Nu de ondergrens uit het klimaatakkoord van Parijs zo goed als overschreden is, verschuift de maatschappelijke aandacht naar nieuwe vormen van klimaatbeleid, zoals geo-engineering. Het idee is om met technologie de opwarming die de mens met de overmatige uitstoot van broeikasgassen heeft veroorzaakt, om te draaien door te interveniëren in het klimaatsysteem zelf. Het antwoord op de dramatische verstoringen van het klimaat, lijkt dus nog meer menselijk ingrijpen. Het is een fenomeen van onze tijd: techno-optimisme, ofwel technologische oplossingen die ervoor moeten zorgen dat wij op dezelfde schaal kunnen blijven consumeren, én tegelijk klimaatverandering terugdringen.
Het antwoord op de dramatische verstoringen van het klimaat, lijkt nog meer menselijk ingrijpen
Zonnestralingsbeheer of klimaatmodificatie is een vorm van geo-engineering die tot doel heeft de aarde af te koelen door zonlicht terug de ruimte in te reflecteren. In de Verenigde Staten experimenteren twee start-upbedrijven met het verspreiden van reflecterende deeltjes in de atmosfeer. Making Sunsets begon in 2022 met het oplaten van ballonnen gevuld met zwaveldioxide boven Mexico en de VS. Als gevolg daarvan vaardigde de Mexicaanse regering een verbod uit op klimaatmodificatie boven haar grondgebied. Het bedrijf zegt op zijn website dat het tot nu toe een tweehonderdtal ballonnen heeft opgelaten en deze aan bedrijven heeft verkocht als ‘cooling credits’.
Het Amerikaans-Israëlische Stardust Solutions pakt het anders aan: het bedrijf wil vliegtuigen de stratosfeer insturen om de reflecterende deeltjes te verspreiden. Het bedrijf beweert dat de gepatenteerde (en vooralsnog geheime) deeltjes alle broeikasgassen zouden kunnen neutraliseren die de wereld de afgelopen 150 jaar heeft uitgestoten. In 2025 haalde het bedrijf 60 miljoen dollar aan durfkapitaal op, waarmee het sinds april 2026 de eerste testen met onbekend reflecterend materiaal is begonnen. Het bedrijf verwacht binnen het decennium over te gaan tot een wereldwijde implementatie op volledige schaal en met het oog daarop is het al begonnen te lobbyen in Washington.
Temperatuur mondiaal manipuleren
Voorstanders beweren dat zulke testen noodzakelijk zijn in de zoektocht naar een oplossing voor klimaatverandering. Opvallend is dat veel voorstanders uit de private sector komen. Geo-engineering lijkt vooral winstbejag en vermogensopbouw te faciliteren, terwijl grote vervuilers hun uitstoot kunnen blijven voortzetten. Geo-engineering belichaamt de fantasie van een ‘technological fix’, die de klimaatcrisis omzet in een politieke en economische kans door de gevolgen ervan te verplaatsen en te verhullen, zonder het onderliggende probleem van CO2-uitstoot te verhelpen.
Tegenstanders zijn kritisch over het idee dat een bedrijf de mondiale temperatuur zou manipuleren. Sommige experts verzetten zich zelfs tegen de verdere ontwikkeling van deze technologieën. In een open brief spraken verschillende landen, evenals 600 academici en bijna 2.000 maatschappelijke organisaties, zich uit tegen het gebruik van zonne-geo-engineering.
Dergelijke ingrepen in het klimaatsysteem kunnen namelijk leiden tot verstoring van weerpatronen, aantasting van ecosystemen en verlies aan biodiversiteit. Dat zal voedsel- en wateronzekerheid veroorzaken, met name voor gemeenschappen die afhankelijk zijn van natuurlijke grondstoffen. Bovendien creëert deze technologie een eeuwigdurende afhankelijkheid: het abrupt stopzetten ervan zou een plotselinge temperatuurstijging veroorzaken met potentieel verwoestende gevolgen voor ecosystemen en voedselproductie, in het bijzonder in kwetsbare regio’s van het Globale Zuiden. Doordat de gevolgen van klimaatmodificatie geografisch ongelijk verdeeld zouden zijn, zouden ze structurele ongelijkheden versterken en klimaatonrechtvaardigheid vergroten.
