Tijdens de kerstperiode deed een anekdote de ronde op sociale media. Een bibliothecaris beschreef hoe een tienerjongen verscheen met een gehavend exemplaar van een van de Harry Potter-boeken. De database onthulde dat het drie jaar geleden voor het laatst was uitgeleend, en de jongen bekende dat hij het had gestolen: “We hadden geen geld voor boeken. Maar ik heb het gelezen, tien keer.” Daarop haalde hij een verfrommeld biljet van tien dollar tevoorschijn, “voor de boete”, die natuurlijk een veelvoud was van dit bedrag.
Een bibliothecaris beschreef op sociale media hoe een tienerjongen verscheen met een gehavend Harry Potter-boek dat hij gestolen had
In plaats van het geld aan te nemen verzon de bibliothecaris echter een fictieve ‘Amnestieweek’, waarin boetes werden kwijtgescholden, en gaf het biljet terug met de woorden: “Koop je eigen exemplaar... en kom terug – we hebben het vervolg.” De jongen bezoekt nu elke dinsdag de bibliotheek.
Of het nu waargebeurd is, of iets wat “een vriend van een vriend overkwam” (komt wel vaker voor rond deze tijd), het is geloofwaardig genoeg om echt te zijn, en zelfs om iets merkwaardigs over menselijk gedrag te benadrukken. Hoewel er niets bijzonders is aan een bibliotheekbediende die de regels volgt door een boete te eisen voor een te laat teruggebracht boek, is het de manier waarop ze een uitzondering op deze regel maakte die ons treft. De uitzondering vertelt meer dan de regel. Is dat niet vreemd?
Geregeerd door regels
Ons leven wordt vormgegeven door regels. Wetten komen misschien als eerste in gedachten, maar meer nog zijn het sociale normen en een grote verzameling persoonlijke regels die domineren.
In zekere zin weerspiegelt bijna elke beslissing die we nemen of elk oordeel dat we vellen een regel: hoe we de tandpasta uitknijpen (in het midden van de tube, of aan het einde?); hoe we kiezen welk T-shirt we aantrekken (de bovenste van de stapel pakken, of er een uitkiezen die onze stemming van het moment weerspiegelt?); onze algemene kledingstijl (conventioneel of non-conformistisch? functioneel en goedkoop of chic en stijlvol?); wat we eten of weigeren te eten (vegetarisch, veganistisch of gewoon alleseter?); onze tijdvoorkeuren (‘omstreeks’ of stipt?); hoe we middelen toewijzen – bijvoorbeeld hoe we de gunsten meten die we onze kinderen bewijzen (precies gelijk, of naargelang omstandigheden of behoefte?), of hoe we een bonuspot onder ons werkteam verdelen (naar verdienste, inspanning of resultaat?); en hoe we onze tijd verdelen tussen werk, anderen en onszelf. Zelfs of ananas al dan niet een acceptabele pizzatopping is, is er zo een.
Veel van de regels die ons gedrag inspireren, dienen ook als toetsstenen voor het beoordelen van anderen
Als orde scheppend principe hebben regels hun oorsprong in evolutie. Zelfs de vroegste, eenvoudigste organismen moesten kunnen kiezen tussen giftige en voedzame omgevingen, tussen blijven of vluchten voor een bedreiging, tussen eten en rusten, enzovoort. Hun regels waren logisch ongecompliceerde coderingen van een aangepaste reactie op een prikkel. Het vermogen tot logisch denken om keuzes te maken ontstond veel later, maar zelfs complexere organismen zoals wij behouden mechanismen die geschikte keuzes maken met minimaal nadenken – en dat is precies omdat een van de oude regels ons vertelt geen energie te verspillen.
Veel van de regels die ons gedrag inspireren, dienen ook als toetsstenen voor het beoordelen van anderen. Ook dit heeft een evolutionaire oorsprong: onze verre voorouders gebruikten ze om te bepalen of een ander organisme een bedreiging voor hen vormde. Als sociale wezens bouwden onze menselijke voorouders voort op deze regels om te beoordelen of anderen zich aan hun eigen normen hielden, en om te bepalen of ze deel uitmaakten, of konden uitmaken, van hun ingroep, als goede mensen om mee samen te werken. Wij doen dat grotendeels nog steeds, maar op een meer verfijnde manier – we categoriseren anderen niet enkel als in het algemeen met ons of tegen ons, maar naargelang ze geschikt voor ons zijn als collega's, vrienden, bondgenoten, ingehuurde vaklieden, café-uitbaters enzovoort.
