En zo legt Trump - de vijand van elke zichzelf respecterende linkse intellectualist - de vinger op een wonde die al decennia lang aan het etteren was: waarheid versus commercie. Allicht ongewild. Maar toch: ere wie ere toekomt.
Existentiële zelfreflectie
De media hebben te veel macht, zoveel is duidelijk. Er is dringend nood aan nieuwe, verfrissende, kritische kanalen en insteken, die dienen als tegenplatform voor de geijkte standaardberichtgeving met haar gezwollen discours en aangelengde, opgeklopte faits divers-mentaliteit. De 'grijnsjournalistiek' heeft zich niet alleen als een agressieve kanker eigengemaakt in onze media, maar ook in onze individuele geesten. We zijn het inmiddels gewend, ze hebben ons in slaap gewiegd, het journaille is de goeroe geworden van de niet-denker, inclusief de intelligentsia die nu zoetjesaan begint te beseffen dat haar dialectisch discours niets heeft opgeleverd behalve de illusie van een categorische en retorische overwinning op zichzelf. O ironie.
Maar los van datgene wat zou moeten zijn - er zijn al meningen genoeg - willen we kijken naar datgene wat we concreet kunnen veranderen. Vraag is dus niet hoe we de media kunnen veranderen, maar hoe we onszelf kunnen veranderen opdat de media, en andere externe kanalen, onze geesten niet meer kunnen manipuleren en/of corrumperen. Kunnen en durven we überhaupt nog zélf denken?
Wat is de intrinsieke, en dus universele, waarde van mediatieke berichtgeving? Is elk artikel, elk opiniestuk en elke doctrine niet het product van de overpeinzingen van iemand anders buiten jezelf? Zetten kranten en tijdschriften werkelijk aan tot kritisch denken of tot existentiële zelfreflectie? Hoe normatief/dogmatisch zijn onze media en wat kunnen we doen om ons daartegen te wapenen? Kunnen we nog zélf denken, zelf handelen, zonder de hippe theorieën en meningen van machten buiten onszelf? Een spirituele benadering.
De wet van de analogie
Spiritualiteit vertrekt altijd vanuit het individu: wat is de verhouding tussen mezelf en de buitenwereld, de zintuiglijk waarneembare wereld? Als individu weten we altijd waar naartoe - onze innigste passies en diepste verlangens liegen nooit en zijn het voorgeborchte van de paden die we willen inslaan. Maar de indrukken die dagelijks op ons afkomen, brengen ons steeds naar beneden en weerhouden ons er vaak van om onze dromen en doelen te realiseren. Wat kunnen we doen om het levenspad te bewandelen dat overeenkomstig onze aspiraties is, zonder telkens te moeten vervallen in de klassieke dualiteit van bloei en verval; van vallen en opstaan? Een suggestie.
Een van de meest efficiënte sleutels tot het verkrijgen van een beter inzicht in jezelf en het leven, is het toepassen van de wet van de analogie. Deze zegt dat alle principes in het universum, groot of klein, op dezelfde manier werken. Zo kun je bijvoorbeeld aan de hand van de beweging van een zonnebloem het principe van ‘verlichting’ ontrafelen: als ik mij naar het licht wend (geen zonlicht uiteraard), dan word ik spiritueel gevoed. Het principe is abstracter, maar het komt fundamenteel op hetzelfde neer.
Roadmap
Op die manier, dankzij de kracht van de analogie, kunnen we tevens het mysterie ontrafelen van wat het concreet zou kunnen betekenen om een ‘spiritueel pad’ te bewandelen. Hoe doen we dit eigenlijk? Maar vooral: welke zijn de stoorzenders?
Om te weten te komen hoe het abstracte werkt, moeten we dus naar het concrete kijken - van het kleine naar het grote. In dit geval gaat het om het uitstippelen én bewandelen van een levenspad, dat, volgens de wet van de analogie, grote overeenkomsten heeft met het bewandelen van, bijvoorbeeld, een alledaags voetpad.
