We weten meestal wel wat we zelf vinden, maar weten wat de meeste anderen denken is een heel ander verhaal. Onderzoek uit 2017 van Leonardo Bursztyn en collega's biedt een treffend voorbeeld. Het peilde naar de mening van mannen in Saoedi-Arabië over de vraag of zij het buitenshuis werken van vrouwen steunen. Slechts 18% van de vrouwen boven de 15 had destijds een baan, zeer weinig daarvan buitenshuis (in een niet-gerelateerde nationale peiling onder jonge getrouwde mannen meldde slechts 4% dat dit zo was voor hun echtgenote). Echter, toen de onderzoekers anoniem een landelijk staal van 1500 mannen tussen 18-35 ondervroegen, verklaarde 82% er voorstander van te zijn dat vrouwen buitenshuis werken, terwijl – zelfs met een beloning voor het juist inschatten van het totale percentage voorstanders – niet minder dan 92% het werkelijke cijfer onderschatte. Is dat niet vreemd?
Vermeende vreemde eend in de bijt
Dit staat bekend als pluralistische onwetendheid: de meeste mensen hebben privé een opinie, maar geloven ten onrechte dat de meerderheid de tegenovergestelde mening aanhangt. Het is opmerkelijk dat zulke wijdverspreide steun voor maatschappelijke verandering onopgemerkt blijft, en beslist de moeite waard om te onderzoeken waarom. Eén voorwaarde is bijna altijd een sterke, onbetwiste (vaak historische) bestaande sociale norm, die de kijk van mensen vormgeeft. Daarnaast leidt de afwezigheid van enig bewijs van een drang naar verandering tot een veel voorkomende denkfout: het verkeerd interpreteren van afwezigheid van bewijs als bewijs van afwezigheid. Als er verzet tegen de status quo was, zouden we het wel zien; we zien het niet, dus is er geen verzet. Hoewel dit pluralistische onwetendheid verklaart, zegt het echter weinig over waarom degenen die de meerderheidsmening aanhangen zwijgen.
Sociale normen zijn buitengewoon hardnekkig, zelfs wanneer ze hun tijd hebben gehad. Zelfs voor mensen die privé tegen een heersende norm zijn, kan de pure langdurigheid ervan de neiging tot bezwaar maken temperen. Michele Gelfand is een vooraanstaand geleerde op het gebied van normen die het, in gesprek met Tyler Cowen, zo uitlegde: "mensen worden, door socialisatie, door sociaal leren, getraind om de normen van de vorige generaties te volgen." Het gevoel van verbondenheid met een groep kan zo sterk zijn dat we, zelfs als daar een norm geldt die botst met een persoonlijke overtuiging, dat tolereren, net omdat het de norm van onze groep is. Je kunt het vergelijken met hoe we de gewoonte van een romantische partner om vuile kleren op de badkamervloer te laten liggen en niet in de wasmand, oogluikend zouden kunnen aanvaarden eerder dan onze afkeuring te uiten en zijn of haar gewoonten te proberen te veranderen (we zouden zelfs zo ver kunnen gaan dat we dat gedrag verdedigen tegen de kritiek van een vitterige ouder op visite). Bovendien zijn mensen voorgeprogrammeerd om meerderheidsmeningen te associëren met gelijk hebben, en dus is het best mogelijk dat je een breed gevolgde norm als juist voor de groep beschouwt, ongeacht je privémening. Je bekampt gewoon geen langdurige sociale norm als je het er niet mee eens bent, je schikt je erin. Maar al begrijpen we zo waarom normen hardnekkig zijn, het raadsel blijft bestaan: als zoveel mensen het er privé mee oneens zijn, waarom uiten ze dat dan niet gewoon?
Tenzij de meerderheid haar stilzwijgen doorbreekt, zal een niet-ondersteunde norm nooit veranderen. En er zijn vele redenen waarom mensen hun mening niet zullen uiten wanneer ze aannemen dat die afwijkt van de meerderheid. Morton Deutsch en Harold Gerard, in hun baanbrekende studie uit 1955, onderscheiden twee factoren die sociale invloed op ons oordeel kenmerken. Normatieve invloed hangt samen met de sterkte van verbondenheid met een groep, en verklaart waarom we geneigd zijn om te conformeren vanwege instrumentele redenen: het signaleert dat we een degelijk groepslid zijn, en dat levert ons voordelen oplevert en vermijdt straf. Sociale acceptatie is belangrijk, en opkomen tegen een standpunt dat (naar wij geloven) breed gedragen wordt in onze groep kan leiden tot onze verstoting. Informationele invloed verwijst naar het gewicht dat we geven aan informatie die we van anderen verkrijgen. Zelfs met een afwijkende privémening kunnen we nog steeds de (schijnbare) wijsheid van de menigte respecteren ten behoeve van de groep – we zijn het oneens en laten het daarbij. Zo'n conflict kan zelfs eigenbelang dienen – om Groucho Marx te parafraseren, we willen geen mening hebben die de meerderheid heeft: actief van mening verschillen, al is het privé, verleent ons een air van superioriteit.
