Ik ben niet echt een voetbalfan, maar af en toe bereikt me informatie uit die vreemde, verre wereld die me doet opveren. Zo hoorde ik recent dat er een wedstrijd in de derde ronde van de FA Cup competitie zou plaatsvinden tussen Premier League team Crystal Palace FC, de huidige bekerhouders, en Macclesfield FC, dat speelt in de National League North, 5 divisies en 117 plaatsen lager dan Palace. Als er in het Engelse voetbal ooit een David versus Goliath-situatie was, dan was het deze wel. Supporters van laatstgenoemde club, geïnterviewd op BBC-radio, durfden nauwelijks te dromen van een overwinning. Het zou letterlijk de grootste verrassing ooit zijn in de bekergeschiedenis, en de eerste keer in meer dan een eeuw dat een “non-league” team de zittende bekerhouders elimineerde.
Het was de eerste keer in meer dan een eeuw dat een “non-league” team de zittende bekerhouders elimineerde
En zo geschiedde: Macclesfield versloeg Palace met 2-1. Het zou een understatement zijn te beweren dat het stadje met een bevolking van ongeveer 50.000 inwoners (en een stadion met ruimte voor amper 5.000 toeschouwers) op zijn kop stond. Maar er zijn honderden clubs in de National League die niet zo'n prestatie neerzetten, en hoogstwaarschijnlijk ook nooit zullen waarmaken. Toch hebben ze allemaal, net als Macclesfield, supporters (naar schatting zo’n 200.000-400.000, op basis van toegangsgegevens) die geregeld naar de match komen, misschien zelfs wanneer ze op verplaatsing spelen.
Ze zouden net zo goed kunnen kiezen om een topteam te steunen – zoals het nabijgelegen Manchester United – dat kwalitatief veel beter voetbal speelt. Toch blijven ze trouw aan de middelmatige kleine clubs, wier ambitie niet verder reikt dan bovenaan eindigen in hun eigen divisie. Ze lijken middelmatigheid te verkiezen boven kwaliteit. Is dat niet vreemd?
Kiezen voor middelmatigheid?
Toeschouwerssport is een vorm van entertainment. Fans hebben er geld en tijd voor over, en krijgen daar plezier voor terug (tijdens wedstrijden, maar ook in het vooruitzicht en de hoop op overwinning – en dat niet enkel wanneer je zesde-divisie team het opneemt tegen de bekerhouder). Zou het gewoon een kosten-batenafweging kunnen zijn? Een standaard jaarabonnement voor Macclesfield kost 371 pond (450 euro) als je wilt zitten (25 euro minder als rechtstaan oké is), en voor Manchester United kost dat £608. Biedt Macclesfield 60% van de kwaliteit van Man U? Gezien het verschil in rangschikking valt dat moeilijk te verdedigen.
Groepsverwantschap is de meest genoemde motivatie voor iemand om fan te zijn van een voetbalteam
Er kleeft een nog groter vraagteken aan dit waar-voor-je-geld-perspectief. Als het goed spelen van hun team – waarvoor ‘winnen’ een belangrijke indicator is – een belangrijke bekommernis was voor voetbalfans, zouden ze vaak van club wisselen naargelang de dynamiek in de competitie: fans zouden hun trouw verleggen van de onderkant naar de bovenkant van de rangschikking. Dit gebeurt heel zelden, zoals onderzoek meermaals aantoonde. Fans bekijken trouw als in wezen permanent: in een paper van Josefina Santana en Nilsa Téllez over voetbaltrouw in een Mexicaanse stad waar twee rivaliserende clubs de bevolking in twee splijten, worden fans geciteerd met de woorden: “Je kunt je vriendin veranderen, je onderbroek, je baan, je politieke partij, je religie … maar nooit je voetbalclub.”
Dit wordt bevestigd door onderzoek dat Daniel Wann uitvoerde tijdens het ontwikkelen van de Sport fan motivation scale. Meer nog dan entertainment, blijkt groepsverwantschap de meest genoemde motivatie te zijn voor iemand om fan te zijn van een voetbalteam. Het delen met medestanders van verwachting, van vreugde bij een overwinning en verdriet bij een nederlaag, van meningen over spelers’ prestaties, en kritiek op de tactiek van de manager en de eerlijkheid van de scheidsrechter is misschien moeilijk te kwantificeren en te waarderen, maar staat centraal in het fan zijn.