Kortom, het bewandelen van een levenspad (abstract, niet fysiek zichtbaar) is analoog met het bewandelen van een voetpad (concreet, zichtbaar) omdat het werkende principe om iets in beweging te krijgen en naar een doel te leiden, overeenkomstig en universeel is. Tenminste, als het axioma klopt.
Als je je van punt a naar punt b wilt bewegen - bijvoorbeeld te voet van thuis naar de bakker - dan is het simpel: je doet je kleren aan, stapt uit je huis, wandelt naar de locatie waar de bakkerij is, koopt brood, keert terug en je hebt je doel bereikt.
Maar wat als je doel abstracter is en je geen tastbare roadmap voorhanden hebt? Van werk veranderen, bijvoorbeeld. Voor de één is dit blijkbaar kinderspel en
op enkele dagen geklonken, voor de ander een moeizame queeste die soms jaren kan duren. Je moet je geest immers focussen op iets wat vooralsnog niet bestaat; op iets wat zou kunnen zijn. En dat is een stuk minder concreet dan pakweg een bakkerij om de hoek of een weekendje Ardennen.
Hoe doen we dit? En waarom zijn sommige mensen hier zo succesvol in terwijl anderen alsmaar tegen een muur aanlopen? Het antwoord op deze levensbeschouwelijke vraag zit niet in toeval, erfelijkheid, diploma's of uiterlijke karakteristieken, maar in de kracht (of onmacht) van de individuele geest. Een spirituele benadering.
Een pad uitstippelen
Een pad uitstippelen, bewandelen en het uiteindelijke doel realiseren, vergt geduld, doorzettingsvermogen en een eenpuntige focus, die zich door niets of niemand van de wijs laat brengen. Het afleggen van deze spreekwoordelijke afstand, is precies de periode waarin de geest wordt getest op zijn kracht en stabiliteit. Welke invloeden in het dagelijkse leven zorgen ervoor dat we soms de koers kwijtraken?
Tijdens de aanloopperiode - het bewandelen van het pad - is het zaak om een heldere visie te bewaren en een soortement geestelijk en spiritueel incasseringsvermogen te ontwikkelen dat ons wapent om de storm te doorstaan en onze doelen alsnog te verzilveren. Wat zijn de stoorzenders die ons doen vallen en ervoor zorgen dat de helderheid van ons geestesoog vertroebeld wordt?
Stoorzenders
Laat ons, voor een beter inzicht, even terugkeren naar het voorbeeld van de bakker.
Stel: de persoon die het brood wilt kopen, krijgt net voor hij wil vertrekken een telefoontje dat zijn moeder is overleden. De schok is intens, het verdriet onbeschrijfelijk, emoties en ongeloof laaien op. Stel nu dat we - uiteraard puur hypothetisch - deze persoon verplichten om alsnog naar de bakker te gaan. Zou de verwardheid van zijn geest er niet voor zorgen dat hij de weg kwijtraakt? De kans zal in ieder geval groter zijn dat deze persoon iets overkomt dan moest hij met een heldere, frisse geest vertrekken.
Dezelfde verwardheid vinden we terug bij mensen met trauma's, stress, zorgen, verdriet, enz. Ook zij slagen er niet (meer) in om hun doelen te verzilveren omdat hun geest zo troebel is geworden dat ze zelfs het doel niet meer helder kunnen formuleren en/of visualiseren, laat staan er zich continu op focussen.
Aangezien het abstracte doel iets verder in de toekomst ligt dan pakweg een nieuwe jurk aanschaffen of een brood kopen, wordt de wil hier danig op de proef gesteld. Niet alleen de helderheid van de formulering vormt nu een probleem (door de constante afleiding van ‘stoorzenders’ als stress, zorgen, verdriet, emoties en negatieve gedachten) maar ook de continuïteit en de kracht om het pad in te slaan dat naar het doel leidt, het spirituele doel.
Het spreekt voor zich dat er op spiritueel vlak geen écht, zichtbaar pad aanwezig is. We gebruiken enkel het begrip ‘pad’ als metafoor om de richting aan te duiden die het individu uit wil. Met andere woorden: de realiteit die we voor ogen willen zien.