Naast instrumentele motieven kan onze terughoudendheid om voor een opstandig standpunt over een controversieel onderwerp uit te komen ook volgen uit zorg voor onze reputatie. Vooral in professionele contexten kunnen anderen zoiets zien als reden om ons oordeel in twijfel te trekken of ons als lastig, en een slechte teamspeler te beschouwen. Bovendien kan het pure feit dat niemand anders zijn stem verheft een reden zijn om te blijven zwijgen: het suggereert dat ons standpunt misschien nog extremer en meer minoritair is dan we dachten – des te minder reden om onze mening te kennen te geven. Tenslotte, naast deze persoonlijke overwegingen, kan ook een drang naar sociale harmonie een rol spelen. Binnen groepen wordt het aanstoken van onenigheid algemeen afgekeurd (waarschijnlijk ook door onszelf!). We willen niet dat mensen onvrede zaaien, en we voelen ons van nature terughoudend om dat zelf te doen.
De zwakte van het zwijgen
Individueel is zwijgen een verdedigbare rationele keuze: zonder bewijs dat onze veronderstelling in een kleine minderheid te zitten tegenspreekt, is het sop van wat we zouden kunnen winnen door ons afwijkende standpunt te kennen te geven waarschijnlijk de kool niet waard van het verlies van belangrijke sociale voordelen. Maar globaal is deze stilte een kolossaal obstakel voor maatschappelijke verandering die het leven van die stilzwijgende meerderheid zou verbeteren. Niemand heeft baat bij een norm die botst met zijn eigen voorkeuren, en een norm die je voorkeuren weergeeft is voordelig voor iedereen. De wettelijke erkenning van het homohuwelijk in het diep katholieke Ierland in 2015 vormt een krachtige illustratie van wat mogelijk is wanneer de stilte doorbroken wordt. Ondenkbaar geacht nog geen generatie eerder, kostte het amper 22 jaar vanaf de decriminalisering van homoseksualiteit in 1993.
Stilte kan echter ook op andere manieren schadelijk zijn. Net zoals zwijgende meerderheden leiden tot een onderschatting van hun omvang, zo kunnen luidruchtige minderheden veel groter lijken dan ze werkelijk zijn. Dit creëert mogelijkheden voor elke groep – ongeacht de verdienste van hun positie – om normen vorm te geven op een manier die niet past bij hun bescheiden grootte, vooral als de meerderheid zwijgt. Drooglegging in de VS, een eeuw geleden, kwam deels tot stand door gecoördineerde actie van kleine minderheidsgroepen, tegenover een aanvankelijk blasé, ongeïnteresseerde meerderheid. Een recenter voorbeeld is de beslissing van sommige sportbonden om biologische mannen die beweren vrouw te zijn toe te staan deel te nemen aan vrouwencompetities, waarbij wellicht de intensiteit van luidruchtig activisme verward werd met de breedte van het draagvlak. Recente peilingen die consistent duidelijke meerderheden tonen die tegen dit beleid zijn (69%, 79%) helpen te verklaren waarom veel van zulke beslissingen nu teruggedraaid worden.
Als het principe dat normen over het algemeen de meerderheid zouden moeten weerspiegelen, en niet een of andere kleine minderheid, belangrijk is, dan is een meerderheid die haar standpunten niet uit problematisch. En omdat we vaak niet echt weten hoe de meningen werkelijk liggen, is ieders stilte problematisch. Toch is er goed nieuws. Het onderzoek in Saoedi-Arabië leidde tot een bemoedigende bevinding: simpelweg verkeerde percepties corrigeren kan aanzienlijke gedragsverandering teweegbrengen. Toen mannen de ware mate vernamen waarin mannen instemden met het buitenshuis werken voor vrouwen, gingen ze hun vrouwen meer helpen zoeken naar een baan, waarvan de meesten in de daaropvolgende maanden hadden dan ook solliciteerden en job-interviews deden. Dit suggereert dat het doorbreken van de stilte – of zelfs alleen het onthullen van de omvang ervan – gauw maatschappelijke verandering kan versnellen omdat het gelijktijdig twee angsten wegneemt: mensen beseffen dat ze geen sociale straf hoeven te verwachten, en dat hun standpunten niet cognitief afwijken.
We zijn het aan onszelf, en aan onze gemeenschappen, verschuldigd om ons beter bewust te worden van de vervormende dynamiek van stilte die oude normen bestendigt die niet langer overeenkomen met de werkelijkheid, of een verschuiving naar nieuwe normen faciliteert die niet door de meerderheid worden gedragen. Zodra we deze dynamiek erkennen, kunnen we duidelijker begrijpen wanneer onze stilte ons werkelijk dient en wanneer niet, en wanneer de collectieve kosten van meerderheids-stilzwijgen zwaarder doorwegen dan ons individuele risico – en daar dan ook naar handelen.