“Wegen wegnemen is minder radicaal dan een landschap betonneren”

door Tine Hens
Hoogleraar stedelijke mobiliteit Marco te Brömmelstroet test samen met andere fietsers verschillende fietswegen.
Hoogleraar stedelijke mobiliteit Marco te Brömmelstroet (midden op de foto) test samen met andere fietsers verschillende fietswegen. (© Simon Clément)

Soms verdwijnen wegen gewoon. Terwijl hij in het Cultuurhuis in Merelbeke in een broodje bijt, vertelt Marco te Brömmelstroet, hoogleraar stedelijke mobiliteit aan de Universiteit van Amsterdam, over de Noord-Nederlandse gemeente Delfzijl. Het is een krimpgemeente, mensen trekken er weg en er is geen geld meer om alle wegen te onderhouden. "Daar hebben ze de vraag op tafel gelegd: welke wegen moeten we afstoten? Maar ongemerkt gebeurt het al. Wegen die niet meer hersteld worden, waar de planten woekeren en het asfalt en beton verbrokkelen.”

Te Brömmelstroet fietste zonet met een sliert mobiliteitsambtenaren, mobiliteitsschepenen en fietsvrienden van de vervoersregio Gent over nieuwe fietsbruggen, door fietsstraten en langs geknipte straten om te kijken wat er beter kan voor de fietsende weggebruiker. Hij leerde het woord doef en zag naast al dat nieuwe asfalt ook veel wegen die te breed zijn of ook gewoon weg kunnen. De reden is eenvoudig. Het systeem zoals we het gecreëerd hebben, waarbij doorstroming van auto’s het voornaamste doel is, is niet duurzaam – toch niet in de zin van ‘volhoudbaar’.

Fietsprofessor Marco te Brömmelstroet: “Het systeem waarbij doorstroming van auto’s het voornaamste doel is, is niet duurzaam”

“In Nederland, en ik vermoed ook in België, hebben we talloze wegen en bruggen die na zeventig jaar aan het einde van hun levensduur zijn”, zegt Te Brömmelstroet. “Gaan we die allemaal opknappen? Met welk geld?” Hij verwijst naar de Van Brienenoordbrug in Rotterdam, de drukst bereden autobrug bij de stad. “Ze hebben het onderhoud uitgesteld, omdat er geen budget was, waardoor de kosten verdubbeld zijn. Mede doordat materialen steeds schaarser worden.”

Marco te Brömmelstroet op de fiets
Marco te Brömmelstroet (© Simon Clément)

Aan de Universiteit van Amsterdam richtte hij het Lab of Thoughts op, een platform van academici en bedrijven dat onze blik op mobiliteit moet opentrekken. Hij liet alvast een sjabloon ontwerpen met de vraag “Is dit kunst of mag dit weg?”, die mensen in krijt op bruggen kunnen spuiten. “Om wat te provoceren, om het gesprek over wat weg mag op gang te brengen”, legt Te Brömmelstroet uit, “maar de vraag is ook gemeend. Onze bruggen en wegen zijn gemaakt van staal, asfalt en beton. Voor asfalt heb je olie nodig en daar willen we net van af. Voor cement heb je zand nodig met specifiek hoekige steentjes, waarvoor we nu stranden in Afrika leegzuigen.”

“Het is stilaan een kinderachtige gedachte te beweren dat je een systeem dat energie en materialen vreet, dat natuurbeperkend is, geluidsoverlast veroorzaakt, mensen en dieren doodt, duurzaam kan maken door de 2 miljard auto’s op deze wereld te vervangen door elektrische exemplaren. Tenzij we de ruimte koloniseren – nog zo’n kinderachtige gedachte – hebben we daar de materialen niet voor.”

Langgerekte vuilnisbelten

Tot een gelijkaardige conclusie kwam Tim Vekemans. Als architect en medeoprichter van architectenbureau RE-ST specialiseerde hij zich in een cultuur van niet bouwen. “Ruimtelijke ontvetting”, zoals hij het noemt. Wegen, begreep hij na een gesprek op café met mobiliteitsexpert Kris Peeters, zijn daarbij de olifant in de kamer. Ze zijn oorzaak en aanjager van ‘ruimtelijke verrommeling’ en ondanks de dagelijkse fileberichten op de radio, zijn veel wegen onderbenut. Het gesprek werd de aanzet tot Re-Move, een onderzoek naar het onthardingspotentieel van Vlaamse gemeentewegen.

