Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hoe we kiezen wat we zien

door Koen Smets
microscoop
(Foto: CC BY 2.0 Jeff Peterson (Flickr))

Op 2 oktober, de heiligste dag van het jaar in het jodendom, vond er een terreuraanslag plaats bij de Heaton Park Hebrew Congregation-synagoge in Manchester, waarbij twee leden van de gemeenschap om het leven kwamen. Drie dagen later werd de Britse minister van Binnenlandse Zaken Shabana Mahmood geïnterviewd op de BBC over de plannen van de regering om de politie nieuwe bevoegdheden te geven om protesten aan banden te leggen, nadat geplande pro-Palestijnse demonstraties de dag ervoor waren doorgegaan, ondanks oproepen om ze uit te stellen. “Het is niet omdat je een vrijheid hebt, dat je die elk moment van de dag hoeft te gebruiken”, zei ze.

Een onverwacht meningsverschil

Hier hadden we twee mensen die het doorgaans waarschijnlijk over de meeste sociaal-politieke kwesties eens zijn, maar het volkomen oneens waren over wat er met één korte zin werd bedoeld

Beslist een uitspraak die voor allerlei partijdige interpretaties vatbaar is. Maar wat mijn aandacht trok was een intrigerende, korte conversatie in mijn Twitter-tijdlijn, tussen twee mensen die algemeen worden gezien als doordachte, gematigde, genuanceerde commentatoren, allebei centristen op het politieke spectrum. 

Paul Graham, een seriële ondernemer en investeerder, noemde het onomwonden een “spectaculair voorbeeld van Orwelliaanse dubbelspraak”. Ian Leslie, een schrijver en journalist, vond dat erop wijzen dat je iets zou kunnen doen nog niet betekent dat je het ook moet doen “perfect zinvol” was, waarop Graham stelde dat het integendeel “een rationalisatie voor het verbieden van protesten” was, met als afsluitende repliek van Leslie dat er altijd al beperkingen op politieke protesten hebben gegolden. Hier hadden we dus twee mensen die het doorgaans waarschijnlijk over de meeste sociaal-politieke kwesties eens zijn, maar het volkomen oneens waren over wat er met één korte zin werd bedoeld. Is dat niet vreemd?

ruzie
“Neen, dat is niet wat ze zei!” (foto: Afif Ramdhasuma (Pixabay))

Het zou naïef zijn om te denken dat een niet-triviale uitspraak 100% ondubbelzinnig kan zijn. Onze woorden en uitdrukkingen zijn verre van eenduidig, en het zou niet eens overdreven zijn om menselijke talen als inherent dubbelzinnig te bestempelen. Alles vraagt om interpretatie, van soundbites en essays tot boeklange argumenten: we moeten de eigenlijke woorden combineren met allerlei andere aspecten om met deze ambiguïteit om te gaan en eventuele hiaten op te vullen. We voegen er talloze aannames (over de context, de motieven van de auteur of spreker, enz.) aan toe, vermengen alles dan met onze overtuigingen en waarden, en kennen er uiteindelijk een simplistische valentie aan toe: als wat er gezegd wordt over het algemeen aansluit bij onze eigen ideeën, duim omhoog, en in het tegenovergestelde geval, duim omlaag. Dat primaire, initiële oordeel bepaalt vervolgens resoluut alle verdere overwegingen.

Van soundbites tot boeklange argumenten: we moeten de eigenlijke woorden combineren met allerlei andere aspecten om met deze ambiguïteit om te gaan en eventuele hiaten op te vullen

Menselijke taal is misschien wel de allerbelangrijkste evolutionaire aanpassing van onze soort, die ongeëvenaarde samenwerking mogelijk heeft gemaakt. De diepe dubbelzinnigheid ervan lijkt dus wat paradoxaal. Natuurlijk hebben we manieren om ermee om te gaan, door ambigue uitspraken met nuance en welwillendheid te benaderen – precies het soort reactie dat we zien bij doordachte mensen zoals Graham en Leslie. Maar we hebben een hekel aan ambiguïteit. Ze maakt ons ongemakkelijk. 

