In haar gastbijdrage De politieke aanval op het middenveld bedreigt de democratie beschrijft Niko Vandebos, doctoraatsstudent aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, een ontwikkeling die veel verder gaat dan enkele scherpe uitspraken van politici. Kritische organisaties worden voorgesteld als zelfbedienend, verdacht, extremistisch of hinderlijk. Subsidies worden voorwaardelijker en rechterlijke controle dreigt plaats te maken voor politieke beslissingen.
Politieke macht probeert tegenstemmen zelden allemaal tegelijk uit te schakelen. Vaak verloopt het geleidelijker
Een democratie bestaat nooit uitsluitend uit verkiezingen, parlementen en regeringen. Ze heeft plaatsen nodig waar mensen zich organiseren, kennis verzamelen, onrecht benoemen en macht tegenspreken. Vakbonden, ziekenfondsen, milieuverenigingen, mensenrechtenorganisaties en sociaal-culturele bewegingen vervullen daarin een belangrijke rol.
Wat gebeurt er wanneer de aanval zich op één organisatie richt? Wie blijft er dan naast haar staan?
Politieke macht probeert tegenstemmen zelden allemaal tegelijk uit te schakelen. Vaak verloopt het geleidelijker. De ene organisatie wordt redelijk genoemd, de andere radicaal. De ene mag meepraten, de andere moet eerst afstand nemen. De ene behoudt haar subsidies, de andere moet bewijzen dat ze betrouwbaar genoeg is.
Zo ontstaat een middenveld dat voortdurend naar zichzelf kijkt. Ben ik gematigd genoeg? Heb ik voldoende afstand genomen? Word ik straks niet mee verdacht gemaakt?
De aanval werkt op die manier ook van binnenuit.
Afstand nemen als toegangsticket
De vraag om afstand te nemen klinkt op het eerste gezicht redelijk. Organisaties hoeven niet iedere actie goed te keuren. Ze mogen grenzen stellen, tactieken bespreken en openlijk zeggen waar ze zelf voor staan.
Het wordt problematisch wanneer organisaties eerst afstand moeten nemen van anderen voor ze aan het democratische gesprek mogen deelnemen.
Organisaties leren dat hun eigen erkenning afhangt van hun bereidheid om anderen los te laten
Na een blokkade, bezetting of andere ontregelende actie verschuift de aandacht vaak snel. Eerst moet iedereen de vorm van de actiemiddelen veroordelen. Pas daarna mag het opnieuw gaan over klimaatverwoesting, sociale afbraak, racisme, oorlog of medeplichtigheid aan genocide. Wie niet snel genoeg veroordeelt, komt uiteindelijk zelf onder verdenking te staan.
Solidariteit wordt zo afhankelijk gemaakt van goed gedrag. Bondgenoten blijven welkom zolang hun verzet ordelijk, voorspelbaar en bestuurbaar blijft.
Dat mechanisme treft de actievoerders die op dat ogenblik geviseerd worden. Het verandert ook de organisaties rondom hen. Zij leren dat hun eigen erkenning afhangt van hun bereidheid om anderen los te laten. Afstand nemen lijkt de eigen organisatie misschien even te beschermen. Voor de geviseerde actievoerders maakt het de politieke isolering alleen gemakkelijker.
Het middenveld is groter dan zijn organisaties
Het middenveld wordt vaak voorgesteld als een sector van erkende verenigingen, professionele medewerkers, adviesraden en subsidiekanalen. Die organisaties zijn belangrijk, al vormen ze slechts een deel van de democratische werkelijkheid.
Het middenveld leeft ook in buurtcomités, informele netwerken, vakbondsafdelingen, burgercollectieven, solidariteitskeukens, alternatieve boekenbeurzen, bezettingen en kleine groepen die juridische steun organiseren. Het leeft bij vrijwilligers die vervoer regelen, mensen opvangen, geld inzamelen, soep maken of aanwezig blijven wanneer camera’s en politici alweer vertrokken zijn.
Ook de onderzoeker die publiekelijk tegenspreekt, de kunstenaar die een conflict zichtbaar maakt en de burger die weigert criminaliserende taal over te nemen, maken deel uit van die werkelijkheid.
Samen vormen zij een democratische infrastructuur: een geheel van relaties waardoor mensen zich tegenover de macht kunnen organiseren.
Die infrastructuur is sterker wanneer haar verschillende onderdelen elkaar herkennen. Een vakbond hoeft geen klimaatactiecollectief te worden, een ziekenfonds hoeft geen bezetting te organiseren en een mensenrechtenorganisatie hoeft niet iedere strategie te verdedigen.
