2025. Een afbeelding op Truth Social, het socialemediakanaal van de 45-en 47ste president van de Verenigde Staten, toont Donald Trump, die zelf het bericht plaatste, tijdens een fictieve politieachtervolging. Achter het stuur van de vluchtende wagen: de 44ste president van de Verenigde Staten, Barack Obama. In twee van de politievoertuigen: Trump en zijn vicepresident, James Vance. Het bericht heeft de structuur van een meme of, specifieker nog, een shitpost. Een schermafbeelding ervan vindt zijn weg naar Reddit, een ander socialemediaplatform, in een subreddit met de naam r/shitposting. “We got outshitposted”, stelt een gebruiker in de reacties en, een andere gebruiker: “Welcome to politics in 2025 onwards: the age of shitposting”.
Dit bericht is het perfecte voorbeeld van wat ik graag Amerika’s hedendaagse shitpostsamenleving zou noemen, met een politieke cultuur waarin niets er nog toe doet, niets nog inhoud heeft, en men gewoon lacht met de absurditeit van de werkelijkheid. Shitposts zijn vaak afbeeldingen met een compleet gebrek aan betekenis, bij wijlen provocatief en doordrenkt van ironie. Het is allemaal heel onlogisch, maar dat is voor velen net het grappige eraan. Eigen aan de shitpostsamenleving is Trumps karakteristieke, onlogische shitpostdiscours. De wereld kijkt vervreemd toe tegenover deze absurde werkelijkheid. Hoe zijn we hier in godsnaam gekomen?
Initieel werd het internet gezien als het perfecte medium voor het rationele, liberale discours
Televisiecultuur
1985. Veertig jaar voor the age of shitposting omschrijft mediatheoreticus Neil Postman in zijn boek Amusing Ourselves to Death (1985) zijn eigen tijd als “the age of entertainment”. Het belangrijkste medium waardoor informatie zich op dat moment verspreidt, is de televisie. Een medium, zo betoogt Postman, met een specifieke voorkeur voor entertainment, hetgeen ertoe leidt dat elk discours zich verhoudt tot dit entertainment. Geen tekst meer, maar beelden. Vorm boven inhoud. Cruciale informatie gaat verloren aan de drang tot amusement eigen aan deze cultuur gebaseerd op televisie en entertainment.
Dezer dagen kent het boek weer een opleving. Op het eerste gezicht is dit een paradox, omdat televisie de afgelopen tijd al meerdere malen stervende dan niet regelrecht dood is verklaard. De reden voor deze resonantie is naar alle waarschijnlijkheid echter te vinden in de overeenkomsten tussen het medium televisie en de hedendaagse sociale media. Een gebrek aan nuance, een compulsieve drang tot entertainment, een overdaad aan beelden: de zaken die reeds eigen waren aan de televisiecultuur zijn vandaag terug te vinden op sociale media, maar dan sterker.
A meme as president
Initieel werd het internet gezien als het perfecte medium voor het rationele, liberale discours. Het publieke debat, maar dan digitaal. Bij Trumps onverwachte overwinning in 2016 werd al snel gekeken naar de mindere kanten van politiek discours op sociale media.
Er waren niet alleen vermoedens van mogelijke beïnvloeding van buitenaf op Facebook. Men keek ook naar een ander socialemediaplatform: 4chan, een broeihaard van extreemrechtse individuen die deels ironisch, deels serieus, Trump omarmden als meme-candidate. Op de verkiezingsdag is men deels defaitistisch, is te zien in 4chans archieven. Een ander deel is er schijnbaar rotsvast van overtuigd dat de man toch zal winnen. Wanneer dit effectief gebeurt, is de verbazing gigantisch: “I’m fucking trembling out of excitement brahs”, citeert The Washington Post een 4chan-gebruiker, “we actually elected a meme as president”.
Voor cultuurfilosoof Byung-Chul Han, die in zijn boek Infocratie (2022) een ander artikel aanhaalt met dezelfde citering, is dit deel van een breder cultureel fenomeen, waar de meme uiting geeft aan een digitale communicatie gebaseerd op affecten in plaats van ratio, en het visuele boven het tekstuele. Geen redeneringen dus, geen argumenten. Exact wat Postman reeds aanhaalde over de televisiecultuur, terwijl het bij Han gaat over het internet, dat dan ook gezien moet worden als een intensere opvolger van het medium televisie.
De verkiezing van een meme als president in 2016 was een keerpunt wat betreft de verhouding tussen het internet en de rest van de samenleving. Men kan het volgende stellen: het hoofdmedium, zoals Postman stelt, van een samenleving bepaalt inderdaad hoe ieder discours in die samenleving vorm krijgt, ook buiten het hoofdmedium. Voor tekst was dat met diepgang, voor televisie met entertainment, voor het internet, zou men kunnen stellen, met ironie, cynisme en provocatie. Er is echter een bepaalde overgangsperiode nodig voor het hoofdmedium ook invloed heeft op zaken buiten zichzelf.
