Het grote probleem zit in het einddoel: meerwaarde creëren, wat als een win-winsituatie wordt voorgesteld. Vraag is of het einddoel van de openbare sector - zorgen voor het gemeenschappelijk belang - wel verzoenbaar is met dat van de privésector - winst maken.
Vraag is of het einddoel van de openbare sector wel verzoenbaar is met dat van de privé
Voorheen zorgde de overheid zelf voor alle diensten die nodig waren voor de gemeenschap. Deze vorm van dienstverlening is echter grondig gewijzigd. Enerzijds werden verzelfstandigde overheidsbedrijven opgericht, anderzijds werd ook aan publiek-private samenwerking gedaan. Bij de verzelfstandiging wordt een overheidsbedrijf omgevormd tot een zelfstandig publiekrechtelijk of privaatrechtelijk bedrijf, dat bestuurd wordt door een eigen raad van bestuur en volgens de (aangepaste) regels van het vennootschapsrecht.
Sinds de regeringsverklaring van 1999 beschouwt de Vlaamse Regering, net zoals in het Brussels regeerakkoord, de “publiek-private” samenwerking als een belangrijk nieuw beleidselement. De samenwerking met privépartners wordt sindsdien vooropgesteld om doelstellingen van algemeen nut te realiseren.
Veralgemeende graaicultuur
Heel wat schandalen die de laatste kwarteeuw de media vulden hebben te maken met de nefaste gevolgen van deze nieuwe vormen van bestuur. Als voorbeeld kan voor Vlaanderen naar de samenwerking tussen het Antwerps stadsbestuur en bevriende bouwpromotoren en naar het Oosterweel-dossier worden verwezen. In Wallonië was er het Publifin-schandaal. Het virtueel failliet van de Brusselse gemeenschap werd voorafgegaan door het Samusocial-schandaal. De misbruiken waren dermate groot dat er fenomenen in kunnen worden opgemerkt: De “appartementisering van Vlaanderen” en de “veralgemeende graaicultuur”.
Wie neemt de beslissingen, wie heeft er toezicht op en hoe wordt er aan handhaving gedaan?
Drie vragen steken daarbij de kop op: wie neemt de beslissingen en is daarvoor verantwoordelijk, wie heeft er toezicht op, en hoe wordt er aan handhaving gedaan?
Journalistiek en parlementair onderzoek over voorgaande dossiers hebben duidelijke antwoorden gegeven. Door het journalistiek medium Apache werden uitgebreide artikelen gewijd aan de Antwerpse wantoestanden. Er werd ook een boek De vrienden van het vastgoed over geschreven. Facts and figures toonden de misbruiken duidelijk aan. Het parlementair onderzoek op het Oosterweelproject legde de vinger op de wonde. De besluitvorming gebeurde niet in de raad van bestuur van het verzelfstandigd overheidsbedrijf BAM-Lantis maar in het politiek stuurcomité waarin de bevoegde Vlaamse ministers en de vertegenwoordigers van de stad zetelen. In het Publifin-onderzoek werd de graaicultuur en de niet verantwoorde en zelfs strafbare vergoedingen in meerdere raden aangetoond.
Toezicht faalt
Uit al deze onderzoeken kan je besluiten dat er wat verkeerd is gelopen met het “beslissingskader”, er een gebrek aan toezicht moet worden opgemerkt en er duidelijke afwijkingen van de regelgeving waren. In het Oosterweel-dossier waren het niet de overigens politiek aangestelde leden van de raad van bestuur van het zogezegd “verzelfstandigd” bedrijf, maar de leden van het informeel politiek stuurcomité die beslisten.
In dat dossier werd ook een loopje genomen met de Europese en Vlaamse regelgeving. De universele regel Polluter Pays Pollution werd, om het vervuilende bedrijf 3M te sparen, omgekeerd naar People Pay Pollution. Een aanvankelijk gemaakte dagvaarding van 3M ter vergoeding van de gehele schade werd omgezet in een geheimgehouden dadingsovereenkomst, waardoor 3M enkel voor de schade op eigen terrein moest opdraaien.
De rechtbank sprak, ter vergoeding van de schade die de milieuverenigingen door 3M hebben geleden, een morele schadevergoeding uit van één symbolische euro
Ook het toezicht op het beleid en de rapportering daarover faalde. Zowel de Vlaamse overheid als Ovam, het Vlaams agentschap dat verantwoordelijk is voor het afval-, materialen- en bodembeleid. Beide werden veroordeeld wegens gebrek aan tijdige communicatie over de PFOS-problematiek rond 3M. De rechtbank stelde: “Het gedrag van het Vlaamse Gewest en Ovam, meer bepaald de keuze om, van september 2017 tot juni 2021 noch het publiek te informeren over de aanwezige PFOS-verontreiniging en haar mogelijke gevaren, noch no-regret maatregelen af te kondigen, noch spoedig bloedonderzoek en bodemonderzoeken te verrichten in de woonzone, maakt manifest een schending uit van de zorgvuldigheidsnorm in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van het oud Burgerlijk Wetboek.”
