Wanneer Donald Trump in februari 2025 opnieuw aankondigde dat Amerika zijn energieproductie zou verdubbelen met zijn ‘drill, baby, drill’ reageerde Europa met de gebruikelijke combinatie van afkeuring en stille paniek. De afkeuring was moreel waar de paniek strategisch was. Weinig media vroegen zich af of dit systeem, en niet Trump maar het systeem dat hij zo ongegeneerd belichaamt, structureel überhaupt wel houdbaar is. Niet enkel omdat het agressief is, maar omdat het niet weet hoe of wanneer het moet ophouden. Dit zien we nog het meest duidelijk weerspiegeld in de hoge leeftijd van onze wereldleiders. Als de wereld op haar kop lijkt te staan, kunnen we misschien beginnen met onze woordenschat om te draaien.
De crisis van het Westen is geen chaos, maar een crisis van te veel orde en controle. Het westerse beschavingsmodel heeft zich vastgezet in één beweging: meer. Meer groei, meer output, meer zekerheid en meer grip. En dit is niet het gevolg van slechte intenties, maar van structureel onvermogen. Het systeem had nooit een rem of bovengrens ingebouwd. Of beter: het heeft ‘de rem’ altijd als vijand van vooruitgang beschouwd. Hierdoor zijn we de pedalen kwijt op een neerwaartse weg. Welkom in The Great Acceleration.
De status quo moet constant versnellen
Economen spreken van een dissipatieve structuur wanneer een systeem meer energie verbruikt dan het kan regenereren. In de thermodynamica is dat een neutrale beschrijving van wat levende systemen doen. Maar er is een verschil tussen een systeem dat energie verbruikt en teruggeeft aan zijn omgeving, en een systeem dat verbrandt wat het niet zelf heeft aangemaakt.
Het kost veel energie om de werkelijkheid te dwingen; om de natuur te verbouwen, markten te sturen, mensen te disciplineren, en onzekerheid weg te managen
Laat-kapitalistisch Amerika doet het tweede. Het onttrekt grondstoffen, arbeid, aandacht, en zelfs de toekomst, zonder de rekening te vereffenen. De schulden worden doorgeschoven naar de planeet, naar volgende generaties, naar de Global South. Dit is wat ik bedoel met de kosten van controle. Het kost veel energie om de werkelijkheid te dwingen; om de natuur te verbouwen, markten te sturen, mensen te disciplineren, en onzekerheid weg te managen. Verder wordt energie steeds schaarser naarmate het systeem zichzelf blijft uitputten.
Het beeld dat ons zou moeten bijblijven is dat van het Paaseiland. De bewoners kapten al hun bomen, niet uit domheid of kortzichtigheid, maar omdat het systeem dat zij hadden gebouwd geen rem of rust kende. Elke kap was rationeel binnen de logica van het systeem. Maar het systeem at zijn eigen fundament op. Toen de laatste boom geveld was, konden de bewoners niet meer vissen op open zee. De ineenstorting was niet het gevolg van chaos maar van te veel orde.
Dat dit geen marginale analyse is, bleek onlangs opnieuw. In juni 2026 publiceerden bijna vierhonderd economen een gezamenlijk manifest in The Guardian met de stelling dat groei als dominante strategie structureel gedoemd is, niet enkel ecologisch, maar ook sociaal en politiek. Het is een zeldzame erkenning van wat levende systemen al eeuwen weten: wie of wat geen bovengrens kent, eet zijn eigen fundament op.
Wat zij chaos noemen
Er zit semantisch geweld in hoe westerse politiek het begrip chaos gebruikt. Chaos is wat er gebeurt als de staat een gebeurtenis niet controleert. Chaos is ongecontroleerde migratie, markten zonder regulering, natuur zonder beheer. Alles bottom-up is chaos, alles top-down is orde.
Maar kijk naar wat die framing uitsluit: het bos dat zichzelf reguleert via honderden jaren van ecologische feedback, de rivier die zijn oevers vindt na de vloed, het lichaam dat ‘s nachts zijn celschade repareert zonder dat wij er iets voor hoeven te doen. Dat is de diepste competentie van levende systemen: het aangeven van grenzen, zelfherstel, cycli en teruggeven aan het geheel.
