Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De moralisatietruc

door Koen Smets
President Nicolás Maduro zet een hoofdtelefoon op.
Op 3 januari werd de Venezolaanse president Nicolás Maduro ontvoerd door Amerikaanse ‘special forces’. Dit verdeelde de wereld in twee kampen: voorstanders en tegenstanders van de operatie. (Foto: Eneas De Triya CC BY 2.0 (Flickr))

Op 3 januari werd de Venezolaanse president Nicolás Maduro, die in de zwaar omstreden verkiezingen van 2024 de overwinning opeiste, en onder wiens bewind acht miljoen Venezolanen het land ontvluchtten, gevangengenomen en ontvoerd door Amerikaanse special forces. Dit verraste de wereld, die nog wat aan het bijkomen was van de nieuwjaarsfestiviteiten, en verdeelde die in twee scherp afgelijnde kampen: voorstanders en tegenstanders van de operatie. Het conflict tussen beide kanten is eigenlijk een klassiek dilemma: heiligt het doel de middelen?

Heiligt het doel de middelen?

In een kort artikel enkele dagen na de operatie merkte econoom en commentator Tyler Cowen op dat de Venezolaanse aandelenmarkt met maar liefst 73% was gestegen sinds de arrestatie van Maduro. Zoals gewoonlijk was hij genuanceerd en bedachtzaam in zijn oordeel: hij wees erop dat (a) immorele acties werden ondernomen en waarschijnlijk zullen worden voortgezet, dat (b) de acties van president Donald Trump deels onwettig en deels ongrondwettelijk waren, maar ook dat (c) de bevolking van Venezuela er veel beter van is geworden. Hij erkende de spanning tussen enerzijds (a) en (b), en anderzijds (c), maar was ook verbaasd over het relatieve gebrek aan aandacht voor dat laatste. 

Het verzet tegen de operatie richtte zich vooral op de schending van het internationaal recht van (a) en (b), met weinig oog voor, of zelfs wegwuiven van, het vooruitzicht op meer economische welstand voor de bevolking. Is deze exclusieve nadruk op de schending van de regels wat betreft de middelen, en het terzijde schuiven van de gunstige einddoelen niet een beetje vreemd?

Meer dan alleen maar dilemma-aversie

Bikkelharde binaire keuzes kunnen veel cognitieve en emotionele energie kosten, vaak zonder een duidelijk antwoord op te leveren

We houden niet van dilemma's. Het verdelen van tijd of geld over twee of meer mogelijkheden kunnen we wel aan, maar bikkelharde binaire keuzes waarbij we ofwel de kool, ofwel de geit kunnen sparen kunnen veel cognitieve en emotionele energie kosten, vaak zonder een duidelijk antwoord op te leveren. Zelfs tussen twee vergelijkbare opties − of het nu gaat om twee pastasauzen of twee jobs – kan het vergelijken van ongelijksoortige kenmerken (gezond of lekker, prettige bedrijfscultuur of topsalaris) verlammend werken. Als het dilemma er dus een is tussen ofwel regels volgen en een uitkomst opgeven, ofwel de regels overtreden om een voordelig resultaat te realiseren, zouden we weleens bereid kunnen zijn onze dominante kant op te geven voor een eenvoudig antwoord.

Antieke weegschaal.
Moeite met het afwegen van middelen en doelen? Een makkie met de moralisatietruc! (Foto: Mauro Cateb CC BY SA 2.0 (Flickr))

Maar we kunnen deze moeilijkheid omzetten in een kans. We beoordelen de acties die (al dan niet) worden ondernomen om een bepaalde uitkomst te bekomen (of te vrijwaren) volgens twee complementaire criteria. Het ene is natuurlijk of ze bijdragen tot de realisatie van het beoogde doel, het andere is of ze geldende regels schenden. Die zijn uiteenlopend – wetten, gedragscodes, sociale normen, enzovoort – en bijna altijd algemeen van aard: ze gelden voor verschillende situaties, of zijn zelfs universeel. En omdat ze van nature prescriptief zijn, laten regels zich gemakkelijk moraliseren. 

Als het om een uitkomst gaat die onze tegenstander schaadt, bejubelen we die en bagatelliseren we de schending van andere principes

Als we dus bezwaar maken tegen een bepaalde actie van een tegenstander – bijvoorbeeld omdat die hem ten goede komt, of zelfs omdat we een hekel aan hem hebben – dan geeft het aanroepen van een belangrijk klinkende regel die wordt geschonden ons een kant-en-klaar argument. Vrijwel elke regel kan moeiteloos worden opgepoetst tot onvoorwaardelijke heiligheid, waardoor we elke tegenspraak van onze tegenstanders daadkrachtig blokkeren – en we hoeven ons zelfs niet te bekommeren om het afwegen van het principe tegen de uitkomst. Dezelfde aanpak werkt overigens net zo goed als de uitkomst ons schaadt. Tegenstanders van Trump kunnen hier dus “schending van het internationaal recht!” roepen, en aanhangers van Maduro kunnen zich beroepen op “schending van de soevereiniteit”. 

Als we daarentegen voorstander zijn van het bereiken van een bepaalde uitkomst, maar het proces om daar te komen een regel met de voeten treedt, hebben we een ander veelgebruikt principe bij de hand: het doel kan de middelen heiligen – jaja, niet minder dan heiligen! Evenzo, als het om een uitkomst gaat die onze tegenstander schaadt, bejubelen we die en bagatelliseren we de schending van andere principes. 