Wanneer de gemoederen wat verhit raken, of onze diepste overtuigingen in het geding komen, grijpt zelfs de meest bedachtzame persoon naar zekerheid. We vereenvoudigen, we construeren een absolute, eenduidige interpretatie uit duidelijk dubbelzinnige input. Verschillende cognitieve biases illustreren dit, waaronder naïef realisme (denken dat we de realiteit zien zoals ze werkelijk is), WYSIATI ("what you see is all there is" – volledige verhalen bouwen uit onvolledige informatie), en de behoefte aan afsluiting (voorkeur voor definitieve antwoorden boven ambiguïteit).

Gekleurde waarnemingen

Een deel hiervan zou je gewoon gemotiveerd redeneren kunnen noemen, maar het vereenvoudigen om met dubbelzinnigheid om te gaan, begint lang voor we beginnen te redeneren – al tijdens de interpretatie zelf. Wat bepaalt dan wel hoe we dat aanpakken? 

Onderzoek van Charles Lord en collega's aan Stanford University, uitgevoerd in 1979, toonde aan dat mensen met uitgesproken meningen over complexe sociale kwesties ertoe neigen “relevant empirisch bewijsmateriaal op een bevooroordeelde manier te onderzoeken” en “'bevestigende' evidentie kritiekloos te accepteren terwijl ze 'weerleggende' bewijsstukken aan een kritische evaluatie onderwerpen”, waardoor ze hun positie volledig ondersteund vinden, op basis van gemengde gegevens. 

Voordat we zelfs maar beginnen te redeneren, hebben we dus al besloten wat de feiten zijn, wat een uitspraak echt betekent, en wat de spreker of schrijver echt bedoelde

Zodra we beginnen te verwerken wat er gezegd wordt, nemen we de "eigenlijke woorden" niet altijd naar de (dubbelzinnige) letter, maar beginnen we meteen een proces van gemotiveerde interpretatie. We versterken die elementen die het sterkst aanslaan – of dat nu is omdat ze onze wereldvisie bevestigen, of omdat ze die bedreigen – en maken gebruik van de dubbelzinnigheid van onze taal om een interpretatie rond die resonantie te construeren, waarbij we wat er niet in past gemakshalve negeren. Voordat we zelfs maar beginnen te redeneren, hebben we dus al besloten wat de feiten zijn, wat een uitspraak echt betekent, en wat de spreker of schrijver echt bedoelde.

Onze motivatie is niet primair instrumenteel (met de bedoeling gelijk te krijgen) maar eerder identiteitsbeschermend. Dan Kahan, een hoogleraar Recht en Psychologie aan Yale University, definieert ‘identiteitsbeschermende cognitie’ in een paper uit 2017 als “de neiging van cultureel uiteenlopende individuen om selectieve evidentie te geloven of af te wijzen in patronen die de overtuigingen weerspiegelen die in hun groep overheersen”. We brengen de 'feiten' in overeenstemming met onze wereldvisie – met ons gevoel van hoe de dingen zijn, en hoe ze zouden moeten zijn. Wanneer onze overtuigingen in het geding zijn, zijn er maar twee mogelijke reacties: verdedigen wat ermee overeenkomt, of aanvallen wat hen bedreigt.

Wanneer onze overtuigingen in het geding zijn, zijn er maar twee mogelijke reacties: verdedigen wat ermee overeenkomt, of aanvallen wat hen bedreigt

Ons wereldbeeld is complex, en omvat alles van oppervlakkige vooronderstellingen die we hebben geïnternaliseerd (maar gemakkelijk bijstellen) tot diepe overtuigingen (die aanvoelen als feiten over de wereld), van persoonlijke identiteit tot groepsbinding, van abstracte waarden tot viscerale trouw. Maar die complexiteit voelt lang niet ambigu: we houden vast aan onze wereldvisie met onwrikbare zekerheid. Wanneer we geconfronteerd worden met een uitspraak die haar activeert, laten we nuance varen en evalueren we snel – vaak zelfs onmiddellijk – of ze past bij de manier waarop we de wereld zien. Welke aspecten bedreigen dit? Welke elementen vinden er sterke weerklank in? 

