Op 5 juni 2026 reed de familie Abu Haikal door Tel Rumeida, een wijk in Hebron. De vader zag soldaten en remde af. Een soldaat opende het vuur. Sam, zeven maanden oud, in de armen van zijn moeder op de achterbank, werd in het hoofd geraakt en stierf. Beide ouders raakten gewond.
Het Israëlische leger zei dat de auto op de soldaten was ingereden. De Israëlische mensenrechtenorganisatie B'Tselem publiceerde beelden. Daarop remt de auto af en komt tot stilstand. De schutter en zijn collega’s lopen weg zonder hulp te bieden.
Sinds oktober 2023 zijn in Gaza zeker 20.179 kinderen gedood
Twee verklaringen, één dode baby. De vraag die telt is niet alleen welke klopt. Het is wat er daarna gebeurt. En het antwoord, al bijna een eeuw, is bijna altijd hetzelfde. Niemand wordt gestraft.
Deze maand, op 23 juni 2026, stelde de onafhankelijke VN-onderzoekscommissie vast dat het doden van kinderen als Sam geen nevenschade is, maar opzet. Israël viseert Palestijnse kinderen doelbewust, met drones en sluipschutters gericht op het hoofd en het bovenlichaam. Sinds oktober 2023 zijn in Gaza zeker 20.179 kinderen gedood. De commissie noemt het genocide.
Sam Abu Haikal is daarvan één gezicht. 20.179 is de schaal. Maar bij beide is de vraag dezelfde. Wat gebeurt er met wie de trekker overhaalt?
De cijfers van de straffeloosheid
De Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din volgde de klachten tegen Israëlische militairen. Tussen 2017 en 2021 leidde minder dan 1% van die klachten tot een aanklacht. In diezelfde periode werden meer dan zeshonderd Palestijnse burgers gedood. Drie soldaten werden veroordeeld voor het doden van een Palestijn. Allemaal kregen ze korte straffen.
Kijk een niveau hoger en het beeld herhaalt zich. Tussen 2015 en 2022 schreef de VN meer dan 8.700 Palestijnse kindslachtoffers, gedood of gewond, toe aan Israëlische troepen. Toch zette de VN Israël nooit op haar jaarlijkse lijst van strijdkrachten die zware schendingen tegen kinderen plegen. Legers die veel minder kinderen doodden of verwondden, stonden er wel op.
Een baby in een auto is geen incident dat op zichzelf staat. Het is het topje van de ijsberg van een systeem waarin het doden van een Palestijns kind zelden iemand voor de rechter brengt.
Niets nieuws
Wie denkt dat deze straffeloosheid met deze oorlog begon, of met Hamas, vergist zich.
Op 19 juni 1938 ontplofte een bom op de groentemarkt van Haifa. De daders behoorden tot de Irgun, een zionistische militie. Een Brits officieel rapport telde achttien doden. Elf mannen, zeven vrouwen en twee meisjes. Dat was een decennium voordat er sprake was van een staat Israël.
n 2023 documenteerde Human Rights Watch een patroon op de Westelijke Jordaanoever: kinderen geschoten in het bovenlichaam, op de vlucht
Op 9 april 1948, een maand voor de staat werd uitgeroepen, vielen de Irgun en de zionistische paramilitaire groepering Lehi het dorp Deir Yassin aan. Er werden meer dan honderd dorpelingen gedood, onder wie tientallen vrouwen en kinderen. Niemand werd vervolgd. De Irgun-commandant die de aanval mee leidde, Menachem Begin, werd later premier van Israël. De leider van Lehi, Yitzhak Shamir, werd later premier van Israël.
Trek de lijn door naar het heden. In augustus 2023, nog voor de genocide in Gaza, documenteerde Human Rights Watch (HRW) een patroon op de Westelijke Jordaanoever. Kinderen geschoten in het bovenlichaam, van achteren, op de vlucht, zonder waarschuwing. HRW noemde het onwettig dodelijk geweld, omdat de kinderen geen onmiddellijke levensbedreiging vormden. Hetzelfde patroon. Dezelfde afwezigheid van gevolgen.
Oorlogsmisdaden
Er sterven ook Israëlische kinderen, vastgesteld door de VN en onafhankelijke mensenrechtenorganisaties. Het opzettelijk doden van burgers is een oorlogsmisdaad. Of het nu Israëlische of Palestijnse burgers en kinderen zijn.
Het verschil zit niet in wie de misdaad pleegt maar wie ervoor terechtstaat. Wanneer Palestijnen Israëlische burgers doden, volgt vervolging, met alle middelen van een staat. Zelfs wat de VN-commissie genocide noemt, wordt gerechtvaardigd door de dood van Israëlische burgers op 7 oktober. Maar wanneer een Israëlische soldaat een Palestijns kind doodt, volgt in meer dan 99% van de gevallen niets. Het is de straffeloosheid die maar één kant op werkt.
