Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hoe burgercoöperatie Ercoland vecht voor de ziel van de Antwerpse binnenstad

door Anaïs Gossé
In de inkomhal van het Ercola-gebouw verzamelen feestende sympathisanten van het project rond een van de Ercola-kunstenaars, die cello speelt.
In 1972 streek kunstenaarscollectief Ercola neer in de Wolstraat. Sindsdien geven opeenvolgende generaties kunstenaars en buurtbewoners deze plek mee vorm. (© Simon Clément (Apache))

In 1894 schonk de rijke koopman Louis Jean Joseph Somers twee huizen in de Antwerpse Wolstraat aan het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen, de voorloper van het huidige OCMW. De weldoener bepaalde in zijn testament dat de panden een sociale functie moesten behouden. Zo ontstond het Gesticht L.J.J. Somers, later samengevoegd met het Godshuis Isenbaert-De Boey.

Ercola doet wat godshuizen altijd hebben gedaan: zorgen. En binnen een kunstenaarscollectief krijgt dat zorgen een extra laag

Gedurende decennia bood het godshuis een onderkomen aan de ouderen in de samenleving. Tot er in 1972, na jaren leegstand, het kunstenaarscollectief Ercola vzw neerstreek. Sindsdien geven opeenvolgende generaties kunstenaars en buurtbewoners al meer dan vijftig jaar mee vorm aan deze plek. Kunstenaars komen en gaan, en de harde kern werd er samen oud. Verschillende generaties leven en werken er samen en onderhouden het pand binnen hun mogelijkheden. Ercola doet wat godshuizen altijd hebben gedaan: zorgen. En binnen een kunstenaarscollectief krijgt dat zorgen een extra laag. Kunst is immers niet alleen productie, maar biedt ook troost, verbinding en steun.

Zo groeide er doorheen de jaren niet alleen een gebouw, maar ook een collectief geheugen. Een cultuur van zorg, ambacht, samenleven en kunst. Kan je zo’n plaats zomaar losknippen van zijn verleden? Is het langzaam verder meanderen van een plek als deze met al haar verhalen en gebruiken niet óók erfgoed waardig?

Samen oud worden in de Wolstraat

Het is een zomerse dag, ergens in de jaren 1400. Stel je de stoffige wegen voor, de hoeven van de paarden, de geur van zweet en uitwerpselen. Je bent smid, of bontwerker, houtbewerker of schilder. Dag in dag ruik je de geur van metaal, voel je de hitte van het vuur. Je smeedt gebruiksvoorwerpen waar je trots op bent. Schildert portretten van rijke lieden. Je voelt het zachte bont dat onder je vingers glijdt wanneer je het tot garnituur van prachtige gewaden knipt. Fluitend, vloekend, in weer en wind. Je hele leven lang. 

En wat gebeurt wanneer het werken niet meer lukt, je vingers stijf worden, je rug gebogen? Wat een geluk dat jouw ambachtsgilde een godshuis heeft opgericht. Na een loopbaan vol precisie, ijver en toegewijde passie, wachten jou en jouw collega’s van de gilde daar een welverdiend verblijf met zorg. Het godshuis is gefinancierd met jaarlijkse solidaire bijdragen van alle leden van je ambacht, beheerd door het hoofd van het dekenaat. Een soort pensioensparen of ziekenfonds avant la lettre.

Zo werd er toen voor de oudere generaties gezorgd. Het was het prille begin van onze huidige bejaardentehuizen. Ambachtslieden die samen wonen, werken en er hun oude dag slijten: het is moeilijk om geen parallel te zien met wat het huidige Ercola doet in het Godshuis Somers. 

Geleidelijk aan, vanaf het begin van de zestiende eeuw, werd liefdadigheid een taak voor de overheid. Eens te meer toen de gilden na de Franse Revolutie werden ontbonden. Naast de door ambachten of overheid georganiseerde godshuizen bestond − en bestaat − er ook private weldaad: weldoeners die hun nalatenschap verbonden aan een sociale bestemming. Via testament schonken zij hun woonst of bezittingen aan de overheid, op voorwaarde dat er een liefdadige functie werd verzekerd. Uit zuiver altruïsme. Om hun plaats in het hiernamaals veilig te stellen. Of om hun maatschappelijke status te onderstrepen. In zekere zin waren deze schenkingen voorlopers van latere testamentaire constructies zoals het duolegaat, waarbij een deel van de erfenis naar een goed doel gaat. En zo geschiedde het ook met het Godshuis Somers in de Wolstraat in Antwerpen.

De ziel van het gebouw

Het toeval wil dat het Godshuis Somers naast het vroegere godshuis van de bontwerkers gelegen is. Dat laatste werd reeds opgericht in 1425 en was bedoeld om zieke en oudere bontwerkers of hun weduwen op te vangen. Tot in de twintigste eeuw woonden er nog oudere mensen.

Wat zou een gebouw zeggen, mocht het kunnen spreken? Zou het zijn geschiedenis verder willen dragen?