“Met 68.000 kilometer aan wegen in Vlaanderen en 5,53 kilometer weg per vierkante kilometer hebben we niet alleen het meest dichte, maar ook het slechtste wegennet van Europa”, vertelt Vekemans. “Net als bij gebouwen is er bij wegen sprake van leegstand en onderbenutting. Ze liggen er voor vier gezinnen die eens naar de winkel verderop rijden. Of om een adres te bedienen.”

Architect Tim Vekemans: “Alles wat we nergens anders kwijt konden, hebben we in het wegdek gedraaid” 

“We betalen ons blauw aan al die wegen”, gaat hij verder. “Dat is de eerste reden om een cultuur van ontharding van wegen te installeren. Het is een noodzakelijke hersteloperatie, een heldendaad, die misschien radicaal lijkt, maar alvast minder radicaal is dan het betonneren van een landschap.”

Naast alle voordelen voor waterberging, klimaat, gezondheid – “Beeld je eens in hoeveel minder puffers tegen astma we nodig hebben als je de A10 rond Amsterdam sluit?”, zegt Te Brömmelstroet – wijst Vekemans nog op een andere, meer verborgen eigenschap van onze wegen. Het zijn uitgestrekte en langgerekte vuilnisbelten.

Nomineer de weg die weg mag

Apache lanceert een baanbrekend onderzoek naar wegen die onthard mogen worden. En we hebben jullie hulp nodig. Ken je een overbodige weg, een weg die naar nergens leidt, een weg die eerder hindert dan verbindt en denk je weleens: weg met die weg?

Nomineer hem als ‘De weg die weg mag’ en werk mee aan de burgerinventaris van nutteloos verharde Vlaamse wegen die Apache samen met Breekijzer vzw en Trage Wegen vzw lanceert.

Vekemans noemt het de vuilnisbak van de bouwsector. “Alles wat we nergens anders kwijt konden, hebben we in het wegdek gedraaid.” Een analyse die Te Brömmelstroet bevestigt. “Als we geen wegen meer bouwen, kan de staalindustrie zijn vervuilde staalslakken niet meer kwijt.” “Wegen zijn op alle vlakken een kind van hun tijd”, vult Vekemans aan. “De auto stond centraal en daarvoor moest alles wijken. De negatieve effecten, van luchtvervuiling tot hoe lelijk wegen zijn, veegden we letterlijk onder de mat of we sloten er de ogen voor.”

“Beeld je even in”, zegt Te Brömmelstroet, “dat iemand je voorstelt mensen in een metalen kooi van tweeduizend kilo zo snel mogelijk van punt A naar punt B te sturen waarbij er iedere dag ook twee willekeurige mensen sterven, miljoenen dieren per jaar dood worden gereden, we alle openbare ruimte opeisen, we steden vol plempen met tankstations en blikken dozen op wielen, en we allemaal minstens een dag per week moeten werken om het te betalen. Ieder weldenkend mens zou zeggen: ‘Nee, dank u, daar tekenen we niet voor’.” 

“Het is nochtans exact wat we hebben gedaan”, vertelt hij. “Doorstroming werd de norm, niet het spelende kind of het achtjarige kind dat veilig naar school moet kunnen. We leren kinderen dat de straat gevaarlijk is, dat ze moeten oppassen, uitkijken, vooral niet blijven hangen. We sturen ze als fluomannetjes naar school, in plaats van het gevaar weg te nemen en ervoor te zorgen dat de straat echt van iedereen is.”

Architect Tim Vekemans
Tim Vekemans (© Simon Clément)

Ontharding van de geesten

Ooit begon het zo. Straten waren er voor alles en iedereen – en tegelijk waren ze van niemand. In de lezing die hij ’s avonds in Merelbeke geeft voor mensen die staan te trappelen om mee te werken aan de ‘mobiliteitstransitie’ schetst Te Brömmelstroet hoe we van die ‘oerstaat’ geëvolueerd zijn naar een wegennet geënt op doorstroming en conflictvermijding. Het recht van de snelste, noemt hij het in het gelijknamige boek dat hij met journaliste Thalia Verkade schreef. 

