Het is verleidelijk in situaties als deze een ferme lijn te trekken tussen onszelf, als morele schepsels, en de corrupte bedriegers aan het hoofd van deze organisaties. Een klare indeling tussen eerlijk en oneerlijk, tussen misdadigers en zij die de wet respecteren, geeft ons – althans wanneer we onszelf in de juiste categorie plaatsen – een onmiskenbaar goed gevoel.
Elastische normen
De realiteit blijkt toch wat anders te zijn. In hun boek Blind Spots onderzoeken gedragspsychologen Maz Bazerman en Ann Tenbrunsel het fenomeen van bounded ethicality – het fenomeen waarbij we ons ethisch gedragen, maar dan toch weer niet helemaal. We beschikken namelijk over twee simultane standpunten: het “should-self” (wat we zouden moeten doen) en het “want-self” (wat we graag nu meteen willen). Wanneer we geconfronteerd worden met een groter of kleiner ethisch dilemma, laat dit ons toe het want-self de bovenhand te geven en ons onmiddellijke eigenbelang te dienen, en toch ons ethisch zelfbeeld te bewaren, omdat er niets is veranderd in het should-self.
Psycholoog en gedragseconoom Dan Ariely heeft het over de morele fudge factor: we hebben allemaal normen, maar die zijn elastisch. Hij illustreert dit met het verhaal van de vader die zich boos maakt op zijn zoon, die met straf naar huis komt omdat hij een potlood heeft gestolen van een medeleerling. “Hoe kun je nu zoiets doen!”, fulmineert hij. “Je weet toch dat je het mij maar hoeft te vragen – ik kan zoveel potloden meebrengen van kantoor als je maar wil!” En die vader heeft best wel redenen om dat gedrag te rationaliseren.
Maar is de drijfveer voor onethisch gedrag rationeel? Dat is een aantrekkelijke theorie: wanneer we al onze beslissingen door een simpele, materiële kosten-batenanalyse laten leiden, volstaat het ervoor te zorgen dat de kosten (bijvoorbeeld de straf en de pakkans) hoog genoeg worden gemaakt om iedereen te allen tijde ethisch te laten handelen. Het verhaal doet de ronde dat econoom Gary Becker op dit idee (dat hij later verder uitwerkte) kwam toen hij te laat arriveerde bij een doctoraal examen van een student, en besloot dat gratis maar illegaal vlakbij parkeren, mét het risico op een boete, economisch voordeliger was dan het betalen voor een parkeergarage en de extra tijd die dat zou kosten.
Intussen is echter uit onderzoek gebleken dat externe factoren die de bedoeling hebben rechtstreeks in te grijpen op de voordelen en nadelen van onethisch gedrag weinig of geen verschil maken. Een enkel heilig boontje niet te na gesproken zijn de meesten onder ons ogenschijnlijk met een hardnekkige tolerantie voor ons eigen onethisch gedrag behept. We zijn overigens behoorlijk inventief in het rechtvaardigen van onze, wel, minder gewetensvolle handelingen.
Onderzoekers aan de universiteiten van Amsterdam en Pennsylvania deden een experiment waarbij aan de proefpersonen werd gevraagd een dobbelsteen te rollen onder een pokerbeker met een gaatje, waardoor enkel zij de uitkomst konden zien. Hoe hoger de gerapporteerde uitkomst, hoe hoger het bedrag dat ze kregen uitbetaald. Een eerste groep mocht één enkele keer rollen; een tweede groep mocht twee extra keren rollen, zogenaamd om te bevestigen dat het om een eerlijke teerling ging, maar moest de uitkomst van de eerste worp melden.
De opgegeven resultaten waren in beide gevallen gemiddeld hoger dan de statistische verwachting, en er werd dus altijd gelogen. De overschatting was echter veel groter in de groep die drie keer rolde: daar bleken de gemelde uitkomsten verrassend sterk overeen te komen met de verdeling van de hoogste van drie worpen. Wat hier dus blijkbaar gebeurde was dat de proefpersonen die drie keren mochten rollen er geen graten in zagen de uitkomst van de tweede of de derde worp te melden wanneer die de hoogste was – “want die had eigenlijk net zo goed de eerste kunnen zijn”. Natuurlijk hadden ook zij die maar een keer mochten rollen op die manier de uitkomst kunnen overdrijven, maar werkelijk een hoger aantal ogen zien verschijnen bevestigt de plausibiliteit veel duidelijker.
Voor geen geld
We zijn ook veel meer geneigd tot onethisch gedrag wanneer het niet direct om geld gaat. In hoofdstuk 12 van Predictably Irrational verhaalt Dan Ariely hoe hij een six-pack cola in verschillende gemeenschappelijke koelkasten plaatst van de studentenhuizen aan het MIT. Na een drietal dagen bleef er geen enkel flesje over – allemaal ingepikt door mensen die uiteraard niet de rechtmatige eigenaar waren. Maar hij had in enkele koelkasten ook een bord met zes dollarbiljetten gelegd, en na 72 uur was er geen enkel biljet verdwenen.
