Eerder deze maand was het Sinterklaas, de dag waarop de strenge maar goedhartige bisschop speelgoed, mandarijnen, en chocolade- en speculaasfiguren brengt bij alle brave kinderen.
Terugdenkend aan mijn kindertijd herinner ik me het intense gevoel van opgewonden verwachting bij mijn zussen en ik, weken van tevoren, met als hoogtepunt de ochtend van 6 december zelf, wanneer we onder geen beding op eigen houtje mochten gaan gluren.
Binnen de week hadden mijn jongere zus en ik al onze chocolade al verorberd, maar onze oudere zus was veel beheerster – vaak was tegen Pasen nog meer dan de helft van haar Sinterklaas-schat intact. Een intrigerend contrast tussen enerzijds onze gedeelde vreugde over het vol verwachting uitkijken naar de komst van de Sint, en anderzijds twee van ons gedreven door onmiddellijke bevrediging, slechts door ouderlijk toezicht verhinderd om alles in een keer naar binnen te spelen (terwijl een derde instinctief de consumptie uitstelde). Is dat niet vreemd?
De dag plukken uit noodzaak
De neiging om kansen te grijpen is een evolutionaire aanpassing. Voor onze voorouders was voedselbevoorrading, laat staan drie maaltijden per dag, niet vanzelfsprekend, en dus ontwikkelde zich het vermogen om energie op te slaan (doorgaans als vet). Zo konden zij genoeg consumeren om hun interne voorraad te vullen en zo langere periodes zonder voedsel overbruggen.
Ook vandaag schrokken veel roofdieren en aaseters zich vol, om dan lange tijd zonder voedsel te gaan; winterslapers zoals beren proppen zich vol met genoeg energie om door de winterkou heen te slapen. Anderen leggen voedselvoorraden aan wanneer ze intern niet genoeg energie kunnen opslaan, maar dit wordt gestuurd door externe signalen en is doelgericht – geen geval van “het beste voor het laatst bewaren”. Onze eigen neiging tot onmiddellijke bevrediging is waarschijnlijk een overblijfsel van deze evolutionaire tendens.
Anticipatie rekt het genot van een kortstondige ervaring uit voorbij het moment van consumptie
Veel intrigerender is het feit dat we er soms bewust voor kiezen om een plezierige ervaring uit te stellen. Economen beweren al lang dat mensen nut verdisconteren: we hebben liever nu geld dan later. Gedragseconoom George Loewenstein stelde echter dat, hoewel het opgaat voor geld, dit niet universeel het geval is. Zijn onderzoek bevestigt dat we inderdaad soms liever wat wachten op prettige ervaringen – bijvoorbeeld een kus krijgen van een favoriete filmster. (Dit wordt anticiperend nut genoemd.) Anticipatie rekt immers het genot van een kortstondige ervaring uit voorbij het moment van consumptie – des te meer als dat toekomstige gebeuren levendig kan worden ingebeeld; naarmate het moment nadert, blijkt de opwinding zelfs te versnellen. We kunnen dit zien bij kinderen die genieten van adventskalenders, en zelfs wij volwassenen tellen soms bewust de dagen af naar leuke gebeurtenissen zoals een vakantie of een bruiloft.
Dit vermogen weerspiegelt een uniek menselijk tijdsgevoel: we ervaren namelijk niet alleen discrete momenten, we construeren er verhalen mee door de tijd heen. Een maaltijd beginnen met het dessert voelt verkeerd, niet zozeer omdat hij dan minder aangenaam zou zijn, maar omdat hij de verhaalstructuur schendt. De peak-end rule beschrijft de neiging liefst het maximale plezier aan het einde te verkrijgen: het ontmaskeren van een moordenaar in een misdaadverhaal, de finale van een symfonie, de nummer een in een hitlijst, of de meest opwindende activiteit van een vakantie.
De afwezigheid van deze tweede tendens in de natuur suggereert dat het om een recente aanpassing gaat. Een wat speculatieve verklaring: in situaties van overvloed kan het genot van anticipatie helpen om consumptie te reguleren en ongezonde overdaad te vermijden.
Zonder aanwijzingen, maar niet zonder inzicht
Een maaltijd beginnen met het dessert voelt verkeerd, niet zozeer omdat hij dan minder aangenaam zou zijn, maar omdat hij de verhaalstructuur schendt
Twee tendensen om uit te kiezen dus, maar welke is de juiste? Moeten we eerst werken en sparen, zodat we op onze oude dag kunnen reizen, of de wereld nu zien terwijl we nog fit en gezond zijn? We willen liefst geen verkeerde keuze maken. De instinctieve aantrekkingskracht van onmiddellijke bevrediging – adaptief bij schaarste – kan behoorlijk misgaan wanneer voedsel overvloedig beschikbaar is, en tot overconsumptie leiden met nadelige gevolgen voor de gezondheid, en een “je leeft maar een keer”-houding kan slecht aflopen voor onze portemonnee.