Ingrepen als geo-engineering kunnen geopolitieke spanningen aanwakkeren, zeker door het mogelijke militaire gebruik van deze technologieën
Bovendien kunnen dergelijke ingrepen geopolitieke spanningen aanwakkeren, zeker door het mogelijke militaire gebruik van deze technologieën. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de beschuldigingen van Iran dat de VS droogte zou veroorzaken via weersbeïnvloeding. Het vijandige gebruik van klimaattechnologieën is verboden onder het internationale recht. De banden van Stardust Solutions zijn daarom verontrustend omdat het financiële steun krijgt van AWZ Ventures, dat nauwe banden heeft met Israëlische veiligheidsdiensten. Bovendien blijkt uit eerdere rapporten dat Israël de intentie heeft om te experimenteren met weersbeïnvloeding boven Gaza.
Het grootschalig inzetten van klimaatmodificatie roept dus fundamentele vragen op over welke regels gelden en de verantwoordelijkheid voor grensoverschrijdende gevolgen van ingrepen in het klimaatsysteem: in hoeverre zijn staten gehouden om dergelijke activiteiten te reguleren en te voorkomen dat er negatieve gevolgen plaatsvinden in andere landen?
Geen specifiek internationaal kader
Momenteel is er nog geen specifiek internationaal kader dat geo-engineering reguleert. Aangezien deze technologieën echter het potentieel hebben om een ingrijpende en langdurige impact te hebben op het milieu en mensenrechten, bieden de mensenrechtenverdragen een leidraad.
Zo vormt de uitstoot van broeikasgassen al langer het onderwerp van strategische klimaatlitigatie. Om een ambitieus klimaatbeleid af te dwingen, voeren burgers rechtszaken tegen overheden met het argument dat milieuschade hun mensenrechten schendt. In een Europese context baseren zij zich hiervoor op het recht op privéleven. In 2024 erkende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat het recht op privéleven een recht inhoudt op bescherming tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering voor gezondheid en welzijn.
Deze benadering sluit aan bij de erkenning van het recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu door de VN en het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Dat recht hangt nauw samen met andere basisrechten, zoals het recht op leven, water, voedsel en gezondheid: zonder gezonde leefomgeving kunnen die rechten niet worden gegarandeerd. Volgens het Internationaal Gerechtshof zijn staten verplicht het klimaat te beschermen en te voorkomen dat acties onder hun rechtsmacht schade veroorzaken in andere staten. Landen die daartoe onvoldoende maatregelen nemen, schenden daarmee het internationaal recht.
Traditioneel worden mensenrechten territoriaal geïnterpreteerd, waarbij staten enkel verplichtingen hebben ten aanzien van personen binnen hun grondgebied. Deze benadering staat echter steeds meer onder druk in het licht van grensoverschrijdende problemen zoals klimaatverandering. Meer dan twee decennia geleden begonnen mensenrechtenexperts zich te verzetten tegen de dominante territoriale interpretatie van mensenrechten, vanwege de grote lacunes in bescherming die dit met zich meebrengt.
De territoriale benadering van mensenrechten staat steeds meer onder druk in het licht van grensoverschrijdende problemen zoals klimaatverandering
Binnen de VN wordt steeds vaker erkend dat mensenrechten ook een extraterritoriale dimensie hebben. Staten moeten bijgevolg voorkomen dat activiteiten waarvoor zij verantwoordelijk zijn milieuschade en mensenrechtenschendingen veroorzaken in andere landen.
Naar analogie kan eenzelfde redenering worden toegepast op geo-engineering. Extraterritoriale verplichtingen bieden een belangrijk aanknopingspunt om deze technologieën juridisch te kaderen: staten zouden dan verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de grensoverschrijdende schade die voortvloeit uit interventies in het klimaatsysteem.
Tegelijkertijd blijft de juridische erkenning van extraterritoriale verplichtingen controversieel. Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben staten geen extraterritoriale rechtsmacht met betrekking tot klimaatgevolgen. Dit creëert een spanningsveld met andere systemen, zoals dat van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens en de Verenigde Naties, waar extraterritoriale verplichtingen wél worden erkend in het kader van het recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu. Dit verschil in benadering weerspiegelt een terugkerende wanverhouding, waarbij extraterritoriale benaderingen vooral vanuit het Globale Zuiden worden ontwikkeld, terwijl het Globale Noorden, waar de grootste vervuilers gevestigd zijn, zich hiertegen verzet.
Vanwege de potentieel onomkeerbare gevolgen voor ons klimaatsysteem is geo-engineering onverzoenbaar met mensenrechten. In een scenario waarin deze technologieën toch worden toegepast, is een duidelijk en afdwingbaar regelgevend kader, gebaseerd op extraterritoriale verplichtingen, onmisbaar. Het naderende tijdperk van geo-engineering en de toenemende grensoverschrijdende schade als gevolg van de ecologische crisis, maakt het dan ook des te urgenter om deze verplichtingen verder te verankeren in het internationaal recht.