Als onze grootste zorg het economisch welzijn van de Venezolanen is, juichen we dus de beursstijging toe (als voorbode van een rooskleurige economische toekomst); als we een hekel hebben aan Maduro, hemelen we zijn gevangenneming en het feit dat hij ter verantwoording wordt geroepen voor zijn vermeende wandaden op – beide uitkomsten rechtvaardigen dan de verwaarloosbare overtreding van esoterische en abstracte regels.

De geopolitiek voorbij

Flexibel moraliseren is niet alleen geschikt voor het vereenvoudigen van wereldaangelegenheden. We kunnen het ook in onze persoonlijke sfeer gebruiken

Dit flexibele moraliseren is niet alleen geschikt voor het vereenvoudigen van ingewikkelde wereldaangelegenheden. We kunnen het net zo gemakkelijk in onze persoonlijke sfeer gebruiken. Beeld je protesten in die het openbare leven verstoren – met wegblokkades of zelfs sabotage – maar in twee verschillende situaties. In de ene richt het protest zich op iets waar we veel belang aan hechten en ondervinden we geen directe schade van de demonstraties. In het andere geval zetten de activisten zich in voor een doel waar we helemaal niets om geven, en zitten we urenlang vast. Beschouwen we het recht om te demonstreren als even geldig en relevant in beide situaties? 

Of stel je voor dat iemand ons vraagt of hun “kont er dik uitziet” (of, mocht je meer voor Clement Peerens voelen, of we hun “gat niet te dik vinden in deze rok”) – hetzij iemand om wie we heel veel geven, ofwel iemand die we diep verafschuwen. Kiezen we daar misschien voor de uitkomst die de gevoelens van de ander niet kwetst (ten koste van het principe van eerlijkheid) in het ene geval, en rechtvaardigen we een kwetsende reactie in het andere door het eerlijkheidsprincipe genadeloos toe te passen?

Groep mensen met kartonnen bordjes op een klimaatbetoging.
Beschouwen we het recht om te demonstreren als even geldig en relevant in alle situaties? (Foto: Mika Baumeister (Unsplash))

Twee observaties vallen op. De ene is dat, ondanks al ons zelfgenoegzame denken, overtuigd dat we principieel zijn in ons oordeel en onze beslissingen, het uiteindelijk voornamelijk de uitkomst – voor ons, of voor een tegenstander – blijkt te zijn die onze positie bepaalt. We kleden het gewoon achteraf in alsof die op een principe is gebaseerd. De andere is dat we hierbij behoorlijk geholpen worden door onze afkeer van het onbepaalde en het onzekere, en van te veel denkwerk. Als we eerst onszelf ervan overtuigen dat we gelijk hebben (met de hulp van een stevig principe), doet gemotiveerd redeneren de rest.

Maar hoe onaantastbaar die overtuiging ook mag aanvoelen, ze is niet de in principieel redeneren gewortelde graadmeter van de absolute juistheid van onze positie die we zouden willen dat ze is. Het gemak waarmee we afhankelijk van de omstandigheden ofwel een principe aanroepen, ofwel besluiten dat het eerder het doel is dat de middelen heiligt, en dus datzelfde principe kordaat terzijde schuiven, maakt gauw komaf met dat idee. Als we ons goed over onszelf willen voelen en dat gevoel met een minimum aan cognitieve inspanning willen bereiken, kunnen we geen betere aanpak kiezen. Idem dito als we alleen maar onze loyaliteit aan gelijkgestemden willen in de verf zetten.

Als we eerst onszelf ervan overtuigen dat we gelijk hebben, doet gemotiveerd redeneren de rest

Wanneer het ons echter meer te doen is om het begrijpen van de complexiteit van de werkelijke wereld dan om een snelle oplossing, is het beter dat warme gevoel van simpelheid op te geven, en het ongemak van de spanning tussen middelen en doelen te accepteren. De moralisatietruc – het inkleden van uitkomstvoorkeuren in de taal van waterdichte morele principes – is effectief precies omdat hij oprecht aanvoelt voor wie hem gebruikt. We zijn geen cynische leugenaars als we ‘internationaal recht’ of ‘nationaal belang’ aanroepen. We hebben gewoon onszelf ervan overtuigd dat dit principe belangrijk is, terwijl we gemakshalve vergeten dat we net zo gemakkelijk het tegenovergestelde principe hadden kunnen aanroepen als dat onze voorkeursuitkomst had gediend.

Het eerlijke alternatief – echte keuzes onder ogen zien en accepteren met oprechte onzekerheid – biedt geen retorisch voordeel. Maar het heeft wel het voordeel dat het ons geen illusies voorschotelt.

LEES OOK
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Pol Deltour, Dirk Voorhoof 05-10-2026

Kritische berichtgeving over bedrijven is ‘tricky business’

Nog meer misbruik van procedures en SLAPP’s liggen op de loer.
Een hamer voor een rechter in de rechtbank.
Mirre Verhoeven 29-09-2026

‘Fighting autism together’ met stamceltherapie? Autistische personen denken daar anders over

Ouders en zorgaanbieders kunnen leren van autistisch verzet tegen genezing.
Een persoon (niet in beeld) houdt een grote Autistic Pride-vlag vast op een Pride-betoging.