Natuurlijk zijn er mensen die met hun kleverige vingers in de kassa zitten, of op een meer gesofisticeerde manier de bankrekening van hun werkgever plunderen. Maar veel meer voorkomend zijn de gevallen waar de oneerlijk verkregen voordelen in natura zijn, net als in de anekdote van de potloden.
Zo gaat het bij de NMBS-dochters kennelijk vooral om exorbitante onkostennota’s, eerder dan om rechtstreekse verduistering of diefstal. Bij de FIFA worden 14 hoge pieten weliswaar direct verdacht van smeergeldpraktijken ten bedrage van 150 miljoen dollar, maar men kan niet om de luxueuze levensstijl heen van de jetsettende bestuurders – de flat van $6.000 per maand voor de katten van voormalig FIFA topman Chuck Blazer, bijgenaamd “Mr 10%”, is een van de meer surrealistische voorbeelden.
We worden ook beïnvloed door wat rondom ons gebeurt. Een studie van Gino, Ayal en Ariely suggereert dat wanneer iemand met wie we ons positief associëren (een vriend of collega bijvoorbeeld, of een leider in een organisatie waar we naar opkijken) onethisch handelt, dat aanstekelijk kan werken – zeker als het niet om iets spectaculair immoreels gaat. (Extreem oneervol gedrag, of handelingen van iemand buiten “onze” groep, hebben daarentegen eerder het omgekeerde effect).
Door dat besmettingseffect dreigt onethisch gedrag deel te worden van een subcultuur in een organisatie: als alle anderen bijvoorbeeld hun reiskosten wat aandikken, waarom zouden wij dan heiliger moeten zijn dan de paus? In een ver verleden werkte ik voor een organisatie waar sommigen die toentertijd in Business Class mochten reizen (echt een ver verleden dus), hun ticket inruilden voor een Economy Class versie en het verschil inkasseerden. Voor een purist zeker een onethische manier van doen, maar wordt hier, voor wie het wat pragmatischer bekijkt, eigenlijk iemand benadeeld? U ziet hoe makkelijk het is de normen een beetje om te buigen.
Zelfs een hele sector kan hieraan onderhevig zijn, zoals een onderzoek geleid door Alain Cohn van de Chicago Booth School of Business suggereert. In tegenstelling tot wat het brede publiek verwacht, gedragen werknemers in banken zich niet minder eerlijk dan de gemiddelde mens – tot men hen herinnert aan hun professionele identiteit. Wanneer ze, vóór een taak waarin ze geld verdienen naargelang de gemelde uitkomst van een opgegooid muntstuk, vragen moesten beantwoorden over waar ze werken en wat ze precies doen, overdreven ze die resultaten met gemiddeld 16%.
Appels die te lang blijven liggen
Niets van dit alles is natuurlijk een argument om dubieuze praktijken goed te praten. Maar voor het doelmatig bestrijden van onethisch gedrag moeten in de eerste plaats twee mythen opzij worden geschoven. De eerste is dat wangedrag beperkt is tot een klein aantal rotte appels – dat is niet zo: bijna iedereen is onderhevig aan de fudge factor, en wat erger is, zoals Francesca Gino concludeert in een studie van de recente literatuur, we zijn ons vaak niet eens bewust van het feit dat we het niet zo nauw nemen met onze eigen normen. Onze capaciteit tot postrationalisering is groot.
Een tweede mythe is dat we gedrag kunnen bijsturen door simpele externe prikkels. We worden weinig of niet beïnvloed door de grootte van de beloning, noch door de kost van ontmaskering als fraudeur of de kans daarop. Het zijn vooral onze eigen, helaas niet zo robuuste, waarden die ons gedrag sturen.
Wat wellicht zowel bij de spoorwegbedrijven als bij de FIFA een belangrijke rol heeft gespeeld is het ontstaan en het in stand houden van een cultuur die onethisch handelen aanvaardt of zelfs aanmoedigt, en de geleidelijke escalatie van kwaad naar erger die dat met zich meebrengt. Een belangrijke factor bij zulke normverschuiving en –vervaging is het feit dat hoge piefen lang in een machtige positie kunnen blijven zitten, en zich omringen met mensen die vrolijk mee uit de ruif eten.
Dat maakt Sepp Blatters verkiezing voor een vijfde keer als FIFA hoofdman des te tragischer. Of hijzelf een rotte appel is doet minder ter zake dan het feit dat hij al veel te lang op die plek ligt.