Het antwoord: verliesaversie. We houden er niet van iets te verliezen, en dat bepaalt vaak in belangrijke mate onze keuzes. Amos Tversky en Daniel Kahneman, geregelde gasten op deze stek, waren onder de eersten die het fenomeen systematisch onderzochten, maar Adam Smith had het in zijn Theory of Moral Sentiments al door: “Pain, I have already had occasion to observe, is, in almost all cases, a more pungent sensation than the opposite and correspondent pleasure.” Tal van experimenten bevestigen dat we inderdaad typisch een verlies als twee maal zo betekenisvol ervaren als de winst van dezelfde waarde: onze treurnis bij het verlies van 50 euro is dubbel zo groot als onze vreugde bij een winst van 50 euro. Kahneman en Tversky’s paper over Prospect Theory, dat beschrijft hoe we niet op een puur rationele, optimale manier met risico en verlies omgaan, werd een van de bouwstenen van het domein van behavioural economics, en is inmiddels meer dan 30.000 keer geciteerd.
Minder zuinig met verf
Die tendens zet ons ertoe aan intuïtief de weg van het kleinste verlies te verkiezen, en dat uit zich op vele manieren. Wanneer zijn leerlingen wat al te zuinig met hun tubetjes omgingen wees Meneer Jonckheere, mijn oude leraar tekenen en schilderen, ons er geregeld op dat spaarzaam zijn met de hoeveelheid verf die we gebruikten niet de beste manier was om goede werkstukken te produceren. Ik denk niet dat de goede man Kahneman en Tversky of Adam Smith had gelezen, maar zijn ervaring zette hem wel op dezelfde lijn.
Nu is het op zichzelf natuurlijk lang niet zo gek verlies of risico te vermijden. Er is niets irrationeel aan het geheimhouden van uw PIN of het voorzien van uw voordeur van een behoorlijk slot, opdat u de inhoud van uw bankrekening of uw woning niet verliest aan een onverlaat. Maar verlies- en risicoaversie kunnen ons ook verhinderen de positieve gevolgen van een verlies of een risico te zien, en ze te laten meespelen in onze keuzes. Wat Meneer Jonckheere bedoelde was dat we, mochten we er niet zozeer mee inzitten eventueel een beetje verf te verkwisten bij het mengen om net díé perfecte kleur te bekomen, misschien wel een veel mooier schilderij zouden maken.
De risicomijdende Belg
Komt een verlies- of risicomijdende attitude meer voor in sommige landen dan in andere? Wanneer men, zoals uw dienaar, al een behoorlijke tijd in het buitenland woont, verwerven sommige aspecten van het vaderland wat extra contrast. Zo valt het op hoe termen als ‘koopkrachtverlies’ relatief vaak lijken voor te komen in het Belgische discours, en recent bijvoorbeeld ook hoe de eisen van de oppositie tegen de maatregelen van de regering-Michel op een toch wat conservatieve manier worden geformuleerd – tegen het verlies van loonindexering, tegen het verlies van het pensioen op (nominaal) 65, tegen het terugschroeven van tijdskrediet en zo meer. Ook de bedrijven geven blijk van aversie: hun terughoudendheid om bijvoorbeeld een verworvenheid als de notionele interestaftrek prijs te geven (en er zijn een boel meer – het A-Z van subsidies aan ondernemingen bevat een rijke collectie).
Dat is natuurlijk slechts anekdote en opinie (en wellicht wat confirmation bias) van een expat, maar er blijkt toch meer achter te zitten. Een working paper van Néstor Gandelman en Rubén Hernández-Murillo voor de Federal Reserve Bank of St Louis (een populaire bron van economische data) onderzoekt de relatieve risicoaversie in 75 landen. Onder de ontwikkelde landen blijkt België, na Taiwan, het meest risicomijdend te zijn.
Reflecteert dit zich ook in, zeg maar, de Belgische ondernemingszin? De OESO voert jaarlijks een onderzoek uit naar het ondernemen in haar lidstaten, Entrepreneurship at a glance. Er blijken in de uitgave van 2014 vreemd genoeg geen recente cijfers te zijn voor België, maar in 2006 en 2007 was België duidelijk de rode lantaarn zowel voor de geboorten (net iets minder dan 4% van het totale aantal) als voor het ter ziele gaan van ondernemingen (bijna 3%). In vergelijking met de andere OESO-landen (waar die percentages gemiddeld tegen de 10% liggen) suggereert dat alvast een klimaat waarin ondernemen niet bijzonder populair is.
Toch is enige voorzichtigheid geboden met al te snelle conclusies: in de studie rond risicoaversie staat Frankrijk na België op de derde plaats. Dit is op zichzelf niet zo verrassend, maar wat dat wel is, is dat desondanks het aantal startende (en stoppende) ondernemingen er boven de 10% van het totaal ligt. In Frankrijk blijkt de relatief hoge nationale risicoaversie dan toch geen domper op de ondernemingszin te zijn. Bovendien is de nummer 4 in de hitlijst van risicomijders de USA, toch een land dat eerder als een voorbeeld van dynamisch ondernemen wordt beschouwd.
Twee wensen
Zijn de Belgen dan écht zoveel meer risicomijdend, en zoveel minder ondernemend? De realiteit is ongetwijfeld meer complex dan wordt gesuggereerd door persoonlijke perceptie en de resultaten van de studies. Maar – net zoals met andere cognitieve biases – wanneer men zich bewust is van een instinctieve tendens, dan kan dat helpen een meer gefundeerde keuze te maken.
In deze eerste dagen van het nieuwe jaar wil ik u dan ook graag, naast vanzelfsprekend een goede gezondheid, twee specifieke zaken toewensen. Eerst en vooral wens ik u voor het net begonnen jaar een aangescherpt vermogen om in situaties waarin zich potentieel verlies of risico aandient helder de mogelijke upsides te zien. Daarbij wens ik u dat beetje extra durf om nu en dan niet de vanzelfsprekende, conservatieve weg te kiezen, maar voor die optie te gaan die meer riskant is, of waar het zekere offer de onzekere eventuele baat voorafgaat.
Vaak ligt precies daar datgene wat werkelijke waarde verschaft om een vervuld en vervullend leven te leiden: of het nu om grote, belangrijke beslissingen gaat zoals een nieuwe stap in het beroepsleven, of om hoeveel verf u bereid bent op uw palet te spreiden om exact de juiste kleurschakering te verwezenlijken.
Moge u in 2015 uw allermooiste schilderijen ooit maken.