Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hoe erfenissen de meningen verdelen

door Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets

Een enkele uitzondering daargelaten (een kind kan bijvoorbeeld zonder daarvoor formeel vergoed te worden, bijdragen tot het opbouwen van een familiezaak), is het ontvangen van een erfenis het ultieme voorbeeld van puur geluk – meer nog dan het winnen van de Lotto. Voor het laatste moet men tenminste nog een formulier invullen en de inleg betalen, maar om te erven hoeft men enkel op het juiste moment in de juiste familie geboren te zijn. Het is precies dit onverdiende aspect dat van erfenissen een bijzonder vraagstuk maakt, zowel voor economen, als voor diegenen die een klein of groot fortuin hebben vergaard dat hun nageslacht ten goede zou kunnen komen. En in beide groepen blijken sterk uiteenlopende meningen te bestaan.

De kloof tussen rijk en minder rijk

In België laat zo’n zestig procent van de bevolking een erfenis na, en vele burgers streven ernaar een vermogen op te bouwen (vaak hoofdzakelijk in de vorm van onroerend goed) dat ze dan aan de kinderen willen doorgeven. Hoe belangrijk dit voor velen is wordt bevestigd door de populariteit van de mechanismen die worden aangewend om successierechten te ontwijken (bijvoorbeeld schenkingen en duolegaten).  Desondanks brengt die erfbelasting de Belgische staat flink wat op (bijna drie miljard euro in 2013, op een totaal belastinginkomen van ruim 102 miljard). Ook  de weerstand die in Nederland en het Verenigd Koninkrijk bestaat tegen het recupereren door de overheid van zorgkosten uit het vermogen (of de nalatenschap) illustreert hoezeer men zijn vermogen wil in de familie houden.

In dat licht is het besluit van Sting op zijn minst opmerkelijk: al is hij een kroostrijk man, elk van zijn zes kinderen zou gemiddeld op een erfenis van zo’n 35 miljoen euro kunnen rekenen. Maar hij heeft besloten zijn vermogen niet na te laten aan zijn kinderen: hij vreest dat zijn rijkdom “als een albatros om hun nek zou zijn”. Hij wil dat zijn kinderen werken voor de kost. En hij is niet alleen: op maandag schreef de dochter van miljardair John Caudwell – de oprichter van Phones4u, een van de grootste verkopers van mobiele telefoons in het Verenigd Koninkrijk – het volgende: “Great wealth is not beneficial to someone who has not earned it”. Ook zij hoeft zich niet te verwachten aan een smak geld wanneer vaders kaars uitgaat.

Doet men er goed aan zijn kinderen niets na te laten, en ze hun eigen weg te laten vinden? Of is het uiteindelijk toch beter om ze toe te spelen waar ze toch eigenlijk recht op hebben: datgene waar men zelf zijn leven lang voor heeft gespaard?

De kloof tussen links en rechts

Het is een vraag die ook bij economen leeft. Erfenissen zijn een mechanisme dat vermogensongelijkheid niet alleen in stand houdt, maar zelfs verder vergroot. Aan de linkerzijde vindt men dan ook de voorstanders van een hogere erfbelasting, die zich gesterkt voelen door Thomas Piketty’s Het kapitaal in de 21ste eeuw. Een dergelijke tax zou immers het vormen van dynastieën tegengaan en tot een meer gelijke verdeling van vermogens leiden. Bovendien zijn erfbelastingen bijzonder efficiënt (omdat ze, in tegenstelling tot veel andere taxen, nauwelijks als een rem werken op economische activiteit, zelfs mochten ze echt confiscatoir zijn), en zijn ze moreel goed te rechtvaardigen.

Aan de rechterzijde treft men economen aan als Greg Mankiw, die in zijn column uitlegt hoe geërfd vermogen de economie helpt. Hij geeft aan waarom individuele – vooral rijke – ouders aanzienlijke fortuinen nalaten aan hun kinderen, maar zijn punt is toch vooral rond de indirecte effecten op de economie in het algemeen.  Mankiw verwerpt de idee dat geërfd vermogen tot een afkalving van de levensstandaard onderaan de economische ladder zou leiden – wel integendeel: kapitaal opsparen (en doorgeven via een erfenis), eerder dan het uit te geven, komt de arbeidsproductiviteit ten goede, en daarvan profiteert uiteindelijk iedereen.

Zijn argumentatie is niet erg overtuigend, maar alludeert toch op een bredere fundamentele vraag: is de overheid beter in staat de vermogens van de overledene aan te wenden ten goede van de maatschappij dan zijn nakomelingen? Of is het behouden van kapitaal in privé-handen, van generatie tot generatie de beste garantie voor economische voorspoed?

Er is een merkwaardige gelijkenis tussen beide invalshoeken, de micro-economische en de macro-economische: de argumenten aan weerszijden geven niet echt uitsluitsel. Sting, of de brave huismoeder en –vader? Piketty of Mankiw? Wat men doet met zijn vermogen, of wat men denkt dat er met andermans vermogen moet gebeuren – het lijkt vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur te zijn, om niet te zeggen van ideologie.

Laat u dus misschien maar beter leiden door uw persoonlijke eenhandige econoom – zoniet riskeert u, zoals ik, ten eeuwigen dage onbeslist te blijven tussen de ene kant en de andere.

LEES OOK
Steven Vanden Bussche 09-10-2026

Orde van Architecten hervormt tuchtprocedure

Apache was aanwezig bij een rondetafelgesprek met leden van de Orde en uit de sector.
Zes mannen zitten aan een tafel in een vergaderzaal, achter hen zie je op een scherm een projectie van de vergaderruimte.
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Karl van den Broeck 08-10-2026

Kernenergie de toekomst? De reactoren zijn duur, onveilig en niet aangepast aan hitte

Kernenergie wordt steeds minder aantrekkelijk binnen de energiemix.
Een fiets weg op een heuvel kronkelt naar gebouwen van een kerncentrale in Doel.