Ook oordeelde de rechtbank dat “de onzorgvuldigheid die het Vlaams Gewest en de Ovam begingen, de mogelijkheden van Greenpeace vzw, Bioforum vzw en Velt vzw hebben aangetast om het leefmilieu te beschermen”. Ze sprak, ter vergoeding van de schade die de milieuverenigingen hebben geleden, een morele schadevergoeding uit van één symbolische euro.
Verantwoordelijkheid ontduiken
Wat hebben al de journalistieke en parlementaire onderzoeken opgebracht? Dat er meerdere en ernstige inbreuken, zowel bestuurlijke als strafrechtelijke, werden vastgesteld kan niet worden ontkend. Daar bleef het evenwel bij. Om de verantwoordelijkheid van het politiek stuurcomité te omzeilen besloot het parlementair onderzoek dat alles het gevolg was van een “cascade van collectieve beslissingen” die dus aan niemand kunnen worden toegewezen. In het Publifin-schandaal mocht het hoofdpersonage, Stéphane Moreau (ex-PS), zijn schuld afkopen, wellicht met de uit de graaicultuur verkregen centen.
In het Publifin-schandaal mocht Stéphane Moreau zijn schuld afkopen, wellicht met de uit de graaicultuur verkregen centen
Vlaanderen stelt dat er aan goed beleid moet worden gedaan, maar het fenomeen van de “appartementisering” toont dat het tegendeel gebeurt. Meerdere rapporten van het eigen Vlaams agentschap Audit Vlaanderen tonen aan de hand van kundig onderzoek en daardoor verkregen bewijzen hoe daarbij zowel door de bestuurlijke als de gerechtelijke overheden willekeurig wordt gehandeld.
Alles wordt in het werk gesteld om twee erg duidelijke rapporten over de wantoestanden in het beleid van de gemeente Boechout uit de openbaarheid te houden. Om de herbenoeming van de burgemeester niet te hinderen vergat de procureur-generaal in zijn advies te vermelden dat hierover meerdere gerechtelijke onderzoeken en zelfs een rechtstreekse dagvaarding lopen, zodat de bevoegde minister er in haar benoemingsbesluit met geen woord over repte.
Inbreuken handhaven
Dat Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder graag af wil van het systeem voor lokale trajectcontroles is een goed begin. Vraag is hoe de Haven van Antwerpen-Brugge wordt bestuurd? Het is een naamloze vennootschap van publiek recht. Het dagelijks bestuur, de operationele leiding en de vertegenwoordiging van de vennootschap worden uitgeoefend door een directiecomité. De leden ervan worden benoemd door de raad van bestuur. Na het ontslag van onder meer voormalig voorzitter en nu minister van de havens Annick De Ridder zetelen voor Antwerpen: Inge Brocken (NV-A), Bart De Wever (N-VA) Koen Kennis (N-VA) Johan Klaps (N-VA), Kathleen Van Brempt (Vooruit), Els van Doesburg (N-VA).
Alles wordt in de naamloze vennootschap van de haven beheersd door de politiek
De verantwoordelijkheid voor de haven is verdeeld: het stadsbestuur is via de schepen verantwoordelijk voor het havenbeleid en de ontwikkeling, terwijl het havenbedrijf de operationele leiding heeft. De schepen die bevoegd is voor de haven is Johan Klaps. Het “beslissingskader” over het reilen en zeilen van de haven is dus erg duidelijk. Alles wordt in de naamloze vennootschap beheersd door de politiek en zelfs door één politieke partij die ook de bevoegde minister en zelfs de eerste minister levert. Als verzelfstandigd autonoom “systeem” kan dat tellen. Wie heeft er toezicht op? Wie handhaaft mogelijke inbreuken?
Een ervan is intussen al achterhaald. De Wet-Major is niet meer van toepassing op Port of Antwerp-Bruges. De wet werd in oktober 2022 na een beroep van onder andere Katoen Natie vernietigd door de Raad van State, waardoor het specifieke systeem voor de organisatie van havenarbeid niet meer geldt. Havenbaas van de Katoen Natie Fernand Huts, de voormalige werkgever van Annick De Ridder, heeft zijn doel bereikt: ook niet erkende havenarbeiders mogen laden en lossen. De lokale trajectcontroles zijn in vergelijking met het verdienmodel van Fernand Huts dus peanuts. Werk aan de winkel voor de bevoegde minister?