Terwijl de partijtop in de debatten, zeker na de gaffes van Jan Jambon en Marco Laenens, de sociale correcties in het liberaal programma accentueert, valt het op dat N-VA en haar medestanders op de sociale media de liberale agenda met minder nuances brengen. In het partijprogramma wordt geschermd met economische cijfers en feiten. Diezelfde wapens worden gebruikt in de digitale loopgraven. Daarbij wordt zelfs frontaal in de tegenaanval gegaan tegen de herverdelingsretoriek van de linkerzijde en neemt men het niet altijd al te nauw met feiten en cijfers.
Links: Vermogensheffing
Aan de andere kant van het spectrum is er niet zozeer de PS maar vooral de PVDA+ die niet alleen in de peilingen maar ook in de mainstream media boven het maaiveld aan het komen is. PVDA+ profileert zich al enkele jaren met haar Miljonairstaks om het beschikbaar inkomen van steun- en loontrekkers te vrijwaren door 8 miljard € per jaar te peuteren uit vermogens. Ook Groen is nu die richting ingeslagen met een geplande 7,5 miljard uit vermogen en inkomsten uit vermogen. Zelfs sp.a wil haar herverdelingsplan financieren door enkele miljarden extra uit vermogens (winsten) de halen.
Of de 3% vermogensheffing die PVDA voorstelt realistisch is in een geglobaliseerd financieel stelsel is een andere zaak. Zoals we ondertussen allemaal wel weten is het systeem ontworpen met de nodige fiscale nooduitgangen waar PWC en de drie andere grote boekhoudmultinationals uw bedrijf tegen de gepaste vergoeding naartoe leiden terwijl ze achter de schermen en bij Houtekiet beleidsmakers en publiek wijzen op de nood op een toch niet al te vereenvoudigd fiscaal systeem. Maar dit terzijde…
Links en rechts wordt er munitie gesprokkeld voor het debat. De discussie over economische impact, noodzaak en haalbaarheid van de partijplannen blijft al bij al beperkt en er worden vooral ethische elementen aangehaald om de politieke keuze te motiveren, die dan gemotiveerd worden met cijfers. En daarbij staat de herverdeling van rijkdom en inkomens centraal. Waar moet het geld gehaald worden?
Zo was er al lang vóór de campagne begon discussie over de huidige vermogensheffing, waarbij de liberalen argumenteerden dat de heffingen op (inkomsten uit) vermogen, uitgedrukt als percentage van het Bruto Binnenlands Product, nú al hoog zijn in België in vergelijking met het buitenland. Ter linkerzijde dan weer wordt vastgesteld dat alle Belgische heffingen (op dividenden, aandeelkoerswinsten, vastgoed en op intresten) laag zijn in vergelijking met zowat alle landen. Als de totale belastinginkomst uit kapitaal toch hoog is dan toont dit volgens hen aan dat er gewoon veel kapitaal zit in België. De economische rechterzijde geeft daarbij haar munitie uit handen door zich te verzetten tegen een vermogenskadaster dat zou kunnen aantonen dat ze gelijk heeft.
Herverdeling
Maar niet alleen de Belgische zielen worden gegrepen door de discussie rond (on)gelijkheid; zoals mag blijken uit de internationale hype rond Thomas Piketty in zijn kloeffer “Le capital au 21e siècle” toont de Franse econoom aan dat toenemende macro-economische welvaart in het Westen de laatste decennia gepaard ging met stijgende ongelijkheid doordat het rendement op kapitaal groter is dan de economische groei. Niet onbelangrijk omdat dit een serieuze ideologische klets is voor in in zwang zijnde liberale ideologie die rekent op een automatische “trickle down” herverdeling en en dus tegen een controlerende/ herverdelende rol van de overheid is. De Trickle Down die er vanaf de jaren ’40 tot de jaren ‘80 ook effectief was, kwam er dus wel degelijk dankzij een duw in de rug. Piketty pleit verder voor een wereldwijde vermogensheffing. Hij wordt dan ook gretig aangehaald door de PVDA in haar campagne. Dat Piketty een zekere mate van ongelijkheid noodzakelijk vindt en voorstander is van marktwerking laat PVDA echter liever achterwege.
