Als het in Schaarbeek dondert, is het maar een kwestie van tijd voordat ook een andere Chiro, Scouts, KSA of andere jeugdbeweging volgt. Om nog maar te zwijgen van de 628 speelpleinwerkingen in Vlaanderen en Brussel. Elk jaar engageren zich zo’n 45.000 jongeren als animator, hetzij op een speelplein, een zomerkamp of in een vorm van vakantiewerking. Maar dat aantal staat jaar na jaar onder druk. Deze zomer waren dat er nog 39.000 en dit cijfer dreigt de komende jaren nog fors te dalen.
Dat Chiro Schaarbeek straks niet langer op zomerkamp zou kunnen vertrekken is een alarmsignaal. Hoewel er elk jaar nog honderden zomerkampen doorgaan, moeten we deze signalen zeer ernstig nemen.
Kassa bemand, zomerkamp aan de kant
De Ambrassade, het expertisecentrum voor jeugdwerk, wijst op een mogelijke verklaring: de stijgende kostprijs van het leven. “Omdat alles duurder wordt, gaan veel meer jongeren hun engagement combineren met een studentenjob”, zo klinkt het. Vrijwilligerswerk doen wordt steeds vaker een luxe, terwijl het eigenlijk een unieke kans zou moeten zijn. Jongeren willen zich wel nog engageren, maar botsen op de grenzen van hun tijd en energie. Ze moeten bijgevolg keuzes maken. En bij deze keuze geven onze politici een duwtje in de rug, maar in de verkeerde richting.
Vrijwilligerswerk doen wordt steeds vaker een luxe, terwijl het eigenlijk een unieke kans zou moeten zijn
Zo mochten studenten recent tot 475 uur per jaar werken, wat na twee tijdelijke verhogingen in 2023 en 2024 opliep tot 600 uur per jaar. Vervolgens werd op 27 maart van dit jaar in het federaal parlement een wetsvoorstel aangenomen – met de nodige poeha en filmpjes – om de grens voor studentenarbeid op te trekken naar 650 (!) uur. Tegelijk werd het maximumbedrag van het netto inkomen waarover een kind mag beschikken om fiscaal ten laste te blijven van zijn ouders opgetrokken, van 1500 euro per jaar naar 3000 euro per jaar (niet geïndexeerd).
Studenten tevreden. Werkgevers tevreden. Maar wie bewaakt ons fundament? Ach, we waren druk bezig met tellen. Het aantal werkende studenten steeg met bijna 30% in nog geen vijf jaar tijd. Van 499.359 studenten in 2020 naar 640.608 in 2024. Met de verhoogde grens is de kans groot dat we dit jaar opnieuw een recordaantal zullen aantikken.
In een ruk wil men de leeftijdsgrens voor studentenarbeid verlagen naar 15 jaar. Met veel trots maar opnieuw zonder de ware gevolgen te kennen. En als we er liberalen op loslaten, mag diezelfde 15 jarige een eigen bedrijf starten. Ook het flexi-jobben wordt zeer sterk aangemoedigd: het maximum jaarinkomen wordt verhoogd en er komt een verdere uitbreiding naar andere sectoren. Onze jobstudenten zijn onmisbaar geworden, combineren vaak meer dan een job én ze werken steeds meer uren. Om ze nog extra in de bloemetjes te zetten, gaan we ook elk jaar op zoek naar dé jobstudent van het jaar. Een beloning voor “werkgrage” jongeren.
Het vrijwillig engagement brokkelt stukje per stukje verder af, terwijl het aantal burn-outs vooral bij jongeren hardnekkig blijft stijgen
De strijd om onze jongeren lijkt gevoerd te worden met een opbod van allerlei vergoedingsmogelijkheden via flexi-jobs en studentenjobs. Maar wie achterom kijkt, ziet het vrijwillig engagement stukje per stukje verder afbrokkelen, terwijl het aantal burn-outs vooral bij jongeren hardnekkig blijft stijgen.
Deze dominante marktlogica leidt ertoe dat het steeds moeilijker wordt om voldoende vrijwilligers te vinden voor onze honderden zomer- of sportkampen, speelpleinwerkingen, jeugdbewegingen, … Minder vrijwilligers betekent minder vrijwilligerswerking. Gevolg? Een doorgedreven professionalisering van buitenschoolse opvang en activiteiten. De speelpleinwerking, die nu in vele lokale besturen nog draait op vrijwillige animatoren en daardoor betaalbaar blijft, moet plaatsmaken voor duurdere sport- of cultuurkampen met professionele begeleiders. De maatschappelijke factuur wordt met het BOA-decreet doorgeschoven naar de lokale besturen, terwijl de financiële factuur bij de ouders terechtkomt.
