Het partijcongressenseizoen in het Verenigd Koninkrijk is volop aan de gang, een tijd van voorspelbaar theater voor de partijgetrouwen: preken voor eigen parochie en virtue signalling in overvloed. Sinds de jaren 90 maakten de twee grootste Britse partijen hier vooral gebruik van om zich van elkaar te onderscheiden en hun identiteit te bevestigen. Beide waren immers overwegend gematigd en centrumgericht – net als elders in westerse democratieën: centrumrechts of centrumlinks, het midden was aan de macht.
Na drie decennia in het midden lijken de gevestigde partijen van het centrum weg te drijven
Dat lijkt te veranderen. Labour Campaign for Nuclear Disarmament (CND), een vaste verschijning op de randbijeenkomsten tijdens Labourcongressen, maakt net als altijd nauwelijks kans de partij te overtuigen tot een beleid van eenzijdige nucleaire ontwapening. Maar een andere vergadering vorig weekend richtte zich op een oude socialistische favoriet: publieke eigendom, hergebruikt als wapen tegen het uiterst rechtse Reform UK. Activistische ideeën zoals (her)nationalisatie winnen steun onder de activistische Labour-basis, en maken meer kans dan in het recente verleden om de positie van de partij te beïnvloeden. Binnen de Conservatieve Partij (die momenteel haar conferentie houdt) koesteren sommigen warme herinneringen aan het kortstondige, radicaal aanbodgerichte economische beleid van premier Liz Truss, terwijl anderen verdere verwijdering van Europa nastreven (bijvoorbeeld uittreding uit het EVRM).
Na drie decennia in het midden lijken de gevestigde partijen van het centrum weg te drijven. Is dat niet vreemd?
Politiek op het strand
Er is een interessante parallel in een klassieke economische observatie die Harold Hotelling maakte in 1929: het is rationeel voor concurrerende firma’s om hun producten zo gelijkaardig mogelijk te maken. Stel je een zomerstrand vol zonnekloppers voor die trek hebben in een ijsje. Een enkele verkoper zou idealiter zijn kraam precies in het midden opzetten, zodat niemand meer dan de halve lengte van het strand hoeft te lopen.
Harold Hotelling observeerde in 1929 dat het rationeel is voor concurrerende firma’s om hun producten zo gelijkaardig mogelijk te maken
Twee verkopers (Alice en Bob) kunnen dat met 50% reduceren door plaats te nemen op 1/4 en 3/4 van de lengte van het strand. Hun aanbod onderscheidt zich in hun positie, waarmee ze de markt gelijk verdelen: ieder van hen is dichterbij dan hun concurrent voor exact de helft van de klanten. Alice realiseert zich echter dat ze, door haar kraam ietsje naar het centrum te verplaatsen, dichter bij Bob is voor sommige mensen in de andere helft van het strand; hoewel ze verder weg is van de meer afgelegen bezoekers aan haar kant, is ze ook voor hen nog steeds de dichtstbijzijnde optie, dus ze wint marktaandeel. Bob heeft dat echter in de mot, en doet hetzelfde... en binnen de kortste keren staan ze zij aan zij in het midden – het onderscheid is verdwenen, zoals Hotelling voorspelt.
Dit weerspiegelt hoe de Conservatieven en New Labour in de jaren negentig en begin jaren 2000 gematigde, centristische partijen werden. Tony Blair begon met (New) Labour resoluut een koers naar het midden te varen, en de Conservatieven onder David Cameron volgden zijn voorbeeld – tot nu. Is het model van de ijsverkopers misschien niet zo stabiel als het lijkt? Wat zou ze weer uit elkaar kunnen drijven?
Stel je voor dat sommige mensen een eind van het centrum verwijderd willen dat het ijskraam dichterbij komt. Telkens als ze een ijsje kopen, laten ze luidkeels hun mening horen aan Alice – we kunnen hen een "luidruchtige minderheid" noemen. Bovendien gaan sommigen van hen bij Alice aan het werk, en krijgen invloed over waar precies het kraam moet staan – laten we hen "activisten" noemen.
Het is gemakkelijk in te zien hoe de commentaren van de luidruchtige minderheid en de initiatieven van de activisten druk uitoefenen
Het is gemakkelijk in te zien hoe de commentaren van de luidruchtige minderheid en de initiatieven van de activisten druk uitoefenen op de verkoopster om het kraam te verplaatsen (net zoals partijleden – slechts 4% van de Labour-kiezers maar meer ideologisch dan de andere 96% - leiders en kandidaten selecteren en beleid vormgeven). Ondertussen hoor je niets van de mensen die het oké vinden om naar Alices kraam te lopen waar het nu staat, met name degenen in het midden van het strand, dus er is geen tegendruk.
