Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De psychologie van begroting

door Koen Smets
Collagebeeld dat bestaat uit een portret van Bart De Wever een simulatie van een zwart gat en een portret van Rachel Reeves.
an een regering die geconfronteerd wordt met de moeder van alle tekorten, en zonder enig uitzicht op verlichting in termen van stijgende inkomsten of verminderde uitgaven, wordt verwacht dat ze deze urgente situatie aanpakt. (Fotocollage: RV, Stuart Rankin CC BY NC 2.0 (Flickr), HM TreasuryCC BY NC ND 2.0 (Flickr))

De begrotingsronde toonde hoe onze psychologie reageert op de klus om fiscale voorzichtigheid te verzoenen met de verwachtingen van kiezers

In zowel mijn geboorteland als mijn land van adoptie heerste deze laatste novemberweek de begrotingskoorts. In België was de vijfpartijencoalitie van federaal premier Bart De Wever (N-VA) er niet in geslaagd zijn zelfopgelegde deadline van 6 november te halen voor een akkoord over een meerjarenbegroting, maar zijn dreiging met ontslag als er tegen Kerstmis geen overeenstemming zou zijn bereikt zorgde ervoor dat er binnen drie weken alsnog een consensus werd bereikt. 

Oppervlakkig gezien had de Britse Chancellor of the Exchequer Rachel Reeves dan de luxe van een homogene Labourregering, maar al wekenlang maakten de verschillende fracties in haar partij hun eisen duidelijk – eisen die ver van perfect op elkaar aansluiten. Het gadeslaan van twee regeringen die door dit woelige water laveren toonde een kleine catalogus van hoe onze psychologie reageert op de klus om fiscale voorzichtigheid te verzoenen met de verwachtingen van kiezers, en met ideologische voorkeuren.

Focus op het negatieve

De aandacht voor de begrotingsvoorstellen en -conclusies ging bijna uitsluitend naar de maatregelen met het meest negatieve effect op de portemonnee van de burger, met weinig of geen tijd voor de financieel positieve consequenties – een perfecte illustratie van een van de meer bekende cognitieve biases: het endowment effect. We hebben de neiging om wat we hebben veel hoger te waarderen dan wat we zouden kunnen verkrijgen. Dit is wellicht een van onze oudste tendensen: we zijn geprogrammeerd om te verdedigen wat we bezitten (dat helpt ons voortbestaan te verzekeren), veel meer dan om extra bezit na te streven (dat gaat immers vaak met risico's gepaard).

Hier zouden we het zelfs kunnen herdopen tot het aanspraak-effect: burgers beschouwen de status quo als een verworven voorrecht. Wee dan ook degene die probeert die aanspraken te ondermijnen – vooral wanneer, zoals hier het geval is, de precaire toestand van beide economieën betekende dat er maar weinig maatregelen waren die de modale kiezer een ondubbelzinnig voordeel boden (zoals de afschaffing van de tweekinderlimiet op kinderbijslag in het VK of de verlaging van de btw op niet-alcoholische dranken gekocht in een café of restaurant in België).

Burgers beschouwen de status quo als een verworven voorrecht

We komen vergelijkbare situaties tegen in ons persoonlijke leven: we kunnen vast 40 euro krijgen op eBay voor dat chique jasje dat we nooit dragen, en dat is natuurlijk veel te weinig voor een kledingstuk waarvoor we nieuw 180 euro neertelden. Maar als we ons voorstellen dat het jasje per ongeluk onherstelbaar beschadigd raakte, en we zagen een identiek exemplaar voor 40 euro op eBay – zouden we het kopen? Zo niet: dan moeten we het nu van de hand doen en de 40 euro die we ervoor krijgen als zuivere winst beschouwen (wat het ook is!).

Een begroting die uitpuilt van aanvallen op vermeende voorrechten is niet gemakkelijk te verkopen. Zo’n slimme herkadering kan ook hier helpen: maak de afwegingen expliciet (“het verhogen van belasting X waarborgt uitkering Y”), druk verlies uit in dagelijkse bedragen en winsten opgeteld over een heel jaar, of kies referentiepunten die het waargenomen effect voor verliezen temperen (“minder dan de prijs van een broodje”) of voor winsten versterken (“equivalent aan een maand boodschappen voor een gemiddeld huishouden”). Begrotingen zijn dan wel geen grappen, maar ze delen er een belangrijke eigenschap mee: het is maar hoe je ze vertelt.

