik toen − 21? Ze grijnsden alle twee. “Alles goed?” vroeg eentje. Ik staarde naar de machinegeweren die ze met beide handen vasthielden. Ik snapte niet wat er gebeurde. Ik wist hoe straatintimidatie werkt. Iedereen die het heeft meegemaakt (91% van meisjes en 28% van jongens) weet dat het geen poging is om contact te maken, maar om macht uit te oefenen via angst en vernedering. Mensen die het meemaken moeten een inschatting maken op welke manier ze reageren, ermee rekening houdend dat hun veiligheid in gedrang gebracht wordt. Verzet ik mij, reageer ik, of is het veiliger om niets te doen, of zelfs gewoon het spel mee te spelen? 

“Ja”, antwoordde ik. De militairen gingen verder met lachen. Ze lachten mij uit. Ik besloot te vertrekken en verder te fietsen. Toen ik opnieuw op de fiets zat, herinner ik me, was ik bang om in mijn rug geschoten te worden. 

Ik diende klacht in bij Defensie en kreeg volgende reactie: 

Het antwoord op de klacht die Nina Henkens indiende bij Defensie na straatintimidatie door twee militairen, die daar volgens de brief nadien op werden aangesproken.

Onbegrip en onveiligheid

Ik reed rechtstreeks van de Lange van Ruusbroecstraat naar het politiekantoor op de Oudaan, vastberaden om klacht in te dienen bij de politie. De agent die mij daar te woord stond, kan ik met mijn hand op het hart de ergste soort male chauvinist noemen. Hij identificeerde mij en zuchtte toen hij zag dat ik al eens administratief aangehouden was tijdens een protestactie – volgens hem ging er na een tijd niemand mij nog geloven. 

Hij snapte niet wat het probleem was met het gedrag van de militairen − ze stonden er toch voor onze veiligheid? En vroeger floten de werkmannen ook al eens naar de maskes − stel je voor dat die elke keer een klacht aan hun been hadden gekregen. Ik nam het gesprek op met mijn Iphone en diende klacht in via de ombudsdienst van Stad Antwerpen. Ik kreeg de volgende reactie: 

Mailantwoord dat Nina Henkens kreeg toen ze de ombudsdienst van de politie contacteerde, waarin zij zich excuseerden.

 

Door het verhaal te delen met vrienden en collega’s ontdekte ik dat ik niet de enige was die straatintimidatie had meegemaakt door militairen. Van meisjes uit de Marokkaanse gemeenschap in Zurenborg hoorde ik dat zij net als ik staande werden gehouden en intimiderend werden ondervraagd door de militairen. Ook zij hadden klacht ingediend bij de politie, maar hadden, in tegenstelling tot ikzelf, geen excuses gekregen maar net verwijten. Even leefde er het idee om onze verhalen te delen met de pers, maar de jonge vrouwen uit Zurenborg zagen dat uiteindelijk niet zitten, uit angst voor repercussies. 

Gebrek aan politieke moed

Nu, meer dan tien jaar later, wordt in de regering opnieuw besloten dat er militairen moeten komen in Antwerpen om de Joodse gemeenschap te beschermen. De discussie die daarover gevoerd wordt, gaat al lang niet meer over het algemeen belang en of militairen wel geschikt zijn voor patrouille-opdrachten, maar over de koehandel binnen de regering, waarbij het achterhouden van de militairen blijkbaar de enige manier is om het dossier van de grondslapers erdoor te krijgen. 

Het achterhouden van de militairen is blijkbaar de enige manier om het dossier van de grondslapers erdoor te krijgen

Ik denk aan de angst die ik en andere jonge vrouwen meemaakten door de aanwezigheid van de militairen. Ze bleven uiteindelijk bijna meer dan zes jaar op post, en ik voelde angst en boosheid elke keer ik ze op straat tegenkwam. Ik kan mij ook heel levendig − en lijfelijk − de angst voorstellen van Joodse Antwerpenaren, die de afgelopen maanden en jaren steeds meer slachtoffer werden van agressieve straatintimidatie, enkel en alleen omdat ze Joods zijn. Dat die dreiging gestegen is, is geen verzinsel van zionistische lobbygroepen maar een reëel en onaanvaardbaar probleem. Iedereen heeft, net als ik, het recht om veilig en waardig over straat te lopen.

Net daarom ben ik zo teleurgesteld in het veiligheidsbeleid dat opnieuw en opnieuw uitgerold wordt in Antwerpen, waarbij de veiligheid van één groep ten koste gaat van de veiligheid van andere groepen: vrouwen, maar ook jonge mannen, mensen die gepercipieerd worden als moslim en in het bijzonder zij die zich op het kruispunt daarvan begeven. In Antwerpen wordt gedaan alsof veiligheid een taart is: meer voor de een betekent minder voor de ander. Dat maakt werken aan echte verbinding onmogelijk. In plaats daarvan zijn moeilijke gesprekken nodig over de rechten en waardigheid van iedereen in onze stad. De moed die daarvoor nodig is ontbreekt momenteel bij de mannen − en vrouwen − die aan de knoppen zitten van ons veiligheidsbeleid. 

LEES OOK
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Pol Deltour, Dirk Voorhoof 05-10-2026

Kritische berichtgeving over bedrijven is ‘tricky business’

Nog meer misbruik van procedures en SLAPP’s liggen op de loer.
Een hamer voor een rechter in de rechtbank.
Mirre Verhoeven 29-09-2026

‘Fighting autism together’ met stamceltherapie? Autistische personen denken daar anders over

Ouders en zorgaanbieders kunnen leren van autistisch verzet tegen genezing.
Een persoon (niet in beeld) houdt een grote Autistic Pride-vlag vast op een Pride-betoging.
1 REACTIE
koen Vangrinsven — 22-03-2026 10:39:27
Ten tijde van de terroristische aanvallen in Brussel en de plaatsing van militairen in de straat wandelde ik bij avondschemering door de winkel-wandelstraat Offerandestraat en merkte twee militairen (een jongere en een oudere) het nodig vonden een klein allochtoon jongetje -met mitraillette in de aanslag- aan te spreken omdat hij geen achterlicht had... Ik was te verbouwereerd om direct te reageren maar even later, met de twee mannen die achter me aan wandelden, sprak ik ze toch nog aan. De jongste van de twee snapte niet dat iemand commentaar kon hebben op zijn gedrag, en begon allerlei onzin over veiligheid uit te kramen (achterlicht, kleine jongen, veiligheid???) en gelukkig had de oudere het wél door en hield hem in. De verkeerde mensen op de verkeerde plaats. Het bleef me altijd bij. Spijtig dat ik niet de reactie van de schrijfster had en een klacht indiende. De militairen in die straat verdwenen wel sneller dan op andere plaatsen, misschien waren er anderen die wél reageerden?