De commons werden opgeslokt door een model dat alleen orde herkende als het kon tellen, bezitten en sturen
Wat zij chaos noemen is vaak een orde die zij niet kunnen beheersen of sturen. En wat zij orde noemen is een uitputtende en wantrouwende controle. Echte chaos is een cultuur die niet geënt is op natuur. Het is beleid dat denkt in maquettes. Het is politieke economie die mensen beschouwt als entiteiten losgezongen van de natuur, de natuur als externaliteit om te exploiteren, en mensen meer in hun hoofd dan in hun lichaam duwt. Alsof de plannen van het hoofd het regeneratieve tempo van de natuur kunnen forceren.
Het politieke project van de laatste twee eeuwen heeft de eerste soort systematisch vernietigd om de tweede te bouwen. Moerassen werden drooggelegd. Rivieren werden rechtgetrokken. Gemeenschappelijke gronden werden omheind. De commons — de gedeelde, zelfregulerende systemen van dorp, water, bos — werden opgeslokt door een model dat alleen orde herkende als het kon tellen, bezitten en sturen. Geleidelijk verloren woorden betekenis en werden banden met elkaar en met de aarde doorgeknipt. Orde is blijkbaar dat zonder wortel, en chaos is datgene dat wil wortelen.
De stille rekening wordt ooit gepresenteerd
Er is iets merkwaardigs aan de hand in westerse samenlevingen. De angst groeit terwijl de controle toeneemt. Hoe meer algoritmen ons informeren, hoe meer we desinformatie vrezen. Hoe meer we produceren, hoe meer we tekort hebben. Hoe meer we verbonden zijn, hoe eenzamer we worden. Het is alsof de machine van controle een eigen soort onrust genereert. Een rusteloosheid die zich voedt met zijn eigen output.
Byung-Chul Han noemt dit de prestatiemaatschappij: een systeem dat de disciplinaire macht van buitenaf heeft vervangen door de zelfdwang van binnenuit. We zijn niet meer bang voor de baas. We zijn bang voor onszelf. Het is de definitieve verinwendiging van het kapitalisme: de sociale controle is totaal, we moeten altijd ‘aan’ staan en onze beste kant tonen. Zeer efficiënt natuurlijk, want er zijn geen bewakers meer nodig omdat het subject zichzelf reeds bewaakt. Maar het systeem dat ons binnenste koloniseert is des te duurder: de kosten worden zoals bij het kolonialisme niet enkel gedragen door de uitputting van de grondstoffen maar ook door de lichamen van de gekoloniseerden.
Een systeem dat zijn eigen dysregulatie niet voelt, heeft geen prikkel om te stoppen
De reactie op die interne druk is veelzeggend. Wanneer het lichaam of de samenleving dysregulatiesignalen afgeeft, zoals − vermoeidheid, woede, hitte of angst − grijpt het systeem niet naar herstel maar naar compensatie. Koffie, suiker, tabak − de typische koloniale waren − om door te kunnen blijven gaan. Of naar airconditioning om de hitte niet te hoeven voelen. Dit is wat we bypassregulatie kunnen noemen: in plaats van responsief te zijn op het signaal, vervangen we de capaciteit om te reguleren door een extern middel. Het systeem leert niet bij. Integendeel, het verwacht een substantie, prothese of quick fix.
Een systeem dat zijn eigen dysregulatie niet voelt, heeft geen prikkel om te stoppen. En zo bouwt de beschaving aan haar eigen gevoelloosheid, en wordt het minder en minder in staat om de signalen te lezen die haar net zouden kunnen redden. Burn-out is allesbehalve een individueel falen. Het is een structureel symptoom van een beschaving die niet weet hoe ze moet rusten. Historicus Walter Scheidel toonde in zijn boek The Great Leveler aan dat ongelijkheid in menselijke samenlevingen bijna uitsluitend daalt door catastrofe en niet door geleidelijke hervorming. Systemen van controle corrigeren niet, ze blijven accumuleren totdat de spanning ondraaglijk wordt. De kost van controle worden uiteindelijk vereffend door totale ontwrichting.