Screenshot van een verkoopspagina op eBay, waar een zwart leren jasje wordt aangeprezen.
Een goede prijs voor iets wat je nooit draagt, waarom dan niet verkopen? (Foto: eBay screenshot)

Wanneer het dringende ook belangrijk is

Soms geven we voorrang aan het urgente boven het belangrijke, maar het tegenovergestelde gebeurt ook. Van een regering die geconfronteerd wordt met de moeder van alle tekorten, en zonder enig uitzicht op verlichting in termen van stijgende inkomsten of verminderde uitgaven, wordt verwacht dat ze deze urgente situatie aanpakt. De State of the Union van de premier De Wever lijkt een coherente reeks pijnlijke maatregelen te bieden (de verlaging van de btw op frisdranken in bars en restaurants is inderdaad het enige bescheiden lichtpuntje!) en weinig anders, allemaal gericht op het verkleinen van het gat in de begroting en het saneren van de overheidsfinanciën. 

Daarentegen nam de Britse begroting toch ook nog belangrijke maatregelen van de Employment Rights Bill op die best aardig zouden kunnen zijn wanneer de economie op volle toeren draait, maar die een aanzienlijke kost en administratieve last voor bedrijven kunnen zijn, wanneer de economische omstandigheden veel moeilijker zijn, vooral voor kmo’s.

We herbergen tegenstrijdige neigingen: een status quo-bias (verandering kost energie) en een nieuwigheidsbias (verandering kan een comparatief voordeel opleveren)

Een recent onderzoek door psycholoog Yael Ecker en collega's aan de Universiteit van Keulen bracht een opmerkelijke bias aan het licht die gedeeltelijk verklaart waarom mensen, zelfs wanneer ze weten dat “onderhoudsmodus”-leiderschap nodig is, toch de voorkeur geven aan meer “vooruitgangsgerichte”, transformatieve leiders. Het onderzoek suggereert dat dit volgt uit de impliciete aanname van kiezers dat de vooruitgangsgerichte kandidaten sowieso een breder doelspectrum hebben dat ook onderhoudsdoelen omvat, terwijl ze denken dat onderhoudsgerichte kandidaten zich beperken tot onderhoudsdoelen.

We herbergen tegenstrijdige neigingen: een status quo-bias (verandering kost energie) en een nieuwigheidsbias (verandering kan een comparatief voordeel opleveren). Over miljoenen generaties voorouders perfectioneerde de evolutie een goed afgestemde aangeboren balans tussen de twee, maar mensen ontwikkelden vervolgens een complex redeneervermogen dat deze instincten kan overtroeven — en tot valse aannames kan leiden. 

We kunnen dit ook op persoonlijk niveau zien: wanneer we naar een nieuwe baan of een nieuwe woning verhuizen, leveren de duidelijke positieve veranderingen de motivatie, maar we gaan er vaak ook impliciet van uit dat alle goede dingen van onze huidige baan of woning behouden blijven – wat, zoals we kort daarop ontdekken, zelden het geval is.

De onderzoeksbevindingen zijn consistent met het welbekende politieke landschap waarin alle partijen en kandidaten de standaardneiging hebben transformatieprogramma's te promoten, want dergelijke programmabeloften worden door de kiezers beloond. Maar verkiezingen (net als nieuwe jobs of huizen) vinden te zelden plaats om ons via een nuttige feedbackloop een beter begrip op te leveren. Het onderzoek toonde echter ook aan dat, wanneer deelnemers begrepen dat vooruitgangsgerichte kandidaten niet echte onderhoudsdoelstellingen hadden, ze wél kozen voor onderhoudsgerichte leiders wanneer onderhoud vereist was. Een beetje nauwkeuriger nagaan wat kandidaten van zins zijn zou ons zo de leiders kunnen geven die we werkelijk nodig hebben.

