Twitter biedt de mogelijkheid peilingen te houden waarbij kan worden gekozen uit maximaal vier opties. Hoewel de meeste mensen beseffen dat zulke peilingen wetenschappelijk weinig voorstellen, duiken ze toch geregeld op, over onderwerpen die variëren van luchtig en onbeduidend tot academisch en serieus. Eén zo'n peiling, onlangs gepost door de populaire schrijver en blogger Tim Urban – bood slechts twee opties om een simpele vraag te beantwoorden. En dat veroorzaakte prompt flink wat beroering. Is dat niet vreemd?
Meer dan een puzzel
“Iedereen in de hele wereld moet in het geheim stemmen door of een rode, of een blauwe knop in te drukken. Als meer dan de helft van de kiezers op de blauwe knop drukt, overleeft iedereen. Als minder dan de helft op de blauwe knop drukt, overleven enkel zij die op de rode knop drukten. Op welke knop zou jij drukken?”
Op het eerste gezicht lijkt het een variant op de Keynesiaanse schoonheidswedstrijd, voor het eerst geformuleerd door econoom John Maynard Keynes als metafoor voor besluitvorming in de aandelenmarkt. Hij wilde illustreren hoe beslissingen soms niet gaan over wat wij het juiste antwoord vinden, maar over wat anderen kiezen. Als het niet je doel is de kandidaat te kiezen die jij het mooist vindt, maar de kandidaat van wie je denkt dat anderen die zullen kiezen, moet je een model vormen van hoe anderen denken. Deze peiling verhief dat echter tot een letterlijk leven-of-dood-dilemma: de wedstrijd tussen twee kandidaten – Blauw en Rood – was er een waarbij je sterft als je Blauw hebt gekozen en de meerderheid voor Rood gaat; als je Rood hebt gekozen, leef je, maar draag je bij aan de dood van degenen die Blauw kozen. Als de meerderheid voor Blauw kiest, overleeft iedereen (al is dat niet aan jou te danken als je Rood hebt gestemd!).
Het is duidelijk dat als iedereen op dezelfde knop drukt, iedereen het overleeft. Maar wie de blauwe knop indrukt, loopt het risico dat minder dan de helft van de anderen hetzelfde doet – en die sterft dan. Om te bepalen wat de rationele keuze is, moet je overigens niet alleen voorspellen hoe anderen zullen stemmen, maar ook definiëren wat ‘rationeel’ precies betekent: gaat het je alleen om de uitkomst voor jezelf, of ook om de uitkomst voor iedereen? Als je de blauwe stemmers wilt beschermen, helpt het zeker er zelf een te zijn – maar alleen als genoeg anderen dat ook doen. Ben je bereid dat risico te nemen? Zo niet, dan breng je iedereen in gevaar die toch de voorkeur geeft aan blauw – en voila, je zit middenin een recursieve cognitieve val.
Econoom John Maynard Keynes wilde illustreren hoe beslissingen soms niet gaan over wat wij het juiste antwoord vinden, maar over wat anderen kiezen
Veel hangt evenwel af van de formulering. Verschillende commentatoren merkten op dat andere omschrijvingen van het probleem (bijvoorbeeld: iedereen kan beslissen of hij al dan niet een reusachtige keukenmixer instapt; en als de keuzes zijn gemaakt, wordt die geactiveerd als minder dan de helft daarvoor heeft gekozen) de denkwijze van mensen waarschijnlijk zouden beïnvloeden – met name de bereidheid om degenen te redden die de riskante keuze maakten. Dit wijst erop dat de specifieke bewoordingen van het dilemma veel werk verrichten: als dezelfde logica tot verschillende intuïties leidt, afhankelijk van hoe ze wordt verpakt, zegt dat ons dat onze intuïties nooit echt over de logica gingen.
Ondanks deze gelaagde complexiteit, en de manier waarop verschillende frames het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden, leveren meerdere versies van de peiling opvallend consistente resultaten op. In de oorspronkelijke peiling (bedacht door een twaalfjarige jongen in 2023) koos 65% van de 70.000 deelnemers voor blauw; in de huidige versie deed 58% van de 100.000 deelnemers hetzelfde, en in een herhaling door YouTuber Mr Beast namen 300.000 mensen deel, van wie 56% voor blauw koos. Statistisch gezien maakt geen enkele individuele stem enig verschil (net als bij andere peilingen), maar voor rood stemmen maakt in feite helemaal geen verschil, ongeacht de uitkomst, terwijl voor blauw stemmen je dood tot gevolg kan hebben. En toch kiest ruim meer dan de helft voor blauw. Dit resultaat laat zich niet verklaren door redeneren alleen, en ook de speltheorie lost het niet op – beide uitkomsten zijn immers een speltheoretisch equilibrium.