Van metafoor tot werkelijkheid
Een andere krachtige metafoor (of analogie), is de vergelijking van de individuele geest met een meer. Als het wateroppervlak rustig is, kun je de bodem zien. Is het wateroppervlak grillig en golvend, dan zie je enkel wat zich aan de oppervlakte bevindt. Waarmee men bedoelt dat een heldere visie (zowel in beschouwelijke als praktische zin) een kwestie is van geestelijke rust en gelijkmoedigheid. Kortom een stille, rustige geest ziet richting, perspectief en diepte, een onrustige geest botst continu tegen de muren van zijn weerstand en weet het onderscheid niet meer tussen positieve en negatieve focus - het gewilde wordt dan onbewust het niet gewilde. Met alle gevolgen van dien.
Om de theorie kracht bij te zetten, gebruiken we tenslotte nog een voorbeeld uit het dagelijkse leven.
Een alleenstaande vrouw droomt ervan om een huis te kopen vanuit de intentie haar kind niet in dezelfde erbarmelijke leefomstandigheden te moeten opvoeden zoals ze zelf is grootgebracht. Op zich een nobel doel, ware het niet dat de focus hier op het negatieve ligt, namelijk datgene wat ze niet wil. Het huis is hier dus een symbool, een geestelijke projectie, voor datgene wat de vrouw NIET wil: een terugkeer naar het verleden.
Echter, de stoorzender ‘angst’ zorgt ervoor dat de realisatie van het doel (het huis) ofwel zal uitblijven ofwel gedoemd is te mislukken. De helderheid van het doel wordt hier dus vertroebeld door de angst om niet te moeten vervallen in iets dat niet gewenst is. Negatieve focus resulteert immers in negatieve manifestatie - datgene wat we niet willen. De persoon in kwestie moet in dit voorbeeld dus haar doelen bijsturen vanuit de intentie om iets nieuws (positief) te creëren, niet om het oude, het verleden, te bestrijden.
Indrukken neutraliseren
Het spirituele pad dat we spreekwoordelijk bewandelen, vertrekt dus altijd vanuit de intentie om het volgende (én overeenkomstige) doel te bereiken dat ons wegvoert van datgene wat we reeds ervaren hebben. Helaas is het omgekeerde vaak waar: we creëren voor onszelf valse doelen die ons enkel maar terugleiden naar dezelfde ervaringen en situaties, daarbij afgeleid door de stoorzenders van onze vertroebelde geest: angst, verdriet, wraak, stress, zorgen,...
Met andere woorden: datgene wat we niet willen, wordt - ongewild - een doel op zich, waardoor het verleden zich alsmaar herhaalt en we telkens dezelfde lessen krijgen voorgeschoteld totdat we geleerd hebben om het oude los te laten en het nieuwe te omarmen.
Het spirituele pad - door velen begeerd doch door weinigen echt begrepen - is daarom geen écht fysiek pad dat zich buiten onszelf bevindt en dat we met ons lichaam moeten afhaspelen, maar veeleer het diepste verlangen om onze dromen te realiseren en onze ziel tot in het oneindige te voeden met creativiteit en liefde. De sleutel tot geluk, vrijheid en wijsheid is daarom nooit te vinden in materiële zaken of externe kennis, maar eenvoudigweg in creatieve zelfexpressie. Net zoals de schilder zijn diepste intenties vormgeeft op het maagdelijke canvas en zich door niets of niemand laat manipuleren. Een analogie die kan tellen.
Spiritualiteit kan dus nooit datgene zijn wat anderen zeggen dat het zou moeten zijn. De stoorzenders van de vrije wil zijn daarom niet alleen te vinden in onze destructieve emoties en gedachten, maar evenzeer in de verwarringen en (zintuiglijke) indrukken die dagelijks op ons afkomen en onze geest afleiden - naar beneden trekken - van de doelen die we willen realiseren; van het pad dat we willen bewandelen. In die zin heeft succes helemaal niets te maken met externe factoren als uiterlijk of diploma, maar des te meer met de kracht en vastberadenheid van de individuele geest die zijn doelen veruitwendigd wil zien in de realiteit van zijn dromen.