Wat meteen opvalt bij het naast elkaar leggen van de verkiezingsprogramma’s is dat voor CD&V, Open VLD en N-VA het hoofdstuk 'financiële sector onder controle brengen' helemaal afgesloten is en de studiediensten van deze partijen lustig geknipt en geplakt hebben uit het memorandum van VOKA. Als deze partijen al iets over bankentoezicht zeggen, dan blijft dat beperkt tot een verwelkoming van de bankenunie. Het fonds waarmee banken in Europa in de toekomst zichzelf zouden moeten gaan redden, toont aan dat die unie geen zoden aan de dijk gaat brengen. De eerste de beste golf die tegen die miezerige dijk klotst zal de belastingbetaler onder water zetten. Twee cijfers zeggen immers alles over die dijk: 55 miljard euro voor een fonds waarmee banken zichzelf in de toekomst moeten gaan redden. 1.600 miljard euro belastinggeld sinds 2008 om het failliet van de Europese financiële sector te voorkomen. Daar liggen deze partijen blijkbaar niet van wakker.
Als we echt een dijk willen, zullen we de aandeelhouders van banken moeten dwingen harde cash op tafel te leggen. Het eigen vermogen moet de hoogte in. In Hongarije is het de normaalste zaak van de wereld dat banken 10 procent eigen vermogen hebben. Bij de bankreuzen in de Europese Unie ligt dat eerder rond de 3 à 4 procent. Als het daar kan, waarom dan niet in de rest van Europa? Er zijn drie partijen die meer eigen vermogen voor banken in hun programma hebben staan: sp.a, Groen en PVDA.
Maar laten we het ook even hebben over wat de drie eerder vernoemde partijen wél in hun programma hebben staan. Het enige vuiltje aan de lucht dat zij nog zien, zijn de KMO's die onvoldoende aan krediet geraken. In de plaats van aan de kaak te stellen dat in het verdienmodel van banken het kleinbedrijf financieren als onvoldoende winstgevend en dus oninteressant wordt beschouwd, toveren ze het ene na het andere lapmiddel uit hun hoed. Zo moeten inkomsten uit aandelen en obligaties vrijgesteld worden van belasting om het slapende spaargeld te 'activeren'. De KMO’s zelf moeten dan weer makkelijk obligaties kunnen uitgeven zodat de burger daar belastingvrij in kan investeren. Zo willen CD&V en Open VLD – Kris Peeters op kop - crowdfunding verheffen tot een steunpilaar van de financiering van het plattelandse kleinbedrijf en zelfs scholen. Crowdfunding kan voor bepaalde initiatieven een interessant aanvullend financieringsmechanisme zijn, maar het is ongeschikt om hiermee structureel onbevredigde financieringsbehoeften aan te pakken.
Deze lapmiddelen komen er op neer dat er geen gecoördineerde aanpak is om financieringsbehoefte in onze economie aan te pakken en dat het de burger is die het risico draagt. Terwijl de rol van banken er net in bestaat spaargeld op te nemen en de economie te financieren en de risico's die daarmee gepaard gaan te beheren. Het spaargeld ‘activeren’, dat is dus wat een bank hoort te doen. De boodschap aan de kiezer van deze partijen komt er dan ook op neer dat wat banken in de post 2008 periode te risicovol en niet winstgevend genoeg vinden, dat daar de burgers het risico voor mogen dragen.
We moeten hier ook een korte zijsprong maken. De inkomsten uit aandelen en obligaties afschaffen zou nog een ander effect hebben dan de motivering die partijen geven voor deze maatregel. Het onderzoek van Ive Marx en Sarah Kuypers over de verdeling van de vermogens in België leert ons dat 8 procent van de Belgische gezinnen obligaties hebben, maar twee derde van de totale waarde van die obligaties zit bij 10 procent van die obligatiehouders. Iets meer Belgen hebben aandelen, 15 procent van de gezinnen. Hier is de concentratie nog groter. 85 procent van de totale waarde van die aandelen is geconcentreerd bij 10 procent van de aandeelhouders. Of de vrijstelling van inkomsten uit aandelen en obligaties meer geld naar KMO's zal doen vloeien is nog maar de vraag, maar het ligt wel vast dat het de ongelijkheid nog verder in de hand zou werken. Dit ligt in de lijn met wat de monumentale databank over ongelijkheid van Thomas Piketty en zijn collega's aantoont: kapitaal bedient vooral zichzelf en tapt de vruchten van de dalende economische groei in toenemende mate af ten koste van de grote meerderheid van de samenleving.
Maar terug naar de KMO's. Die zijn namelijk ook niet gediend met schijnoplossingen. Door te stellen dat banken onder druk van de verstrengde regulering niet meer krediet kunnen geven, wordt getracht de empathie van de KMO zelfstandige op te roepen. Want, een overdaad aan regeltjes, daar kent die zelfstandige alles van. Wat er niet bij gezegd wordt is dat die ‘verstrengde regulering’ verwijst naar de hierboven vermelde zwakke reactie op de grootbanken die enkele jaren geleden de economie in de prak hebben gereden. Een economische malaise waar KMO’s net een van de grootste slachtoffers van zijn.
We hebben dus banken nodig die zich focussen op hun kerntaken. En indien we het verdienmodel willen aanpassen, moet de winsthonger ook getemperd worden. Alleen dan kan er terug meer ruimte zijn voor een betere vergoeding van spaargeld én meer kredietverlening. De overheid biedt geen automatische garantie, maar mits de juiste controlemechanismen gecreëerd worden, wel de meest geschikte partij om zo’n bank uit te baten. Voorstellen in die richting vinden we terug bij Groen en PVDA en aan de overkant van de taalgrens kunnen we daar ook de PS bij rekenen. Ook kleinere ethische en coöperatieve banken kunnen hier een gunstige rol spelen. Dat betekent niet dat politici zelf in het bestuur moeten gaan zitten van een beursgenoteerde bank: dat was Dexia. Dat houdt ook niet in dat de overheid enige aandeelhouder moet worden van een bank en die runt als een privé-bank: dat maken we momenteel mee met Belfius. Waar het om gaat is een publieke bank die een democratisch vastgestelde opdracht uitvoert om dat te doen wat een bank hoort te doen: niet zichzelf bedienen, maar spaargeld activeren en de economie financieren.