Afgelopen zondag (15 juni 2014) kwam het onderwerp voor het eerst sedert de verkiezingen weer bovendrijven, in een 7de dag discussie tussen de werkgeversorganisaties VOKA en VBO, en ACV en ABVV (spoel door naar de 97ste minuut) – met een prompte reactie van John Crombez op twitter.
Het morele argument lijkt onaanvechtbaar, en in Groot-Brittannië was de wetgever het hiermee in het verleden duidelijk eens: in 1978 bedroeg de aanslagvoet op zogenaamd unearned income niet minder dan 98%. Dat is misschien wat extreem (en intussen is de maatregel afgevoerd), maar een belasting op inkomen uit vermogen die lager is dan die op arbeid dat kan toch niet fair zijn?
Dat intuïtieve inzicht is echter verkeerd: elke belasting op inkomen uit kapitaal maakt ze de facto hoger dan die op arbeid.
Elke belasting is uiteindelijk een belasting op consumptie, want elke euro die je betaalt aan belasting vermindert je potentiële consumptie met één euro. Stel dat er een inkomstenbelasting bestaat van 50% en een vermogenswinstbelasting van 20%. Paul verdient 10.000 euro, betaalt 5.000 euro aan inkomstenbelasting en kan dus 5.000 euro netto consumeren. Geert, die evenveel verdient (dus ook 5.000 euro netto), investeert dat bedrag tot wanneer het verdubbelt tot 10.000 euro. Op die vermogenswinst van 5.000 euro betaalt hij 20% of 1.000 euro. Geert heeft nu dus 9.000 euro over om te consumeren.
Lager? Hoger!
Het effect van de belasting op Pauls inkomen is 50%: zonder inkomstenbelasting had hij 10.000 euro kunnen spenderen, erna nog slechts 5.000 euro, dus de helft minder. Zonder inkomstenbelasting had Geert de volle 10.000 euro kunnen investeren, die dan tot 20.000 euro zou zijn aangegroeid. Maar met inkomstenbelasting én vermogenswinstbelasting samen heeft hij nu slechts 9.000 euro over, dus Geert betaalt uiteindelijk een belasting van 55% - 5% méér dan Paul.
Elke belasting op vermogenswinst, hoe klein ook, zorgt dus voor een hogere belasting dan die op arbeid. Ik hoor u al zeggen: ja maar, wat als dat vermogen niet is opgebouwd door inkomen uit arbeid, maar bijvoorbeeld door een erfenis? Stel dat Ivan op zijn zestiende een miljoen erft van zijn suikeroom, en daarop een rente verwerft van bijvoorbeeld 50.000 euro per jaar, dan betaalt hij toch maar 20% (vermogenswinst)belasting op zijn inkomen, terwijl een arbeider 50% betaalt? Welnu, de overleden suikeroom heeft, om dat fortuin van één miljoen op te bouwen twee miljoen moeten verdienen uit arbeid, waarop hij een miljoen in inkomstenbelasting heeft betaald. Zonder die inkomstenbelasting had Ivan dus twee miljoen geërfd, wat hem een jaarlijks inkomen van 100.000 zou hebben opgeleverd. Zijn inkomen is dus elk jaar de helft minder, en daarbovenop betaalt hij dan nog eens 20% vermogenswinstbelasting.
Er bestaat een redelijk argument voor het invoeren van een hoge belasting op erfenissen (desgevallend zelfs 100%), maar dat verandert niets aan het feit dat Ivan onder het beschreven systeem sowieso al de helft van zijn inkomen verliest aan belastingen.
Men kan natuurlijk besluiten dat dit niet terzake doet, en dat een belasting op vermogenswinst, zelfs al belast ze inkomen uit vermogen zwaarder dan inkomen uit arbeid, toch een goede manier is voor het herverdelen van rijk (mensen met inkomsten uit vermogen) naar arm (mensen met inkomsten uit arbeid).
De onmogelijkheidsstelling
Maar ook dat is niet het geval. In het midden van de jaren 1980 kwamen twee economen, Christophe Chamley en Kenneth Judd, onafhankelijk van elkaar tot de constatatie dat de economisch optimale belasting op vermogenswinst 0% is. Elke belasting op inkomen uit kapitaal leidt tot een lager inkomen uit arbeid – dit wordt wel eens het Chamley-Judd Impossibility Theorem genoemd: het is onmogelijk een belasting te heffen op vermogenswinst, dit te herverdelen naar arbeiders, én op die manier het inkomen van de arbeiders te verhogen.
De reden hiervoor is als volgt: een vermogenswinstbelasting zal op langere termijn leiden tot een vermindering in kapitaal – het kapitaal dat de productiviteit van arbeid verzekert. Chamley en Judd toonden aan dat de opbrengst uit een dergelijke belasting lager is dan de daling in inkomen uit arbeid.
Er kunnen natuurlijk allerlei politieke redenen worden aangevoerd voor een belasting op vermogenswinst. Maar een rationele arbeider zal een dergelijk voorstel altijd verwerpen.