Met het vrijemarktdenken dat gebaseerd is op principes zoals consumeren, individualiseren, winstmaximalisatie of competitie. Een reeks principes die we minder terugvinden als het gaat over jeugdwerk of vrijwillig engagement. Maar uiteraard heeft het Angelsaksische model zijn verdiensten, daar mogen we niet naïef in zijn. Onze vrije markt heeft bijgedragen aan de huidige welvaart.
Met een studentenjob krijg je een eerste loon, met vrijwilligerswerk krijg je levenslessen. Net daarom kunnen we de marktlogica niet zomaar loslaten op elk domein van de samenleving
En ja, natuurlijk heeft ook een studentenjob zijn meerwaarde. Maar er is een manifest verschil: met een studentenjob krijg je een eerste loon, met vrijwilligerswerk krijg je levenslessen. En net daarom kunnen we de marktlogica niet zomaar loslaten op elk domein van de samenleving. In sectoren zoals het onderwijs, de hulpverlening en ja, ook in het leven van onze jongeren, moet de overheid een begrenzende en regulerende rol spelen, in plaats van haar rol eindeloos uit te breiden. Zo niet, gaan we steeds verder het bos in, zonder werkend kompas – terwijl waarden zoals solidariteit en vertrouwen ons heus ook de weg kunnen wijzen.
Want vergis u niet, het gebrek aan leiding is helemaal geen lokaal noch een tijdelijk probleem, maar een aantasting van onze fond, het fundament van onze gemeenschap. Het marktdenken verovert steeds meer terrein, ten nadele van het vrijwillig engagement – het vurig engagement van onze jongeren, onze verenigingen, het hart van onze lokale samenleving. De druk op het onevenwicht tussen studentenjobs enerzijds en vrijwilligerswerk anderzijds neemt elk jaar toe.
Een tent zonder stokken zakt in
Want wij Vlamingen geloven in de kracht van onze gemeenschap. In zij die zich belangeloos inzetten voor een ander. Want we groeien als mens door verantwoordelijkheid op te nemen, door solidair te zijn.
Door de verantwoordelijkheid te nemen om 25 jonge welpen naar de andere kant van ons land te begeleiden. Door hen daar een onvergetelijke zomervakantie te bezorgen. Door die verantwoordelijkheid samen te dragen met de andere leiding, die later vrienden voor het leven blijken te zijn. We mogen ons niet van jongs af aan laten vastzetten in een kapitalistisch keurslijf. Want er zit meer in het leven dan je denkt.
Net dat is ons unique selling point. We horen ons hiertegen te verzetten. Geef onze jongeren de kans om zich als vrijwilliger in te zetten, zodat ze die collectieve verantwoordelijkheidszin in onze samenleving kunnen ervaren. Want een tent zonder stokken zakt genadeloos in.
Mijn kinderen waren actief in jeugdbeweging, sportclub en muziekschool. Daarnaast bestond nog een gamma natuur, cultuur en sociale activiteiten waaruit zij en hun vrienden konden kiezen. Bovendien studeerden zij en hun vrienden bijna allemaal nog 3 of meerdere jaren na hun 18 jaar voor. Zij verlieten de jeugdbeweging voor studeren en een 2-tal van de vrienden bleef in leiding.
Mijn kleinkinderen en hun vrienden hebben nog een veel groter aanbod van activiteiten buiten school. Enkel m'n kleindochter en een minderheid van vrienden is in de jeugdbeweging en zij volgt muziekles. Mijn kleinzoon gaat bij voorkeur paardrijden, helpen in de manege en volgt muziekles. Van hun vrienden zijn slechts enkele in de jeugdbeweging en de anderen doen allerlei sport en cultuuractiviteiten. Zij zitten nog allebei in de basisschool zodat van verder studeren nog geen sprake is.
Algemeen zijn de mogelijke activiteiten buiten de jeugdbeweging enkel toegenomen en studeren veel meel jongeren na hun 18 nog verder. In mijn gemeente zijn er nu nog een 4-tal jeugdbewegingen actief, terwijl het er in mijn tijd een 10-tal waren.
Er is dus wel wat meer aan de hand dan duurder studentenleven.