“Toen de auto met de Ford T in de jaren 20 een massaproduct werd, was de weerstand aanvankelijk groot. Er stierven kinderen. Het leven werd gehinderd. Het zag er zelfs naar uit dat steden de auto eerder de pas zouden afsnijden dan op hun straten toelaten.”

“Omdat verkeerskunde nog niet bestond, kregen waterbouwkundige ingenieurs de opdracht straten en wegen te hertekenen. Ze hanteerden dezelfde principes als bij een riolering. Die mag nooit verstopt geraken. Doorstroming is de essentie. En dus wordt het gebouwd op maat van die ene dag waarop de afvoer maximaal is. We willen niet dat pis en poep zich ophopen.”

Te Brömmelstroet: “Er is maar een probleem in de wereld dat zes uur per week gratis radiozendtijd krijgt”

“Verkeer, zo beslisten we, mag nooit stilstaan”, vat Te Brömmelstroet samen. “Onderweg zijn, betekent zo snel mogelijk van A naar B geraken. Alle andere zaken – ontmoeten, rondkijken, stilstaan en praten – werden ondergeschikt. In de jaren 20 had men het over de rechtvaardige straat, tien jaar later was dat vervormd tot efficiëntie en ondertussen is dat efficiëntiedenken helemaal gestold.” 

“Er is maar een probleem in de wereld dat zes uur per week gratis radiozendtijd krijgt”, zegt hij. “Niet de oorlog in Gaza of Oekraïne, niet de klimaatcrisis. Wel de file. Want dat is natuurlijk het totaal absurde van het systeem. Na tachtig jaar inzetten op reistijdwinst, hebben we exact nul procent vooruitgang geboekt. In Nederland pompen we jaarlijks 8 miljard euro in mogelijke reistijdwinst, in doorstromingsmaatregelen. We zijn nog steeds exact even lang onderweg, alleen reizen we nu verder. Het put ons uit. Het put de ruimte uit, materialen, mensen, de maatschappij. En als we stilstaan op de snelweg, moet de hele natie dat weten. Wat als we zes uur per week zouden praten over de slachtoffers van ons verkeer? Dat we ze zouden eren met naam en toenaam? Wat zou dat met ons denken doen?”

Hoe logisch en noodzakelijk het ontharden en weghalen van wegen ook is, de eerste stap is een ontharding van de geesten. “Ontstollen”, noemt Te Brömmelstroet het. Weg van de “waarde(n)loze straat”. “We zeggen dat we het STOMP-principe belijden – stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteitsmanagement, privévervoer – maar in de praktijk doen we PMOTS. Bovendien negeren we ook alles wat er voor de ‘S’ komt. Spelen, hangen. Straten zijn er niet alleen voor verkeer. Het is onze openbare ruimte.”

Te Brömmelstroet voor een rivier
Te Brömmelstroet: “Overal waar wegen versmald worden, stelt men verbaasd hetzelfde vast: het autoverkeer verdampt." (© Simon Clément)

Te Brömmelstroet stelt vast dat het her en der kantelt. "Zo besliste de gemeenteraad van Wageningen, in Nederland, unaniem om een mobiliteitsbeleid uit te tekenen op maat van het achtjarige kind en koos de gemeente Renkum datzelfde achtjarige kind en het recht op waardig ouder worden als uitgangspunt te hanteren voor straten en wegen.”

Ook Vekemans merkt dat het doorbreken van de verhardingscultuur soms onverwacht hard gaat. Dat wegen een kwart van het gemeentelijk budget opslorpen, is alvast een extra stimulans. “Een weg volledig weghalen, is vaak nog een brug te ver”, weet hij. “Maar nu veel gemeentes mobiliteitsplannen implementeren, opent dat ruimte om eenrichtingsstraten te introduceren en wegen minstens te halveren. Bovendien dwingen lekkende rioleringen tot een grootschalig herstelprogramma. Als je de weg openbreekt, is het dan nog de moeite hem aan te leggen zoals hij was?”