In alle geval, in tijden van getallenreeksen en fact checkers is het niet verrassend dat cijfergegevens naar bovengehaald worden om aan te tonen dat de inkomens- en vermogens kloof groot is, of dat het juist wel heel goed meevalt met die ongelijkheid. Soms worden zelfs dezelfde cijfers gebruikt om tot een tegengestelde conclusie te komen.
Egalitaire Vermogensverdeling
Vers voer voor de discussie rond ongelijkheid/herverdeling was de studie die het Centrum voor Sociaal Beleid van de UA begin mei publiceerde over ‘De verdeling van de vermogens in België’. PVDA was er als de kippen bij om de essentie uit Figuur 4 van het rapport te extraheren, namelijk dat 75% van de vermogens in handen is van de top 5%.
Geert Moerman, gedelegeerd bestuurder van VOKA in Oost Vlaanderen vertaalde de figuur in een tweet tot ‘90% van de rijkdom in handen van 99% van de bevolking’, waaraan dan ook de conclusie gekoppeld werd dat ‘we een behoorlijk egalitair en democratisch landje zijn, oef’. Een ietwat eigenaardige kronkel om te concluderen dat het feit dat 1% van de bevolking 10% van het vemogen heeft (eigenlijk 12%) een teken is dat de welvaart wel eerlijk verdeeld is.
Nogal voortvarend, zeker als we weten dat die 12% van het vermogen meer is dan wat de armste helft van de bevolking bezit. Maar ach, het is hoe je het bekijkt en wat je referentiepunt is. Moest je de cijfers voor Haïti naast die van België leggen dan zouden we er inderdaad als ‘behoorlijk egalitair’ uit komen. Cijfers om die oefening te maken zijn er waarschijnlijk niet voor dit land met zijn voorbeeldig overheidsbeslag. Ook voor de iets beter boerende (dan Haïti) VSA verwachten we een grotere vermogenskloof. En dan komen we uiteindelijk bij de vraag wat het maatschappelijk model is dat nagestreefd wordt. Maar laten we het bij de cijfertjes houden die die keuze motiveren.
Tiltslaande herverdeling door inkomstenbelasting
Op 10 mei was er nog een tweet die ons moest overtuigen van het feit dat de rijkste laag meer dan zijn steentje bijdraagt aan belastingen. “de 20% rijksten betalen liefst 65% van alle belastingsinkomsten”, zegt Fa Quix ook. Fa is PDG/CEO van Fedustria, de belangengroep van de textiel-, hout- en meubelindustrie.
Quix nam de gegevens over van @Gelerobbie (‘Curious Mind.Ghostbuster’). Met 37.000 tweets op zijn palmares is @Gelerobbie mogelijks meerdere personen en dus eerder een Lobby dan een Robbie. En qua stijl in de leer geweest bij Fox News en Rush Limbaugh: high speed, agressieve straight talk en af en toe een cijfertje in de groep smijtend. Iets minder subtiel dan Quix heeft hij het over ‘tiltslaande herverdeling’.
Maar waarover gaat dit nu eigenlijk? Er is wel degelijk 20% van de iets die 65% van iets anders betaalt, maar verder klopt het toch niet helemaal wat onze @gelerobbie en de man van Fedustria zegt.
De cijfers komen van de Federale Overheidsdienst Economie. Het gaat niet over de 20% ‘rijkste bevolkingslaag’, maar wel over de 20% hoogste belastingaangiften. Die bestaan vooral uit inkomen uit arbeid van loontrekkenden (60%), zelfstandigen (9.4%) en uit pensioenen (23%). Als men het heeft over ‘rijksten’ wordt meestal verwezen naar vermogen, niet naar belastbare inkomens. Een hoog inkomen kan een indicatie zijn van rijkdom/ vermogen, maar als de terminologie gebruikt wordt om vermogensbelasting te justifiëren (of juist niet) dan gaat het over cijfers die van een andere orde zijn dan onze 20% hoogste belastingaangiften.