Negeer menselijke reacties op eigen risico

Een laatste fascinerend fenomeen is het nemen van beleidsmaatregelen door regeringen die meer uitblinken door hun ideologische inspiratie dan door hun bewezen doelmatigheid. In naam van eerlijkheid en gelijkheid worden nieuwe of verhoogde belastingen op vermogen en eigendom ingevoerd met weinig oog voor de manier waarop ze direct of indirect markten kunnen verstoren (bijvoorbeeld voor huurwoningen), investeren kunnen ontmoedigen of economische groei kunnen onderdrukken. 

Onze voorouders ontwikkelden het vermogen om te voelen wat juist was lang voordat ze het vermogen verwierven om te redeneren

Het meest intrigerende is dat dergelijke maatregelen vaak een diepgewortelde en persistente gedragsneiging lijken te negeren, bondig geformuleerd door Steven Landsburg in The Armchair Economist: “Mensen reageren op prikkels. De rest is commentaar.” 

In 2022 verhoogde de Noorse regering bijvoorbeeld de vermogensbelasting om sociale uitgaven te financieren. Dat liep echter niet zoals gewenst, toen miljardairs en multimiljonairs ‘op prikkels reageerden’ en het land verlieten voor landen met lagere taksen, met als gevolg verlies aan belastinginkomsten. Maar ondanks deze ervaring experimenteren regeringen met maatregelen die fairheid signaleren, maar die wellicht weinig doen om begrotingstekorten aan te pakken.

Tekening van de ingewanden van een mens, in oranje, groen en bruin.
Is dit waar onze beslissingen echt worden genomen? (Beeld: Mariana Ruiz (Wikimedia Commons))

In ons eigen leven stuurt ons buikgevoel soms ook beslissingen. Bij het inhuren van een nieuwe medewerker zouden we weleens de voorkeur durven te geven aan de charismatische kandidaat die goed aanvoelt, en de gestructureerde interviews en vaardigheidstoetsen over het hoofd zien, die nochtans consistent uitblinken in het voorspellen van werkprestaties. 

Ook hier biedt evolutie een verklaring: onze onderbuik is ouder dan onze hersenen. Onze voorouders ontwikkelden het vermogen om te voelen wat juist was lang voordat ze het vermogen verwierven om te redeneren. Maar, zoals Hugo Mercier en Dan Sperber hebben betoogd, ontstond dat vermogen niet om ons intuïtieve gevoel te corrigeren of aan te passen: het evolutionaire voordeel zat in de capaciteit om anderen (en onszelf) te overtuigen. 

Burgers overwaarderen wat ze hebben, kiezers belonen verandering boven stabiliteit, en beleidsmakers volgen ideologie boven feiten

We kunnen onze gevoelens terzijde schuiven wanneer we beslissingen nemen en doen dat soms ook, maar onze aangeboren neiging is toch om ons buikgevoel te volgen – en dat geldt voor politici net zo goed als voor gewone mensen. Als wij – of onze politici – echt geven om resultaten, hebben we het vermogen om te onderzoeken wat de gevolgen van onze op buikgevoel gebaseerde beslissingen zouden kunnen zijn. De vraag is óf we het gebruiken, en of we bereid zijn rekening te houden met de conclusies!

Het begrotingsseizoen laat intrigerend gedrag zien bij zowel politici als burgers, dat illustreert hoe menselijke psychologie de op het eerste gezicht eenvoudige taak van het opstellen van begrotingsbeleid verstoort. Burgers overwaarderen wat ze hebben, kiezers belonen verandering boven stabiliteit, en beleidsmakers volgen ideologie boven feiten. Niets hiervan is onvermijdelijk—maar als we ze niet in vraag stellen, zorgen deze neigingen ervoor dat zelfs goedbedoelende regeringen moeite zullen hebben met het leveren van wat zowel zijzelf als hun burgers beweren te willen.

LEES OOK
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Pol Deltour, Dirk Voorhoof 05-10-2026

Kritische berichtgeving over bedrijven is ‘tricky business’

Nog meer misbruik van procedures en SLAPP’s liggen op de loer.
Een hamer voor een rechter in de rechtbank.
Mirre Verhoeven 29-09-2026

‘Fighting autism together’ met stamceltherapie? Autistische personen denken daar anders over

Ouders en zorgaanbieders kunnen leren van autistisch verzet tegen genezing.
Een persoon (niet in beeld) houdt een grote Autistic Pride-vlag vast op een Pride-betoging.