Ze kunnen wel weigeren elkaar als vreemde of gevaarlijke buitenstaanders te behandelen zodra de politieke druk toeneemt.
Bondgenootschap vraagt geen gelijkvormigheid
Mensen beoordelen situaties anders en kunnen niet allemaal dezelfde risico’s nemen. Sommigen kiezen voor overleg, anderen voor een betoging, staking, blokkade of bezetting. Sommigen kunnen een arrestatie riskeren. Voor anderen heeft één proces-verbaal al zware gevolgen.
Sommigen kunnen een arrestatie riskeren. Voor anderen heeft één proces-verbaal al zware gevolgen
Die verschillen zijn werkelijk en ze verdwijnen niet door luid eenheid uit te roepen.
Een beweging moet kunnen bespreken welke acties mensen versterken en welke acties vooral angst, schade of isolering achterlaten. Organisaties mogen zeggen dat zij een bepaalde tactiek zelf niet zouden kiezen. Ze hoeven daarom nog niet de woorden over te nemen waarmee politici actievoerders als gevaarlijk of onaanvaardbaar wegzetten.
Kritiek hoort een beweging sterker en verantwoordelijker te maken. Ze mag vooral niet dienen om te bewijzen dat wij zelf bij de redelijke mensen horen.
Wanneer begrippen als extremisme steeds ruimer worden gebruikt, kan een beweging zo druk bezig raken haar eigen betrouwbaarheid te bewijzen dat ze vergeet wie daardoor alleen komt te staan.
De keten niet laten breken
De verdediging van het middenveld vraagt daarom meer dan het behoud van subsidies en de bescherming tegen politieke willekeur. Ze vraagt relaties die standhouden wanneer een organisatie werkelijk onder druk komt.
Organisaties kunnen gezamenlijk reageren wanneer een collega-vereniging zonder een behoorlijke en duidelijke procedure wordt bestraft. Juristen kunnen hun kennis delen. Grotere instellingen kunnen vergaderruimte, communicatiekanalen of materiële ondersteuning ter beschikking stellen. Academici en opiniemakers kunnen weigeren de politieke aanleiding van een actie te laten verdwijnen achter één incident.
Na arrestaties, rechtszaken of negatieve berichtgeving moet solidariteit doorgaan. Dan blijkt wie alleen solidair was zolang de actievoerders met velen op straat stonden en op publieke sympathie konden rekenen en wie naast hen blijft staan wanneer politici en grote media hen als ordeverstoorders voorstellen, die sympathie afneemt en zij met gerechtelijke dossiers, kosten en reputatieschade achterblijven.
Dat is geen gesloten front waarin niemand nog kritiek mag geven. Het is een afspraak om conflicten zelf te blijven bespreken en elkaar intussen niet uit te leveren.
Het is zeker geen oproep om de rangen te sluiten. Gesloten rangen suggereren net uniformiteit en discipline.
Een democratisch middenveld heeft juist verscheidenheid nodig.
De opdracht is de keten niet te laten breken.
Hoop vraagt organisatie
Vandebos schetst een somber beeld en daar is alle reden toe. Democratische afbraak begint vaak met kleine bestuurlijke ingrepen, met aangepaste procedures en met woorden die eerst scherp klinken en later gewoon worden.
Wie op één groot en onmiskenbaar kantelpunt wacht, zal wellicht te laat merken hoeveel democratische ruimte er intussen al verdwenen is.
De kracht van het middenveld groeit uit relaties die niet breken zodra de politieke druk toeneemt
De kracht van het middenveld hangt nooit uitsluitend af van officiële erkenning of financiering. Ze groeit uit relaties die niet breken zodra de politieke druk toeneemt. Iedere poging om organisaties van elkaar los te maken, toont hoe belangrijk die verbindingen zijn.
Hoop begint vóór een crisis: afspraken maken, middelen delen en publiek voor elkaar opkomen. Gematigde en radicalere stemmen hoeven elkaar niet onmiddellijk af te schrijven. Kritiek blijft mogelijk zonder dat mensen meewerken aan de isolering van anderen.
Vandebos eindigt met een dringende vraag: vandaag zijn kritische middenveldorganisaties het doelwit. Wie zal het morgen zijn?
Daar wil ik nog een vraag naast zetten.
Wie zal er morgen naast hen staan?
Het antwoord ontstaat vandaag al, in verenigingen en bewegingen, in publieke reacties, in stil verzet, in klein verzet, in kleine gebaren van steun en in de weigering om opgelegde verdelingen over te nemen.
De democratische ruimte blijft leven wanneer mensen haar samen gebruiken én elkaar daarin niet alleen laten.
Dat is bondgenootschap.