Net als twee jaar geleden, hield een groep van studenten, universitaire medewerkers en activisten al enkele weken gebouwen van de universiteit bezet. Ondanks de belofte van toenmalig rector Rik Van de Walle twee jaar geleden om alle overgebleven banden met problematische Israëlische universiteiten te breken, lopen er namelijk nog altijd verschillende van die projecten. De bezetters van UGent riepen op tot een onmiddellijk beëindiging van die banden.
Een woordvoerder van de studenten liet weten dat de agenten twintig mensen verwond hebben, waarvan er twee naar het ziekenhuis moesten
Ook identiek aan de situatie van twee jaar geleden was de strategie van de activisten: eerst bezetten ze het UFO-gebouw, waarna ze ervoor kozen om de bezetting verder uit te breiden door ook het rectoraat in te nemen. De activisten hingen affiches op en brachten graffiti aan op de muren. Ondanks het vandalisme bleven ze geweldloos.
De politie bleef dat niet. De activisten werden hardhandig verwijderd, maar het meest gewelddadig bleken de agenten ten opzichte van een groep sympathisanten die zich buiten het rectoraat verzamelden om de activisten te steunen. Zij werden met schilden, matrakken en heel wat geschop teruggedrongen. Tijdens het harde optreden van de politie scandeerden de studenten: “We are peaceful, what are you?”.
Een woordvoerder van de studenten liet weten dat de agenten twintig mensen verwond hebben, waarvan er twee naar het ziekenhuis moesten. Een iemand werd een lange periode op de grond gehouden met een been tegen hun keel, een andere persoon werd op de grond geschopt en liep een zware schaafwonde op en nog iemand anders een lichte hersenschudding nadat die herhaaldelijk op het hoofd werd geslagen. Ook bij de agenten liepen twee mensen verwondingen op.
In theorie staat het universiteitsbestuur achter de studenten, maar toch zijn er maar weinig verschillen tussen het politieoptreden onder het toezicht van rector Petra De Sutter en het politieoptreden twee jaar geleden onder Rik Van de Walle.
De Palestijnse strijd is een democratische strijd: niet alleen omdat het in zijn kern probeert een halt toe te roepen aan de bezetting, segregatie en uitroeiing van de Palestijnen in hun eigen land, maar ook omdat het in ons eigen land toont welke instellingen te weinig de mening van het volk representeren. We zien dat wanneer politici de belangen van de Palestijnen niet behartigen. We zien dat wanneer universiteiten weigeren om problematische banden door te knippen. En we zien dat wanneer de politie activisten met geweld behandelen.
Getraind op geweld
Geweld maakt altijd intrinsiek deel uit van politiewerk, maar al enkele jaren krijgt het een steeds prominentere plaats binnen de lokale politiediensten. Dat blijkt ook uit steeds meer gevallen die de nationale media halen: van een man met een psychose die wordt doodgeschoten tot verschillende kinderen die worden aangereden door de politie.
Dat stijgend klimaat van geweld is onder meer te danken aan het ontstaan van verschillende lokale eliteteams. Sinds 1998 heeft België zowel een federale als een lokale politie. Beiden hebben een duidelijk afgebakend takenpakket om nieuwe politie-oorlogen, zoals die uit de tweede helft van de twintigste eeuw, te voorkomen.
Het bestrijden van zware misdaden is een taak van de federale politie. In de praktijk ligt dat echter moeilijk. De laatste jaren lijdt de federale politie onder zware besparingen, terwijl sommige lokale korpsen zwemmen in het geld. Het gebeurt dan ook vaak dat de federale eenheden niet inspringen wanneer de lokale politie dat vraagt, omdat ze een gebrek aan middelen hebben of omdat de misdaad niet ‘zwaar’ genoeg is.
Steeds meer kleine misdrijven komen vast te zitten in het net van politionele controle
Sinds de eeuwwisseling experimenteren lokale korpsen daarom met het oprichten van eliteteams. Het idee is dat die eenheden inspringen in situaties die te zwaar zijn voor de normale eenheden, maar niet zwaar genoeg om de federale politie in te schakelen.
Geweld maakt een essentieel deel uit van het takenpakket van die eliteteams. Zij krijgen een op het leger gebaseerde opleiding en maken gebruik van zware wapens, zoals stroomstootwapens en rubberen kogels. De politie verwijst naar die wapens als ‘less lethal weapons’, omdat de kans dat mensen bij gebruik sterven kleiner is dan bij conventionele wapens.
Het is een wrede ironie dat veel van die middelen afkomstig zijn van Israëlische bedrijven. Of het nu gaat om e-scooters, gezichtsherkenningssoftware of apparatuur om gsm’s te bespioneren. Israël is een globale marktleider als het aankomt op de ontwikkeling van nieuwe wapens en surveillance-apparatuur. Vaak worden die getest op Palestijnen en draagt de opbrengst bij aan de Israëlische bezetting van Palestina.
Theoretisch is het idee achter de speciale politie-eenheden logisch: om zo efficiënt mogelijk op geweld te reageren is er nood aan een eenheid die zich enkel met geweld bezighoudt. Het is daardoor heel belangrijk dat de eliteteams enkel optreden wanneer geweld noodzakelijk is. Dat is vaak niet het geval.
Een eliteteam is een dure investering voor een politiezone en zware misdaad is – ondanks wat sommigen op basis van angstzaaierij zouden geloven – niet zó courant in België. Het gevolg is een systematische uitholling van het takenpakket van de politionele elite. Steeds meer kleine misdrijven komen vast te zitten in het net van politionele controle.
