Afgelopen zaterdag woonde ik een uitvaartdienst bij van een 91-jarige verwant van mijn vrouw. De emoties die zijn kinderen en kleinkinderen uitten, opriepen en beleefden terwijl ze hun diepgevoelde getuigenissen deelden, afgewisseld met het voorlezen van zijn levensverhaal en passende poëzie, met in de achtergrond een diavoorstelling van beelden van de overledene – het greep me allemaal sterk aan, ook al kende ik hem en zijn familie niet zo goed.
Toch was dit misschien niet zo verwonderlijk: we delen de bio-elektrische chemie die ons vermogen tot emoties belichaamt, over miljoenen jaren geëvolueerd van eenvoudige overlevingsmechanismen tot ons complexe emotionele landschap. Vaak onuitgesproken worden emoties onbewust op subtiele manieren overgebracht via gezichtsuitdrukkingen, woordkeus, toon en gebaren.
Ze stellen ons in staat om onze reactie op de acties van anderen te anticiperen, en hun reacties op onze handelingen, en ze maken het ons mogelijk elkaars vreugde en verdriet, angsten en hoop te voelen. Toch wel stevige kost, als je bedenkt dat we onszelf toch vooral zien als rationeel denkende wezens. Is dat niet vreemd?
Doordrenkt met emotie
Emoties laten ons toe om feiten betekenis te geven, en ogenschijnlijk identieke feiten te interpreteren op heel verschillende manieren die relevant zijn voor ons: een onverwachte regendag zal voor opluchting zorgen bij een door droogte geplaagde landbouwer, en voor wanhoop bij het stel dat een groot tuinfeest voor hun bruiloft had gepland. Een paper van Chai Tyng en collega's beschrijft hoe emoties bovendien een aanzienlijke invloed hebben op onze cognitieve processen, met name leren en geheugen.
Ze helpen ons te onthouden wat belangrijk is. Dat bleek uit de intensiteit waarmee de emotionele woorden van het gedicht van Hans Andreus dat tijdens de dienst werd voorgelezen, “Wanneer ik morgen doodga, vertel dan aan de bomen hoeveel ik van je hield”, helder oplichtten in mijn geheugen. Datzelfde gedicht had me diep geraakt toen ik het leerde op school en, veel later, opnieuw toen het werd voorgelezen op de uitvaart van mijn moeder, tientallen jaren geleden.
De openingswoorden van Lewis Carroll's Jabberwocky, Twas brillig and the slithy toves, hebben geen directe betekenis en zouden we dus gemakkelijk vergeten als koeterwaals, maar toch herinner ik ze me ook, wegens de emoties die de grillige klankpatronen en de originaliteit van het onzinrijm oproepen.
Emoties geven dus diepgaand vorm aan de wijze waarop we informatie verwerken: hoe we stimuli waarnemen, hoe we ze interpreteren en betekenis geven, en hoe we er uiteindelijk op reageren. Ze spelen bijgevolg onvermijdelijk een integrale rol in hoe we beslissingen nemen, ondanks de wijdverspreide veronderstelling dat emoties ingaan tegen rationele besluitvorming, en een belemmering vormen voor helder denken.
Dit wordt treffend geïllustreerd door een bekende casestudy van neuroloog Antonio Damasio. Na een operatie om een hersentumor te verwijderen, blijft een patiënt – “Elliott” – met permanente schade zitten aan een gebied dat belangrijk is bij het reguleren van emoties.
Hoewel hij goed in staat was in een laboratoriumomgeving duidelijk omlijnde problemen op te lossen, slaagde Elliott er niet in om eenvoudige alledaagse beslissingen te nemen, zoals bepalen welke van twee gegeven data voor een volgende afspraak hem het beste uitkwam. We hebben immers emoties nodig om te anticiperen op hoe we ons bij verschillende beslissingsresultaten zouden voelen, en dat vooruitzicht is essentieel om vast te stellen welke opties beter of slechter zijn.
Voor eenvoudige beslissingen met één enkele objectieve maatstaf (zoals het maximaliseren van geld) is de emotionele input eerder minimaal, maar wanneer ze complex zijn, met meerdere dimensies en gevolgen, schiet puur rationeel berekenen te kort. Hoe kunnen we immers schuldgevoelens objectief vergelijken met oneerlijkheid, of liefde afwegen tegen praktische overwegingen?
Enkel onze emoties bieden ons een werkbare gemeenschappelijke basis om zulke uiteenlopende factoren te evalueren, vooral wanneer onze beslissingen ook anderen beïnvloeden.
Dat emoties zo’n fundamentele rol spelen, mag ons niet verbazen. Eenvoudige eencellige en meercellige organismen zijn uitgerust met moleculaire signaalwegen die prikkels kunnen detecteren en erop kunnen reageren door zich in de richting van voedingsstoffen te bewegen, of zich juist te verwijderen van schadelijke stoffen (chemotaxis).
Dit primitieve belonings-/strafsysteem dat de 'beslissingen' van deze organismen aanstuurt, kan worden gezien als een voorloper van onze complexere emotionele systemen, die in de loop van honderden miljoenen jaren zijn verfijnd.