Er is nog een laag. De organisaties die deze doden documenteren, worden zelf aangevallen.
Defence for Children International - Palestine telde de gedode kinderen op de Westelijke Jordaanoever, met beëdigde getuigenverklaringen en geverifieerde namen. Israël verklaarde de organisatie in 2021 tot terreurorganisatie. De VN, negen EU-landen en de Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking onderzochten die beschuldiging en vonden geen bewijs. In april 2026 sloot de organisatie haar deuren, na jaren van criminalisering.
Wie kinderdoden telt, wordt weggewerkt.
Patroon herhaalt zich
Als de feiten vaststaan, en dat doen ze, dan dringt zich een vraag op. Waarom herhaalt dit patroon zich, negentig jaar lang, met dezelfde uitkomst?
Een verklaring is het overwegen waard, ook als je haar niet meteen aanvaardt. De historicus Patrick Wolfe beschreef een kolonisatie waarbij de kolonist niet komt om de inheemse bevolking uit te buiten, maar om haar te vervangen. Een structuur, geen gebeurtenis. In zo'n structuur wordt de aanwezigheid van het inheemse volk het obstakel, en moet hun leven wijk, ook dat van kinderen. Straffeloosheid is dan geen falen van het systeem, maar een kenmerk ervan.
Je hoeft dat niet van een criticus aan te nemen. Zionistisch leider Ze'ev Jabotinsky, de geestelijke vader van de Irgun, schreef in 1923 over zionistische kolonisatie die alleen kon slagen achter een ijzeren muur die de inheemse bevolking niet kan doorbreken. Hij vergeleek het openlijk met de kolonisatie van Amerika, en verwees naar de Pilgrim Fathers, die zelf voor vervolging waren gevlucht en niettemin de inheemse volkeren bestreden.
De vijandigheid die het zionisme ontmoette, was geen weigering om Joden op te vangen, maar verzet tegen kolonisatie
Het sterkste tegenargument is dat het zionisme een vluchtelingenbeweging was, mensen die ontkwamen aan vervolging. Dat is waar, maar het had niets met de Palestijnen te maken. De moslimwereld was eeuwenlang een toevluchtsoord voor Joden die het christelijke Europa verdreef. De vijandigheid die het zionisme ontmoette, was geen weigering om Joden op te vangen, maar verzet tegen kolonisatie. Sultan Abdul Hamid II verbood de zionistische immigratie en wees Theodor Herzls aanbod af, en in 1899 schreef de burgemeester van Jeruzalem aan Herzl dat de Joden recht hadden op een toevluchtsoord, maar dat de bevolking verovering nooit zou aanvaarden.
De beweging zocht bovendien actief een grootmacht als beschermer. Herzl schreef in 1902 aan de Britse kolonialist Cecil Rhodes dat hij hem om steun vroeg, in zijn eigen woorden, omdat het iets koloniaals is. Die sponsor kwam er, met de Balfour-verklaring van 1917 en later de steun van de Verenigde Staten. En de taal leeft. Israëlisch premier Benjamin Netanyahu sprak in juli 2024 voor het Amerikaanse Congres van een botsing tussen barbarij en beschaving.
Een vervolgd volk kan dus tegenover een al aanwezige bevolking nog steeds als kolonist optreden. Het ene heft het andere niet op.
Maar voor de vraag die hier voorligt, de straffeloosheid, is dat debat bijna bijzaak. Welke verklaring je ook kiest, het feit blijft. Kinderen worden gedood, en bijna niemand staat ervoor terecht.
Één kind
De Russische schrijver Fjodor Dostojevski liet een personage een vraag stellen die hier blijft hangen. Zou je een rechtvaardige wereld bouwen als haar fundament het lijden van één onschuldig kind vereiste? Het antwoord was nee. Geen doel, geen zaak, geen veiligheid is de tranen van één kind waard.
Het minste wat de zeven maand oude Sam verdient is dat zijn dood wordt onderzocht
Die vraag staat boven elke partij. Ze geldt voor de Israëlische kinderen even hard als voor de duizenden Palestijnse kinderen. Vrijwel elke beschaving of rechtsorde die de mensheid heeft gebouwd, behandelt het doelbewust doden van kinderen als de zwaarste misdaad die er is. Daarover bestaat geen redelijke twijfel.
De vraag is dus niet of dit kwaad is. Die vraag is in elk wetboek al beantwoord. De vraag is waarom dit ene patroon, van twee Palestijnse meisjes op een markt in Haifa in 1938 tot een Palestijnse baby in een auto in Hebron in 2026, bijna negentig jaar lang aan dat oordeel ontsnapt. Een baby in een stilstaande auto verdient minstens dat zijn dood wordt onderzocht. Tot dat gebeurt, blijft de rekening open.