Vorig jaar deed ik voor Apache onderzoek naar het optreden van COPS, het elite-team van Politie Gent. Er zijn gegevens beschikbaar over COPS-interventies voor 2014, 2019 en 2020. Ze deden toen respectievelijk 6.083, 4.324 en 3.161 interventies. De cijfers tonen dat COPS meermaals per dag wordt ingezet, maar er is slechts beperkte transparantie over de aard van de meeste interventies en de manier waarop ze worden geactiveerd. Steeds vaker worden ze ook ingezet tegen activisten.
Activisten viseren
Bij de twee universiteitsbezettingen werden activisten twaalf uur lang bestuurlijk aangehouden voor het verstoren van de openbare orde
De COPS-unit van de Gentse politie werd in 2024 ingezet om twee activistische bezettingen te ontruimen: in mei in het rectoraat van UGent en in oktober in de Wondelgemse Meersen. Ook toen kon het politiegeweld op veel kritiek rekenen. Activisten spraken met Apache over agenten die hen in pijnlijke houdgrepen hielden, verbaal uitdaagden en overmatig geweld gebruikten bij hun arrestatie. De interventies leidden tot een escalatie van het conflict.
Dat een eliteteam überhaupt wordt ingezet tegen geweldloze activisten is uitermate bizar. Bij beide bezettingen werden de activisten twaalf uur lang bestuurlijk aangehouden voor het verstoren van de openbare orde. Dat is de maximumperiode dat de politie iemand voor zo’n misdrijf vast mag houden. Alhoewel er in het geval van de UGent-bezetting initieel ook gesproken werd over geweld van een activist tegen een UGent-medewerker volgde er nooit een formele klacht.
Verstoring van de openbare orde is geen zwaar misdrijf. Waarom wordt COPS dan toch ingeschakeld?
De exacte reden is onduidelijk. Ondanks meerdere vragen, weigert politie Gent inzicht te geven in hun redeneerproces. Wel weten we via verschillende bronnen dat de COPS-eenheid 24/7 op de baan is. In groepjes van drie rijden ze rond in Gent en luisteren ze mee met de politieradio. Wanneer zij ervan overtuigd zijn dat hun aanwezigheid een meerwaarde kan bieden, grijpen ze in. Dat is een beetje alsof de brandweer permanent zou rondrijden op zoek naar vuur.
In de praktijk leidt dat ertoe dat de grens tussen activisme en misdaad vervaagt voor deze eenheden. Dat blijkt ook uit hun training. COPS oefent op basis van vaste scenario’s: een terrorist die begint te schieten in een publieke ruimte of die met een auto inrijdt op een massa mensen of een activist die weigert om een locatie te verlaten. Geweld maakt altijd deel uit van de oefening. Het scenario begint rustig en wordt dan opgedreven tot de activist hardhandig in toom gehouden moet worden, vaak door een knie in de nek te leggen.
Dat is uitermate gevaarlijk voor onze democratie. Het recht om te mogen protesteren tegen het beleid van universiteiten, steden en staten is misschien wel dé factor die een democratie zou moeten onderscheiden van meer autoritaire staatsvormen. De taak van de politie is om protesten mogelijk te maken, te begeleiden en waar nodig te de-escaleren. Nu gebeurt het omgekeerde.
Zonder controle
Het politieoptreden aan het rectoraat volgt dus volledig de regels van het COPS-boekje. Er is weinig tot niets veranderd sinds 2024. Toch is het niet mogelijk om te zeggen of COPS betrokken was bij de interventie. Er waren eenheden aanwezig met grijze maskers, die de activisten naar de politiewagens brachten, maar die hebben zich niet als COPS-agenten geïdentificeerd. Op onze vraag of dat het geval was, liet politiewoordvoerder Matto Langeraert weten dat Politie Gent “niet communiceert over de politionele inzet in het kader van acties”.
Ook dat gebrek aan duidelijkheid is jammer genoeg de norm. De laatste jaren is het in België steeds meer zo dat hoe meer geweld een eenheid mag gebruiken, hoe minder transparantie er van hen geëist wordt. Dat is een probleem: als we niet weten waarvoor een eliteteam gebruikt wordt, dan kunnen we als bevolking ook niet oordelen of die eenheid onze rechten wel respecteert.
In de naam van de democratie mogen politiediensten verschillende ondemocratische technieken toepassen
Technisch gezien zou het mogelijk moeten zijn om de politie te controleren. Naast interne kritische analyses en toezichtsorganen zoals Comité P, hebben ook burgemeesters en gemeenteraadsleden het recht om het korps ter verantwoording te roepen. Dat gebeurt zelden tot nooit, maar mocht het gebeuren, mag de korpschef er nog steeds voor kiezen om delen van hun risicoanalyse die persoonlijke informatie bevat te blinderen.
We kunnen ons er sowieso vragen bij stellen hoe effectief het is om agenten pas achteraf te controleren, wanneer we als bevolking geen inzicht krijgen in de factoren op basis waarvan een eliteteam beslist om in te grijpen.
De politie heeft een ongemakkelijke rol binnen onze staatsstructuur: in de naam van de democratie mogen politiediensten verschillende ondemocratische technieken toepassen. Dat is een spanning die je niet makkelijk wegwerkt. In België is het echter duidelijk dat de ondemocratische aspecten van de instelling steeds meer vrij spel krijgen. Op zijn minst zou het binnen een democratie mogelijk moeten zijn om te beoordelen waar het gebruik van geweld gepast is en waar niet. En of we willen dat eliteteams, getraind om te vechten tegen terroristen, gebruikt worden tegen geweldloze activisten, die opkomen voor een vrij Palestina.
Het is aan Stad Gent, burgemeester Mathias De Clercq (Voor Gent) aan kop, om de korpschef ter verantwoording te roepen voor het politiegeweld tegen de UGent-bezetters. Geweld zonder controle is niet democratisch.