Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

We leven in groepen waar we ons niet van bewust zijn

door Koen Smets
Groepsfoto van elf deftig geklede volwassenen en drie kinderen in de negentiende eeuw.
(Foto: anyjazz65 CC BY ND 2.0 (Flickr))

Toen ik onlangs onder de douche stond, was net de sport aan de beurt in het radionieuws. Een club uit de Engelse Premier League had blijkbaar een cruciale wedstrijd met 1-0 gewonnen. Ik ben geen grote voetbalfan en kan me de club noch de doelpuntenmaker herinneren, maar ik herkende wel zijn naam als die van een van de Belgische spelers in die competitie. En heel even voelde ik een klein moment van onwillekeurige vreugde vanbinnen. Is dat niet vreemd?

Wanneer een lid van onze ingroep in een positief daglicht wordt gesteld, koesteren we hun glorie mee 

Misschien niet. Hij en ik zijn allebei lid van de groep van alle Belgen. En wanneer een medelid van onze ingroep in een positief daglicht wordt gesteld, hebben we de neiging hun glorie mee te koesteren: ook al hebben we er zelf niet de minste verdienste aan, toch voelen we iets van trots. Ik zou hetzelfde kunnen voelen als een collega wordt geprezen of iets buitengewoons presteert — of een familielid, misschien zelfs iemand met dezelfde hobby, of die in mijn straat woont. Toch is iets gemeenschappelijks hebben niet genoeg: een Zwitserse of Letse voetballer is, net als ik, Europeaan, of een Nederlandse voetballer heeft misschien dezelfde voornaam als ik, maar hun prestaties, hoe bewonderenswaardig ook, laten mijn groepsgevoel koud. Sommige groepen wel, andere niet. Is dát niet vreemd?

Groepen in onze genen

Groepen zijn een centraal begrip voor mensen: bij onze voorouders groeide de tendens om stammen te vormen uit tot een evolutionaire aanpassing die hen succesvoller maakte in het verwerven en vrijwaren van essentiële hulpbronnen, en in het trotseren van tegenspoed. Dat instinct dragen we nog steeds met ons mee — en niet eens als tweede natuur. Onze neiging om een breed scala aan groepsidentiteiten te omarmen, is onze eerste natuur.

Vier uitbundige fans van de Rode Duivels vieren op café.
Niet echt mijn ding, maar toch dat kortstondig vreugdegevoel wanneer ze winnen. (Foto: hoeilander.be CC BY NC SA 2.0 (Flickr) )

Het welslagen van de stammen van onze verre voorouders bij het verbeteren van hun overlevings- en voortplantingskansen vloeide voort uit samenwerking, die op haar beurt werd mogelijk gemaakt door vertrouwen en loyaliteit — twee essentiële kenmerken van succesvolle groepen, ook nu nog. Hoe sterker de verbondenheid die we met een groep voelen, des te meer we bereid zullen zijn om loyaal te zijn aan de andere leden, en zowel betrouwbaar als vertrouwend, zoals verwacht van een solide samenwerkingspartner. Die verwantschap kan voortkomen uit iets gemeenschappelijks, zoals een gedeeld doel (overleven en welzijn bij het begin van de menselijke stamboom, maar vandaag ook supporteren voor een sportploeg of atleet, zingen in een koor, of vrijwilligerswerk doen voor een goed doel), of uit een gedeelde interesse (modeltreintjes, ambachtelijke streekbieren, of ultraloopwedstrijden). Maar dat volstaat niet: ik eet best graag havermout als ontbijt, maar ik beschouw mezelf op geen enkele zinvolle manier als lid van de havermout-eters, en voel evenmin enige verwantschap met mensen die deze voorkeur delen. 

Zelfs groepen waarbij loyaliteit of vertrouwen niet ter zake doet, kunnen toch sterk gerelateerd zijn aan een aspect van onze identiteit

We moeten ons ook op een of andere manier met een groep identificeren — haar koppelen aan onze identiteit. Zelfs groepen waarbij loyaliteit of vertrouwen niet ter zake doet, kunnen toch sterk gerelateerd zijn aan een aspect van onze identiteit: hoewel ik een landgenoot niet meer vertrouw dan een willekeurige burger van een ander land, identificeer ik me wel als Belg, zou ik die nationaliteit niet zomaar opgeven, en voel ik een momentje van trots bij een landgenoot die goed presteert. Zo’n trigger kan ook negatief zijn: dat een man iets wint, zou mijn gevoel van mannelijkheid niet activeren, maar als mannen als groep zouden worden aangevallen, zou ik me, als lid ervan, toch geviseerd voelen en misschien wel reageren.

Onze identiteit heeft echter vele facetten, en de bijbehorende groepslidmaatschappen zijn veel te talrijk om ze voortdurend in gedachten te houden. Ze liggen sluimerend te wachten tot input en context die overeenkomen met hun unieke patroon van kenmerken en verwantschap ze activeren. Een ingenieur die een Nobelprijs krijgt? Als iemand met dat diploma zou ik wellicht een lichte frisson voelen. Een Belgische ingenieur? Iets meer. Eén die aan mijn eigen alma mater studeerde? Nog wat meer. En iemand die in mijn jaar zat? Dat is nog eens iets! Hoe meer de dimensies overlappen, hoe sterker de trigger.

