Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De prijs van een zetel

door Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets

Er is de afgelopen week nogal wat commotie ontstaan over – even wat dure woorden - het post-electorale democratische proces. Het respect voor “de kiezer” en zijn “ziel”, en de noodzaak tot deelname aan de macht van de grootste partij – met zelfs een mars op Brussel in het vooruitzicht, mocht deze noodzaak in de wind worden geslagen.

Men schijnt hierbij te vergeten dat de mechanismen van de verkiezing, de verdeling van zetels naargelang de stemmen, en het vormen van een coalitie niet alleen het resultaat zijn van decennia van democratische ontwikkeling, maar ook dat zij manifest niet één bepaalde partij bevoordelen. Verkiezingsuitslagen over de jaren heen tonen de opkomst en het verval van de ene na de andere partij – en telkens met hetzelfde systeem.

De roep om respect voor de wens van de kiezer – buiten de resultaten van de verkiezing om – wekt dan ook enige verbazing. Op economieblog.be herinnert Andreas Tirez ons aan de regels die het democratische proces bepalen, en hij wijst erop dat het achteraf veranderen van die regels niet erg netjes zou zijn. Andere commentatoren hebben zich inmiddels ook vragen gesteld bij het inzicht dat sommigen beweren te hebben in de volkswil.  Met uitzondering van enkele enkelingen (zoals de alomtegenwoordige Wouter Torfs)

heeft “de kiezer” niet te kennen gegeven welke coalitie zijn of haar voorkeur heeft – de stembiljetten, die de enige officiële registratie zijn van die volkswil geven hieromtrent geen informatie.

Er was echter nog een andere kritiek die weerklank vond, namelijk dat in deze verkiezingen het “one man, one vote” principe niet zou hebben gegolden:

(De bij de tweet horende tabel vindt u hier). Dit is een ernstige bewering: de term “one man, one vote” verwijst naar het universele enkelvoudige stemrecht, waarbij iedere burger, ongeacht geslacht, huidskleur of bezit exact één stem heeft – een legitiem democratisch recht, waarrond flink is gestreden tot in de tweede helft van de vorige eeuw. Men suggereert hier dus dat in de recente verkiezingen niet elke kiezer evenveel stemmen had, ondanks de “invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht in België 100 jaar geleden” (wat overigens, voor Belgen, pas in 1948 werd ingevoerd, dus niet exact 100 jaar geleden).

Een enkele uitzondering (in Duitsland) niet te na gesproken is er geen melding gemaakt van meervoudige stemmen, dus de feiten zelf zijn in directe tegenspraak met de suggestie van onjuistheden bij de verkiezingen. De tabel die de tweet vergezelt, is bedoeld om de bewering kracht bij te zetten, en geeft aan hoe het aantal stemmen per zetel verschilt tussen de Vlaamse partijen en die in de Franstalige kieskring. Er wordt ook een alternatieve zetelverdeling getoond, gebaseerd op een lineaire, proportionele berekening – die blijkbaar als het ideaal naar voren wordt geschoven.

Maar is zo’n lineaire verdeling, op basis van het nationale aantal stemmen, dan echt meer democratisch? Om die vraag te beantwoorden moeten we zoeken naar de redenen voor het grote verschil tussen nationale en regionale zeteltoewijzing.

Een eerste verklaring is het feit dat het aantal te begeven zetels wordt bepaald per kiesdistrict. In een post via Twitter legt Thomas Leys helder uit waarom dat gebeurt op basis van het aantal inwoners (eerder dan het aantal stemgerechtigden). In het bijzonder toon hij aan dat het aantal zetels dat aan elke provincie (en dus aan de regio’s) toekomt precies overeenstemt met het aantal inwoners.

Versnipperingseffect

Een tweede belangrijke factor is het versnipperingseffect (dat ook door Leys wordt aangehaald) wanneer er een groot aantal kleine partijen zijn die onvoldoende stemmen halen om een zetel te winnen. Deze stemmen tellen niet mee bij het verdelen van de zetels, waardoor het aantal stemmen dat de grotere partijen moeten hebben voor elke zetel lager is.

Dat werkt als volgt: stel dat er twee kiesdistricten zijn, Veelpartijenburg met 7 lijsten (waarvan er drie te weinig stemmen hebben om een zetel te behalen), en Weinigpartijenburg met 4 lijsten (waarvan elke lijst minstens een zetel behaalt). In Veelpartijenburg ligt het aantal stemmen per zetel tussen 137 en 180:

Tabel-1

In tegenstelling tot Veelpartijenburg, waar bijna 20% van de stemmen is uitgebracht voor partijen die geen zetel halen, gaan in Weinigpartijenburg alle stemmen naar een partij met verkozenen. Daardoor is het aantal stemmen per zetel een stuk hoger, namelijk tussen 169 en 225.