Niet redeneren, maar weten
We kunnen ons zelfs afvragen of redeneren hier eigenlijk wel een rol heeft gespeeld. De reacties vertoonden in ieder geval uitgesproken, ondubbelzinnige overtuigingen aan beide kanten, terwijl bewuste redenering typisch toch tot meer nuance zou leiden. We zijn van nature zuinig op onze cognitieve inspanningen, en als we redeneren (een metabolisch dure activiteit) kunnen vermijden, grijpen we algauw naar een kortere weg – en een effectieve optie hier is om terug te vallen op eerder gevormde overtuigingen wanneer we beslissingen moeten nemen – bij voorkeur morele overtuigingen, omdat die als onaantastbaar worden beschouwd. En zo gingen mensen er niet alleen van uit dat anderen hun mening zouden delen, ze vonden ook dat die dat moesten doen. De felheid van sommige reacties liet weinig aan de verbeelding over: blauwe stemmers zagen zichzelf als humaan, altruïstisch en vriendelijk, en hun tegenstanders als “zelfzuchtige monsters” en “lafaards”; rode-knop-drukkers waren in hun eigen ogen slim en rationeel, en zagen de blauwe stemmers als domme en naïeve virtue signallers die hun deugdzaamheid uitbazuinen.
Zo’n aanvankelijke impulsieve reactie verhindert trouwens niet dat de keuze achteraf wordt ondersteund met (gemotiveerd) redeneren. Vanzelfsprekend geven de harteloze rode stemmers niets om kinderen, kwetsbare mensen of mensen die in de war zijn of een verkeerde keuze maken. En mocht blauw de drempel van 50% niet halen, “weet je wat, dan wil ik toch niet leven in een hel bevolkt door zelfzuchtige klootzakken”. En zo laat de splitsing zich netjes projecteren op twee tegengestelde wereldbeelden, gescheiden door de breuklijn tussen individualisme en collectivisme. Vanuit het perspectief van Blauw zijn de Roden zelfzuchtige hyper-individualisten die individuele vrijheid boven alles stellen, terwijl de Roden de Blauwen zien als collectivistische normdictators, die de vrijheid willen inperken van iedereen niet bereid is zich volledig naar hun perspectief te schikken.
De splitsing laat zich netjes projecteren op twee tegengestelde wereldbeelden, gescheiden door de breuklijn tussen individualisme en collectivisme
Maar voor mij was de boeiendste ervaring misschien wel hoe ik zelf twijfelde over welke knop ik moest indrukken, ook al zou niemand zien wat ik koos, en was mijn stem, in de geest van het gedachte-experiment, geheim. Het was me meteen duidelijk dat de rode knop niet alleen de veilige optie was, maar ook de enige rationele (want zonder risico voor de kiezer). Maar ik merkte dat Adam Smiths ‘onpartijdige toeschouwer’ op mijn schouder zat mee te luisteren naar mijn innerlijke dialoog. De rode knop voelde volkomen rationeel … totdat ik besefte dat ‘rationeel’ een cruciale aanname met zich meedroeg: dat was de optie die de meeste anderen ook zouden kiezen – wat betekende dat ik, door haar te kiezen, geen probleem zou hebben met de dood van alle blauwe stemmers. Was ik werkelijk het soort mens dat geen bal gaf om hen? Moest ik dan ook op de blauwe knop drukken, en het risico lopen zelf te sterven? Terwijl ik meer en meer verstrikt raakte in de cognitieve val, trok de onpartijdige toeschouwer een wenkbrauw op.
Wijsheid of lafheid?
Tim Urban postte zijn eigen worsteling met de vraag wat te doen, en die weerspiegelde bijna helemaal mijn eigen ervaring. Zijn laatste zin vatte de uiteindelijke essentie samen van veel van de keuzes die we maken: “Het dier waarin ik leef, heeft al lang het besluit genomen.” Vaak hebben we onze beslissing inderdaad al genomen lang voordat enige redenering op gang komt – die komt later, als pleitbezorger van ons besluit, om het een zweem van respectabiliteit te geven. Ergens diep vanbinnen weten we de meeste tijd gewoon wat Juist is – met hoofdletter J – en we buigen en plooien alles om dat te staven. Dat is ook waarom we ons zo verloren voelen, in een fysiek pijnlijke klem, wanneer we het echt niet weten – wanneer we werkelijk niet kunnen achterhalen wat het Juiste is om te doen.
Is deze peiling dan niet het oppervlakkige touwtrekken tussen individualistische egoïst en collectivistische altruïst, maar tussen pragmatisme en principe? Aanvankelijk dacht ik van wel. Maar hoewel de blauwe stemmers hun stem ogenschijnlijk onvoorwaardelijk uitbrengen – zouden ze dat ook doen als de drempel niet 50% was, maar 75%, of 90%? Hoe kleiner de kans dat de drempel wordt gehaald, des te meer mensen uiteindelijk toch voor rood zouden kiezen, denk ik. Zou dat dan een wijze keuze zijn, of een laffe?
Dat is aan anderen om te beoordelen. Voor ons het zou de keuze zijn waarvan we weten dat het de Juiste is. Geen publiek om een signaal naar te sturen. Alleen wij, en onze onpartijdige toeschouwer. Is dat niet vreemd?