Van een andere orde
De politiek-economische orde die wij hebben gebouwd heeft een masculiene architectuur. Niet in de zin van mannen versus vrouwen maar in de zin van een principe: lineair, accumulatief, hiërarchisch, extractief. Het systeem streeft naar meer, hoger en verder. Het ziet stilstand als achteruitgang, samenwerking als zwakte en teruggeven als verlies.
Er bestaat uiteraard een alternatief. Eén dat reeds overal aanwezig is: in ecologische systemen, in de logica van herstel en slaap, in de cyclus van seizoenen, in elk levend systeem dat duurzaam functioneert. Het weet wanneer het moet stoppen. Het geeft terug wat het onttrekt. Het accumuleert niet eindeloos maar reguleert via feedback. Het heeft geen centrum dat controleert maar een netwerk dat reageert. De stad niet als centrum maar als rizoom.
Dit is wat eeuwenlang het feminiene principe werd genoemd. Dit is niet uitsluitend een eigenschap van vrouwen, maar een wijze van zijn in de wereld: responsief eerder dan sturend, cyclisch eerder dan lineair, herstellend eerder dan accumulerend. Geen chaos, maar een orde die we niet volledig begrijpen. Het is precies wat het dominante model systematisch uitgebannen heeft, niet uit slechte wil maar omdat het een andere logica is die de accumulerende orde per definitie niet kan bevatten.
Wat rusten politiek betekent
De politieke consequentie is eenvoudig, al is ze moeilijk te vertalen in beleid. Rusten is een daad van verzet. Niet rusten als vakantie die je verdient door hard genoeg te werken, maar rusten als ontologische positie waarbij ik mezelf onttrek aan de logica van eindeloze productie en erken dat er een orde bestaat buiten mijn controle die werkt.
Wat gebeurt er als we de aanname loslaten dat meer, sneller, langer en groter beter is?
Degrowth is hier de meest coherente politieke taal voor. Niet krimp als kramp, maar krimp als teruggeven, als restitutie, als rechtzetting. De vraag is niet hoe we meer kunnen doen met minder, want dat is nog steeds dezelfde productiviteitslogica. De vraag is wat er gebeurt als we de aanname loslaten dat meer, sneller, langer en groter beter is.
Trumps drill-beleid is niet het probleem, maar een laatste stuiptrekking van een stervende orde. Het majeur probleem is dat we de twintigste-eeuwse logica hebben meegenomen in de eenentwintigste eeuw, net omdat het systeem niet vanzelf kan stoppen. Remmen is geen bedreiging maar een noodzaak. De werkbare weg is niet een beter beheer van dezelfde machine. Het is de erkenning dat er een oudere, stillere en competentere manier is om in het leven te staan op lange termijn. Ze wacht niet op ons in de toekomst. Ze is er altijd al geweest.
Over het algemeen ben ik het eens met de ideeën en ik erger er vaak aan dat geen enkel medium de moeite doet om een kritische vraag te stellen als een manager en politicus weer eens bezig is over groei zonder grenzen. Groei is echter niet per definitie slecht.
Bijvoorbeeld: "De commons — de gedeelde, zelfregulerende systemen van dorp, water, bos — werden opgeslokt..." Inderdaad, dat gebeurde in België en elders op grote schaal vanaf ongeveer 1850. Waarom? Omdat er een grote hongersnood was of dreigde en omdat er reusachtige hoeveelheden potentieel goede landbouwgrond op een compleet onefficiënte manier geëxploiteerd werden. Het 'oude' systeem had het probleem anders opgelost: laat de bevolking uitsterven; de sterksten zullen wel overleven en het systeem heropstarten. Was dat beter geweest?
Wat nodig is, is het goede van beide systemen, met hier een beetje (maar op enkele vlakken, bijvoorbeeld oorlogvoering, héél veel) krimp en elders een beetje groei.