Tabel-2

Hoe zit het met de Belgische realiteit? Als we kijken naar het aantal partijen per provinciale kieskring tijdens de verkiezingen voor de kamer van 25 mei, dan is meteen duidelijk waarom dit een belangrijke factor was: in de Franstalige kieskringen loopt het aantal ingediende lijsten van 12 tot 22, terwijl het in de Nederlandstalige kieskringen tussen 10 en 12 ligt:

Tabel-3

Nationale kieskring

Leidt het samenvoegen van kieskringen tot een meer democratisch resultaat? Wanneer er een grote Partijenburg kieskring worden gemaakt (met dezelfde verkiezingsuitslag als eerder vermeld) zien we het volgende resultaat:

Tabel-4

Een eerste observatie is dat kleine partijen, die slechts in één kieskring aantreden, in een grotere kieskring uit de boot kunnen vallen: partij E uit Veelpartijenburg verliest haar zetel, die gaat naar de grootste partij, A.

Nationale partijen profiteren immers van de mogelijkheid om ‘reststemmen’ in de verschillende districten bij elkaar te tellen, waardoor ze (zoals hier) vaak een extra zetel kunnen behalen (ten koste van partijen die enkel regionaal sterk staan). Dit vertaalt zich dan ook in een kleiner aantal stemmen per zetel voor die partijen.

Desondanks blijven ook hier grote verschillen bestaan in het aantal benodigde stemmen per zetel: een partij die met de hakken over de sloot een (extra) zetel  haalt, zoals partijen B en I, zal onvermijdelijk een lager aantal stemmen per behaalde zetel hebben dan een partij die net enkele stemmen te kort komt voor een bijkomende zetel (zoals D).

Nationale en lokale democratie

Het is dus lang niet duidelijk of, mathematisch gezien, een verdeling van de zetels op nationaal vlak tot een meer democratisch resultaat zou leiden: er is niet meteen een objectieve reden om aan te nemen dat partijen waarvan de aanhang verdeeld is over een groot gebied een betere vertegenwoordiging zouden vormen dan partijen die sterker staan in een kleiner gebied.

Maar er is een tweede belangrijke reden waarom een zetelverdeling op basis van het nationale stemmenaantal problemen met zich mee kan brengen. Het vertalen van percentages in zetels is immers slechts de eerste stap in het samenstellen van een parlement: er moeten ook nog mandatarissen in die zetels komen.

Bij een focus op de score van partijen als geheel, en een zetelverdeling naargelang hun nationale score, verzwakt of verdwijnt de band tussen de kiezer en zijn omgeving, en zijn lokale kandidaat-parlementsleden. Zo kunnen in een nationale kieskring bijvoorbeeld de stemmen van kiezers in West-Vlaanderen, zelfs wanneer ze voor een Westvlaamse kandidaat stemmen, een Limburgse kandidaat helpen verkiezen.

Mocht het Belgische kiespubliek massaal lijststemmen uitbrengen, dan zou dit geen probleem hoeven te zijn: dat zou aangeven dat de burgers vooral voor partijen en hun programma’s stemmen. De realiteit is echter net andersom: ongeveer twee derde van alle stembiljetten voor de kamer toonden een naamstem eerder dan een lijststem.

Dit suggereert dat Belgen eerder voor personen kiezen dan voor een partij, ook in nationale verkiezingen. Het is natuurlijk best mogelijk dat sommige Westvlamingen liever een Limburgse kandidaat dan een lokale kandidaat zouden verkozen zien.

Maar toch verzekert het behoud van kleinere kieskringen dat elke geografisch gebied zijn eigen vertegenwoordigers in het parlement heeft. Het opgeven van deze lokale vertegenwoordiging is een hoge prijs om te betalen voor goedkopere zetels.

LEES OOK
Steven Vanden Bussche 09-10-2026

Orde van Architecten hervormt tuchtprocedure

Apache was aanwezig bij een rondetafelgesprek met leden van de Orde en uit de sector.
architecten
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Karl van den Broeck 08-10-2026

Kernenergie de toekomst? De reactoren zijn duur, onveilig en niet aangepast aan hitte

Kernenergie wordt steeds minder aantrekkelijk binnen de energiemix.
Een fiets weg op een heuvel kronkelt naar gebouwen van een kerncentrale in Doel.