Uitzonderingen, nobel en minder nobel
We categoriseren anderen naargelang ze geschikt voor ons zijn als collega's, vrienden, bondgenoten, enzovoort
We zouden redelijkerwijs kunnen verwachten dat we dezelfde regels, op dezelfde manier, gebruiken om zowel ons eigen gedrag te sturen als dat van anderen te beoordelen – maar doen we dat? (Het antwoord is je beslist welbekend.) We zien onszelf misschien graag als netjes en punctueel (mogelijk zijn we dat zelfs!), en verwachten hetzelfde van anderen, maar wanneer we af en toe niet aan de overeenkomstige regels voldoen, zullen we deze tekortkomingen voor onszelf graag goedpraten en rechtvaardigen, terwijl we veel strikter zijn met anderen. We kunnen zelfs dezelfde toegeeflijkheid uitstrekken tot “mensen die we aardig vinden”, zoals de cynische opmerking van Robin Hanson over de anekdote suggereert.
Zulke uitzonderingen zijn een integraal onderdeel van menselijk moreel redeneren, en weerspiegelen de spanning die bestaat tussen onze belangen dienen of die van anderen – of zelfs die van onze gemeenschap en die van andere groepen. Als sociale wezens zien we dit soort dilemma opmerkelijk vaak opduiken, en de ‘regels voor jou, uitzonderingen voor mij’-houding treffen we aan in uiteenlopende situaties als voordringen (ik heb echt haast), zorg voor het milieu (mijn korte autoritje maakt toch geen materieel verschil), belastingontduiking (als de rijken dat kunnen, waarom ik dan niet?), en nog veel meer. Dit soort zelfzuchtige uitzonderingen roept terecht cynische kritiek zoals die van Hanson op.
Maar de uitzondering die de bibliothecaris maakte is toch wat anders. Natuurlijk heeft ze de bibliotheek mogelijk rechtmatig verschuldigd inkomen ontzegd, maar boetes zijn eerder bedoeld als afschrikmiddel, en als stimulans om boeken op tijd terug te brengen dan als bron van inkomsten. Zij oordeelde dat de daad zelf van het terugbrengen van het boek na zo'n lange tijd, en de bereidheid tot betalen van de boete, aangaven dat een straf geen zinvol doel zou dienen, en dat handelen zoals ze deed meer in lijn was met de missie van de bibliotheek, die “voor lezen dient, niet voor boekhouden”.
Kunnen we de wereld een beetje beter maken door wat toegeeflijker te zijn (voor anderen) of wat strikter (met onszelf)?
Het deed me denken aan een ander voorbeeld. Bij Timpson, de Britse keten van stomerijen, schoenherstelling en sleutelduplicaten, hanteert men niet alleen een regel om ex-gedetineerden te rekruteren. Er geldt ook een uitzondering op de algemene regel dat diensten betaald moeten worden: werkloze mensen kunnen een pak gratis laten stomen wanneer ze een sollicitatiegesprek hebben.
Ja, we gaan prat op onze principes, die blijken uit regels waarnaar we ons leven leiden. Maar onze werkelijke principes onthullen zich pas echt in de uitzonderingen die we maken op die regels. Welke we strak vasthouden, en welke we buigen (en om welke redenen) zegt meer over wat we echt belangrijk vinden dan de regels zelf. Daarin wordt duidelijk of we de neiging hebben de balans in ons eigen voordeel, of in dat van iemand anders, te laten doorslaan.
Nu we in het seizoen van Fresh Starts zijn (de term die gedragswetenschapper Katy Milkman en collega's gebruiken voor de onderzoeksbevinding dat mensen effectiever zijn in het starten van een gedragsverandering bij tijdsgebonden mijlpalen, zoals Nieuwjaar), is er een betere tijd om na te denken over onze eigen regels, en hoe we ermee omgaan? Kunnen we de wereld misschien een beetje beter maken door wat toegeeflijker te zijn (voor anderen) of wat strikter (met onszelf)?
Het zit hem allemaal in de uitzonderingen.