Het groepsinstinct

Hoe belanden we in al die groepen? Sommige lidmaatschappen zijn ons gegeven, zoals ons geslacht, onze familie, huidskleur of nationaliteit. Andere kiezen we zelf (onze vriendenkring, professionele of hobby-verenigingen, of de sportploegen of artiesten die we volgen) of verdienen we, als ontvanger van een bepaalde onderscheiding (werknemer van de maand), of door een prestatie (een ultramarathon uitlopen, een bestseller publiceren).

Maar groepen kunnen zelfs razendsnel ontstaan — op basis van de meest flinterdunne definities — en toch een even krachtig gevoel van sociale identiteit en bijbehorende verwantschap opwekken als bestaande identiteiten. Psycholoog Henri Tajfel was de eerste die experimenteerde met wat hij ‘minimale groepen’ noemde: ad-hocgroepen op basis van een triviale keuze. Onderscheiden door niets meer dan een voorkeur voor het ene of het andere schilderij, of de vraag of een hotdog al dan niet een broodje is, worden zulke groepen meteen zeer competitief en op eigenbelang gericht. Het zijn overigens geen loutere laboratoriumfenomenen — stel je een groep gefrustreerde vliegtuigpassagiers voor wanneer er geen informatie komt over de vertraging van hun vlucht, of denk terug aan hoe buurten tijdens de pandemische lockdowns samensmolten. Het gevoel van allemaal in hetzelfde schuitje te zitten activeert meteen de kracht van een collectieve identiteit, en daarmee een gevoel van vertrouwen en loyaliteit aan onze mede-groepsleden, en mogelijk zelfs het ontdekken van een gemeenschappelijk doel of een gemeenschappelijke vijand. De snelheid waarmee zulke groepen zich vormen, toont aan hoe diep dit instinct zit.

Sommige groepslidmaatschappen zijn ons gegeven, zoals ons geslacht, onze familie, huidskleur of nationaliteit. Andere kiezen we zelf

Helaas brengt dat instinct ook potentiële nadelen met zich mee. Hoe dieper onze verwantschap met een groep en hoe sterker ons gevoel van verbondenheid, hoe waarschijnlijker dat ons lidmaatschap ons oordeel kleurt, en leidt tot chauvinisme, vriendjespolitiek en groepsdenken, en aanzienlijke asymmetrieën in tolerantie voor twijfelachtig gedrag, tot zelfs de ontmenselijking van anderen. Want de belangrijkste consequentie van deze neiging om ingroepen te vormen is beslist dat dit onvermijdelijk ook het ontstaan van uitgroepen impliceert: we kunnen lidmaatschap niet definiëren zonder ook automatisch niet-lidmaatschap te bepalen. Terwijl we ons met sommige mensen associëren, distantiëren we ons van anderen, en het is niet zo’n grote stap van hen enkel als anders te beschouwen tot hen als minder dan volledig menselijk te zien— denk maar aan het soort diepe minachting waarmee sommigen hun politieke tegenstanders als ongedierte afschilderen.

De aarde gezien vanuit de ruimte.
Wat als we onszelf konden zien als één bemanning? (Foto: Reid Wiseman / NASA public domain)

Wat ons scheidt is van nature meer in het oog springend dan wat ons verenigt, en die prominente verschillen overschaduwen onze oudste, meest fundamentele groep, die in de loop der tijd vaag is geworden omdat er niets is om haar tegen af te zetten. Astronauten hebben dat van op afstand ervaren en spreken er al over sinds het midden van de vorige eeuw, meest recentelijk Artemis II-bemanningslid Christina Koch, bij de terugkeer van de missie: “De aarde was die reddingsboot … planeet Aarde, jullie zijn een bemanning.”

Vanuit de ruimte is het contrast tussen onze blauwe planeet en de inktzwarte leegte van het heelal direct voelbaar, en de verwantschap van wie dat aanschouwt met elk lid van de hele mensheid kan niet dieper. Het idee is misschien wat broos in de praktijk, maar wat als we allemaal, hier beneden, haar op haar woord geloofden, ons instinct de toelating gaven om de enige ingroep zonder uitgroep te activeren, en één bemanning werden?

LEES OOK
Stan De Spiegelaere 08-10-2026

De Europese Commissie organiseert met nieuwe bedrijfsvorm EU Inc de uitverkoop van de eeuw

Europese vakbonden trokken al vroeg aan de alarmbel.
Ursula von der Leyen in het spreekgestoelte van het Europees Parlement.
Pol Deltour, Dirk Voorhoof 05-10-2026

Kritische berichtgeving over bedrijven is ‘tricky business’

Nog meer misbruik van procedures en SLAPP’s liggen op de loer.
Een hamer voor een rechter in de rechtbank.
Mirre Verhoeven 29-09-2026

‘Fighting autism together’ met stamceltherapie? Autistische personen denken daar anders over

Ouders en zorgaanbieders kunnen leren van autistisch verzet tegen genezing.
Een persoon (niet in beeld) houdt een grote Autistic Pride-vlag vast op een Pride-betoging.