En zie, beetje bij beetje verwijdert haar kraam zich. Hotelling zou hebben voorspeld dat kopers dicht bij het centrum zouden overstappen naar haar concurrent, maar klanten zijn loyale gewoontedieren. De meeste strandgasten die klant waren bij Alice blijven dat ook, zelfs al is Bob nu iets dichterbij. De toename in afstand is geleidelijk, en de meesten overwegen niet eens om naar hem over te stappen. Bob staat overigens voor precies dezelfde situatie: hoewel het gros van zijn klanten tevreden is, zijn een luidruchtige minderheid en activisten begonnen ook zijn kraam de andere kant op te verplaatsen. Algauw hebben degenen die in het midden aan Alices kant zijn overgebleven niet eens meer de optie van een kortere wandeling naar Bobs kraam.
Hotelling zou hebben voorspeld dat kopers dicht bij het centrum zouden overstappen naar de concurrent, maar klanten zijn loyale gewoontedieren
Maar er is meer. Verderop op het strand aan Bobs kant vindt de ongeduldige luidruchtige minderheid dat zijn kraam niet snel genoeg hun kant op komt. Een andere verkoper, Charles, ziet de kans mooi en zet precies daar zijn ijskraam neer. Meteen stromen mensen naar de nieuwkomer. Nu heeft Bob geen andere keuze dan versneld dichter naar Charles te verhuizen, en nog verder van het centrum vandaan.
Alice ziet dit vanop een afstand gebeuren. Moet ze haar koers wijzigen? Ze zou haar luidruchtige klanten kunnen verliezen, en een vierde verkoper zou haar precies kunnen aandoen wat Charles Bob aandeed. Nee, in plaats daarvan volhardt ze, en bevestigt haar toewijding aan 'deze' kant door nog verder van het centrum te gaan staan, in een expliciete poging zich te profileren.
Vergeten, maar niet verdwenen
Intussen kijken de mensen in het centrum toe hoe Alice en Bob steeds verder weg bewegen. Niemand lijkt nog geïnteresseerd hen te bedienen – en al wat ze wilden was iemand die ijsjes aanbiedt, op redelijke loopafstand. Ze beginnen zich af te vragen of ijsjes echt zo geweldig zijn als ze altijd dachten. Zij die nog steeds de afstand afleggen keren teleurgesteld terug – het ijsje dat ze nu krijgen smaakt totaal anders dan wat ze zich herinneren, en al die andere smaken, daar hebben ze nooit om gevraagd.
Deze kijk staat haaks op de gangbare uitleg dat het electoraat zelf is gepolariseerd naar de extremen toe, en dat het oude, gematigde centrum eigenlijk is verdwenen – niet alleen in het VK, maar in veel westerse liberale democratieën. De data blijken hem echter wel te ondersteunen: een Ipsos-peiling suggereert dat 31% van het electoraat zich niet vertegenwoordigd voelt door de grote partijen, de Electoral Reform Society ontdekte dat kiezers meer van partij wisselen dan ooit sinds 1931, en almaar vaker omdat ze zich achter verschillende partijen scharen rond verschillende beleidsthema's; en NatCen constateert dat 26% van het electoraat 'gemiddelde Britten' zijn, met gematigde opvattingen over de meeste kwesties, en zonder uitgesproken politieke voorkeur.
De omvangrijke groep in het midden ziet de traditionele gevestigde partijen verwikkeld in ideologische gevechten
Deze best omvangrijke groep in het midden wil geen radicale verandering, maar bestuur dat inspeelt op de druk van de vergrijzing, de capaciteit van de gezondheidszorg- en welzijnssector, en duurzaam begrotingsbeleid. In plaats daarvan zien ze de traditionele gevestigde partijen verwikkeld in ideologische gevechten (nationalisatie versus privatisering, het nastreven van zuiverheid, en het verwerpen van compromissen). Dit suggereert een 'centrumparadox' - wat ze willen is competent bestuur, geen radicale transformatie, maar het is precies dit laatste dat mobiliserend werkt, ook al staat het bredere electoraat er niet achter.
Waarom keren de gevestigde partijen niet terug naar het centrum? De greep van activisten op het partijapparaat verklaart dat beslist voor een deel – het zijn de radicalen die kandidaten selecteren en het beleid beïnvloeden. Maar er is een dieper probleem: politici vrezen misschien een centrum dat saaie vakkundigheid waardeert boven grootse veranderingen. Een politiek die ‘het schip door onstuimige golven loodst’ biedt weinig ruimte voor de ronkende retoriek van verandering waaraan zoveel politieke carrières schatplichtig zijn. Het mechanisme dat de politieke ijsverkopers weg van het midden houdt gaat niet alleen over concurrentie en loyaliteit - het gaat over een hele politieke cultuur die vergeten is hoe stabiliteit als waardevol doel te verkopen. Zolang dat niet verandert, zullen die 31% in het midden weemoedig blijven toekijken hoe de kramen zich verder verwijderen.