In een gezonde democratie behoort het maatschappelijk debat gekenmerkt te worden door het principe van woord en wederwoord, maar onze gevestigde media hebben daar totaal geen zin in en streven het liefst naar explosieve nietszeggende debatten met de Boudry’s en Abou jahjah’s van deze wereld.
Een onzinnig debat uitgelokt krijgen in De Morgen, en het dan "verhit" noemen is natuurlijk slechts één van de manieren die door polariserende polemisten wordt gehanteerd om in het centrum van de belangstelling te komen. (DM 17/09)
Onzinnige logica
In deze polemiek, waarin meerdere stemmen aan bod zijn gekomen, viel vooral het welles-niettes-spel tussen Boudry en Abou Jahjah op. (DM 15/09)
En laat ons eerlijk wezen, wanneer het om een onzinnige logica gaat - die door beide heren gehanteerd wordt in het Islamdebat -, dan zijn het wel degelijk lotgenoten die elkaar zullen blijven vinden. Van deze beide heren zullen we ongetwijfeld steeds hetzelfde recept geserveerd krijgen, terwijl een genuanceerd debat noodzakelijk is. Wie het Islamdebat niet genuanceerd aangaat, blijft met verschillende interpretaties schermen tot sint-juttemis... dit is geen debat, maar een onzinnig dovemansgesprek.
Mijn uitnodiging tot zorgvuldige en intellectueel eerlijke exegese blijft overeind, maar zelf ben ik gesterkt in de overtuiging dat Maarten Boudry, en in zekere mate ook Dyab Abou jahjah, daar intellectueel en moreel niet toe in staat zijn. Ze lijken de bagage te missen om zich op een geloofwaardige manier in dit debat te mengen.
Het gebrek aan nuance is bij Maarten Boudry heel kenmerkend wanneer hij de abrogatie-methode hanteert. Hij borduurt in zijn laatste bijdrage ook gewoon verder op de onjuiste inzichten van Dyab Abou Jahjah en denkt dat daarmee de kous af is.
Abou Jahjah spreekt op zijn beurt over een ‘mainstreamideologie’ die merkwaardig genoeg alleen hij kan/mag benoemen.
Hoewel ook bij het Christendom deze niet aanwezig is, zou de ‘mainstream’ - als het dan toch moet - het Vaticaan voorstellen, omdat zij het ‘hoogste orgaan’ binnen de christelijke gemeenschappen is. Bij de moslimgemeenschappen kan men zo'n instituut niet aanwijzen omdat die vertegenwoordiging van bovenaf er simpelweg niet is. Men spreekt hoogstens van jurisprudentiële normenkaders - Maliki, Hanafi, etc.- die onderling soms sterk verschillende visies hebben rond belangrijke onderwerpen, waaronder het onderdeel van de abrogatie.
Genuanceerd
De abrogatie-methode is géén algemeen instrument, het kent een genuanceerde toepassing in functie van het te behandelen onderwerp, de individuele (uitsluitend voor de profeet) of algemene (voor alle moslims) impact van een geopenbaard vers en, tot slot, de traditie van de rechtsscholen van waaruit de abrogatie wordt erkend of ontkend.
De abrogatie-methode behoort tot de climax der Koranwetenschappen ('Oeloem al-Koran). Het is een bijzonder groot vak dat handelt over de kennis van die wetenschappen die een directe invloed hebben op de recitatie (voordracht), de geschiedenis, de interpretatie en de uitvoering van de Koran. Het betreft dus een groot gebied in de Islamitische wetenschappen die van primordiaal belang zijn. Met betrekking tot de interpretatie en uitvoering, behandelt het vak de oorzaken van de openbaring (asbab an-noezoel), de kennis van de Mekkaanse en Medinese openbaringen, de kennis van de verschillende vormen (ahruf) waarin deze werden geopenbaard, het begrip van de opgeheven uitspraken en verzen (Nasikh wal-Mansukh), de kennis van de verschillende classificaties van de verzen (muhkam en mutashabih, 'Aam en khas, mutlaq en muqqayad, etc.), de kennis van de interpretatie (Tafsir), de grammaticale analyse van de Koran ('Irab al-Qur'an) en de kennis van die woorden waarvan het gebruik zeldzaam is geworden doorheen de tijd (gharib al-Qur'an).
Arabische taal
Boudry heeft met zijn schrijven aangetoond dat hij minstens de helft van deze elementaire onderdelen, zowel op het vlak van kennis als vaardigheden, onvoldoende of zelfs NIET beheerst, te beginnen bij de onontbeerlijke kennis van de Arabische taal. De willekeurige, op eigen afwezige common sense gebaseerde kersenpluk van koranverzen - waar hij extremistische groepen net van beticht - toont aan wie zich werkelijk op het schaakbord van de ‘jihadi’s’ bevindt.
Maar Boudry schiet niet enkel tekort in de exegese van Koranteksten, ook de Nederlandstalige versie krijgt hij niet onder de knie. Het door mij aangehaalde vers (DAM 16/09 en DM 16/09) had het in geen geval over moslims die zogenaamd aangezet zouden worden om zich niet te bevrienden met ongelovigen. Het vers ging juist over de noodzakelijke voorwaarde - de afwijzing van de Koran (tevens de titel van zijn eerste oproep DM 13/09) - die individuen zoals Boudry aan moslims opleggen... teneinde hen dan wél te bevrienden. Neen, we zullen inderdaad geen vrienden worden, maar dat ligt volledig aan hem.
Voor de rest sta ik versteld van de medeplichtigheid van De Morgen aan de scheeftrekkingen in dit debat, waarbij de krant het eerste en het laatste woord aan Maarten Boudry heeft gelaten én van alle betrokkenen eist dat ze moeten ingaan op zijn absurde argumenten om in de opiniepagina’s en lezersrubriek terecht te komen.
Maar moslims hebben niet enkel geen nood aan een absurd dictaat van Maarten Boudry, ook de beperkte inzichten van Dyab Abou Jahjah hebben hen geen stap vooruit geholpen. Dat was waarschijnlijk ook niet zijn bedoeling.
Tenslotte nog dit: ik verdiep me al een hele tijd in het Vlaamse Islamdebat. Dat is nu eenmaal het lot van de 9/11-generatie. Wanneer het erop aankomt om onwetenden, en mensen van slechte wil, te wijzen op hun verkeerde inzichten met betrekking tot de Islam, blijf ik me graag voluit engageren.
Khalid El Jafoufi, Jr. Chef Politiek bij de opiniërende website 'De Andere Mening'