De riolering die ooit de blauwdruk voor ons wegennet vormde, kan nu de katalysator zijn om het waar nodig te ontmantelen. Te Brömmelstroet verwijst naar Parijs. Daar werden onder impuls van burgemeester Anne Hidalgo 200.000 bomen geplant, 300 straten autovrij gemaakt en nog eens 500 straten vergroend. Met al die ingrepen ging ook een ander axioma van de verkeerskunde op de schop. Dat autoverkeer zich als een vloeistof gedraagt, dat het als water de weg van de minste weerstand volgt. “Overal waar wegen versmald worden, stelt men verbaasd hetzelfde vast: het autoverkeer verdampt. Het is als een gas. Het wordt kleiner als je het minder ruimte geeft, waardoor je in essentie meer ruimte creëert voor… Ja, vul maar in, laat je verbeelding spreken.”

LEES OOK
Tine Hens 07-08-2025

Wegen snijden natuur de pas af, ontharding laat ze herleven

De meerderheid van de wegen genomineerd als een ‘weg die weg mag’ doorkruist natuurgebieden.
Duboislaan
Tine Hens 25-06-2025

Van Mechelen tot het Meetjesland: hier ontharden ze hun wegen

Wegen die natuurgebieden verdelen of ongebruikt bleven, zijn ideale kandidaten voor ontharding.
Het straatnaambordje van de Bosstraat in Vinderhoute
Tine Hens, Anneleen Ophoff 23-06-2025

Nomineer de weg die weg mag

Nomineer een weg 'die weg mag’ en werk mee aan de burgerinventaris van nutteloze Vlaamse wegen.
Weg door de natuur
2 REACTIES
erik lauriks — 24-06-2025 10:54:09
Mooie ideeën, prachtig verwoord waar ik als levenslang fietser enkel kan achter staan.
Maar hoe begin je hieraan met een meerderheid van de Vlamingen die stemmen op immo-burgemeesters die hun illegale baksteen vergunnen, ministers die 50 jaar achter staan in mobiliteitsdenken en consumenten die steeds grotere en verspillende fijnstofmachines kopen?
Zelfs de Ringland burgerbeweging wordt genaaid doordat meer en meer enkel de betonplannen van Oosterweel over blijven.
Ik zit tussen buren die allemaal minstens 2 auto's hebben en in het beste geval van hun tuin een groene woestijn maken. Een ganse groep diamandindiërs zijn Jain aanhangers, die hun tuin betonneren en er kunstgras op leggen en een ganse generatie achterbank kinderen in dikke SUV's rondrijden.
Mooie ideeën voor een niche hoogopgeleide alternatievelingen die door de anderen wat meewarig worden bekeken en tussendoor omver gereden.
erik lauriks — 26-06-2025 23:58:24
Typisch dat op deze vraag door de hoogopgeleide niche na 3 dagen geen antwoord komt. Als naiëve idioot opzij gezet door de buren, ben ik al blij dat die de verkeersregels respecteren. Want politie plakt met z'n kont in de kombi en voor snelheids- en parkeerovertredingen zijn ze blind.
Voor die job moet je nog steeds weigeren om na te denken en als politiemens is kadaverdicipline het moto.
Zo vroeg ik enkel maanden geleden de rijkelijk aanwezige politiemensen (6 op 1M2 met elkaar kletsende uniformen slechts 2 rondlopende agenten) op een patsersauto manifestatie op de Antwerpse kaaien, of ze de zwaar-bier drinkende venten aan een alkoholcontrole zouden onderwerpen wanneer ze in hun patserskar stapten. "Wij zijn hier voor de algemene veiligheid" was het enige wat de mannelijke agent over z'n lippen kreeg. Zijn vrouwelijke collega had het duidelijk moeilijk met mijn antwoord dat "inderdaad maar 2 mensen per week dronken worden doodgereden" en dat dat geen algemene veiligheid is. Maar de zattekullen reden daarna gewoon met hun al dan niet oltimer porche of masarati gewoon de straat op.
De film Will is actueler dan ooit. Zelfstandig kritische denken doen ze nog altijd niet bij de (Antwerpse) politie.