De ‘20% rijksten’ van Fa Quix en @gelerobbie hebben een belastbaar jaarlijks inkomen van op zijn minst 40.400€. Niet slecht, maar niet de bevolkingsgroep die geviseerd wordt door de Miljonairstaks want daar gaat het over vermogens, exclusief eigen woning, van meer dan anderhalf miljoen. De 20% zouden dus bijna gans hun loopbaan op water en brood in de kou moeten leven om zich op te kunnen werken tot PVDA schietschijf. Bovendien bestaat 73% van die hogere aangiftes uit gezamenlijke aangiftes van tweeverdieners.
PVDA zegt de 2% rijksten te viseren. Laat ons dus eens kijken naar de 2% hoogste aangiften. Die rapporteren een belastbaar inkomen van op zijn minst 100.000€. Zelfs een groot deel van hen zal heel wat jaren moeten sparen om enkele miljoenen te accumuleren. Bij de top 1% van de aangiften (62.000 stuks) komen we wel al in de buurt: hier hebben we het over aangiften van op zijn minst 127.000€ en gemiddeld 215.000€. Opvallend is hier het groot aandeel van ‘zelfstandigen’ (29%). Zou het hier gaan om echte zelfstandigen of om de schijnzelfstandigen? Grootverdieners die eigenlijk in loondienst werken bij een bedrijf maar zich laten uitbetalen via hun éénpersoonsvennootschap om uitgaven te kunnen aftrekken en op het restant slechts de 34% belasting op bedrijfswinst te betalen in plaats van de veel hogere loonbelasting.
In alle geval is het duidelijk dat de ‘20% rijksten’ van Quix en @Gelerobbie voor het grootste deel inderdaad gewoon bestaat uit middenklasse met een deftig maar niet exuberant aangeven inkomen. Die groep betaalt 66% van de personenbelastingen, dus niet van ‘alle belastingsinkomsten’. Naast de 41 miljard aan personenbelasting incasseert de overheid immers bijvoorbeeld 33 miljard via BTW en accijnzen en 11 miljard aan vennootshapsbelastingen.
Het is ook logisch dat de bijdrage van de top 20% een substantieel deel uitmaakt van de belastingpot, het belastbaar inkomen van die groep vertegenwoordigt immers 48% van de totale belastbare inkomensmassa. Moest de top 20% geen 48% bijdragen dan zou er een omgekeerde inkomensherverdeling plaatsvinden. By the way, de 1% ‘superaangiftes’ (van gemiddeld 215.000€) betalen niet minder dan 10,7% van totale personenbelastingen, maar zij vertegenwoordigen dan ook 6,3% van de belastbare inkomensmassa.
De cijfers bevestigen dus gewoon dat er progressiviteit is in de inkomstenbelastingen, meer niet. Slaat die herverdeling tilt zoals @Gelerobby vindt? Ikzelf heb het geluk mij met mijn gezinnetje bij die beter verdienende loontrekkenden te mogen rekenen en vindt het alvast niet van de pot gerukt dat de 48% loonmassa van zij die best verdient goed is voor 66% van de inkomstenbelastingen. Het grootste deel van die 20% behoort inderdaad tot de middenklasse maar vooral: dit is niet de groep die geviseerd wordt door de geplande vermogensheffingen van ‘links’. Wel klopt het dat de hogere inkomensgroep bijna niet zal profiteren van fiscale plannen van sp.a, Groen en PVDA+, zoals bleek uit de ‘Rekening14’ berekening die KU Leuven uitvoerde. De kost van die meer gulle lastenverlagingen van CD&V, N-VA en Open-VLD is echter ook substantieel groter en het is niet helemaal duidelijk hoe die zal betaald worden.
Overheidsbeslag
Maar daar houdt de cijferstrijd niet op: ene Sander Roelandt, hevig twitterend eerste opvolger op de kamerlijst voor N-VA in Brussel, counterde in december de kritiek van Ico Maly (KifKif) op de ‘neoliberale doctrine’ door met een curve van het overheidsbeslag te zwaaien. Voor zij die het nu nog niet zouden weten: het overheidsbeslag is de som van de uitgaven van alle Belgische overheden (a propos: inclusief Vlaanderen) uitgedrukt als percentage van het Bruto Binnenlands Product. Het jong N-VA geweld vindt Guy Verhofstadt maar niets en dweept met Frits Bolkestijn, één van de grote voorstanders van detachering van goedkoop arbeidsvee uit lageloonlanden. Wie in Vlaanderen daarvan beter zou worden moet u zelf maar raden.