Emotionele blindheid als sterkte
We zouden patiënt Elliott, met zijn gebrekkige emotionele regulatie en onbekwaam om te kiezen tussen twee afspraakdata, niet snel zien als iemand bij wie we terechtkunnen voor advies of begeleiding wanneer we voor een netelige beslissing staan. Zouden AI-agenten, met hun inherente onvermogen om emoties te ervaren, dan niet net zo ongeschikt zijn om ons te helpen bij het nemen van beslissingen?
Terwijl onze verre voorouders emoties ontwikkelden om te overleven en ervoor te zorgen dat hun genen werden doorgegeven, hadden de voorouders van AI's – de nederige rekenmachine bijvoorbeeld – nooit zulke bekommernissen, maar waren ze perfect in staat om mensen nauwkeurig advies te geven over de uitkomst van wiskundige bewerkingen. Veel verder weg van emoties kun je niet zijn.
Maar nauwkeurigheid is niet altijd wat we nodig hebben. Het uitzoeken wat het juiste antwoord is op de vraag van een vriendin of echtgenote of haar achterwerk “er in deze rok niet te dik uitziet” ligt werkelijk buiten het bereik van artificiële intelligentie – niet alleen bezitten ze geen achterwerk, maar ze zijn ook verstoken van het vermogen om zich de emoties in te beelden die wij mensen ervaren bij het besef dat een zeker kledingstuk een bepaald deel van onze anatomie misschien niet flatteert, of bij het kiezen tussen een eerlijk antwoord of een liefdevol leugentje om bestwil.
En als AI dát al niet kan, wat zouden ze ons dan kunnen adviseren over een mogelijke carrièreswitch of ethische dilemma's – hoe kunnen zij ons vertellen of we het vertrouwen van een vriend moeten schenden, als stilzwijgen iemand anders kan schaden?
Dit levert een belangrijk inzicht. Wanneer we advies inwinnen voor moeilijke beslissingen hopen we misschien stiekem op een pasklaar antwoord, zodat we gespaard blijven van de kwelling van het afwegen van complexe voor-en-tegens, en desgevallend zelfs de schuld voor een slechte uitkomst bij iemand anders kunnen leggen.
Maar keuzes uitbesteden is niet verstandig: de gevolgen van beslissingen worden emotioneel ervaren en omdat emoties grotendeels persoonlijk zijn, kunnen anderen – of dat nu mensen of AI's zijn – niet voor ons beslissen wat uiteindelijk goed voor ons voelt.
De emoties – onze bloedeigen emoties – die we ervaren bij de uitkomst van een beslissing zijn de enige manier waarop we deze kunnen beoordelen, en dus verdienen ze hun rechtmatige plaats in het proces. Ze kunnen ons echter wel hinderen bij het identificeren, selecteren en evalueren van de mogelijkheden, en dit is waar AI-agenten een unieke rol kunnen spelen.
Toen ik Claude, een populaire AI, vroeg naar zijn gebrek aan emoties, was dit het antwoord: "Net als een bedachtzame maar emotioneel afstandelijke vriend kan een AI een spiegel zijn voor je denkproces – terugkaatsen wat je zegt, zonder het te vertroebelen met haar eigen gevoelens. Ze kan methodisch het ingewikkelde terrein van een beslissing in kaart brengen waarin je zelf te diep emotioneel bent betrokken en je wijzen op paden die je in je opwinding of angst over het hoofd ziet. De AI voelt de zware last van je keuzes niet, maar juist die beperking wordt haar kracht: ze kan een ruimte bieden waarin je je eigen emotionele reacties kunt onderzoeken zonder oordeel of druk. Als een mens verscheurd wordt tussen verschillende opties, kan ik zijn innerlijke strijd niet delen, maar ik kan hem wel helpen die strijd onder woorden te brengen en de onzichtbare stromingen van zijn gevoelens bloot te leggen."
Dit is opmerkelijk helder en concreet advies over wat we niet, en wat we wel mogen verwachten van een AI wanneer we voor diepgaande, delicate beslissingen staan met verstrekkende emotionele implicaties.
Mijn ervaring op de uitvaartplechtigheid toont hoe emotionele processen een kracht zijn van grote betekenis in hoe we denken en ons gedragen: gevoelens zwaaien de plak. Zij zijn de ultieme beoordelaars van de uitkomsten van onze (en andermans) beslissingen – de innerlijke stem die ons vertelt of een beslissing ‘juist’ is, of zal zijn.
Maar emoties kunnen ons ook naar voorbarige oordelen leiden, en sommige mogelijkheden voortijdig uitvergroten en andere verdoezelen. Dit is waar emotieloze AI’s hun plaats vinden in onze emotionele wereld – niet ter vervanging van onze op gevoelens gebaseerde wijsheid, maar als een stabiliserende invloed die ons helpt om meer doelbewust door de woelige wateren te navigeren. Die samenwerking werkt het best wanneer we erkennen wat AI mist, en wat ze, precies door dat gebrek, kan bieden.
Emotie en gebrek aan emotie vullen elkaar perfect aan.