Van meme naar shitpost
Wat de meme is voor de shitpostcultuur, was de acteur voor de entertainmentcultuur. Wanneer Amerikaanse politici zich in de jaren 70-80 dan ook steeds theatraler begonnen te gedragen, en met Reagan een letterlijke acteur verkozen werd, vond een belangrijke shift plaats: televisie had niet meer enkel betrekking op series en films, maar ook op dingen die erbuiten vallen: de maatschappij en het politieke, domeinen die eveneens meer en meer gericht zouden worden op entertainment. Het medium beïnvloedt vanaf dan niet meer alleen haar eigen inhoud, maar de cultuur in haar geheel.
Eenzelfde evolutie zag men met Trump in 2016: de meme trad buiten haar oorspronkelijke territorium - het internet - en werd de basisstructuur van heel wat overige maatschappelijke discours, en dan met name het politieke discours. Vanaf 2016 kan men, met betrekking tot de Amerikaanse politiek, dus spreken van een volwaardige memecultuur.
Doorheen het presidentschap van Joe Biden ziet men deze memecultuur, definitief verstevigd doorheen Trump presidentschap, nog meer evolueren. Hoewel de meme wordt gekenmerkt door gebrek aan ratio, is het belangrijkste verschil tussen de simpele meme en de shitpost een verder gebrek aan ratio bij die laatste, tot men quasi enkel nog inspeelt op onze emotie. Biden had de ratio terug moeten brengen, maar zijn veelvuldige versprekingen, het struikelen, het vallen… toonden een verwarde oude man. Wanneer men in 2024 moet kiezen tussen Trump en Biden, is de ratio in feite niet langer van tel: men moet eigenlijk al van een shitpostcultuur spreken.
Aan de ene kant was er Trump, met de theatrale, krachtige waanzin; aan de andere kant Biden, met zijn ingetogen, tragische waanzin. Samen met de algemene maatschappelijke cultuur lijkt Trump zelf onder Biden ook meer en meer geëvolueerd te zijn van meme naar shitpost. De waanzin is extremer. Dat men in 2024, anders dan in 2016, een presidentschap van Trump effectief mogelijk achtte, toont de evolutie van het politieke discours naar de structuur van een shitpost. Het onlogische, compleet irrationele, werd plots plausibel, bijna logisch zelfs.
Schizofrenie
Amerika zit op een kantelpunt tussen waanzin als waanzin en waanzin als orde
In Amusing Ourselves to Death vergelijkt Postman het televisienieuws met de schizofrenie. Hij spreekt van “een type discours dat de logica, de rede, de orde en de wetten der contradictie verlaat”. Waar dit in de jaren 80 misschien enkel nog gold voor het nieuws, ziet men deze schizofrenie vandaag overal in de maatschappij. Binnen het Amerikaanse publieke discours verwacht men voor een groot deel nog steeds logica, rede, orde. De schizofrenie komt niet zozeer voort uit het gebrek aan deze zaken, maar uit dit gebrek gecombineerd met de verwachting dat zij er toch zouden zijn.
Er is al veelvuldig gewezen op Trumps totalitaire neigingen. De implicaties van het realiseren van die totalitaire neigingen zijn, zoals bekend is, desastreus. Amerika zou zich met Trumps tweede termijn op een kantelpunt kunnen bevinden: niet louter op de grens tussen entertainment en meme, of tussen meme en shitpost, maar tussen waanzin als waanzin en waanzin als orde. Vandaag de dag zien velen Trumps discours gelukkig nog als waanzin, als shitpost. Een totalisering van de waanzin zou echter kunnen leiden tot een paradoxale omkering, waar de waanzin gezien zou worden als ordelijk en het ordelijke als waanzin.
De schizofrenie zou dan verdwenen zijn, maar deze dood van de schizofrenie zou ten koste zijn gegaan van een andere gezondheid: de gezondheid van het politieke discours. Meer nog: het verdwijnen van een schizofrenie door de discursieve uniformiteit van de waanzin zou de dood van de politiek zelf zijn. Politiek, indien we de definitie van Belgisch politiek filosoof Chantal Mouffe volgen, wordt immers enkel mogelijk gemaakt binnen een context van tegenstand, van geldige en ongeldige argumenten, maar ook een constante discussie over wat geldig en ongeldig is, wat waanzin en gezondheid is. Een totale hegemonie van Trumps discursieve waanzin zou dergelijke politieke discussie onmogelijk maken. Er zou dan één orde zijn: die van de waanzin, en wie daar niet in mee zou gaan, zou zelf gek zijn.
Het Amerikaanse - en bij uitbreiding internationale, zie Mark Ruttes schaamtelijke daddy-incident - publiek mag niet langer passief toekijken in dezen: dit legitimeert Trumps discours enkel. Passiviteit impliceert normaliteit. Er is nood aan een ordentelijk tegendiscours dat dat van Trump veroordeelt als waanzinnig en de logica terugbrengt naar de politieke arena. Wij bevinden ons in een discursieve strijd. Woorden worden werkelijkheid. De vraag is: in wiens realiteit willen wij leven?
Als de media die oranje cavia met zijn aandachtscheten negeren, spreekt er binnen 6 maanden niemand nog over.