Ongepast uitstellen kan nog schadelijker zijn. Beeld je in dat je in de trein met iemand aan de praat geraakt, en het duidelijk klikt tussen jullie beiden – je merkt zelfs dat je hart wat sneller gaat kloppen. Je wil wel zijn of haar telefoonnummer vragen, maar je wacht op het juiste moment. Terwijl je gedachten afdwalen naar waartoe dit zou kunnen leiden, heb je niet door dat de trein vertraagt en je gesprekspartner opstaat. Als de deuren opengaan, verlaat die de trein met een snel “Dank je voor de leuke babbel – een fijne avond nog!”. Dát is wanneer je weet dat je het moment had moeten grijpen.
Je kunt je evenzo levendig voorstellen tijd door te brengen met je kinderen of kleinkinderen – in de natuur, samen muziek maken, of iets lekkers bereiden in de keuken, maar eerst moet je nog dat project op je werk afwerken, die promotie binnenhalen, de tuin opruimen of de woonkamer opnieuw behangen ... en voor je het weet zijn ze volwassen.
Mensen zijn waarschijnlijk uniek in dit als een bewuste keuze ervaren: we hebben een gevoel voor tijd, en we kunnen actief kiezen iets nú te doen, of later. Maar de tekens die de neigingen van onze voorouders activeerden ontbreken in onze complexe omgeving. Te midden van overvloed handelen we soms alsof er altijd kansen zijn, of net omgekeerd, kan onze reactie op schaarste ongepast optreden.
Wanneer een plezierige gebeurtenis vaststaat, is de kans groot dat wachten tot het zover is ons totale plezier zal vergroten
De evolutie biedt ons echter een hint: ze verfijnde het gedrag van onze voorouders om goed met onzekerheid te kunnen omgaan. Wanneer de beschikbaarheid van hulpbronnen onzeker leek, kon een gemiste kans een voortijdige dood betekenen, dus grepen ze elke gelegenheid om te hamsteren of zich vol te stoppen. Met een toevoer die voldoende en gestaag was, hadden ze echter geen behoefte aan onmiddellijke bevrediging, en konden ze hulpmiddelen vergaren of consumeren wanneer ze maar wilden.
Dit geeft ons een waardevol richtsnoer. Wanneer een plezierige gebeurtenis vaststaat (Sinterklaas of Kerstmis komt sowieso, het dessert hoort bij de maaltijd, de identiteit van de moordenaar wordt in het laatste hoofdstuk onthuld), is de kans groot dat wachten tot het zover is ons totale plezier zal vergroten. Het stelt een beloning in het vooruitzicht voor geduld of inspanning, het voldoet aan onze verwachting van een verhaallijn, of we genieten simpelweg van de anticipatie op zich. Daartegenover zal uitstel, wanneer een kans kwetsbaar of vluchtig is, niet alleen niets toevoegen aan het plezier – maar riskeren we ze zelfs helemaal mis te lopen.
Onze instincten zijn echter niet ontworpen om onderscheid te maken tussen een maaltijd en een treinreis. We moeten de ontbrekende aanwijzing zelf aanleveren. En daarvoor bezitten we het perfecte instrument: ons vermogen om spijt te voelen – niet alleen wanneer we dat direct ervaren, maar ook wanneer we ons een hypothetische toekomst inbeelden.
De kindertijd van onze kinderen voelt permanent, totdat ze van de ene op de andere dag tieners zijn, terwijl wij de woonkamer aan het behangen waren
Onderzoek van Thomas Gilovich en Victoria Medvec suggereert: “people's biggest regrets involve things they have failed to do” (de grootste spijt betreft dingen die men heeft nagelaten te doen). Wanneer we de keuze maken tussen nú handelen of uitstellen, en we projecteren onszelf vooruit en kijken terug op potentiële spijt, dan vertelt dat ons ondubbelzinnig wat we moeten doen. We krijgen er nooit spijt van dat we hebben gewacht op het dessert, tot Kerstmis voordat we onze cadeaus openen, of niet stiekem de laatste pagina van de thriller hebben gelezen. Maar we voelen wél bittere droefheid over het telefoonnummer dat we niet hebben gevraagd.
Een treinreis voelt eindeloos, tot hij ten einde komt. De kindertijd van onze kinderen voelt permanent, totdat ze van de ene op de andere dag tieners zijn, terwijl wij de woonkamer aan het behangen waren. We leven maar een keer, tot we op de limiet van onze creditcards botsen. Nadenken over onze toekomstige spijt geeft ons zowel een teken als inzicht of we al dan niet moeten handelen of wachten.
Ons leven mag dan al complexer zijn dan dat van onze voorouders, wij kunnen toch beter doen dan enkel passief reageren op tekens. Wij hebben al wat nodig is om voor onszelf te beslissen.