Doordat we ons op een geopolitiek kantelpunt bevinden, gaan veel mensen op zoek naar wijsheid uit het verleden. Jonge witte mannen zonder kritische reflex of zonder richtinggevend waardenkader zijn hierdoor extra vatbaar voor traditionele en eenzijdige − door mannen geschreven − geschiedenis. Die maakt hen wijs dat de wereld en ‘vooruitgang’ historisch gezien gemaakt werd door ‘strong men’. Het idee dat de westerse middenklasse op het wereldtoneel privileges, macht en status aan het verliezen is, wordt geframed als slechte zaak en aangewakkerd met ragebait en AI gegenereerde content op sociale media.
In plaats van te duiden dat de wereld net aan het bewegen is naar meer globale rechtvaardigheid en inclusie, wordt de onzekerheid en het gevoel van machteloosheid van witte mannen aangeboord om conflict te creëren en om ongelijkheid in stand te houden. Het is niet omdat de ene iets wint, dat de andere iets verliest.
Reducerende verklaringen
Onlangs las ik Wat de ondergang van wereldmachten ons leert van Tim Eestermans in het Financieele Dagblad. Hierin gaf hij een beknopte uiteenzetting van de theorie van politicoloog George Modelski. Deze theorie stelt dat een hegemoniale staat grofweg honderd jaar aan de macht is en dat dit in vier fasen verloopt. Met dit theoretische kader verklaart Eestermans de huidige geopolitieke situatie. De hedendaagse hegemoniale macht, de Verenigde Staten, bevindt zich volgens hem in de vierde en laatste fase, waarbij het wereldsysteem fragmenteert met binnenlands verval en buitenlandse conflicten tot gevolg.
Het is belangrijk om politiek-wetenschappelijke verklaringsmodellen als die van George Modelski te nuanceren
Zo’n kader om de wereld te begrijpen is zeker boeiend en leerzaam. Toch is het belangrijk om dit soort politiek-wetenschappelijke verklaringsmodellen te nuanceren. Ze reduceren geschiedenis tot gevolg van realpolitik en de mensheid tot passieve actor van een groter deterministisch geheel. Determinisme is verklaringen zoeken in een essentie of beweegreden die dieper ligt, onbewust bijna en buiten onze macht. En hier schorten dit soort theoretische modellen en stroken ze niet met de werkelijkheid. Dat we nu verder gevorderd zijn qua technologie of meer verbonden zijn dan pakweg de Portugezen in de zestiende eeuw heeft volgens dit soort model nagenoeg geen impact en onze opgebouwde collectieve inzichten evenmin.
Westerse blik
Deze veralgemenende ‘holistische’ analyses zijn niet nieuw. Reeds in 1918 kwam Oswald Spengler met zijn befaamde boek genaamd De Ondergang van het Avondland. Hierin ‘biologiseert’ hij geschiedenis. Dit wil zeggen dat hij radicaal uitzoomde om vervolgens vast te stellen dat alle culturen, net zoals een levend organisme, verschillende (levens)fasen doorlopen. Deze veralgemening is dan zoals een birds eye view een manier om te extrapoleren of te voorspellen wat de toekomst gaat brengen. Uiteraard zijn dit soort theorieën leerrijk, maar ze worden heikel indien ze rigide of dogmatisch worden als overtuiging.
De blinde vlek van geopolitieke analyses gebaseerd op economische of grafische modellen is het dogmatische − tot zelfs arrogante − realisme. Iemand als Modelski zag naties niet als ideeën, niet als context in geschiedenis, maar als essentie. Zijn theorie is dus per definitie een nationalistische en westerse lezing van tijd en ruimte. Alsof kapitaal, zij het economisch of menselijk, binnen grenzen blijft of alsof er zoiets bestaat als een statische of homogene volksaard.
De meeste verandering en vooruitgang ontstaat net uit frictie en interactie. Ideeën die de wereld gevormd hebben kwamen tot uitwisseling op boten tussen wat de Nieuwe en Oude Wereld werd genoemd of over land tussen Oost en West. Denk maar aan het belang van de zijderoutes of van maritieme handelswegen tussen kolonies en hun metropool. We mogen geschiedenis of politiek niet vernauwen tot een nationaal en isolationistisch gegeven en niet vervallen in deterministische denkkaders want dan is oorlog een zekere uitkomst.
Grote theorieën, kleine daden
Een andere variant van dit soort analyses kwam van historicus Fernand Braudel van de Franse Annales school. Braudel bedacht het concept ‘longue durée’ in 1949. Hierbij werd er voorbij typische gebeurtenissen en grote figuren gekeken als verklaringen voor verandering, maar naar geografie, economie, demografie en mentaliteit om zo een breder of totaler beeld te scheppen. De kracht van deze soort historiografie is dat het kijkt voorbij kaders, voorbij theorie en voorbij het eigen paradigma. Ze relativeert grenzen in plaats van ze te essentialiseren. Geïnspireerd door Braudel kwam socioloog Immanuel Wallerstein een generatie later met de wereld-systeemtheorie. In tegenstelling tot Spengler die cultuur ‘biologiseerde’, of Modelski die nationale politiek prioritiseerde, ging Wallerstein als marxist cultuur ‘economiseren’.