De curve die Roelandt tweette komt uit een rapport van Itinera en toont dat het overheidsbeslag van 1995 tot 2012 met maar liefst 17% gestegen is. Dit wijst inderdaad op een allesbehalve neoliberaal beleid. Maar wat blijkt: de Itinera cijfers zijn nonsens. Het overheidsbeslag mag in 2009 dan wel naar boven geschoten zijn ten gevolge van de bankencrisis, tussen 1985 (oudere gegevens vonden we niet terug in de databank van OESO) en 2007 was er een gestage daling van het overheidsbeslag. De bewering dat we aan het hoogste overheidsbeslag ooit zitten klopt al evenmin, maar met de grootste crisis sedert 80 jaar zitten we wel terug op het niveau van begin jaren ’90.
Eigenlijk bevestigt de overheidsbeslagcurve juist het omgekeerde van wat Roelandt en Itinera proberen aan te tonen, namelijk dat er ondanks de toegenomen bestuurlijke complexiteit door de staatshervormingen wel degelijk een ontvetting van de overheid plaats vond sedert de jaren tachtig. Pas toen het toxisch mengsel van de losgeslagen Amerikaanse vastgoedmarkt en de gedereguleerde mondiale financiële sector uitmondde in de globale crisis mocht de overheid opnieuw een grotere rol spelen door de kost van de bankencrisis op zich te nemen, met als gevolg dat de overheidsbeslagen 'overal' door het dak schoten. Het gaat hier natuurlijk niet over een lokaal Belgisch fenomeen. Zo sprong het Nederlands overheidsbeslag met 6% naar boven tussen 2007 en 2009, één percent méér dan de stijging van het Belgisch beslag. Wel daalden de Nederlandse overheidsuitgaven ondertussen opnieuw met 2% van het BBP, terwijl België 1% hoger staat dan in 2009. Of het Hollands recept ook beter was dan het Belgisch is een andere discussie.
Pensioenen en gezondheid
Goed, maar zij staan nu wel op 50% met hun overheidsbeslag terwijl België tegen 55% aantikt. Slecht bestuur? Op dit punt aangekomen wordt zelden vermeld wat met die uitgaven gedaan wordt en er mag toch wel op gewezen worden dat de Nederlandse pensioenen en gezondheidszorg voor een belangrijk deel geprivatiseerd werden. De gedeeltelijke privatisering van de pensioenen alleen al verklaart het verschil in overheidsbeslag. In 2009 gaf de Belgische overheid 10% van het BBP uit aan pensioenen, de Hollandse slechts 5.1%, terwijl de totale pensioenlast minder dan 1% van het BBP verschilt (11.5% en 10.7%) (zie Pensions at a glance 2013, OESO, p173). Dat verschil in overheidsbeslag aan pensioenen wordt bijgepast door bedrijven en werkenden zelf en gebeurt via de verzekeraars.
Van de pensioenhervorming zijn vooral die verzekeraars beter geworden. Niet minder dan 6 miljoen klanten werden door de verzekeraars vanaf de jaren ’90 een oor aangenaaid door absurd hoge fictieve kosten aan te rekenen, een Hollands fiasco waar in Vlaanderen weinig over geschreven werd en dat een apart artikel op zich waard is. A propos, de OESO verwacht de komende decennia een stijging van de pensioenkost voor de overheid van 5.5% en 3.6% van het BBP, respectievelijk voor België en Nederland. De pensioenschok voor de overheidsfinanciën bij onze noorderburen zal dus kleiner zijn, maar ze is er ook ondanks de gedeeltelijke privatisering.
En wat de gezondheidszorg betreft: in Belgie droeg de overheid in 2010 38% van de totale kost van de gezondheidszorg, terwijl de Nederlandse overheden 23% bijdragen (OESO). Ook dat verschil wordt door de gezinnen afgedragen aan de verzekeraars.