Robert Fisher en Kirk Wakefield onderzochten waarom fans van verliezende sportteams hun steun blijven geven en zelfs vergroten, en ontdekten dat, voor trouwe fans, erbij horen belangrijker is dan winnen. Fans van winnende teams verklaren wel hun loyaliteit door de prestaties van hun team, maar fans van verliezende teams – zelfs eeuwige verliezers – noemen aspecten zoals gemeenschap, traditie, de stadionervaring en zelfs het gedeelde lijden. Overstappen van een verliezend naar een winnend team wordt gezien als diep onaanvaardbaar door “echte fans”; degenen die dat toch doen worden bestempeld als “schijnfans” en geminacht.
Fan zijn is primair een kwestie van sociale identiteit – met de club als symbool daarvan
Misschien is het mysterie waarom iemand die voor de keuze staat tussen Macclesfield of Manchester United, voor de eerstgenoemde club zou kiezen, gebaseerd op een misvatting. Geen enkele fan zal ooit een overzicht hebben gemaakt van verschillende teams, voor- en nadelen afgewogen, en op die manier bepaald van welk team hij of zij fan zou worden. De meeste mensen werden fan van de ene club en niet de andere door het voorbeeld te volgen van ouders, oudere broers en zussen, of goede vrienden, en dat maakt fan-zijn primair een kwestie van sociale identiteit – met de club als symbool daarvan. Maar we kunnen meerdere sociale identiteiten hebben, en die hebben we ook. Misschien is de keuze dus niet of/of, maar en/en.
Twee stammen beter dan één
De ervaring als fan van een National League team zou wel eens heel anders kunnen zijn dan die als fan van een Premier League team. En hoewel de rivaliteit tussen de twee clubs het onmogelijk zou maken voor iemand om een echte fan te zijn van zowel Manchester United als Liverpool, is fan zijn van een National en een Premier League club veel aannemelijker. De mensen die regelmatig een National League wedstrijd bijwonen, zullen waarschijnlijk niet ook Premier League wedstrijden bijwonen (al was het maar omdat er te vaak conflicten zouden zijn), maar ze kunnen best wel ook sterke sympathieën hebben voor een Premier League club, net zoals de honderdduizenden fans die hen niet vanaf de tribunes kunnen volgen, en zoals zij dat doen via televisie of streamingdiensten.
Echter, naast het opgaan in de opwinding van het kijken naar een topteam vanop afstand, kan het meemaken van de exploten van een kleiner team in persoon iets wezenlijks toevoegen. In een stam van 100.000 ben je onzichtbaar; in een stam van een paar duizend is je aanwezigheid echt van belang. Je staat dichter bij de spelers en de manager, wat betekent dat je hun vreugde en verdriet direct deelt, op een manier die niet mogelijk is in de grote stam. Van je aanwezigheid op de tribunes tot je financiële bijdrage aan de clubkas, je doet ertoe, je weet dat je ertoe doet, je medestanders weten dat, en de club weet het ook. Terwijl het kijken naar een Premier League team enkel consumptie van entertainment is, is de participatie bij een kleine club veel betekenisvoller.
Vooral in bekerwedstrijden, waar – zoals afgelopen weekend – kleine teams het opnemen tegen topclubs, is er bovendien iets bijzonders aan het steunen van een underdog. De overgrote meerderheid van zulke wedstrijden eindigt in nederlaag, en dat is dus de verwachting. Maar zelfs dat – niet compleet in de pan gehakt worden, en je kranig weren – kan bewondering en respect verdienen. En in het onwaarschijnlijke maar niet onmogelijke geval van een overwinning, kan geen enkele Premier League supporter ooit de ervaring hebben erbij te zijn wanneer je ‘David’-team een echte Goliath verslaat, 117 plaatsen hoger dan je team.
Er is iets bijzonders aan het steunen van een underdog
De Macclesfield-aanhangers, en hun honderdduizenden medesupporters in de National League, lijken erin geslaagd te zijn het beste van twee werelden te bemachtigen: het volgen van de lotgevallen van een topteam van een afstand biedt entertainment en opwinding van hoge kwaliteit, terwijl de participatieve relatie met een provinciale club een sociale identiteit met betekenis biedt. En er is natuurlijk de kleine, maar niet-nul kans op een miraculeus resultaat.