De vorige Vlaamse Regering wilde er met het decreet voor zorgen dat statutaire ambtenaren van lokale en provinciale besturen gemakkelijker (lees: in sommige gevallen van de ene op de andere dag) op straat konden worden gezet. Sommige besturen maakten gretig gebruik van deze mogelijkheid om ambtenaren die mistoestanden en corruptie aan de kaak hadden gesteld (klokkenluiders) buiten te zetten.
Voor corrupte schepenen en burgemeesters was het ontslagdecreet een welkom geschenk. Want ook al zou achteraf uitkomen dat de ambtenaar onterecht ontslagen werd, iemand terug in dienst moeten nemen zat er niet meer in. Er moest enkel een schamele bijkomende schadevergoeding betaald worden vanuit de gemeentekas en de malafide politici konden verder hun gang gaan. De andere personeelsleden hadden dan meestal de boodschap begrepen: wie zijn mond durft open te doen, vliegt eruit.
Sommige besturen maakten gretig gebruik van het ontslagdecreet om klokkenluiders buiten te zetten
Het hoeft echt geen betoog dat met het ontslagdecreet de onafhankelijke dienstverlening binnen onze gemeenten en OCMW’s in het gedrang kwam. Zo stonden we voor een tijdperk waar vrienden en vriendinnen van malafide burgemeesters en schepenen vlugger allerlei vergunningen en andere gunsten zouden kunnen krijgen dan andere burgers.
Ook het Grondwettelijk Hof zag dat het ontslagdecreet de onafhankelijkheid van de ambtenaren teniet deed en dat het statutair ambt een waarborg is voor die onafhankelijkheid: “[…] het vaste karakter van de betrekking, dat een wezenlijk kenmerk van het statutair ambt is en een waarborg vormt opdat het statutaire personeelslid zijn opdrachten met de vereiste objectiviteit kan uitoefenen […]”. Het Hof twijfelde dan ook niet en vernietigde het volledige decreet.
Artikel 23
Het Hof oordeelde dat het ontslagdecreet het beschermingsniveau inzake het recht op arbeid en billijke arbeidsvoorwaarden in aanzienlijke mate verminderde, wat een schending inhoudt van artikel 23 van de Grondwet.
Met deze uitspraak is een lijn getrokken en werd een duidelijk signaal gegeven aan elke wetgevende macht in ons land dat artikel 23 niet met de voeten mag getreden worden. Artikel 23 houdt niet enkel het recht op arbeid en billijke arbeidsvoorwaarden in, maar ook het recht op vrije keuze van beroepsarbeid, het recht op billijke beloning, het recht op collectief onderhandelen, het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand,… Dit alles om te kunnen garanderen dat iedereen een menswaardig leven kan leiden. Elk van bovengenoemde waarborgen wordt momenteel echter in vraag gesteld of aangevallen door o.a. de federale regering.
Deze uitspraak is dan ook een krachtig juridisch precedent en kan in de toekomst gebruikt worden door diegenen die voorstanders zijn van een menswaardig leven.
Roekeloze Vlaamse Regering
Het ontslagdecreet is nu over de hele lijn vernietigd door het Grondwettelijk Hof, tot grote opluchting van velen, maar we kunnen niet anders dan concluderen dat de vorige Vlaamse Regering hier roekeloos en onverantwoord te werk is gegaan.
Het stond namelijk in de sterren geschreven dat het ontslagdecreet op juridisch drijfzand gebaseerd zou worden. De vorige Vlaamse Regering had verschillende juridische adviezen ingewonnen bij gerenommeerde advocatenkantoren om de juridische haalbaarheid van het ontslagdecreet te laten onderzoeken.
Het ontslagdecreet was gebaseerd op juridisch drijfzand
Na de verschillende adviezen (en bijkomende gepeperde facturen) te hebben ontvangen weigerde de vorige Vlaamse Regering om alle adviezen openbaar te maken. Na lang aandringen van de vakorganisaties en door een opvraging te doen in het kader van de openbaarheid van bestuur, werden uiteindelijk alle adviezen doorgestuurd naar de vakorganisaties. Bij het doornemen van de adviezen werd het vlug duidelijk: ze waren negatief.
Het advocatenkantoor Eubelius formuleerde o.a. het volgende in hun advies:
“Indien de […] ontslagregeling zou […] inhouden dat […] niet langer de Raad van State, maar de arbeidsgerechten […] bevoegd zouden worden gemaakt […] en dat bijgevolg bij een onregelmatig bevonden ontslag de re-integratie van het personeelslid […] niet meer mogelijk zou zijn, lijkt dit ons evenzeer potentieel aanvechtbaar te zijn in het licht van het standstill-beginsel. […] naar alle waarschijnlijkheid zou een rechter tot het besluit kunnen komen dat de geschetste gelijkschakeling inderdaad een aanzienlijke achteruitgang voor het statutair personeelslid impliceert […].”
Dit is exact de grondslag waarop het Grondwettelijk Hof zich heeft gebaseerd om het ontslagdecreet te vernietigen. Met andere woorden: de Vlaamse Regering wist dat het ontslagdecreet geen schijn van kans had. Het is dan ook wraakroepend dat de vorige Vlaamse Regering heeft doorgeduwd met het resultaat dat het decreet vernietigd is, maar dat diegenen die in de tussentijd toch op basis van een ongrondwettelijk decreet werden ontslagen, ontslagen blijven.
Het financiële plaatje zou ook eens gemaakt moeten worden. Hoeveel Vlaams belastinggeld is naar deze farce gevloeid?
Daarnaast zou het financiële plaatje ook eens gemaakt moeten worden. Hoeveel Vlaams belastinggeld is naar deze farce gevloeid? Voor de totstandkoming werden zoals reeds gezegd verschillende (negatieve) adviezen gekocht. Toen had de Vlaamse Regering moeten stoppen, want het was overduidelijk dat het ontslagdecreet nooit de Grondwettelijke toets zou doorstaan. Maar de Vlaamse Regering zette door en de factuur werd aangedikt met de man en vrouw-uren die binnen de Vlaamse administratie naar het ontslagdecreet en het uitvoeringsbesluit zijn gegaan. Om daarna een advocatenkantoor (nota bene Eubelius) aan te stellen om iets onverdedigbaars te verdedigen voor het Grondwettelijk Hof, waar nu de factuur nog eens zal bijkomen van de juridische fallout.
Deugdelijk en verantwoord bestuur is dit duidelijk niet, eerder roekeloos en onverantwoord.
Niet voor herhaling vatbaar.