We integreren deze micro-beoordelingen prompt in een algemene stellingname: duim omhoog, of duim omlaag. En dan interpreteren we elk aspect zodanig dat het deze conclusie ondersteunt. Dit kan zelfs afhangen van het moment – ook recente gebeurtenissen, eerdere gesprekken, of onze stemming van het ogenblik kunnen een invloed hebben. Interpretatie is niet alleen een functie van stabiele factoren; ze is ook gevoelig voor de situatie.

rode kaart
Gerechtvaardigd of corrupt? (foto: CC BY SA 2.0 Biser Todorov (Flickr ))

Omdat we zo zeker zijn van onze interpretatie, vinden we het moeilijk te erkennen dat ook andere standpunten legitiem kunnen zijn – zelfs wanneer ze worden vertolkt door mensen die we over het algemeen respecteren. In het slechtste geval schrijven we de verschillende mening van iemand anders toe aan onwetendheid, domheid, of slechte bedoelingen. 

En we zien het overal waar dubbelzinnigheid en diepe overtuiging elkaar ontmoeten: politici van verschillende pluimage spinnen niet alleen economische data, ze geloven oprecht dat ze iets anders betekenen; voetbalfans zien letterlijk een speler verschillend handelen naargelang van de ploeg waarvoor ze supporteren, en geloven werkelijk dat eenzelfde beslissing van de scheidsrechter volkomen legitiem, dan wel partijdig is, zo niet corrupt, afhankelijk van wie er baat bij heeft; onze partner ziet wat wij als onschuldig grapje bedoelden in een sms'je als een wrede, sarcastische steek.

Als we onze eigen advocaat van de duivel kunnen zijn, in beide richtingen, kunnen we verder zien dan onze gemotiveerde interpretaties

Ingaan tegen onze diepst gekoesterde overtuigingen is geen klein bier. Maar het is niet hopeloos. We zijn wel degelijk in staat dingen evenwichtiger te interpreteren – maar dat vereist het corrigeren van onze biases in beide richtingen. Wanneer we geconfronteerd worden met uitspraken die ons wereldbeeld bedreigen, kunnen we meer interpretatieve welwillendheid aan de dag leggen: wat is de meest redelijke interpretatie van wat ze eigenlijk zeggen? Zou Graham kunnen erkennen dat Mahmood haar uitspraak oprecht als burgerlijk advies bedoelde in plaats van als autoritaire rechtvaardiging? 

Maar even belangrijk – en misschien minder intuïtief – kunnen we een kritische houding aannemen wanneer we uitspraken tegenkomen die we onmiddellijk onderschrijven: wat zouden we gemist kunnen hebben? Welke interpretatie verwerpen we te gemakkelijk? Zou Leslie kunnen erkennen dat er misschien wel een autoritaire implicatie is die hij over het hoofd ziet? 

Als we onze eigen advocaat van de duivel kunnen zijn, in beide richtingen – welwillend naar onze tegenstanders, sceptisch naar onze medestanders – kunnen we verder zien dan onze gemotiveerde interpretaties. Dat voelt misschien niet natuurlijk. Het kan aanvoelen alsof we onze diepste overtuigingen verloochenen. Maar het is wel de weg naar het nauwkeuriger interpreteren van de wereld, en beseffen dat we vaak allebei gelijk hebben.

LEES OOK
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Pol Deltour, Dirk Voorhoof 05-10-2026

Kritische berichtgeving over bedrijven is ‘tricky business’

Nog meer misbruik van procedures en SLAPP’s liggen op de loer.
Een hamer voor een rechter in de rechtbank.
Mirre Verhoeven 29-09-2026

‘Fighting autism together’ met stamceltherapie? Autistische personen denken daar anders over

Ouders en zorgaanbieders kunnen leren van autistisch verzet tegen genezing.
Een persoon (niet in beeld) houdt een grote Autistic Pride-vlag vast op een Pride-betoging.