Bovendien ligt de totale kost van de gezondheidszorg in België lager dan in Nederland. De stelling dat “de uitgaven voor gezondheidszorg in ons land boven het Europese gemiddelde liggen” (N-VA programma p. 23) is misleidend. Van de West-Europese landen deden in 2012 alleen het VK en Zweden het significant beter dan Belgie ( met 3280 $ en 3700 $ per inwoner per jaar ten opzichte van 4060 $ voor Belgie in 2011). De totale kost van de gezondheidszorg per inwoner in Nederland was in 2012 17% hoger dan in Belgie (4737 $). Ook Duistland, Oostenrijk, Zwitserland , Denemarken en Noorwegen zijn duurder. In de VSA is de kost van de gezondheidszorg het dubbele van België. De Zuiderse en Oost-Europese landen doen het wel veel goedkoper, maar betekent dit dat N-VA Italië en Polen als model ziet, of Estland en Griekenland?
Het verhaal dat af en toe opduikt als zouden we, ondanks het overheidsbeslag, zelf nog een hogere medische kost betalen dan de Hollanders klopt dus niet. We vermoeden dat die berekeningen geen of onvoldoende rekening houden met de uitgaven die werkgevers en werknemers maken, vooral via de lonen. Zo betaalt een werknemer gemakkelijk 1000 € per jaar voor zijn privé verzekering en dan mag hij toch nog zelf de eerste 200 tot 800 € franchise zelf ophoesten.
Een afdracht aan de overheid wordt door de overheidsbeslagbestrijders veel gemakkelijker aanzien als een inefficiënte besteding van fondsen dan eenzelfde afdracht aan privé verzekeraars. Nochtans is er geen aanwijzing dat een overheidsfinanciering leidt tot een minder efficiënte gezondheidszorg, in tegendeel, zoals uit het Amerikaans voorbeeld mag blijken.
Vlaams Overheidsbeslag
Het lijkt erop dat met ‘overheidsbeslag’ altijd de federale uitgaven bedoeld wordt. De federale begroting was tot op heden inderdaad veruit de grootste van alle Belgische overheden. Zo nam de Vlaamse regering met 27 miljard € uitgaven in 2012 13 % van alle uitgaven voor zich (cfr. Rekenhof, Rekeningenboek over 2012). Wel was het zo dat die uitgaven van 2010 tot 2012, dus in 2 jaar tijd, met 14 % of bijna 3,5 miljard euro stegen. De Vlaamse overheid alleen was dus verantwoordelijk voor een stijging van het totaal Belgisch overheidsbeslag met bijna 1%.
Doel of Middel?
We zouden wellicht nog enige boekdelen kunnen doorgaan met nog wat grepen uit de sociale media en partijprogramma’s. Vooral vanuit liberale zijde wordt met economische data geschermd. Niet helemaal onlogisch in deze tijden van crisis zijn het in de eerste plaats de werkgevers die vragende partij en slechte economische cijfers worden aangegrepen om tot actie aan te manen. De vierde macht en zelfs de politieke tegenstanders nemen echter niet altijd de tijd om de argumentatie inhoudelijk te checken, te bevragen en te corrigeren waar nodig.
Wat wel blijft het verbazen is dat de democratische Vlaams nationalisten en hun meest luidruchtige posse op de sociale media zo ver meegaan in de liberale logica, meer dan open-VLD. Ooit werd België bestreden omdat het een vehikel was van een francofoon kapitalisme dat de op de arbeid van de Vlaming teerde. Nu het Belgisch kapitaal aan het buitenland verpatst is en zijn Vlaamse homoloog de touwtjes in handen heeft gekregen in onze regio wordt ‘francofoon kapitalisme’ ingewisseld door ‘PS’, maar de stijl en retoriek zijn grotendeels dezelfde gebleven.
Blijft de vraag of het liberale gedachtengoed voor N-VA doel of middel is. Het gekletter uit de digitale loopgraven geeft de indruk dat het gemeend is, maar er zijn mensen met meer politiek doorzicht die het anders zien en erop wijzen dat de de ultraliberale retoriek op een bepaald moment een probleem wordt voor de nationalistische agenda.
De toekomst zal uitwijzen wie gelijk heeft.