De meeste verandering en vooruitgang ontstaat uit frictie en interactie
Het economiseren van cultuur betekent dat de loop van de geschiedenis bepaald wordt door een economische dynamiek waarbij cultuur grotendeels het functioneren van het kapitalistisch systeem faciliteert. Dit soort universalistische modellen kunnen een zeker ongemak en scepsis aanwakkeren, aangezien ze aantonen dat wat ons aangeleerd en voorgeschoteld wordt onze belangen allesbehalve behartigt. Het bestaan van cyclische macro-sociologische processen als deterministische structuur kan collectieve demotivatie in de hand werken. Je zou je voor minder nietig beginnen voelen in the grand scheme of things.
Het universele perspectief mag je doen onthaasten, het grotere plaatje doen zien en jezelf doen relativeren, maar mag je niet onverschillig achterlaten of onmachtig doen voelen. Dit zou het tegenovergestelde van empowerment zijn. Wallersteins theorie draagt net de potentie in zich om de lokale strijd te verbinden met de internationale.
Reactionair realisme tiert welig
Dat het reductionistisch realisme zoals in de analyse van Modelski terug naar de oppervlakte drijven in (geo)politieke analyses is beangstigend. Ze bestendigen een nationalistische en eurocentrische kijk op de wereld en populariseren op hun beurt ‘nieuw rechtse’ ideeën. Op Youtube circuleren wel meerdere van deze simpele langetermijnverklaringen en dogmatische visies op geschiedenis. Typerend hiervoor is dat ze ideologie en solidariteit ontberen. Alles wordt verklaard aan de hand van de Nietzscheaanse wil tot macht. Voor realisten is dit de enige drijvende kracht van geschiedenis.
Dit ligt in lijn met het hyperrealisme dat politicoloog David Criekemans voorstaat in zijn gelijknamig boek. Daarin pleit hij ervoor terug te gaan naar de essentie, die volgens hem gekenmerkt wordt door economische groei, focus op technologische capaciteiten en de proliferatie van wapens. Deze essentie van macht volgt uit de klassieke realistische visie op geopolitiek. Binnen deze leer heerst er in het internationale toneel een soort anarchie of wet van de sterkste. Competitie tussen landen of invloedssferen is dan datgene dat leidt tot macht(sbalans). Van internationale solidariteit is er geen sprake.
Op twee paarden wedden
Vrede eindigt door een gebrek aan loyaliteit aan de mensheid. Schaamteloze machthebbers zonder compassie die hun loyaliteit ten aanzien van de aarde en haar bewoners verloochenen zijn het probleem, niet de gehele bevolking van een bepaalde regio, zij het nu de Verenigde Staten of Rusland. Oorlog is enkel maar mogelijk door processen van ontmenselijking die volgen uit rigide overtuigingen. Er wordt blind conformisme geëist aan nationale belangen. Nationale belangen die in feite een verdeel-en-heers-strategie zijn van een transnationale elite.
Schaamteloze machthebbers die hun loyaliteit ten aanzien van de aarde en haar bewoners verloochenen zijn het probleem, niet de gehele bevolking van een bepaalde regio
Het nationalistische (hyper)realisme verzwijgt doelbewust dat deze elites geen loyaliteit kennen ten aanzien van een specifieke natiestaat en/of haar burgers. Elites hebben historisch gezien, van de Medici’s tot de Rothschilds ten tijde van de Renaissance of Napoleontische oorlogen, beide kanten bespeeld. Ze verworven net meer macht door achter de schermen te teren op chaos. In tijden van wapenwedloop tussen staten zijn transnationale machthebbers de lachende derde. Kapitaalstromen en macht overstijgen grenzen, dat toonde Wallerstein duidelijk aan. Nationalistisch-realistische analyses zijn dus allesbehalve realistisch in een globalistische wereld. Het doel van dit soort analyses is om klasse-ongelijkheid binnen landen te doen negeren, internationale solidariteit los te laten en solidariteit tussen de transnationale klasse te vergeten.
Hernieuwd idealisme
Zonder ideologie ben je verloren. In deze tijd van politiek cynisme past het adagium van de filosoof Georg Hegel “als geschiedenis ons iets leert, dan is het dat we niets leren”. Zij die cyclisch kijken naar tijd, zien dat de context verandert, maar de essentie niet. Terwijl zij die lineair kijken naar tijd, de materiële context vaak als essentie zien. De essentie is dat de mens in al zijn complexiteit naar het goede beweegt, maar dan moet ‘het goede’ wel op tafel liggen als alternatief. Dit vergt een hernieuwde idealisme of ‘herideologisering’ van politiek, wat historicus Rutger Bregman betoogt in zijn Reith Lectures Moral Revolution en oud-premier Guy Verhofstadt in zijn laatste boek De burger in Opstand.
My two cents: val niet voor de pseudo-wetenschappelijke, ahistorische en ‘koude’ geopolitieke zelfverklaarde ‘realistische analyses’ die zowel online als onder diplomaten en politici rondgaan. Ze wissen de cruciale rol van de werkende klasse in verandering, de kracht van internationale solidariteit alsook het belang van de gewone mens met zijn/haar organische positieve ideeën en acties. Op die manier dienen ze als strategie om je verweesd, cynisch en vatbaar achter te laten voor verhalen die niet de onze zijn.