Nadien werd het verkocht aan particulieren en herbestemd als appartementen. Ik nam daar enkele dagen geleden een kijkje. Een prachtig tuintje, tot in de puntjes gerenoveerd. Maar een ziel voelde ik er niet. Die was opgezogen door de kraaknette muren, de vernieuwde tegeltjes, de perfectie. Nergens in het pand is de geest van die oude bontwerkers nog aan het rondwaren. 
Wegdromen deed ik er niet. Je kan er hooguit een moment verpozen en genieten van de stilte in de drukke binnenstad. “Het is hier heerlijk slapen”, vertelt een bewoner mij. “Het is hier muisstil ’s nachts.”

Ik ben me bewust van de verdienste van Erfgoed Vlaanderen en Monumentenzorg, die de godshuizen in Vlaanderen architecturaal beschermen en zo behouden. Maar wat met de ziel, de geschiedenis van zo’n pand, de invulling waarvoor het bedoeld was? Heeft dat als erfgoed geen waarde? In de benadering van Unesco-werelderfgoed klinkt die gedachte nochtans door: erfgoed gaat over meer dan het fysiek behouden en restaureren van een gebouw. 

De Franse filosoof Bruno Latour vroeg zich af hoe ook niet-mensen een stem kunnen krijgen. Wat zou een gebouw zeggen, mocht het kunnen spreken? Zou het zijn geschiedenis verder willen dragen, organisch en levend, of net alles willen uitwissen wat er in zijn muren is blijven hangen?

Vandaag floreert het godshuis, ademt en juicht. Dit is wat het wil. Het sociale weefsel in stand houden. Zich ontfermen over bewoners. Hen in zijn talrijke kamers sluiten. Hen wiegen in haar paradijselijke binnentuin. Hen troosten met verkoeling. Hen stimuleren en inspireren. Hen kansen bieden. Het wil niet verdwijnen in een clean project, niet ontworteld worden. Het godshuis voelt de adem van de vastgoedmarkt in zijn nek en zet zich schrap. 

Coöperatie Ercoland 

Ercola richtte, samen met de buurt en sympathisanten, een coöperatie op waarin, net als bij de middeleeuwse ambachtsgilden, alle leden inspraak hebben. Het doel van coöperatie Ercoland is het pand te verwerven en het godshuis opnieuw een invulling te geven binnen een eeuwenoude traditie: met ambachtslieden, enkele woningen, een buurtkeuken en een stiltetuin. Zo wordt gewerkt aan een leefbare, warme buurt midden in de grootstad Antwerpen. In een verder versnipperde binnenstad is dit een unicum. Ercoland houdt zo niet alleen een gebouw samen, maar ook een gemeenschap. 

Woensdag 3 juni zullen de coöperanten van Ercoland gezamenlijk hun bod overhandigen aan AG Vespa op de trappen van het KMSKA

De oprichting van Ercoland is tegelijk een kritische vraag aan de stad Antwerpen en vastgoedbeheerbedrijf AG Vespa over hoe de oorspronkelijke intentie van de heer Somers, zoals vastgelegd in zijn testament, vandaag wordt geïnterpreteerd. Kritische burgers organiseren zich om dit onder de aandacht te brengen en weerwerk te bieden. Zo houden ze het debat over erfgoed en publieke verantwoordelijkheid binnen de democratische rechtsstaat levend.

Woensdag 3 juni om 18u30 zullen de coöperanten van Ercoland gezamenlijk hun bod overhandigen aan AG Vespa op de trappen van het KMSKA.

Ik hoop alvast dat wanneer ik over vijftig jaar door de binnenstad van Antwerpen schuifel, met licht gebogen rug en een wandelstok in mijn knoestige hand, ik het Godshuis Somers kan betreden door zijn openstaande poorten. De geur van verf die mijn neus binnendringt, een slijpschijf die giert, gefluit en stemmen die door de gangen weerkaatsen. 

En dat ik daar, uitrustend op een bankje in de binnentuin, kijkend naar al die ontembare zielen met hun wilde plannen in hun ateliers, het godshuis hoor gonzen van genot.

LEES OOK
Arne Geybels 23-10-2026

De westerse doempolitiek moet transformeren naar moedpolitiek

Een versneld lichaam is een klant. Een lichaam dat tijd krijgt, is een burger.
Een bordje met 'The end is near' voor een bergrijk landschap.
Seppe De Meulder 22-10-2026

Iedereen veroordeelt de rellen. Et alors?

De werkelijk krachtige reactie die nodig is, is een politiek antwoord.
Meerdere gasten zitten aan tafel bij een opname van De Afspraak. Op het scherm achter hen zie je een foto van iemand die een Franse vlag toont.
Wouter Arrazola de Oñate 21-10-2026

Waarom het commissievoorzitter Mortier zelf aan wetenschappelijke integriteit ontbreekt

Mortier verdedigde aan UGent het racisme van Cofnas in een keten van redeneerfouten.
Zijingang van het Blandijngebouw van de UGent.